writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

TAKBIR (67)

door koyaanisqatsi

Het was nog maar de derde maal dat hij Suleiman in de gevangenis bezocht. Later, wanneer hij weer op straat zou staan, zou hij weten of het drie keer te veel of talloze keren te weinig was geweest.
Terwijl hij door de lange gang liep die uitkwam op het blok waar Suleiman was ondergebracht, dacht hij terug aan zijn eerste bezoek, toen zijn schoonbroer nog in voorhechtenis zat. Hij herinnerde zich hoe hard Suleiman was verouderd en hoe hij omwille van zijn schaamte nauwelijks kon praten. De tweede keer, toen hij al veroordeeld was, leek die schaamte plaats te hebben gemaakt voor wrok, wat Ahmed met de nodige bezorgdheid had opgemerkt maar tegelijkertijd had geminimaliseerd door te veronderstellen dat het maar een tijdelijke bui was.

Suleiman zat reeds aan de tafel en glimlachte ingehouden toen hij Ahmed zag verschijnen.
Ahmed schraapte zijn keel, probeerde zijn sneller bonzende hart tevergeefs tot bedaren te brengen en ging aan de andere kant van de tafel zitten.
'Asalaam'aleikum, Broeder,' zei hij, niet zonder moeite het woord 'broeder' over zijn lippen tillend.
'W'aleikum'salaam, Broeder.'
Suleiman was zo te zien nog maar pas naar de kapper geweest. Zijn haren waren tamelijk kort geknipt en netjes in een zijscheiding gekamd, en glansden alsof er een zuinige laag brilcrème overheen was gesmeerd.
'Da's lang geleden,' zei hij, maar op een opzettelijk lichte toon om te vermijden verwijtend uit de hoek te komen.
'En daarvoor wil ik me verontschuldigen,' repliceerde Ahmed meteen.
Suleiman hief zijn rechterhand heel even op van tafel en zei: 'Als er één iemand is die zich moet verontschuldigen, dan ben ik het wel.'
'Hoe gaat het, de omstandigheden in acht genomen?'
Suleiman perste zijn lippen opeen en knikte, waarmee hij zo oprecht en duidelijk mogelijk trachtte te antwoorden.
Ahmed zoog zijn longen vol lucht, blies door zijn neus en vroeg: 'Suleiman, is het waar dat je Samia doodsbedreigingen naar het hoofd hebt geslingerd?'
Suleiman wendde zijn blik van Ahmed af, richtte zijn ogen schuin naar beneden, naar een willekeurig punt op de geelbetegelde vloer, begon op zijn onderlip te bijten en nerveus op zijn stoel te wiegen; allemaal signalen die op een opborrelende woede leken te wijzen maar die Ahmed instinctief als anders interpreteerde. Vandaar ook dat hij geen enkele moeite deed om de stilte, die zich in een oogwenk als een web van staaldraad tussen beide mannen had gesponnen, te doorbreken door zelf opnieuw het woord te nemen.
Suleiman streek met de palm van zijn linkerhand over zijn gezicht, masseerde zijn wangen, krabde zich in de nek en zei: 'Ahmed, beeld je eens in dat je hier zit, en dat je al maanden met de gedachte leeft dat je je leven hebt verknald. En dan komt plots je vrouw op bezoek. Ze zet zich voor je neer met een gelaatsuitdrukking waarbij de veroordelende blik waarachter de rechter zich tijdens het uitspreken van je vonnis verbergt, tot een vriendschappelijke grimas verwordt, en slingert je vervolgens, weliswaar huilend, in het gezicht dat ze van je gaat scheiden. Niet dat ze WIL scheiden, maar dat ze GAAT scheiden! Hoe zou jij in dat geval reageren?'
Ahmed liet Suleimans woorden even inwerken, zodat hij ze kon neutraliseren zoals een spons een kleine plas neutraliseert, en antwoordde: 'Ik heb er geen flauw idee van, Suleiman, hoe ik zou reageren. Ik zou beslist geen gat in de lucht springen, dat is wel zeker, maar voor de rest… Het spijt me, ik kan me niet in jouw plaats stellen, want ik zit hier niet en ik heb ook jouw misdaad niet op mijn kerfstok.'
'Denk je dat er zoveel voor nodig is om hier verzeild te geraken?'
'Denk jij dat je de enige bent die zijn huwelijk op de klippen ziet lopen in deze omstandigheden?'
Suleiman grinnikte en trok een sarcastische grijns.
'Ga jij mij vertellen hoe de levens van gedetineerden evolueren van puinhopen en ruïnes tot hoopjes steengruis?'
'Ga jij me dan vertellen wat je er bij wint Samia van kant te maken als je weer vrij komt?'
Suleiman drukte zijn handpalmen in zijn gelaat, zuchtte diep, liet zijn handen weer zakken en trakteerde Ahmed op een blik die beduidend vriendelijker overkwam.
'Neem me niet kwalijk, Broeder,' zei hij, 'het lag niet in mijn bedoeling me te wentelen in zelfbeklag. Ahmed, ik zweer je op de Heilige Koran, dat ik mezelf dat dreigement nooit zal vergeven…'
Na een korte stilte vroeg Ahmed: 'Mag ik daaruit opmaken dat je haar met rust zal laten?'
Suleiman boog zijn lichtjes voorover, rolde tegelijkertijd zijn ogen zo hoog mogelijk en antwoordde: 'Ze is de moeder van mijn kinderen, Ahmed; kinderen waar ik nauwelijks naar heb omgekeken, die zich voor me schamen net zoals ik me voor hen schaam. Nee, Samia heeft gelijk: zowel voor haar als voor mij is het beter met een schone lei te beginnen. Weet je, sinds Samia me kwam zeggen dat ze wil scheiden, heb ik vreemd genoeg veel meer over mijn toekomst nagedacht dan voordien. Als ik er nog iets van wil maken, moet ik helemaal opnieuw beginnen. Terug naar Samia gaan zou betekenen dat ik de littekens op ons huwelijk moet blijven meezeulen. Het zal wel niet gemakkelijk zijn opnieuw een vrouw te vinden maar…'
'Luister, Suleiman,' onderbrak Ahmed. 'Als je me belooft te proberen datgene wat je zonet beweerde waar te maken, dan blijf je bij ons welkom. En, ook al kan ik je niets garanderen, dan zal ik mijn uiterste best doen om je aan een baantje te helpen. Mijn baas heeft behoorlijk wat relaties in de haven en…'
'Ahmed,' onderbrak Suleiman op zijn beurt, maar zijn stem stokte terwijl zijn ogen vochtig werden.
Ahmed keek weg, uit medeleven maar ook omdat de aanblik van Suleimans gebroken ziel hem te sterk werd.
De terugkerende stilte bevatte ditmaal niet het minste hardheid, maar was doorweekt door het door beide mannen gedeelde besef dat het leven nu eenmaal onomkeerbare, pijnlijke gebeurtenissen passages bevatte die diepe littekens achterlieten.
Ahmed wierp een steelse blik op de gedetineerde die een tafel verder naar rechts zat en die dezelfde definitieve verslagenheid uitstraalde als Suleiman. De man voerde een mompelend gesprek met een oudere dame, die waarschijnlijk zijn moeder was, en waarvan Ahmed zich inbeeldde dat haar gedachten constant werden fijngemalen door plaatsvervangende schaamte en zelfverwijten.
'Hoe stellen de jongens het?' vroeg Suleiman, zijn woorden uit angst schokkerig uitsprekend.
'Goed,' reageerde Ahmed, om de oprechtheid van zijn antwoord te onderstrepen, zonder de minste aarzeling. Bijna had hij daaraan toegevoegd dat hij een paar keer met ze was gaan voetballen, maar in de overtuiging Suleimans schuldgevoelens daar mee aan te wakkeren, slikte hij zijn woorden in.
'Ik kan alleen maar hopen dat ze verstandiger zijn dan hun vader,' mompelde Suleiman met zijn blik op het tafelblad gericht.
'Dat Allah hen op het rechte pad houdt,' zei Ahmed, plechtiger klinkend dan hij wilde.
Suleiman knikte. Zijn hele verschijning leek plots overschaduwd door een wolk van somberheid. Ahmed kon zich niet herinneren de eenzaamheid ooit sterker in een mens te hebben waargenomen. Had hij de belofte zijn schoonbroer te zullen helpen eerder als een opflakkering van mentale verplichting gedaan, dan voelde hij nu een vastberadenheid groeien om hem daadwerkelijk een helpende hand aan te reiken.
'Dus, Suleiman,' hief hij op afsluitende toon aan, 'dat is dan afgesproken: je geeft Samia haar leven terug en ik help het jouwe terug op de rails zetten.'
Suleiman knikte instemmend.
'Wil je Samia zeggen dat het me spijt, van dat dreigement?'
Ahmed lachte, alsof hij de vanzelfsprekendheid van zijn antwoord kleur wilde bijzetten.
Toen namen de mannen afscheid van mekaar met de gebruikelijke uitwisselingen, waarna Suleiman terugkeerde naar zijn cel, bevrijd van niets anders dat het angstaanjagende dreigement aan zijn vrouw, terwijl Ahmed terugkeerde naar de buitenwereld, verlost van de angst die hij koesterde voor Samia maar nog steeds gegijzeld door het voor Suleiman geheimgehouden nieuws dat ze van plan was naar Marokko te verhuizen. Met de kinderen...

 

feedback van andere lezers

  • ivo
    fantastisch,


    koyaanisqatsi: DANK
  • manono
    Ik blijf lezen.
    koyaanisqatsi: Ik blijf schrijven... (al vraag ik me soms af: waarom?)
  • ppe
    super!

    er staat heel wat op de schotel van Ahmed
    koyaanisqatsi: Tja, de inhoud van de mens zijn bord is er met het evolueren van het verhaal niet kleiner op geworden...
  • Mephistopheles
    pijnlijk voor Suleiman, die gaat pissig worden volgens mij.

    'zoals een spons die een kleine plas neutraliseert' is trouwens een fantastische uitdrukking..
    koyaanisqatsi: Lachen gaat hij inderdaad niet doen, vrees ik.
  • jack
    Amai, dit gaat diep. Knap geschreven, getuigt van enorm inlevingsvermogen en de kunde om het ook nog eens allemaal mooi uitgelegd te krijgen op papier!
    koyaanisqatsi: Zeer hartelijk dank, Jack(ske). ;-)
  • Wee
    Vertrouw ik hem wel, die Suleiman? Ik weet het nog niet zeker.
    x
    koyaanisqatsi: :-)
Er zijn 6 bezoekers online, waarvan 0 leden: .