writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Joekel

door RudolfPaul

Otto waadde op borsthoogte door het water. Hij schoof langs de hellende oever over oneffen klei- en zandbodem en hield zich in evenwicht door met beide handen de overhangende planten vast te klampen. Rogier kon hiervoor maar een hand gebruiken, in de andere hield hij de steen.
'Kijk, dat tietenloze franse wezentje - sans des seins - , je kunt nu echt zien dat het een meisje is,' zei Otto, 'aan haar cameltoe.'
Ze waren aangeland bij een plek die minder begroeid was.
'Aan haar wat?' Rogier bleef staan en keek verwonderd haar kant op.
'Haar kamelenteen, sufferd. Haar labia majora dat zo duidelijk afgetekend staat in haar strakwitte broekje. Kijk er maar niet te lang naar, je zou er zo een joekel van krijgen en dat kunnen we nu even niet gebruiken. Dan kunnen we zo dadelijk niet met goed fatsoen het water uit en de kant op klauteren.'
Otto heeft gelijk, dacht Rogier. Hij herinnerde zich zijn angst om mee te gaan met Nicolien naar het nudisten strand waar iedereen net als hier zorgeloos rondliep in zijn of haar blootje. Vrouwen en meisjes. Hij durfde gewoon niet, bang dat bij hem ongewild een fysieke begeerte plotseling de kop op zou steken en hij zichzelf te schande zou maken. Dat was daar not done. Nicolien had hem uitgemaakt voor bangerik.
'Iedereen behalve die Française blooter dan bloot,' merkte Otto op, 'en waarom zij niet, wil ik wel eens weten. Waarom doet ze niet net als die anderen haar broekje uit? Durft ze niet? Valt zo op tussen al die gladlijvige naaktmensen.'
Naked is the best disguise - wie zei dat ook alweer? vroeg Rogier zich af. Sherlock Holmes waarschijnlijk.
Otto strompelde voort. Wade in the water, zong hij, wade in the water children…
'Shhtt! Straks horen ze ons. Je hebt een harde stem.' Rogier had moeite zijn vriend bij te houden.
'Nou en? Niemand die ons aandacht schenkt, ze zijn veel te druk bezig met hun eigen fun and games... ' Otto zong en neuriede het oude negerslavenliedje: Who's that young girl dressed in white... ' Kijk eens, zie je die stevige tieten van díe daar... niet van die slappe flabberdebabskies... en moet je díe daar eens zien... een lust voor het oog... o nee, kijk ook maar niet ... krijgt je misschien een knoeterharde joekel van.'
'Praat niet zo hard,' maande Rogier hem. 'Je hebt echt een luide stem.'
'Het maakt geen flikker uit hoe we praten,' zei Otto, 'ze horen ons niet. Ze hebben alleen maar aandacht voor zichzelf en hun groepje, niet voor ons.'
En inderdaad, bij de steiger was men met luid gejoel bezig iemand te jonassen, een gillende naakte vrouw. Even verderop, afgezonderd van de luidruchtige naakte feestgangers stond een zwijgende man, gekleed in zwart.
'Even wachten, hier even verdekt opstellen,' gebood Otto. 'Die donkere figuur met die grimmige kop, dat is Van Vloten, de echtgenoot van de vrouw die ze bezig zijn in het water te gooien. Een soort maffiabaas, een don. Hij lijkt wel de hoofdrolspeler in een horrorfilm, een sinistere verschijning.'
Rogier moest denken aan de wet van Hammurabi: als een vrouw verdacht werd van vreemdgaan, maar niet op heterdaad was betrapt, kon zij haar onschuld bewijzen tegenover haar echtgenoot door zich in de rivier te laten werpen. Als ze verdronk was ze schuldig, als ze niet verdronk, onschuldig.
'Eén-en-twee-en-drie!' brulde een zware mannenstem.
Er klonk een plons, gespartel en luid gejuich.
'Onschuldig,' constateerde Rogier. 'Gelukkig.'
'Waar heb je het over? O voor ik het vergeet, we zijn hier incognito: niet je echte naam noemen straks als erom gevraagd wordt. Ik ben Jan, jij bent Piet of zoiets, bedenk maar wat. Jantje en Pietje Huppeldepup...'
Otto keek verrukt op naar twee mooie vrouwwen van net in de dertig: het waren de bekende tweelingzusjes die een kapsalon runden in het dorp, Dini en Lidi. Only their mother could tell them apart, werd er altijd bij gezegd als men het over die twee had. Men wist nooit of men met Dini of met Lidi te maken had.
Otto haalde diep adem. 'O wat mooi, die kale gladde schaamheuveltjes, hun zoete sneetjes... O, Jantje zag eens pruimen...'
'Sshhtt!' maande Rogier hem nogmaals, 'niet zo hard praten.'
'Kijk jij maar niet,' zei Otto. 'Zou zo maar een joekel teweeg kunnen brengen, een joekel van jewelste, een knoeperd van een joekel. Kijk jij maar de andere kant op.'
Ze gingen verder, ze kwamen steeds dichter bij het steigertje.
'En díe dan! Die twee exotische dames daar, die ken ik ook. Dat zijn die vrouwen uit het Midden-Oosten meegekomen met die paardenhandelaar die vroeger bij het consulaat in Egypte heeft gewerkt - de hertog van Egypte, die had een ding dat wipte, tussen z'n benen en onder z'n gat, ra ra ra... Die man moet hier ook ergens zijn maar ik zie hem niet. M'n zusje was altijd bang voor die kerel, hij maakte alle kinderen bang met zijn rare bovenlip: beweerde dat een krokodil hem in zijn gezicht had gebeten toen hij eens in de Nijl aan het zwemmen was. En die twee dames van hem... buikdanseressen zijn het, de Vleespotten van Egypte worden ze genoemd in het dorp, o kijk eens naar die mooie volle bollen, o Jantje zag eens borsten hangen, o als uieren zo groot...'
'Sshhtt!'
'Nee kijk jij maar niet. Kom, we gaan hier aan land en begeven ons onder het volk. En denk erom: geen joekel. Het is belangrijk dat we te allen tijde controle houden over de genotsspier.'

 

Er zijn bezoekers online, waarvan leden: .