writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

eeuwige geliefden in het nergens en niets (3)

door Mephistopheles

Natasha duwt zich van me af. Ik ga op mijn rug liggen. Ze beklimt me. Brengt me opnieuw bij haar binnen. Legt haar handen op mijn borst. Knijpt in mijn tepels met haar scherpe vingernagels en begint te bewegen. De bewegingen zijn ritmisch en gesynchroniseerd. Ik voel de hitte van onze bewegingsenergie. De hete lucht daagt mijn ademhaling uit, maakt het moeilijker. Ik moet lichtjes hijgen om lucht naar mijn longen gepompt te krijgen. Ze lijkt zich hier niet bewust van te zijn. Ze doet verder. Ogen gesloten, hoofd achterover, haar haren tot ver over haar rug. Spirituele harmonie. Ze heeft het nu bereikt. Ze is er tot doorgedrongen. Ik wil haar volgen. Ik moet met haar mee. Ik sluit mijn ogen. Ik probeer mijn gedachten uit te schakelen, maar het is moeilijk. De wind zingt. Het bloed stolt. Het gekraak in het onweer buiten schreeuwt de toekomst tot haar ondergang. Alles vervaagt, smelt samen, lost op in elkaar. Zintuigen worden troebel. De bewegingen worden duidelijker en scherper. Ze ontluiken zich. Ze hermanifesteren zich. De explosie nadert. Natasha knijpt alsmaar harder in mijn vel. Ze pijnigt me, maar ik neem het. Ik neem alles wat ze me geeft. Als ze mijn hart uit mijn lijf wil snijden en het wenst op te vreten dan gaat ze haar gangetje maar. Liever verteerd worden door haar maagsappen dan door de koude harteloze wereld. Ze weet dit. Ze voelt dit. Ze anticipeert dit. De druk stijgt. De stroming barst los. Een overweldigende hitte maakt zich van me meester. Een overweldigende hitte die tot eruptie komt. Gehijg. Gezucht. Druppelend zweet. Samentrekkende vingers. Gesloten oogleden. Schreeuwend vel. De krachten borrelen op. De krachten barsten los. De krachten zegevieren. Het zindert na. Het weergalmt, en dan is het voorbij.

Plotse stilte. De bewegingen stokken in het keelgat van de ruimte. Onder de lichtboog van het nachtlampje weerklinkt een zucht. Natasha glimlacht. Ik glimlach terug. Het zinnebeeld van de behartiging spreidt haar vleugels. De rafelige armen van de wind dansen verder.
'Dat was geweldig liefje,' hoor ik haar zeggen. Ze klinkt tevreden, ingenomen met de ingenomenheid die haar woorden kleurt.
'Geweldig ja.'
Ze rolt van me af en gaat naast me liggen op haar rug. Haar egale huid schijnt een verzadigde glans. Haar lichaamsvezels in een krans van serene verpozing. Een keten van genoegen. Een schakering van voldoening. Enkele zweetdruppels glijden van mijn voorhoofd, rechtstreeks de vergetelheid in. .
'Wil je wat roken?'
'Ik heb er wel zin in', antwoord ik.
'Ik ga wat halen', zegt ze, 'ik ben zo terug.'

Ze staat op, verlaat het bed en werpt me een vluchtige blik toe. Haar ogen schijnen iets te verduisteren, alsof ze me wat wil vertellen maar niet goed weet hoe ze dit moet aanpakken. Een heimelijk masker glimlacht vanuit de dieptes van haar oogkassen. Een eclips speelt zich af in haar hoornvlies. Ik kan de lichtbrekingen zien. Ik kan het spectrum van haar terughoudendheid waarnemen. Het is slangachtig, giftig, gevaarlijk. Ik volg haar met mijn ogen, behoedend voor het onheil. Ze verlaat de ruimte. Haar voetstappen weerklinken even en dan is ze weg.

Buiten zet de storm zich verder. De geluiden van het onweer wakkeren een roes van spanning en rusteloosheid aan die ik tot diep in mijn oorschelp voel doordringen. De klanken zijn opbouwend en profetisch, alsof ze een naderende dreiging aan het aankondigen zijn. Ik sta op vanuit het bed en begeef me naar het raam. De houten plankenvloer voelt koud aan onder mijn voeten, net zoals de kille, gevoelloze lucht die in de slaapkamer heerst en zich op onaangename wijze laat inademen. Hoe dichter ik bij het raam kom, hoe duidelijker het gekletter van de regendruppels wordt. Met mijn rechterhand trek ik het gordijn open. De raambeglazing reflecteert het aangezicht van de storm. Als een bloem van het verderf opent zich het beeld van haar naaktheid. Als een zwarte pad met nerveuze ogen staart het me aan. Ik voel hoe mijn gedachten troebel worden, hoe een golf van drabbigheid tegen de rotsen van mijn bewustzijn slaat en een soort hypnose zich van me meester maakt. Met wijd opengesperde ogen tracht ik door te dringen tot het membraan van het noodweer, maar het is moeilijk. Mijn gezichtsveld wordt grotendeels belemmerd door de oneindigheid aan regendruppels die als kleine stukjes kristal vanuit de ruggengraat van het hemelgewelf tevoorschijn komen en hun ondergang tegemoet vallen. Tot in de boezem van de natte aarde striemen ze de letters van het hemelse leed. Tot in de baarmoeder van de wereld dringen ze door.

'Blijf je daar nog lang staan?'
Natasha's stem weergalmt doorheen de ruimte. Ik draai me om en zie haar in de deuropening staan.
'Dat is snel,' breng ik uit, 'ik heb je niet horen terugkeren.'
'Omdat je weer stond te dromen,' zegt ze plagerig. Ze neemt de plaats op het bed en kruist haar benen. Met een handgebaar maakt ze duidelijk dat ze wil dat ik naast haar kom zitten. Ik keer het gelaat van de storm de rug toe en stap op haar af. Trage, slome passen, zwaar als lood. Elke beweging die ik maak, elke voetstap, elke armslingering houdt ze nauwlettend in de gaten, als een spin in haar web die een naderende prooi aan het opwachten is.
'Heb je wat te roken meegebracht?' vraag ik nadat ik naast haar op het bed plaatsgenomen heb.
'Tuurlijk,' zegt ze terwijl ze een klein zakje in mijn handen stopt, 'rol jij?'
'Doe jij het maar,' reageer ik, 'mijn hoofd staat er niet naar.'
'Ook goed', weerklinkt haar reactie, 'rust jij nog even uit dan.'

Ze opent de bovenste lade van het nachtkastje aan haar kant van het bed en haalt de benodigdheden eruit. Een pakje tabak, blaadjes, filtertips, een aansteker - de hele klerezooi. Daarna gaat ze aan de slag. Ze legt een vloeitje op het nachtkastje en begint het op te vullen met tabak. Vervolgens rolt ze de filtertip, die ze vervaardigt uit een klein stukje karton dat ze uit een daarvoor dienend boekje scheurt. Zorgvuldig en gewiekst begint ze de stuff over de gehele joint te verspreiden. Ze neemt hem in haar handen en op bijna speelse, dartele wijze laat ze hem tussen haar vingers glijden tot het verwerkt is tot een egale oppervlakte waarvan ze de plakkant met enkele stroken van haar tong likt. Daarna rolt ze hem dicht tot ze een buitengewoon goed uitziende frietzak in haar handen heeft.

'Steek jij hem op?' vraagt ze met een zonnige glimlach.
'Doe jij maar,' zeg ik, 'je hebt tenslotte al het werk gedaan.'
Ze steekt de joint in haar mond en neemt de aansteker in haar handen. Met een vlotte, gezwinde beweging laat ze haar duim over het wieltje glijden. Ze dompelt het hoofd van de joint in het hart van het kleine, blauwe vlammetje dat wild om zich heen flikkert en inhaleert de rook, die ze enkele seconden later weer uitblaast. Een dwarrelende, stroperige rooknevel verspreidt zich doorheen het vertrek.
'Hier,' zegt ze terwijl ze de joint doorgeeft, 'jouw beurt.'

Ik neem hem aan, breng hem naar mijn lippen en neem een stevige hijs. Een geweldig brandend gevoel trekt doorheen mijn keelgat. Ik sluit mijn ogen en laat het goedje zijn werk doen. De smaak is hemels. Almacht, vrijheid, onverschilligheid, overwinning, nederlaag, het is alles tegelijk, versmolten en verenigd in een heerlijke bijna surreële cocktail.

 

feedback van andere lezers

  • jack
    Ik zie enkele kleine foutjes zoals "ontluiken zich" maar niets dat een beetje redacteur niet opgelost krijgt ;-)

    Nog altijd dat geheimzinnige surreële sfeertje, fijnfijn!

    Frietzakken rollen, jammer maar helaas niet zo simpel als het eruitziet, ik kan me er rot in ergeren...
    Mephistopheles: Blij dat dat 'geheimzinnige' er goed door komt want dat is toch wel een beetje de bedoeling.
    U kan niet goed rollen? Jackske, da's toch zo moeilijk niet? Ik kan dat met mijn ogen dicht, gesteld dat u me nu niet zal vragen om dat te bewijzen hé want het is maar een uitspraakje om mijn genadeloos roltalent te benadrukken..
  • manono
    Elke actie is beschreven en dat schept een aparte sfeer die aansluit bij de 'gemoedsgesteldheid' van het HP.

    Het naderend onheil komt er zeer goed door. Ook de natuur is onheil...

    Ik vind de zwarte pad wel heel 'onpadachtig'. Niet dat hij zwart is maar 'nerveuze ogen'.
    Mijn kikkers en padden kijken recht door me heen. Ik denk altijd dat ze me niet zien, maar niets is minder waar.

    Heel graag gelezen, dat staat vast.

    Mephistopheles: Hopelijk bedoel je met HP hoofdpersonage en niet het computermerk want daar heb je niks als last mee..

    De natuur is zeker onheil. Het recente nieuws bewijst dat weer.
    Je hebt kikkers en padden? Geweldige beestjes, lekker glibberig, en kikkerbilletjes zijn ronduit heerlijk!
  • Magdalena
    Amaai, keigoed, vlot boeiend!!

    dit is wellicht muggezifterij bij het overweldigend knappe, maar: in de 4e paragraaf hier stoorde het me een beetje dat twee zinnen vlak naeen met 'als' beginnen: Als een bloem... Als een zwarte pad. Die tweede 'als' mag weg volgens mij.


    Mephistopheles: dank u dank u
    Neen geen muggenzifetrij trouwens. Er zitten soms te veel dezelfdfe woorden in, gebruik ook te veel 'alsof'. Alsof dit, alsof dat, enfin, mijn snoeischaar vliegt er nog wel eens doorheen
  • jan
    letterlijk smullen dit verhaal!

    grtzz
    Mephistopheles: Smul zoveel je maar wil, Jan, wel oplettttttttttttten (uiteraard met véél te véél t's geschreven), in any case, de suikerziekte is nooit veraf!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
  • koyaanisqatsi
    Ik maar niet opnieuw gaan zitten zeker?
    Mephistopheles: het hangt er een beetje van af waar ge op wilt gaan zitten veronderstel ik
  • Mistaker
    Lekkere sfeer inderdaad!

    Groet,
    Greta
    Mephistopheles: soms wat te eentonig in mijn ogen
Er zijn 5 bezoekers online, waarvan 0 leden: .