writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Pruisisch Blauw (26)

door koyaanisqatsi

Er was alweer een nieuwe gast in het huis: een gepensioneerde antropoloog die sprak over volkeren en stammen waar Max nog nooit van had gehoord. Omdat de man deze volkeren en stammen hoogst merkwaardige gewoonten en rituelen toedichtte kon Max niet anders dan grote vraagtekens bij zijn beweringen plaatsen. Maar, omdat de man net zo zeer niet te betrappen viel op contradicties en een onweerlegbare logica zijn analyses gecementeerde, gunde Max hem het voordeel van de twijfel, ook al omdat hij voor de rest een joviale kerel was die niet te beroerd bleek om al vanaf zijn eerste dag in het huis zelf koffie te zetten.
'Het ziet er naar uit dat we een prachtige dag gaan krijgen,' zei hij, met de blakende levenslust van een tevreden gepensioneerde, terwijl hij een kopje voor Max uitschonk. 'Waarom zetten we niet wat stoelen en een tafel buiten?'
Max, die op het punt stond om te gaan werken, was wel voor het idee te vinden en wijzigde zijn plannen. Samen met de antropoloog droeg hij enkele stoelen en een tafel naar buiten, waarna ze zich met zijn tweeŽn op de stoep installeerden.
'Mag u vragen wat uw beroep is?' vroeg de man, na voor het eerst van zijn kop koffie te hebben genipt.
'Als u het niet erg vindt, hou ik dat liever voor mezelf,' antwoordde Max.
'Oh, ik begrijp het al: u bent een man van aanzien, maar bescheiden. Dat siert u, mijn waarde, want ik ben beroepshalve heel wat snoeverij tegengekomen in mijn leven. Wel jammer voor onze conversatie, vrees ik, want ik heb niets anders om over te praten dan mijn werk. Ik heb geen kinderen, ben nooit gehuwd geweest, moet zelfs eerlijk toegeven dat romantiek mij volkomen vreemd is, heb nooit hobby's gehad en moet dan ook bekennen een vakidioot te zijn.'
'U hebt hoe dan ook een interessant beroep uitgeoefend,' zei Max.
'Dat zeker,' zuchtte de antropoloog, 'maar het werd tijd dat ik er mee stopte. Het reizen werd me te vermoeiend en tegelijkertijd zag ik het niet zitten de mensheid te bestuderen vanachter een bureau. Maar weet u, we hoeven ook niet de ganse tijd te praten, we kunnen net zo goed in stilte van mekaars gezelschap genieten, nietwaar?'
Max knikte, waarna er een spontane stilte viel.
Het was inderdaad een uitermate prachtige dag, werd hij zich bewust; een dag waarop de lucht helderder en frisser leek dan op alle vorige, waardoor men zich bij wijze van spreken herboren voelde.
In navolging van de antropoloog begon Max de voorbijgangers gade te slaan: mensen van allerlei slag, jong en oud, ontspannen of gehaast, verzonken in gedachten of pratend met een metgezel. Op zeker ogenblik ratelde er een paard en kar voorbij, met bovenop de bok een oude, pruimende man met een getaand gezicht en een tot op de draad versleten pet op zijn hoofd. De man deed Max aan iemand denken maar hij kon niet thuisbrengen aan wie, wat hem lichtjes irriteerde. Hij probeerde daarom zijn gedachten te verplaatsten naar de kruidenier, van wie hij zich afvroeg of deze nu tevreden grijnzend in zijn winkel zou staan omdat zijn hulpje eindelijk begrepen had hoe er in deze contreien over arbeid werd gedacht.
'Toch een vreemd iemand, de mens,' brak de antropoloog de stilte, 'altijd denkendÖ'
Max knikte opnieuw en nam een slokje van zijn koffie.
'Dromend, ook,' mijmerde de antropoloog, 'dromend.'
'Is dit het huis van Pruisisch Blauw?'
Max schrok op. Afgeleid door de oude koetsier, vervolgens door de gedachten aan zijn baas en uiteindelijk door de woorden van de antropoloog, was het hem ontgaan dat er vanuit westelijke richting een meisje op hem was komen toe gestapt. Dit meisje stond nu pal naast hem en overdonderde hem met een schoonheid die bijna verblindend was.
Totaal van de kaart bleef Max haar het antwoord schuldig, zelfs toen ze met een ontwapenende glimlach haar vraag herhaalde.
'Dit is inderdaad het huis van Pruisisch Blauw, jongedame,' schoot de antropoloog hem ter hulp.
'Dan ben ik waar ik zijn moet,' zei het meisje. Ze boog lichtjes door haar knieŽn, zette een klein koffertje neer, stak haar rechterhand naar Max uit en zei: 'Hallo, ik ben Visuele Pracht.'

 

feedback van andere lezers

  • hettie35
    Weer fijn gelezen,
    groetjes Hettie
    koyaanisqatsi: dank dank dank Hettie
  • Mephistopheles
    In stilte van mekaars gezelschap genieten is een heel plezante bezigheid, gesteld dat het gezelschap je niet op de zenuwen werkt natuurlijk.
    Visuele Pracht, wie is dat nu weer? Toch niet de zus van? Die ouders zijn wel origineel geweest in het kiezen van namen
    koyaanisqatsi: Tja, en ge moet het maar op voorhand weten: dat uw dochter een schoon meiske wordt...
  • jack
    Wat een klinkende namen hebben de vrouwen daar zeg!
    koyaanisqatsi: Het is zo eens iets anders dan Maria en Louisa hť... ;-)
  • tessy
    Oei hopelijk is deze een beetje vriendelijker dan de rosse
    koyaanisqatsi: Ze heeft in ieder geval geen aandelen in de wikkelfolie-industrie! :-)
  • Dora
    'Waarom zetten we niet wat stoelen en een tafel buiten?'kort daarna:
    droeg hij enkele stoelen en een tafel naar buiten
    Zou ik gekozen hebben voor zoiets als:
    voegden zij de daad bij het woord
    koyaanisqatsi: Stof om over na te denken. ;-) thnks
Er zijn 10 bezoekers online, waarvan 0 leden: .