writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

ZAND (41 Het Huis van de Verborgen Derwisjen)

door koyaanisqatsi

Ik zou veel langer dan ik me ooit had kunnen voorstellen in het huis van de verborgen derwisjen verblijven. Dat had te maken met tal van factoren, waarvan de eerste een nog geen half uur na mijn aankomst de kop opstekende, hevige buikloop was.
Gelukkig had één van de derwisjen enige geneeskundige kennis, zoniet was ik misschien nog diezelfde dag wel letterlijk leeggelopen.
"Het is een veel voorkomende kwaal in deze streken," zei deze amateur-geneeskundige, die er met zijn grijze baard en haar, dopneus, blozende bolle wangen en dik rond buikje uitzag als een brave, wijze man. "Maar met de juiste medicatie ben je er in enkele dagen weer helemaal bovenop."
Ik kreeg een bescheiden kamertje toegewezen, helemaal achterin het uit verschillende niveau's en hallen bestaande bouwwerk, waarvan ik me afvroeg of het nu al dan niet onderaards genoemd kon worden.
Suleyman, de derwisj die me had verwelkomd, bracht me driemaal dagelijks een eenvoudige, de stoelgang afremmende maaltijd, die na enkele dagen vervangen werd door bouillons met aansterkende kenmerken en vers gebakken brood.
Na ongeveer een week voelde ik me als de oude en liet ik verstaan te willen verder trekken.
"Dat zal momenteel niet gaan," wist Suleyman me te vertellen, "want het touw is nog maar pas weggehaald."
"En wat moet ik daaruit opmaken?" wilde ik weten, al zag ik de bui al hangen.
"Dat geduld een mooie deugd is, Ismael," kreeg ik daarop te horen.
De volgende dagen probeerde ik de verveling te doorbreken door de bibliotheek te raadplegen. Jammer genoeg was het aanbod boeken net zo rijk als onverstaanbaar, want er was eenvoudigweg geen enkel geschrift te vinden in een voor mij verstaanbare taal.
"We kunnen je hier allerlei talen leren," probeerde Osman, de bibliothecaris me moed in te spreken, "je hebt er maar één te kiezen en van de broeders zal je maar al te graag met raad en daad bijstaan."
Maar aangezien ik niet van plan was mijn broek in het huis der derwisjen te verslijten, bedankte ik vriendelijk voor het aanbod.
Mijn ongeduld verbijtend begon ik uren aan een stuk in de enorme tempel van stilte, die het huis der verborgen derwisjen in feite was, rond te dwalen. Zo nu en dan ontmoette een derwisj die ik nog niet eerder was tegengekomen, waarop ik telkens vriendelijk maar kort werd begroet. Er borrelde dan ook een sterke opwinding in me op toen ik in één van de verlaten zijvleugels opnieuw geconfronteerd werd met het gegiechel van het meisje.
Om er zeker van te zijn niet te dromen, kneep ik een keer stevig in mijn arm, en spitste ik de oren.
Nee, mijn broer, het meisje was helemaal geen hallucinatie, want eensklaps stak ze haar hoofd van achter een zuil, zo dicht bij mijn gezicht dat ik haar warme, honingzoete adem wel kon proeven.
"Wie…"
Maar toen was ze al opnieuw haar spelletje begonnen. Weer ging ik haar achterna, weer bleef ze ongrijpbaar, weer verdween ze in het niets, ditmaal toen ik op Osman stootte, die daarbij omviel en de stapel boeken die hij tegen zijn borst aangeklemd hield als stervende vlinders naar de vloer dwarrelden.
"Neem me niet kwalijk!" gilde ik, beschaamd en geschrokken, 'ik had u echt niet gezien."
Osman schudde versuft het hoofd, alsof hij zijn hersens moest herschikken om te beseffen wat hem was overkomen.
"Het is dat meisje weer," probeerde ik me te verontschuldigen, terwijl ik de arme stakker overeind hielp.
"Over welk meisje heb je het, mijn jongen?" vroeg hij, hijgend van de emotie.
"Als dat ik maar eens wist," zei ik, het huilen nader dan het lachen. "Ze was de eerste persoon die ik hier ontmoette maar ze speelt een kat en muis spelletje met me."
Osman zweeg en begon zijn boeken bijeen te rapen. Ik kon weinig anders doen dan hem een handje toesteken.
"Ik hoop maar dat ze niet beschadigd zijn," zei ik, "want dat zou ik mezelf nooit vergeven."
"Het zijn maar kopieën van naslagwerken," mompelde Osman, nog steeds van de kaart, "we hebben van ieder exemplaar nog minst een dubbel."
Zijn woorden boden me maar weinig troost. Ik zat heel erg verveeld met mijn stommiteit, die ik beschouwde als een aanslag op de derwisjen hun gastvrijheid. En toen het meisje opeens haar hoofd vanachter een zuil stak en geamuseerd begon te glimlachen kon ik haar alleen maar op een nijdige grimas trakteren, terwijl ik dacht: "Wacht jij maar!"

 

feedback van andere lezers

  • Wee
    Een plaag-geest of een snertmeid? :)
    x
    koyaanisqatsi: of een plaagmeid of een snertgeest... :-)
  • Dora
    liet ik weten of gaf ik te verstaan
    een koppig donderstraaltje
    koyaanisqatsi: zo is het maar
  • greta
    Het meisje zit tussen zijn oren? Gek geworden van de stilte daar in het ondergrondse ...

    koyaanisqatsi: van stilte word je niet gek, van lawaai ja... ;-)
Er zijn 12 bezoekers online, waarvan 1 lid: doolhoofd.