writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

TAKBIR (62)

door koyaanisqatsi

Het moest een plan van de duivel zijn. Zolang hij Samia kende, was hij haar nog nooit op straat tegengekomen. Nu, de dag nadat Farida's situatie met een pijnlijke noot was uitgeklaard, botste hij haar bij het verlaten van een groothandel in ijzerwaren tegen het lijf.
Nadat ze beide van de verrassing waren bekomen, begroetten ze mekaar zoals gewoonlijk, waarna hij van de toevallige ontmoeting gebruik maakte om haar de stand van zaken mee te delen.
Samia luisterde met half dichtgeknepen ogen, die zich naarmate zijn uitleg vorderde door ongeloof tot nauwe spleetjes trokken. Het gaf haar een ongemeen kwetsbare uitstraling en verraadde dat zich ze in haar binnenste al net zo verraden voelde als Farida en Halima.
Ze bleef sprakeloos toen Ahmed was uitgepraat en richtte haar ogen op een willekeurig punt in de verte, zodat ze even tijd kon maken om een reactie te formuleren. Ahmed profiteerde, deels onbewust deels instinctief, van haar wegkijkende blik om haar op te nemen. Doorheen haar nonchalant golvende haren merkte hij twee grote, nogal kitcherige oorringen. Ze droeg een groen kleedje, met daarover een openstaand kort zwart jasje en korte bruine laarzen met halfhoge hakken. Het geheel oogde eenvoudig maar werd door Samia's aantrekkelijke verschijning naar het niveau van stijlvol getild. Hij wilde haar zeggen dat ze er goed uitzag en zou dat ook gedaan hebben als hun geheim zich niet als een muur van glas tussen hen had ingezet. Voor de zoveelste maal terugdenkend aan het gebeurde herinnerde hij zich er met de nodige somberheid aan dat hij tot het einde van zijn dagen zijn woorden tegen zijn schoonzuster zou moeten wikken en wegen.
'Ahmed?'
'Ja?'
'Je hoorde niet wat ik zei.'
'Ik zat even elders met mijn gedachten,' verontschuldigde hij zich.
'Ik zei dat het misschien maar beter zo is, en dat Farida van geluk mag spreken dat ze er op tijd is achtergekomen, al zal dat op dit moment wel een magere troost zijn voor haar gebroken hart.'
Ahmed knikte beamend. Ondertussen had hij gemerkt dat Samia twee goedgevulde boodschappentassen en enkele zakken met kleren met zich meezeulde.
'Ik zie dat je flink gewinkeld hebt,' merkte hij op.
'Ik ben naar de discount geweest,' antwoordde Samia. 'De jongens hadden dringend nieuwe kleren voor school nodig.'
'Zal ik je een lift geven?'
'Als het niet te veel gevraagd is?'
Hij schudde van nee en pakte haar boodschappentassen op.
Ze begaven zich onderweg naar zijn auto, die zo'n driehonderd meter verder stond geparkeerd. Nu ze gezegd hadden wat er te zeggen viel, zochten ze allebei terug hun toevlucht in de droeve sprakeloosheid die gereserveerd is voor door een schuldgevoel gekwelde overspeligen. Want hoe zeer ze ook probeerden zichzelf te blijven, naarmate ze langer in mekaars gezelschap verkeerden steeg de spanning die gepaard ging met de onuitwisbare herinnering opnieuw naar een bijna ondraaglijk niveau. Ahmed kon Samia's schaamte bijna proeven en was ervan overtuigd dat zij net zo goed naar de smaak van zijn vergoelijking verlangde. Maar hij kreeg de woorden die daarvoor nodig waren niet over zijn lippen, uit angst te verraadden dat haar naaktheid veel vaker dan hem lief was terug in zijn gedachten sloop.
De wurgende stilte bleef hen de hele rit naar Samia's appartement achtervolgen tot Samia haar, met haar woning in zicht, met een achtergebleven vraag onderbrak.
'Wat vond Halima er eigenlijk van, dat ik jou in plaats van haar had ingelicht?'
Ahmed's keel werd kurkdroog. Hij had bewust Halima's verbolgenheid verzwegen en met voorbarige opluchting gehoopt ze niet ter sprake te moeten brengen, en nu dwong zijn aangeboren afkeer van liegen hem Samia de waarheid te vertellen.
'Ze was er niet opgetogen mee,' zuchtte hij diep, om te laten horen dat het antwoord hem niet licht viel.
Samia wachtte even met haar repliek, alsof ze de bestraffende ondertoon van het antwoord enkele ogenblikken wilde laten inwerken.
'Ja, achteraf bekeken was het verkeerd van me. Ik had…'
'Halima is van oordeel dat je niets meer met haar deelt,' onderbrak Ahmed.
Nog voor hij zijn zin had uitgesproken koesterde hij al spijt van zijn woorden. Hij kende de reden waarom Samia zich van Halima had afgesloten maar al te goed, waardoor zijn opmerking veel te veel de vorm van een verwijt kreeg. Het gevoel niet meer terug te kunnen deed hem binnensmonds vloeken en terugvallen op de eerdere stilte, wat Samia hem trouwens nadeed.
Hij parkeerde de auto en had zin om meteen weer weg te rijden, maar zijn schuldgevoel hield hem tegen en dwong hem Samia's boodschappentassen naar boven te dragen.
'Wil je thee?' vroeg Samia, terwijl hij de tassen in de keuken neerzette.
'Nee, ditmaal echt niet, dank je.'
Voor het eerst sinds het voorval viel de armtierigheid van Samia's woonst hem weer op. De aftandse ijskast, het slechts twee vuren tellende fornuis, het kleine keukenkastje met zijn scheefgezakte deurtjes, er hoefde geen tekeningetje bij om haar benepen financiële toestand in te schatten.
Met een zucht van optimisme verklaarde hij deze herstelde opmerkzaamheid als het begin van het wegebben van de overdreven aandacht voor Samia's fysieke verschijning. Maar toen zij vooroverboog om één van de boodschappentassen leeg te maken en haar billen zich uitdagend in haar kleed aftekenden werd hij opnieuw op de rotsen van zijn wellustige gedachten gesmeten.
'Ik moet echt gaan,' zei hij, 'want ik heb thuis nog wat werk te doen.'
Samia drong niet aan. Het ontbeerde haar de kracht hem nog een laatste keer, voor ze afscheid namen, in de ogen te kijken en ze schuifelde met neergeslagen ogen langs hem heen om hem uit te laten.
'Ik zal Halima vanavond bellen,' zei ze stil.
'Dat is misschien een goede idee. En doe de jongens de groeten van me.'
'Dat zal ik zeker doen. En bedankt om me naar huis te brengen.'
Hij slaagde er maar net in haar niet heel even aan te raken, al lag daar geen andere bedoeling in dan het betuigen van zijn medeleven. Toen de deur achter hem in het slot viel bekroop hem echter de waanzinnige drang terug aan te bellen, Samia de kleren van het lijf te scheuren en als een bloeddorstig beest van het lichaam te proeven dat zich tegen alle regels en verwachtingen in in zijn meest kwetsbare staat aan hem had getoond. Hij voelde zich ongemeen slap worden, alsof hij een appelflauwte kreeg, en haastte zich zo snel mogelijk naar buiten. De frisse lucht die hem daar in het gelaat waaide deed hem een beetje bekomen, maar niet genoeg om het trillen en knikken uit zijn benen te krijgen.
Toen hij het portier van zijn auto opentrok voelde hij iemand hem langs achter naderen en de bijna surrealistische angst dat het Samia kon zijn weerhield hem ervan zich om te draaien.
'Excuseer, meneer.'
De stem klonk lichtjes hees, zoals alleen die van een oude man kan klinken, en trok hem bijna letterlijk bij de schouder. Hij kwam oog in oog te staan met een kleine man met een dun, op de rand van zijn dunne bovenlip rustend snorretje van zwarte, grijze en witte haren, en een kaneelkleurig gelaat waarin twee donkere ogen als kooltjes glansden.
'Asalaam'aleikum,' zei de man.
Achmed knikte alleen maar terug, wat ongepast was maar ingegeven werd door een negatief voorgevoel.
'De dame die u zonet thuisbracht, is familie van u?'
'Ja. Ze is mijn schoonzus. Waarom?' antwoordde Ahmed, die niet gauw genoeg kon weten waar het gesprek naar toe ging.
De man gaf een knikje, duidelijk voor zichzelf bedoeld, en zei: 'U zou die schoonzus van u maar best wat beter in de gaten houden. Want ze legt het aan met vreemde mannen. Nu, u zal beslist zelf al wel gemerkt hebben dat het de verkeerde kant met haar op gaat. Tot voor kort liep ze er altijd fatsoenlijk bij, maar tegenwoordig laat haar kledij duchtig te wensen over. Zoals ze zich nu toont…'
De man klakte een paar keer met zijn tong terwijl zijn hoofd afkeurend begon te schudden.
'Mag ik vragen wie u bent?' vroeg Ahmed.
'Ik woon op het appartement net onder uw schoonzus,' antwoordde de man, op een toon die de verwachting uitsprak dat Ahmed het volkomen met hem eens was. 'Mijn vrouw slaat al eens een praatje met haar, of met haar kinderen. We weten dat ze het moeilijk heeft, maar zeg nu zelf, het is niet omdat je echtgenoot op het verkeerde pad is beland dat je…'
'Misschien hadden we die echtgenoot van haar wat beter in de gaten moeten houden,' snauwde Ahmed, 'dan zou mijn schoonzus nu niet in de miserie zitten! Trouwens, als u een zodanig vroom man bent dat haar kleedgedrag u stoort, waarom wendt u dan niet gewoon de ogen af als u haar ziet verschijnen?'
De blik van de man liet er geen twijfel over bestaan: hij voelde zich niet in het minst op zijn plaats gezet. Integendeel, Ahmeds reactie sterkte hem in de overtuiging met uitschot te maken te hebben. Hij keek Ahmed aan met ogen die vuur spuwden en die hem zonder twijfel hadden neergekogeld als ze daar toe in staat waren geweest.
'Nog iets?' vroeg Ahmed, die net zo zeer zijn bloed voelde koken.
'Nee,' antwoordde de man kortaf, 'ik heb als goede moslim mijn plicht gedaan, de rest laat ik aan Allah over.'
'Mooi,' zei Ahmed, 'het stelt me gerust dat te horen, want heel even had ik de indruk dat u zelf voor scherprechter ging spelen.'
Hij stapte in zijn auto, sloeg het portier met een luide knal dicht en moest beroep doen op al zijn zelfbeheersing om niet als een gek weg te scheren. Het ergst van al was dat de man hem niet zozeer van streek had gebracht met zijn hypocriete bemoeizucht maar omwille van de dwaze jaloezie die hij had aangewakkerd en die als een resem zweepslagen op zijn getergde hart terechtkwam.

 

feedback van andere lezers

  • ivo
    straat ipv staat ? eerste zin ...

    schitterend hoe je het schrijft ....
    koyaanisqatsi: thnks again ivo.
  • manono
    Van zolang : mag 'van' niet weggelaten worden?

    Die oude man is wel heel bemoeiziek.

    En verder zegt de score alles.


    koyaanisqatsi: Effe overlezen...
    Wat die oude man betreft... Ze bestaan, geloof me.
    Thnks!
  • Mephistopheles
    Ik vind dat de sterkte van deze reeks in de levenidgheid van je dialogen ligt, en zo hoort het te zijn want een verhaal moet leven in het hoofd van de lezer.
    koyaanisqatsi: Blij te lezen, want ik blijf regelmatig worstelen met de gedachte dat ik teveel in dialogen verzuip.
    Thnks Maestro.
  • ppe
    dit ''het stelt me gerust dat te horen, want heel even had ik de indruk dat u zelf voor scherprechter ging spelen." is TOP!
    koyaanisqatsi: Het stelt me gerust deze feedback te krijgen... ;-)
  • Wee
    Wees gerust, je schrijft ongerust goed :)
    xxx
    koyaanisqatsi: ach... (bloos)
Er zijn 5 bezoekers online, waarvan 0 leden: .