writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

ZAND (40 De Derwisj)

door koyaanisqatsi

"Waarvan die haast?' vroeg de man.
"Het meisje…" antwoordde ik vergoelijkend, over de man zijn schouder wijzend, al was er niets te bekennen.
De man draaide zich langzaam om, maar richtte zich meteen weer tot mij.
"Meisje?" vroeg hij, zich nergens van bewust, tenzij hij een fantastisch acteur was.
Ik knikte en zei: "Een donker meisje, met een grote bos zwarte krullen."
De man fronste de wenkbrauwen en keek me bezorgd aan.
"Hoe lang ben je al onderweg?" wilde hij weten.
Ik moest hem het antwoord schuldig blijven, want daar had ik geen flauw idee meer van.
Vertwijfeld haalde ik de schouders op terwijl ik me begon af te vragen of ik had gehallucineerd.
De man bleef me bezorgd aankijken en leek in gedachten weg te zinken, als een arts die zijn hersens pijnigde om het juiste medicijn te vinden.
"Weet je waar je bent?" vroeg hij, op een toon die een ontkenning verwachtte.
En ik natuurlijk moest ik hem inderdaad het antwoord schuldig blijven.
"Geen flauw idee," antwoordde ik gegeneerd.
"Dit is het huis van de verborgen derwisjen," zei hij. Zo opeens lag er een zachtheid in zijn stem die mijn onrust in een vingerknip wegtoverde. "Het is niet iedereen gegeven hier terecht te komen, maar zij die het wel gegeven is hebben zonder uitzondering één ding gemeen: ze zijn allemaal naar iets op zoek."
Ik aarzelde even met mijn reactie, omdat mijn blik instinctief opnieuw op zoek was gegaan naar het meisje -waarvan trouwens geen spoor meer te bekennen was-, maar toen zei ik: "Reken maar dat ik naar iets op zoek ben."
De man glimlachte.
"Dat kan ook niet anders, zoals ik al zei. Maar je bent beslist niet hier om je bij de verborgen derwisjen aan te sluiten."
"Dat denk ik niet," antwoordde ik zonder veel overtuiging, "al moet ik toegeven geen flauw idee te hebben van wat derwisjen zijn."
"Er staat er één voor je," antwoordde de man.
Nogal oneerbiedig bekeek ik de man van kop tot teen. Veel meer dan dat hij er uitzag als een verzorgde schooier kon ik niet vaststellen.
"Neem me niet kwalijk," flapte ik er dan ook nogal onnadenkend uit, "maar ik zie weinig meer dan een… Tja, hoe moet ik het zeggen?"
"Een verzorgde schooier?"
Ik deinsde achteruit. De rust die de man, die zich dus een derwisj noemde, me even voordien met zijn zachte stem bezorgd had, spatte uiteen in ontelbare splinters van achterdocht.
"Hoe wist u wat ik dacht?" vroeg ik, met een mengeling van boosheid en angst.
"Dat wist niet," glimlachte de man opnieuw, "maar het viel van je gezicht af te lezen."
Op dit ogenblik wil even mijn verhaal onderbreken, mijn broer, want ik moet bekennen al van in mijn eerste schooljaren erg op mijn hoede te zijn voor mensen die demonstratief de slimmerik uithangen. Mensen met een hoog i.q. stellen me alles behalve op mijn gemak, omdat je bij God niet weet hoe je je tegenover hen moet uitdrukken om niet als idioot versleten te worden. En als u mijn verhaal aandacht bent blijven volgen, dan zal u wel begrijpen dat de derwisj er verdomd goed in geslaagd was me een modderfiguur te doen slaan.'
'Ik denk helemaal niet dat dat zijn bedoeling was,' zei de winkelier, maar gaat u rustig verder, mijn jonge broer.'
Ismael trok even de wenkbrauwen op, zuchtte en zei: "Nu ja, ik denk ook niet dat er opzet mee gemoeid was, maar op dat ogenblik voelde het wel zo."
De winkelier keek Ismael in de ogen. Er lag een vredigheid over zijn gelaat die een onvoorwaardelijke liefde voor de mens uitstraalde en Ismael vroeg zich af hoe het mogelijk was dat het zo lang geduurd had voor hij dit in de gaten had gekregen. Het lag op het puntje van zijn tong om zijn ontdekking ter sprake te brengen maar uit schrik zich te vergissen en belachelijk te maken, besloot om maar gauw verder te gaan met zijn verhaal.
'Ik verontschuldigde me bij de derwisj en zei dat ik hem zeker niet had willen beledigen, waarop hij antwoordde: "Je hebt me zeker niet beledigd. Je zit er trouwens niet ver naast met je analyse. Derwisjen leggen een gelofte van armoede af, dus is het zo goed als onmogelijk door een derwisj in een vorstelijk gewaad ontvangen te worden.
Ik haalde opgelucht adem en zei: "Als derwisjen een gelofte van armoede afleggen, dan ben ik inderdaad niet hier om één van hen te worden. Het spijt me."
"Dat hoeft helemaal niet," zei de derwisj, terwijl hij een uitnodigend gebaar maakte om hem verder de zuilenhal in te volgen.

 

feedback van andere lezers

  • Dora
    knappe koppen... ze brengen veel te weeg in anderen
    koyaanisqatsi: idd ;-)
Er zijn 2 bezoekers online, waarvan 0 leden: .