writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Pruisisch Blauw (87)

door koyaanisqatsi

Na een lange wandeling waren Max en het gitzwarte meisje op een uit een omgevallen boom gehouwen zitbank gaan zitten, waar ze tot aan het ochtendgloren zwijgend hadden geluisterd naar de geluiden van het woud. Toen had het meisje gezegd dat ze niet langer kon blijven en waren ze teruggekeerd om, alweer tot Max' verbazing, aan de rand het bos te worden opgewacht door een kleine koets, voortgetrokken door een paard zwarter dan de nacht. De koetsier, een zwijgzame jonge in eenvoudige boerenkleren, had bij wijze van begroeting enkele onverstaanbare woorden gepreveld die het gitzwarte meisje had vertaald als een dankwoord aan de bossen om hun bezoekers heelhuids terug te geven.
'Lag er dan toch gans de tijd een zeker gevaar op de loer?' had Max geschrokken gevraagd, waarop het meisje hoofdschuddend had geantwoord: 'Vergeet niet, meneer, dat één van de voornaamste eigenschappen van het lot, onverwachte gebeurtenissen zijn.'
Het meisje was niet ingestapt. Ze had Max een afscheidszoen op de wang gegeven en was het boswachtershuisje binnengegaan, waaruit ze niet meer was teruggekeerd, althans niet voor de koets uit zicht was verdwenen.
Nu stond Max op het punt om doodmoe maar met een voldaanheid die hij met geen enkele andere genoegdoening kon vergelijken, uit het rijtuig te stappen dat vlak voor het huis van Pruisisch Blauw tot staan was gekomen.
Aan de voordeur stonden twee mannen te keuvelen. Ze droegen allebei een lange donkere jas en een gedeukte hoed en leken het koud te hebben aangezien ze onophoudend stampvoetten en hun handen diep in de zakken van jas gestopt hielden.
Max veronderstelde dat het de zoveelste passanten van het huis betrof, stapte uit de koets, bedankte de koetsier en maakte aanstalten om de mannen te begroeten en naar binnen te gaan. Van zodra de koets zich in beweging had gezet kwamen de twee echter op Max toe gestapt en staken ze gelijktijdig hun kin naar hem uit, waarop één van hen vroeg: 'Bent u Max?'
'Dat ben ik inderdaad,' beaamde Max, die zich door de manier van benaderen van het ene ogenblik op het andere niet meer op zijn gemak voelde.
'Zou dan even mee naar boven willen komen?' vroeg de man.
Max wees zijn het huis van Pruisisch Blauw en antwoordde: 'Bedoelt u, daar?'
De beide mannen knikten. 'Tja, ik was hoe dan ook van plan daar naar binnen te gaan.'
'Dat weten wij ook wel,' zei de andere man, 'maar niet in ons gezelschap, naar wij veronderstellen.'
'Hoe kon dat ook?' lachte Max ongemakkelijk, 'ik weet niet wie u bent; wist tot zonet niet eens van uw bestaan af.'
De mannen keken mekaar met een sjagrijnige grijns aan en begonnen schokschouderend te grinniken.
'Er was voordien ook geen enkele reden voor u om van ons bestaan op de hoogte zijn, nietwaar?' bromde de eerste man.
'Niet dat ik weet,' bromde Max terug, waarop hij langs de twee mannen heen stapte en de voordeur openduwde.

 

feedback van andere lezers

  • Dora
    Die Max, van het ene in het andere maar ik blijf wel meelezen, want waar komt het straks op uit....
    koyaanisqatsi: ...ooit op het einde, hoop ik...
  • greta
    Ik heb wat delen gemist. Vraag me inmiddels af in welk tijdsbeeld je verhaal speelt, gezien de koetsen en rijtuig als vervoermiddel. Maar oke het is allemaal een fantasie wereld uiteraard.
    Graag gelezen!
    koyaanisqatsi: Er rijden nog steeds koetsen rond hoor. Max heeft ook al in een bestelwagen gezeten, dus...
Er zijn 13 bezoekers online, waarvan 1 lid: doolhoofd.