writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

stationsromannetje (6)

door ivo

Rijden met de tram doorheen de stad is ook een beetje reizen. Alle culturen en alle soorten van mensen stappen op en verlaten het rijdend eilandje na enkele wisselmomenten zoals ze gekomen zijn. Mijn gaste moest wel even slikken toen ze een orthodoxe joods familie de tram zag opstappen. Papa en zoontje met pijpenkrullen en zwarte hoed en mama en dochter met witte kousen en een haarsnit dat honderd jaar geleden ooit mode is geweest.
En de Afrikaan die met zijn lange benen half onderuitgezakt het gangpad wat moeilijker begaanbaar maakte tot een oud mevrouwtje met haar stok hem corrigeerde en hij vlug als een gewone Europeaan zich voegde zoals al de rest.
Wij hadden op een kwartiertje een heel continent aan rassen, mensen met hun grote en kleine kantjes zien passeren. Toen wij na heel wat stoppen terug aan het station kwamen, was het net of er een tsunami van mensen het rijtuig overspoelden. Plots stonden wij, zoals men visjes in conservenblikjes verpakt, tegen elkaar geplakt.
Als er ergens geduwd werd, duwde de massa ons als magneten tegen elkaar. Ik kon haar adem tegen me voelen en soms ook haar borst.
Ik verontschuldigde me voor dit stukje ongemak, maar ze lachte mijn verontschuldigingen weg. Ik had zelfs de indruk dat ze haar privacyverlies opzettelijk goed liet voelen.
In sommige landen worden er tijdens de spitsuren speciale rijtuigen enkel voor dames ingezet, zodat de privacy van de dames niet door enkele vunzige heerschappen wordt geschonden. Je moet maar in zo'n massa staan en ondertussen bepoteld worden door een of andere viezerik en niets kunnen doen, zelfs niet roepen, want geen mens kan je helpen, iedereen staat gewrongen vast tegen elkaar aangedrukt.
De volgende halte, was de plaats waar we van dit stukje onmenselijkheid konden afstappen. Sjongens, ik moest me achterwaarts een weg duwen, zodat zij quasi ongestoord mee kon afstappen.

Oef, ik kon mijn jas terug wat fatsoeneren en zij hielp me met de kraag, want die had ook in het gewoel een kreuk gehad. Bij haar viel de ogenschijnlijke schade nog mee, haar rode jas had het voorval overleefd.

Net voor de tram terug doorreed gingen de deuren terug open en wrongen er zich twee heren uit het voertuig. Blijkbaar hadden die zich in het tijdig manoeuvreren naar de uitgang zich vergist, en moest de watman de deuren terug openen. Ik kon aan hun gezicht zien dat ze duidelijk opgelucht waren en zich gered voelden uit een verschrikkelijke mensenzee.

Wij stapten het zebrapad over en een onbehagelijk gevoel overviel stapte als een schaduw met me mee. Eerst dacht ik dit is toeval, maar naar mate ik verder stapte viel ook mijn frank. Deze heren zijn hier niet zomaar uitgestapt, die hebben een opdracht.

Ik nam de stagiaire onder haar arm en stapte vlug het park in. Ik kende dit park al vanaf mijn jonge jeugd en kende er elk padje en elke bocht en bank. De herinneringen hangen er zoals de bladeren aan de bomen, gewoon plukbaar, alleen zijn sommige bomen zo hoog, dat ik er niet meer bij kan en moet de wind me helpen om me de geschiedenis te herinneren. Zo zie ik me zelf nog staan in het donkere pad bij de eerste natte kus die ik kreeg van een meisje dat enkele jaren en ervaringen rijker was als ik.

Tijdens deze rush, voelde ik aan dat ze me niet goed begreep en ik voelde een soort van reserve over haar heen komen. Het soepele veranderde in houterig tegenstribbelend meegaan. Ik stopte aan een grote rododendron. Daar kende ik een paadje dat je echt wel moet kennen wil je het zien. Ik trok haar bijna letterlijk het paadje op, zodat wij bijna letterlijk verdwenen tussen het groen.

Ik legde mijn vinger verticaal op mijn lippen en maakte zo duidelijk dat ze stil moest zijn. Ik duwde haar wat achter me zodat haar rode jas een beetje verstopt was.
Enkele tellen later zagen we de heren zoekend voorbij stappen, ze hadden ons niet gezien.

Ik moest haar nu wel vertellen wat er allemaal gebeurd was en naar mate ik haar het verhaal vertelde, naar mate de verschrikking bij haar toesloeg. Haar ogen vertelden een horrorverhaal zonder dat ik het plot kende. Een blik van begrijpen las ik in haar paniekerige ogen en een gevoel van veiligheid communiceerde er via haar lichaamstaal. Het bibberen ging over in een gelaten gespannenheid.

Het is wel vreemd dat dit verhaal zich zomaar kan afspelen en men ons zo maar kan terugvinden. Ik stelde haar de vraag of ze de laatste tijd iets heeft gekregen dat ze nu bij heeft. Ze opende haar tas en liet me een beertje zien dat ze eergisteren had gekregen van een mevrouw op de tram. Een beertje aan een sleutelhanger. Het was geen troetelbeertje maar wel eentje met een hartje op zijn buik. Er zat een heel verhaal aan zei ze me, maar ik deed teken dat ze moest zwijgen.
Ik duwde op het beertje en voelde iets hard zitten. Met mijn vinger kon ik tussen het hoofdje en het lijf een kleine chip toveren.
Ik trok haar mee op het paadje, we moesten snel zijn.

Als kind hadden wij hier vaak gespeeld en hierdoor had ik een prachtig plan bedacht. Ik zou met dit heerschap het spelletje spelen dat ik hier vijftig jaar gelden ook had gespeeld. Uit mijn binnenzak haalde ik mijn notieblok en scheurde er een leeg blaadje uit. Met een flaire alsof ik niets anders in mijn leven deed, vouwde ik snel een papieren bootje en stopte de chip in de gevouwen zijkant.
Snel liepen wij verder. Na enkele kleine bochtjes en wat stuntelen aan enkele grote plassen om toch niet al te vuil uit dit avontuur te komen, kwamen we aan een bruggetje. Onder het bruggetje was er een snel stromend beekje. Ik liet het bootje vanaf het bruggetje in het water vallen en al vlug had de stroming het papieren ondingentje meegenomen als een zeewaardig schip dat vanaf nu de oorlog zou voeren met onze belagers.
Het voordeel van rododendronstruiken is dat deze dingen heel hoog zijn en enkel aan de buitenkant heel afschermend dichtbegroeid zijn. Aan de binnenkant zijn ze hol
Wij gingen op onze stappen terug en Ik trok mijn stagiaire mee in de binnenkant van deze grote mooie struiken. Na wat klauterwerk over de vergroeide takken konden wij samen op onze hurken zien wat er ging gebeuren.
Dit plekje was blijkbaar niet door mij alleen gekend als veilige verstopplaats, net voor onze ogen hing er een gebruikte condoom over een takje te bengelen.
De spanning was heel groot en zoiets was nu net erover ... wij konden onze lach haast niet inhouden.

De heren kwamen met hun gsm als kompas ons verstopplaatsje voorbij gestapt, blijkbaar was er contact met de chip en hadden ze via de satelliet het schijnbaar verborgen paadje gevonden. Wij konden het wel niet zien, maar de verbazing moet groot zijn geweest toen ze naar het beekje werden geleid en ze daar wel een signaal maar geen mensen zagen. Ze waren te ver van ons om te horen wat ze zeiden, maar het was duidelijk dat ze het door hadden dat hun plannetje om ons via de satelliet te volgen niet meer doorging en letterlijk in het water was gevallen.

Ik voelde de spanning doorheen haar jas. Ze trilde helemaal. Ik trok haar aan haar schouder wat dichter bij mij en ze liet het me zich doen. Het ranzige van het plaatsje waar we nu gehurkt zaten, deerden haar niet. Er viel een grote last van onze schouders. Helemaal was ik er nog niet gerust in, maar toch al een zekerheid had, we waren vanaf nu onvolgbaar en we konden vanaf nu anoniem opgaan in de drukte van de stad.

De heren waren al lang terug op hun stappen teruggekeerd ver uit ons gezichtsveld.

Een kwartiertje hebben we daar zo op onze hurken gezeten zonder een woord met elkaar te wisselen en zonder elkaar aan te kijken. We luisterden naar elke beweging en elke zucht van de wind. Een merel was ondertussen voor onze verstopplaats tussen de gevallen bladeren zijn ondertussen avondeten aan het bijeen plukken. Die merel maakte zoveel lawaai dat wij vreesden dat die ons nog zou verraden.
Langzaam zette ik me terug recht en maande ik haar aan om me te volgen. Ik herinnerde me dat er vroeger er een klein poortje bestond tussen het park en de afwatering van de beek. Dit poortje was enkel gekend door de arbeiders die de beek vaak moesten vrijmaken van dode takken enz .. en door de kinderen die het hadden ontdekt. Ik was wel niet zeker of het poortje nog bestond, maar zo het er nog was, hadden wij een uitgang van het park gevonden die ons naar een heel andere wijk van de stad bracht. Het poortje was onlangs nog vernieuwd en het padje dat ons tussen de gracht en het park naar de stad bracht had duidelijk een andere functie gekregen, het was een mooi fietspad geworden.

Toen we eindelijk terug tussen de huizen en de auto's ons konden bewegen, liepen we nog half verscholen en verstoppend voor voorbij rijdende auto's. Zij veegde nog een of ander gevallen blad van mijn jas en ik moest uit haar haar nog wat dood hout plukken.
We keken elkaar aan en ik begreep dat zij mij nog heel wat moest vertellen.

 

feedback van andere lezers

  • Hoeselaar
    Als ik met trein bus of metro rijd dan neem ik me de tijd om mensen te observeren, pas op ik doe dat niet opdringerig maar met een zekere gelatenheid waardoor men mij gaat vertrouwen
    zo kom je ook achter denkbeeldige verhalen die je dan in het brein omvormen kunt naar een verhaal in een verhaal

    Willy
    ivo: bedankt Willy
  • koyaanisqatsi
    Leest als een goeie thriller (die ze niet of nog nauwelijks maken).
    ivo: dank je wel voor het compliment ...
  • Mistaker
    Ik ben het eens met Dora wat de tram betreft maar dat komt misschien ook doordat ik er zelf noodgedwongen vaak inzit. Verder: weer heel graag gelezen, alleen vind ik in de laatste alinea 'een of ander' en 'een en het ander' vlak na elkaar niet zo mooi.

    G
    ivo: ik heb stukjes weggehaald in het tramverhaal en de laatste zin heb ik veranderd. Dank je wel voor het volgen en vooral om met wat raad te geven, dank je wel
  • Dora
    Na wat geworstel, (de uiteenzetting over in de tram en de drukte vind ik persoonlijk wat te lang) zat ik weer in het verhaal. Poehee, ik dacht ook al: hoe kunnen ze hen nou steeds weer terug vinden.
    ivo: oeps mss moet ik daar wat aan doen ... dank je wel voor je opbouwende commentaar ..
Er zijn 6 bezoekers online, waarvan 1 lid: feniks.