writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

ZAND (31 De Dadelverkoopster)

door koyaanisqatsi

Op het einde van de derde dag kwamen we voor een bergketen te staan die de ganse horizon in beslag nam. Door de ondergaande zon kregen de bergen een oranje gloed waardoor het leek alsof ze gloeiden als kooltjes in een zacht brandende kachel.
We waren nog maar net bezig met het opzetten van het kamp toen Ibn Ibrahim naar me toe kwam en zei dat we de volgende ochtend afscheid van elkaar zouden nemen.
"Van over die bergen," zei hij, het gebergte aanwijzend, "zal een ruiter komen om je op te halen. Het is mogelijk dat wij al vertrokken zijn tegen de tijd dat hij hier is, maar wees gerust: hij komt.
Omdat het mijn laatste avond in zijn gezelschap was wilde Abzul me nog gauw iets kwijt.
"Weet je, jonge Ismael," begon hij, nadat we ons hadden ondergestopt om de koude nacht door te brengen, "door mijn manier van leven heb ik nooit het geluk van het huwelijk gekend. Dat voel ik al erg lang als een groot gemis aan. Soms denk ik wel eens: Abzul, het is genoeg geweest. Zoek je in één van de plaatsen die je aandoet een weduwe van jouw leeftijd en slijt je laatste dagen als een gehuwd man. Maar… Ik zou niet weten hoe ik het moest aanpakken. En dus blijf ik maar, zoals een piraat op zee, als vrijgezel door de woestijn zwerven.
Nochtans, Ismael, heeft het ooit geen haar gescheeld of mijn bestaan was een hele andere richting ingeslagen. Ik was nog een jonge twintiger toen, tijdens één van de zeldzame keren dat we een stad aandeden, een gesluierde verkoopster van dadels me het hoofd op hol bracht met haar ogen. Die waren van een zeldzaam helder groen en verraadden een vurigheid waar menig man zelfs voor op de vlucht zou slaan. De terughoudendheid die ik na het dramatische voorval op het huwelijksfeest een paar jaar eerder had aangekweekt, verdween als sneeuw voor de zon waarna ik met een bijna ongehoorde directheid vroeg hoe ze heette.
Toen ze zonder aarzelen 'Habiba' antwoordde wist ik dat onze liefde wederzijds was. Haar blik mocht dan wel van nature vurig zijn, het was duidelijk dat ik haar passie had aangewakkerd.
Mijn moed zwol zodanig aan dat mijn borstkas uitzette en ik met een lef dat ik nadien nooit meer heb opgebracht vroeg waar haar ouders waren. Daarop wees ze met een hand, zo fijn dat ze onmogelijk van een dadelverkoopster kon zijn, naar een man die even verderop luidruchtig klanten lokte voor tapijten en gebatikte textiel.
'Mijn moeder is gestorven,' zei Habiba, waardoor mijn liefde voor haar al meteen overgoten werd met het soort medeleven dat alleen een echtgenoot voor zijn vrouw kan hebben en ik met een stamelende: 'Dat spijt me heel erg,' reageerde.
In de overtuiging dat ik als lid van een koopmanskaravaan een goede partij voor Habiba was, begaf ik me met overdreven zelfvertrouwen naar haar vader. Ik begroette de verkoper van stoffen en tapijten met de nodige achting en vroeg of ik hem onder vier ogen kon spreken.
'Zie je niet dat ik aan het werk, beunhaas!' snauwde de man echter, waardoor mijn moed al meteen een fikse deuk kreeg. 'Zeg wat je te zeggen hebt of lazer op!'
Ik probeerde me zo goed als mogelijk te herstellen en zei: 'Ik vrees, geachte heer, dat ik hetgeen ik met u wens te bespreken van zo'n aard is dat het beter in een meer private sfeer kan gebeuren.'
Daarop trok Habiba's vader één van zijn dikke wenkbrauwen scheef terwijl hij me begon aan te kijken met een onrustwekkende, nog nauwelijks in te tomen razernij op zijn gezicht.
Je zal me misschien een lafaard vinden, jonge Ismael, maar op dat ogenblik greep de waanzin die als hete stoom uit die man zijn ogen schoot me zodanig bij de keel dat ik het op een lopen zette, op mijn mehari sprong en de stad uitreed.'
Er viel een stilte, heel even onderbroken door een windstoot die langs het tentzeil streek. Ismael wilde zeggen dat hij Abzul helemaal geen lafaard vond maar hij kreeg geen woord over zijn lippen uit diepe spijt voor zijn kameraad.
"Nooit hebben wij nog een voet in die stad gezet," besloot Abzul uiteindelijk, en pas na een lange zucht, "en nooit heb ik mijn hart nog toegelaten om sneller te gaan slaan."

 

feedback van andere lezers

  • Wee
    Poëtisch mooi.
    x
    koyaanisqatsi: behalve voor die arme "Abzul" natuurlijk... :-)
  • mephistopheles
    als een piraat op zee door de woestijn trekken, klinkt liederlijk en pijnlijk tegelijkertijd
    koyaanisqatsi: opzet geslaagd dus!
  • Dora
    Ge noten weer, mooi mooi
    koyaanisqatsi: Alhamdulillah!
  • greta
    "Er viel een stilte, heel even onderbroken door een windstoot die langs het tentzeil streek."

    Simpel. Stilte is niet 'geen geluid'... juist die windstoot maakt het contrast.
    Manman... mooi.
    koyaanisqatsi: Stilte is idd een geluid! Bedankt, dame Greta. ;-)
Er zijn 7 bezoekers online, waarvan 0 leden: .