writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Charlie Daniels, Privé-detective (12)

door koyaanisqatsi

'Geld wisselen, jongedame?'
Als een struikrover was het gedrongen ventje van tussen het gebladerte gesprongen. Zijn ongekamde, vette haren, het ronde brilletje dat op het puntje van zijn lange scherpe neus stond, zijn ouderwetse kolbert, iets te korte broek, witte sokken en lompe schoenen, gaven hem iets van een karikatuur van iemand die voor niets anders geschikt was dan het troosteloze bestaan van een boekhouder in een raamloos, met documenten en paperassen volgestouwd kantoor.
Charlie keek heel even om. Ze was nog maar enkele passen van de grenspost verwijderd en de grenswachter bij het wachthokje hield haar nog steeds in de gaten, maar het mannetje leek hem niet te deren, waaruit Charlie met enige voorzichtigheid opmaakte dat er niets abnormaals was aan zijn plotse verschijning.
'Dat hangt allemaal van je wisselkoers af,' zei ze.
Het mannetje krabde aan zijn kin en antwoordde: 'Oh, maar je zal nergens een betere koers krijgen dan bij mij. Geloof me.'
'Enige reden waarom ik je zomaar zou moeten geloven?' lachte Charlie.
'Omdat ik geen leugenaar ben,' antwoordde het mannetje bloedserieus.
'Wat is je koers?' wilde Charlie weten.
'Honderd dollar voor één Schoft.'
'En wat kan ik voor één Schoft kopen?'
'Euh, een krant bijvoorbeeld.'
'Een krant?! Dat wil dus zeggen dat ik hier het equivalent van honderd dollar zou moeten ophoesten voor één krant?' reageerde Charlie verbolgen.
'Kranten zijn hier peperduur,' zei het ventje echter onverstoord. 'Ze zijn een zeldzaamheid. Vandaar…'
Ervan uitgaand dat ze daarmee een verkeerde maatstaf had gekozen, vroeg Charlie: 'Een kilo appelen dan. Hoeveel zou dat kosten?'
'Mmm, even denken. Hangt er een beetje vanaf. Je hebt appelen in alle soorten en kwaliteiten. En bovendien hangt het van de regio af. In gebieden waar het hommeles is, is voedsel schaars en duur, daar waar het er wat rustiger aan toe gaat kan je al voor een halve Schoft…'
'Laat maar zitten,' snauwde Charlie. 'Je bent afzetter. Ik zie verder wel.'
'Nee, wacht.' Het mannetje pakte Charlie bij de arm, maar liet meteen los toen hij zag hoe haar ogen vuur begonnen te schieten. 'Neem me niet kwalijk. Misschien kunnen we wel iets regelen.'
'Ik zou niet weten wat,' zei Charlie, en ze vervolgde haar weg.
Ze verwachte dat het mannetje achter haar zou aankomen maar hij verdween terug in het struikgewas, vloekend en tierend dat het altijd hetzelfde was met die stervelingen, die leken te veronderstellen dat in de Onderwereld alles gratis was.
Zijn gesakker was nog maar net uitgestorven of er sprong een meisje, met niets anders aan het lijf dan een veel te grote wollen trui, vanachter een dikke boom tevoorschijn.
'Geld wisselen?' vroeg ze, op een vrij ruwe toon.
'Hangt ervan af,' zuchtte Charlie. 'Maar kom me alvast niet vertellen dat ik honderd dollar moet geven voor één Schoft.'
'Honderd dollar, voor één Schoft,' begon het meisje te giechelen. 'Ben je soms op je kop gevallen? Ik ben geen liefdadigheidsinstelling! Honderddertig, omdat het voor jou is.'
Charlie keek het meisje diep in de ogen. Er leek iets mis met haar pupillen, die zich onregelmatig verwijdden en vernauwden zonder dat de lichtinval op haar ogen wijzigde.
'Vergeet het,' zei Charlie, 'daarnet werd me één Schoft voor honderd dollar aangeboden, en dat was al bij de haren getrokken.'
Het meisje keek over Charlie's schouder, alsof ze op zoek wilde gaan naar diegene die zo'n waanzinnig aanbod had gedaan en zei: 'Dan had je dat maar moeten doen, want zo'n gek ga je niet meer tegenkomen.'
'Dat zullen we nog wel zien,' zei Charlie, en ze duwde het meisje opzij en ging verder.
'Vrek!' riep het meisje haar na, waarop ze opnieuw achter de boom verdween.
Er al volledig van overtuigd dat de Onderwereld geen oord was als een ander stapte Charlie voort. Na enige tijd werd het pad breder en maakte het een grote bocht naar rechts om over te gaan in een kasseiweg waarlangs aan beide zijde kleine houten huizen met terrassen stonden. Die terrassen waren schamel verlicht met veelkleurige, peervormige lampen en werden bevolkt door zittende, liggende en leunende mensen van alle leeftijden en soorten. Sommigen rookten een sigaret of een sigaar, of trokken aan een pijp, anderen hielden een fles in de hand of nipten aan een beker, een kom of een glas, weer andere kauwden op iets of keken zwijgend voor zich uit. Eén ding had ze echter zonder uitzondering gemeen: geen van hen schonk ook maar een greintje aandacht aan Charlie. Integendeel, het leek wel alsof ze dwars door haar heen keken, alsof ze een onbestaande was.
'Wil je nog steeds geen geld wisselen?'
Opeens stond het gedrongen mannetje weer voor Charlie.
'Waarom negeren die lui hier mij?' vroeg ze.
'Welke lui?' wilde het mannetje weten, terwijl hij in het rond keek.
'Welke lui?' snauwde Charlie. 'Ben je blind of zo?'
'Oh, die lui,' antwoordde het mannetje. 'Da's heel eenvoudig: ze zijn er niet. Het zijn slechts geesten. Jij ziet hen, maar zij zien jou niet. Ik zie ze ook niet trouwens, omdat ik al jaren aan ze gewend ben.'
Charlie dacht er het hare van. Haar oog viel op één van de huizen waarboven in knipperende néonletters het woord WISSELKANTOOR prijkte.
'Daar ga je je geld toch niet wisselen?' vroeg het mannetje ongerust.
'Eerst horen wat ze te bieden hebben,' zei Charlie.
Het mannetje hief zijn handen in de lucht, zuchtte en zei: 'Zeg niet dat je niet gewaarschuwd was.'
Charlie, hoe dan ook op haar hoede, liet het mannetje voor wat hij was en stapte het huis binnen. De voordeur stond open en binnen, in een cirkelvormige inkomhal, brandde een dikke
kaars op een ronde tafel.
Charlie liep de tafel voorbij, ging een twee kamer binnen, waar opnieuw een ronde tafel met een kaars stond, keek even in het rond en riep: 'Hallo! Is hier iemand?'
Als antwoord kreeg ze een harde tik op het achterhoofd waarna ze met een doffe klap op de plankenhouten vloer bewusteloos viel.

 

feedback van andere lezers

  • Pake
    Verhalend sterk alhoewel je verhaal iets van een voortkabbelend beekje heeft, maar ook dat is aangenaam om bij en langs te vertoeven.
    *: foutjes

    'Geld wisselen, jongedame?'
    Als een struikrover was het gedrongen ventje van tussen het gebladerte gesprongen. Zijn ongekamde, vette haren, het ronde brilletje dat op het puntje van zijn lange scherpe neus stond, zijn ouderwetse kolbert, iets te korte broek, witte sokken en lompe schoenen, gaven hem iets van een karikatuur van iemand die voor niets anders geschikt was dan het troosteloze bestaan van een boekhouder in een raamloos, met documenten en paperassen volgestouwd kantoor.
    Charlie keek heel even om. Ze was nog maar enkele passen van de grenspost verwijderd en de grenswachter bij het wachthokje hield haar nog steeds in de gaten, maar het mannetje leek hem niet te deren, waaruit Charlie met enige voorzichtigheid opmaakte dat er niets abnormaals was aan zijn plotse verschijning.
    'Dat hangt allemaal van je wisselkoers af,' zei ze.
    Het mannetje krabde aan zijn kin en antwoordde: 'Oh, maar je zal nergens een betere koers krijgen dan bij mij. Geloof me.'
    'Enige reden waarom ik je zomaar zou moeten geloven?' lachte Charlie.
    'Omdat ik geen leugenaar ben,' antwoordde het mannetje bloedserieus.
    'Wat is je koers?' wilde Charlie weten.
    'Honderd dollar voor één Schoft.'
    'En wat kan ik voor één Schoft kopen?'
    'Euh, een krant bijvoorbeeld.'
    'Een krant?! Dat wil dus zeggen dat ik hier het equivalent van honderd dollar zou moeten ophoesten voor één krant?' reageerde Charlie verbolgen.
    'Kranten zijn hier peperduur,' zei het ventje echter onverstoord. 'Ze zijn een zeldzaamheid. Vandaar…'
    Ervan uitgaand dat ze daarmee een verkeerde maatstaf had gekozen, vroeg Charlie: 'Een kilo appelen dan. Hoeveel zou dat kosten?'
    'Mmm, even denken. Hangt er een beetje vanaf. Je hebt appelen in alle soorten en kwaliteiten. En bovendien hangt het van de regio af. In gebieden waar het hommeles is, is voedsel schaars en duur, daar waar het er wat rustiger aan toe gaat kan je al voor een halve Schoft…'
    'Laat maar zitten,' snauwde Charlie. 'Je bent *een afzetter. Ik zie verder wel.'
    'Nee, wacht.' Het mannetje pakte Charlie bij de arm, maar liet meteen los toen hij zag hoe haar ogen vuur begonnen te schieten. 'Neem me niet kwalijk. Misschien kunnen we wel iets regelen.'
    'Ik zou niet weten wat,' zei Charlie, en ze vervolgde haar weg.
    Ze verwachte dat het mannetje achter haar zou aankomen maar hij verdween terug in het struikgewas, vloekend en tierend dat het altijd hetzelfde was met die stervelingen, die leken te veronderstellen dat in de Onderwereld alles gratis was.
    Zijn gesakker was nog maar net uitgestorven of er sprong een meisje, met niets anders aan het lijf dan een veel te grote wollen trui, vanachter een dikke boom tevoorschijn.
    'Geld wisselen?' vroeg ze, op een vrij ruwe toon.
    'Hangt ervan af,' zuchtte Charlie. 'Maar kom me alvast niet vertellen dat ik honderd dollar moet geven voor één Schoft.'
    'Honderd dollar, voor één Schoft,' begon het meisje te giechelen. 'Ben je soms op je kop gevallen? Ik ben geen liefdadigheidsinstelling! Honderddertig, omdat het voor jou is.'
    Charlie keek het meisje diep in de ogen. Er leek iets mis met haar pupillen, die zich onregelmatig verwijdden en vernauwden zonder dat de lichtinval op haar ogen wijzigde.
    'Vergeet het,' zei Charlie, 'daarnet werd me één Schoft voor honderd dollar aangeboden, en dat was al bij de haren getrokken.'
    Het meisje keek over Charlie's schouder, alsof ze op zoek wilde gaan naar diegene die zo'n waanzinnig aanbod had gedaan en zei: 'Dan had je dat maar moeten doen, want zo'n gek ga je niet meer tegenkomen.'
    'Dat zullen we nog wel zien,' zei Charlie, en ze duwde het meisje opzij en ging verder.
    'Vrek!' riep het meisje haar na, waarop ze opnieuw achter de boom verdween.
    Er al volledig van overtuigd dat de Onderwereld geen oord was als een ander stapte Charlie voort. Na enige tijd werd het pad breder en maakte het een grote bocht naar rechts om over te gaan in een kasseiweg waarlangs aan beide zijde kleine houten huizen met terrassen stonden. Die terrassen waren schamel verlicht met veelkleurige, peervormige lampen en werden bevolkt door zittende, liggende en leunende mensen van alle leeftijden en soorten. Sommigen rookten een sigaret of een sigaar, of trokken aan een pijp, anderen hielden een fles in de hand of nipten aan een beker, een kom of een glas, weer andere kauwden op iets of keken zwijgend voor zich uit. Eén ding had ze echter zonder uitzondering gemeen: geen van hen schonk ook maar een greintje aandacht aan Charlie. Integendeel, het leek wel alsof ze dwars door haar heen keken, alsof ze een onbestaande was.
    'Wil je nog steeds geen geld wisselen?'
    Opeens stond het gedrongen mannetje weer voor Charlie.
    'Waarom negeren die lui hier mij?' vroeg ze.
    'Welke lui?' wilde het mannetje weten, terwijl hij in het rond keek.
    'Welke lui?' snauwde Charlie. 'Ben je blind of zo?'
    'Oh, die lui,' antwoordde het mannetje. 'Da's heel eenvoudig: ze zijn er niet. Het zijn slechts geesten. Jij ziet hen, maar zij zien jou niet. Ik zie ze ook niet trouwens, omdat ik al jaren aan ze gewend ben.'
    Charlie dacht er het hare van. Haar oog viel op één van de huizen waarboven in knipperende néonletters het woord WISSELKANTOOR prijkte.
    'Daar ga je je geld toch niet wisselen?' vroeg het mannetje ongerust.
    'Eerst horen wat ze te bieden hebben,' zei Charlie.
    Het mannetje hief zijn handen in de lucht, zuchtte en zei: 'Zeg niet dat je niet gewaarschuwd was.'
    Charlie, hoe dan ook op haar hoede, liet het mannetje voor wat hij was en stapte het huis binnen. De voordeur stond open en binnen, in een cirkelvormige inkomhal, brandde een dikke kaars op een ronde tafel.
    Charlie liep de tafel voorbij, ging een twee*de kamer binnen, waar opnieuw een ronde tafel met een kaars stond, keek even in het rond en riep: 'Hallo! Is hier iemand?'
    Als antwoord kreeg ze een harde tik op het achterhoofd waarna ze met een doffe klap op de plankenhouten vloer bewusteloos * neer viel.

    koyaanisqatsi: ;-)
  • greta
    Die onderwereld gaat steeds meer lijken op onze wereld, gezien de woekerkoersen en hebberige mannetjes die opduiken. Wij noemen ze 'banken'.

    koyaanisqatsi: Hoor ik daar een fanatiek antikapitalist? :-)
  • Mistaker
    Ik heb weer drie afleveringen gelezen en het is en blijft een lekker verhaal.
    Als SP'er ben ik het eens met de andere Greta.

    Groet,
    Greta
    koyaanisqatsi: Join the club! ;-)
Er zijn 4 bezoekers online, waarvan 0 leden: .