writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

ZAND (29 De Zwakzinnige Vrouw)

door koyaanisqatsi

Na het verorberen van enkele gehaktballetjes met rijst begaven Ismael en de winkelier zich terug naar buiten. Toen Ismael merkte dat de vrouw bij kraampje verdwenen was, ging er gevoel van ontgoocheling door hem heen. Hij liet evenwel niets merken, ging opnieuw zitten en vervolgde zijn verhaal.
'De volgende twee dagen trokken we door de woestijn. Het is te zeggen: het kamp werd meteen na zonsopgang opgebroken, waarna we vertrokken om pas halt te houden tegen de tijd dat de zon haar hoogste punt had bereikt. Toen was het zo verzengend heet dat er niets anders op zat dan te pauzeren en te wachten tot de ergste hitte voorbij was.
De derde dag bereikten we een half verdorde oase. Ook al konden ze ons van ver zien komen, de inwoners wachtten geduldig onze komst af, waaruit viel op te maken dat niemand van hen enige haast maakte om iets te kopen.
Ibn Ibrahim, de karavaanleider, begaf zich naar het dorpshoofd, een stokoude, graatmagere man die aan n oog blind was en zich rechtop hield door middel van een afgebroken boomstronk.
De taal die de twee mannen spraken klonk me totaal onbekend maar uit het constante hoofdschudden van het dorpshoofd maakte ik op dat het gesprek niet verliep zoals Ibn Ibrahim had verhoopt. Uiteindelijk gaf hij het dan ook op en kwam hij met een gezicht op onweer terug naar de karavaan gelopen.
'Kom,' gromde hij, 'het haalt niks uit. We zijn weg. Die stijfkop valt gewoon niet op betere gedachten te brengen.'
Mijn verwachting, dat we in de nederzetting zouden overnachten, bleek een vergissing. Verbaasd om ons vlugge vertrek keek ik naar Abzul die ik ondertussen als mijn meest nabije reisgezel beschouwde. Toen hij mijn vragende blik in de gaten kreeg verscheen er een droefheid in zijn gezicht die schril afstak tegen zijn anders zo ontspannen, om niet te zeggen gelukzalige gelaatstrekken.
Hij schudde op zijn beurt het hoofd, klakte met zijn tong en wees naar het laatste huis van de nederzetting dat we net op het punt stonden te passeren. Nu, huis was veel gezegd, want het was in feite nauwelijks meer dan een opeenstapeling van scheve en rotte planken die een groot, rechthoekig hok, met daarin een deuropening, vormden.
'Daar,' zei Abzul, half mompelend, 'woont een zwakzinnige vrouw. De bewoners van deze nederzetting verhuren haar aan iedere passant die bereid is geld voor haar neer te tellen of bepaalde goederen af te staan. Ibn Ibrahim probeert haar telkens wanneer we hier langskomen vrij te kopen, maar het dorpshoofd slaat altijd opnieuw zijn aanbod af. Hij beweert dat de zwakzinnige vrouw de enige gegarandeerde bron van regelmatige inkomsten voor de nederzetting is en dat haar verkopen op korte termijn het einde zou betekenen. Ibn Ibrahim heeft zelfs al voorgesteld om alle inwoners naar elders te brengen, naar een vruchtbaardere oase of desnoods de stad, maar daar wil niemand hier van weten. Deze mensen zijn zo gewend aan hun verkommerde leven dat ze iedere verandering vrezen alsof deze gelijk zou staan als op stap gaan met de duivel. Dat ze de duivel dienen door die arme vrouw als een stuk vlees te verhuren komt dwaas genoeg niet in ze op.'
Hoewel ik toen nog te jong was om echt te begrijpen wat Abzul met verhuren als een stuk vlees bedoelde, besefte ik terdege dat de zwakzinnige vrouw een vreselijk lot beschoren was.
Overvallen door spontaan medeleven draaide ik me nog even naar het houten hok om. Maar dan wel maar voor heel even want tot mijn grote schrik was de zwakzinnige vrouw in de deuropening verschenen. Het opvangen van een flits van haar was echter genoeg om me te doen huiveren. Haar dikke bos zwarte haren stak als een harig soort stekelvarken in alle richtingen, haar gelaat was gelig en haar uit heldere, blauwe ogen -een uiterste zeldzaamheid in deze streken- schoot net zo veel waanzin als wanhoop. Ze was blootsvoets en droeg een grauw kleed van een dikke, ruwe stof, hier en daar gescheurd en onder de vlekken.
"Kunnen we haar niet bevrijden?" vroeg ik met een krop in de keel. "Ik bedoel: kan Ibn Ibrahim haar niet bevrijden?"
Abzul schudde ontgoocheld het hoofd.
"Dat zou tot een stammenoorlog kunnen leiden," antwoordde hij, "en daarvan hebben wij hier al genoeg gezien."
Overmand door droefheid keerde ik me, ondanks mijn angst, nog een laatste keer naar de heksachtige verschijning om. De vrouw was echter alweer verdwenen en zou nooit meer ter sprake komen, alleen al omdat Abzul me op het hart drukte Ibn Ibrahim maar beter niet aan zijn machteloosheid te herinneren.

 

feedback van andere lezers

  • Wee
    Oef, hoe afschuwelijk. Arme vrouw.
    Z prachtig en ontroerend geschreven weer.
    x
    koyaanisqatsi: :-)
  • greta
    Wt een omschrijving van de zwakzinnige vrouw. Je bent een taaltovenaar.
    Overigens inderdaad een mooi en uitgebreid deel.

    koyaanisqatsi: :-)
  • Dora
    Heel mooi verwoord, ontroerend en echt
    In het spinnenweb der gesponnen waan
    normen en waarden van onbekende culturen
    worden blauwogige vergootglazen waaraan
    onmenselijk leed wordt geofferd als redmiddel
    van karig gemeenschappelijk bestaan
    koyaanisqatsi: :-)
  • mephistopheles
    gehaktballetjes met rijst, makkelijk klaar te maken en o zo lekker.
    Inderdaad beter om die stammenoorlog te vermijden. Ambras genoeg op de wereld
    koyaanisqatsi: Volkomen mee eens, twee keer zelfs! ;-)
Er zijn 3 bezoekers online, waarvan 0 leden: .