writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Galtur de Grote (1)

Galtur de Grote





1.

Het zwartharige jongetje met de trieste ogen en de rode muts rilde en schoof dieper in zijn versleten jas. Een druilerige regen maakte alles nat en een koude wind sneed door merg en been. April koketteerde weer met één zijner grillen. Het was nochtans druk in de stad, zaterdag en marktdag. Huismoeders van alle leeftijd en slag deden hun wekelijkse boodschappen, sommigen vergezeld van hun hele kroost, anderen alleen of met hun echtgenoot. Het jongetje kwam op het marktplein van Mechelen waar het nog drukker was dan in de aanpalende straten. Marktkramers prezen luidruchtig hun waren aan. De standhouders met groenten en fruit waren dominant aanwezig, velen ook met bloemen en textiel. Sommigen werkten vanuit een peperdure koelwagen, anderen stelden hun waren tentoon op een eenvoudig houten staketsel, weliswaar onder grote paraplu's. Op de achtergrond weerklonk orgelmuziek, weemoedig en aangenaam, bekende en polulaire wereldmelodieën. De kille lucht tussen de kramen was doordrongen van verschillende dooreenlopende geuren, gebraden kip, wafels en de meest penetrante, gebakken uien. Dit alles intresseerde het jongetje niet bijster, hij had meer oog voor de marktbezoekers. Even liep hij in het spoor van een jonge moeder met een kinderwagen, maar toen die begroet werd door een andere jonge vrouw en die twee een drukke conversatie begonnen, vervolgde hij zijn weg. Zijn blik viel op een ouder echtpaar dat fel gesticulerend wenskaarten uitkoos aan een kraam rechts voor hem. Onopvallend nam hij plaats naast de dame wiens handtas nonchalant op haar rug bengelde. Het paar raakte het niet eens, de man opteerde voor felgekleurde en wat oudbollige kaarten, de vrouw was moderner van smaak, wou kaarten in zachte pastel en met een subtiele tekening. De marktkramer keek verveeld toe. Toen ze het eindelijk eens waren, nam de vrouw de handtas van haar schouder om af te rekenen. Tot haar ontsteltenis bleek haar portemonnee verdwenen. Van het jongetje was geen spoor meer te bekennen.
Aan de andere kant van het plein stond een kleurrijk figuur naast zijn straatorgeltje dat hij met gelijkmatige bewegingen aanzwengelde. Hij was opvallend klein, amper anderhalve meter en zijn dwergachtige figuur werd nog geaccentueerd door zijn opvallend hoge donkerblauwe buishoed en een lange jas van dezelfde kleur die tot zijn voeten reikte. De jas was behangen met ontelbare gele en rode metaalachtige hebbedingetjes : spelden, belletjes, decoraties, pistooltjes, tinnen soldaten, poppetjes, beertjes en nog een groter aantal op het eerste gezicht ondefinieerbare. Het orgeltje had op het front dezelfde vreemde kleurstelling als de outfit van het mannetje: blauw met franjes rood en geel. Wijl hij het orgeltje aandraaide, zwaaide hij ritmisch met zijn heupen en de vrolijke meeslepende muziek werd aangevuld met het geklingel en gerinkel van de spulletjes op zijn jas en dit resulteerde in een opvallend harmonische samenhang. Aan zijn voeten stond een metalen bekertje, schijnbaar van dezelfde materie als de spulletjes op zijn jas. Het was half gevuld met munten en geldbiljetten.
Weinig marktbezoekers hadden oog voor de kleine muzikant met de grijze baard en de waakzame donkere ogen. De mensen deden hun hoogstnoodzakelijke boodschappen en spoedden zich huiswaarts, zij baalden van het slechte weer. De leeftijd van het mannetje was moeilijk in te schatten, hij kon evengoed veertig als zeventig zijn. Een bejaarde dame met een paraplu bukte zich over zijn bekertje en stopte er een geldstuk in. Het heertje dankte met een nauwelijks zichtbare hoofdbeweging en een stil "merci". In haar kielzog bukte het jongetje met de rode muts zich over de geldbeker en dropte er duidelijk hoorbaar een munt in. Toen hij zich haastig wou verwijderen reageerde de orgeldraaier op een onverwachte manier. In één beweging, nauwelijks waarneembaar voor het blote oog, rukte hij één van de spulletjes van zijn jas en richtte dit in de richting van de kleine jongen. Het nauwelijks twee cm grote gele wandelstokje met ronde handgreep, want dit was het, transformeerde bliksemsnel in een meterslange stok. Voldoende lang om de jongen ten val te brengen toen het afgeronde deel om één van zijn onderbenen haakte. De pols van het jongetje verdween in een ijzeren greep en hij werd achter het orgeltje gesleept.
"Goed geprobeerd, maar niet goed genoeg kleine dief," siste de orgeldraaier, "mijn geld terug !"
Het jongetje spartelde vloekend tegen.
"Lelijke rotdwerg laat me met rust !"
Hij kon echter niets beginnen tegen de veel sterkere kleine man. Met zijn vrije hand onderzocht die de de armtierige kleren van de jongen. De losse geldbiljetten verdwenen met spoed in zijn eigen zak en de drie geldbeugels die tevoorschijn kwamen legde hij op de grond. Een vuist van de jongen raakte de orgeldraaier op zijn neus. Deze laatste verstevigde zijn greep en reageerde woedend :
"Nu ga ik echt boos worden jongetje."
"Mijn vrienden zullen je krijgen!"
Hij spartelde nog steeds tegen, schopte tegen het orgel. De orgelman zette zijn onderzoek verder en haalde een plastic zak, een tube lijm en wat later een flesje ether boven.
"Een snuiver,"mompelde hij, "hoe heet je ventje ?"
Hij hield het hoofd van de jongen in de vouw van zijn linkerarm en oefende druk uit.
"Nita," kreunde het kind, "mijn naam is Nita".
Allebei spraken ze met een vreemde tongval.
"Problemen Galtur ?" De lange gestalte van de bloemenverkoper boog zich over het orgel.
"Niets dat ik niet aankan George, mijn neefje had een lesje nodig dat is alles."
De kleine man liet het jongetje los, duwde met zijn voet de geldbeugels tussen de wielen van zijn orgel en stopte het intussen tot zijn oorspronkelijke afmetingen gereduceerde wandelstokje in zijn jas. Het jongetje gaf hem een woedende blik en verdween tussen de kramen. De bloemenverkoper knikte en wendde zich tot een wachtende klant aan zijn kraam tegenover het orgel. Galtur keek het diefje secondenlang peinzend na waarna hij zich naar zijn orgeltje draaide om het marktplein opnieuw te vullen met warme meeslepende muziek.

Met gemengde gevoelens slenterde Nita door het stadscentrum. Hij was razend op de dwerg met het orgel maar meer nog overheerste de angst, angst voor Sacha en diens reactie. De markt liep naar het einde en de standhouders begonnen hun kramen af te breken. Hoe kon hij nu nog zijn dag goedmaken zonder risico's te nemen. Deze stad van zijn vrienden Jeff en Mo was hem te lief. Wat dom van hem om die orgelman te bestelen, voor dat beetje geld. Maar het leek hem zo eenvoudig. Hij had die truc al zo dikwijls toegepast en steeds met succes. Die dwerg moest ogen op zijn rug hebben. En wat te denken van zijn snelle reactie. Als hij nu nog in was geweest voor een deal, het geld voor de dwerg en de rest voor hem, tenslotte kon Sacha alles gebruiken, paspoorten, rijbewijzen, bankkaarten. De Rus had daar allemaal een bestemming voor. Neen dat zou Sacha niet nemen. Hij zou denken aan de vorige keer. Nita rilde bij de herinnering. Hij had het toen amper overleefd. Akkoord het was zijn eigen schuld geweest, hij had dat geld niet moeten achterhouden, dat was zeer dom en ondankbaar van hem. Hij had tenslotte veel te danken aan de Rus. Wie had hem weggeplukt uit de hel van de riolen van Boekarest en wie had hem opgeleid. Hij moest ook dankbaar zijn dat hij dit werk mocht doen, veel van de protégees van de Rus waren er erger aan toe en zolang hij voldoende binnenbracht lieten ze hem 's avonds met rust. Het beste wat hij kon doen was de dwerg te volgen, zijn kans af te wachten en op het gepaste moment toe te slaan. Mislukte dit dan moest hij de Russen simpelweg de waarheid vertellen maar ook dan zouden zij hem straffen, daar maakte hij zich geen illusies over.
Meestal trakteerde hij zichzelf op dit uur 's zaterdags op een hamburger of een wafel met slagroom om daarna zijn vrienden te vervoegen in het Vrijbroekpark. Maar hij had totaal geen honger, noch zin om zich te vermaken in de speeltuin. Evenmin had hij zin om naar Brussel te sporen, niet met lege handen.
Zonder dat hij er erg in had, kwam hij terug uit op de locatie van de orgelman. Diens muziek was al een wijl gestopt en van hem was geen spoor meer te bekennen. Nita versnelde zijn pas en begon de aanpalende straten uit te kammen. Geen spoor van de kleine man. Misschien moest hij een marktkramer uithoren. De knappe dame van het lingeriekraampje kon hem niet verderhelpen en ook niet de wafelbakker en de bloemenverkoper. Niemand had de kleine orgeldraaier zien passeren. Hij kwam uit op een brede straat, IJzerenleen verduidelijkte een groot naambord aan de gevel van een oud herenhuis. Hier had hij meer geluk. Een standwerker had de orgeldraaier gezien, nog niet zo lang geleden. Hij was er met zijn orgeltje langs gegaan in de richting van de Vismarkt. Nita bedankte de man en spoedde zich naar de aangewezen straat. Die paalde aan een zijarm van de Dijle en de wind had hier vrij spel. Steeds minder voorbijgangers in het straatbeeld, wel enkele wagens en een eenzame fietser. Op het water van de Dijle dobberde de Karimata, een groot bootrestaurant met Griekse specialiteiten, het schip zou enkele jaren later bij de bouw van de voetgangersbrug op de Winketkaai komen te liggen. Nita liet het links liggen en vervolgde zijn weg. Geen sterveling te bekennen in het lange en smalle straatje rechts. De Vismarkt kronkelde weg van de rivier. Iets verder stond hij voor een dilemma : links richting Dijle of rechts richting stadscentrum nemen. Hij besloot zijn intuïtie te volgen en kwam links aan een bruggetje over het water. Het was net breed genoeg om een auto door te laten. Tientallen vaartuigen, meest plezierjachten maar ook woonboten lagen langs beide zijden van het water. Nita stak het bruggetje over en toen zag hij hem, naast de schepen, zo'n vijftig meter verder, worstelend met de weergoden. Hij had een kwieke manier van lopen. De felle wind had het op zijn buishoed gemunt, zijn jas stond bol geblazen en zijn orgeltje zwalpte heen en weer. Nita ging hem behoedzaam achterna. Even later was er van de kleine man geen spoor meer te bekennen. Hij leek wel van de aardbodem verdwenen. Het jongetje versnelde zijn pas maar de orgelman was nergens te bespeuren. De huizen langs de kade had hij niet betreden, dat zou hij gemerkt hebben. Ofwel was hij in het water gesukkeld ofwel wachtte hij hem op in één van die boten. Voor het eerst bekeek hij de boten wat nauwkeuriger. Een donkerblauw geverfde woonkotter waarop in gothische gele letters Vagebond was geschilderd trok zijn aandacht. Naast de kajuit lag een groot bord in hetzelfde blauw waarop met rood-gele letters "Galtur the Great" was geschilderd. Bingo ! Die bloemenverkoper op de markt had die kleine dief Galtur genoemd en die boot, dat bord en de jas van de kleine man waren in hetzelfde blauw. Behoedzaam kwam hij dichterbij en wat hij zag nam zijn laatste twijfels weg : Galtur was, met zijn rug naar de straatkant, bezig zijn orgeltje in de kajuit te bergen. Nita verschool zich achter een boom tegenover de Vagebond. De orgeldraaier had hem nog niet opgemerkt. Wat nu gedaan. Alleen kon hij niets tegen de kleine man beginnen en Sacha verwachtte hem in Brussel, anders had hij de nacht kunnen afwachten om toe te slaan. Best was de Rus te bellen en hem de waarheid te zeggen. Nita vormde een nummer op zijn gsm. Reeds in de eerste beltoon werd er opgenomen, alsof hij verwacht werd.
"Wat nieuws van mijn beste medewerker ?" De schorre stem van de Rus klonk poeslief.
"Sacha, ik ben bestolen !"
"Vertel !"
Zo getrouw mogelijk bracht Nita verslag uit. De Rus onderbak hem een paar maal met gerichte vragen waarop de jongen eerlijk antwoordde. Na het verslag ontstond een lange en pijnlijke stilte. Nita ervoer de angst als een ijzeren vuist om zijn keel. Uiteindelijk siste de Rus :
"Ik hoop dat je me niet in de maling neemt kereltje."
"Ik zweer het Sacha, het is de waarheid."
"Ok luister goed, je blijft in de stad en tracht nog wat van je verlies te recupereren, probeer de warenhuizen of de geldautomaten. Ik moet toevallig in Mechelen zijn vanavond, ik zie je rond 8 uur aan die boot, begrepen Nita ?"
"Ja Sacha, ja."
De Rus verbrak de verbinding.
Nita wreef het zweet van zijn voorhoofd en stopte de gsm in zijn zak. Ergens was hij opgelucht. Sacha geloofde hem en bovendien kon hij nog één en ander goedmaken, alhoewel, door hem helemaal alleen in warenhuizen te laten optreden strafte de Rus hem. Een subtiele straf die verstrekkende gevolgen zou kunnen hebben. Warenhuizen pakte je met twee aan, dat was een ongeschreven wet in hun middens. Werd je betrapt dan was de kans klein dat je nog buit op zak had, daar was je compagnon al mee lopen.
Dat Nita op markten alleen werkte was ook eerder uitzondering, de meeste andere jongens werkten in team. Dat zei ook iets over zijn talent natuurlijk. Maar zolang zijn werkterrein zich buiten situeerde maalde hij daar niet om, zijn twaalfjarige vlugge jongensbenen waren geen partij voor zijn zorgvuldig uitgezochte slachtoffers.
Hij wierp nog een snelle blik op de Vagebond en keerde op zijn stappen terug, richting centrum van Mechelen.

 

Er zijn 9 bezoekers online, waarvan 0 leden: .