writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Het Bestaan in al zijn Eenvoud (9)

door koyaanisqatsi

Met een zucht die paste bij zijn zware lichaam kwam de Grootmogol overeind. Hij stak zijn pijp in zijn linker mondhoek, zette zijn tulband wat rechter op zijn hoofd, streek zijn kaftan glad en liep naar het kleine fornuis in de hoek van zijn eenvoudige éénkamerwoning om water te koken en thee te zetten.
'Ik overweeg te hertrouwen,' zei hij met zijn blik op de waterketel gericht terwijl hij deze op het vuur zette, 'met een jong poppetje welteverstaan.'
'Dat spreekt vanzelf,' zei Abel Bocoum. Hij kende de Grootmogol al lang genoeg om te weten dat hij zich nooit aan een oudere vrouw zou binden. Van zijn eerste vier vrouwen was hij gescheiden van zodra hij merkte dat ouderdomsverschijnselen hun lichaam begonnen aan te tasten. Zijn vijfde vrouw was hem een stapje voor geweest en had hem een koekje van eigen deeg gegeven. Ze was er uit getrokken met een rondreizende goochelaar, die jaren jonger was dan zijzelf en die ze, tenminste als men de geruchten mocht geloven, niet veel later alweer zou hebben ingeruild voor een nog jongere acrobaat, in feite nog een echte snotneus. De Grootmogol had er niet lang van wakker gelegen. Binnen de twee maanden na haar vertrek had hij alweer een jeugdige verschijning tot de zijne genomen maar van zijn voornemen het ditmaal langer uit zingen was niets in huis gekomen. Voor het eerst slaagde hij erin zijn echtgenote te bezwangeren; een gebeurtenis waar mee hij, gezien zijn gevorderde leeftijd zo goed als geen rekening meer had gehouden en die meteen het lot van het huwelijk bezegelde.
Nu was het dus opnieuw zo ver. Abel Bocoum vroeg zich af hoe de Grootmogol er telkens weer in slaagde een jong meisje te strikken. De man was straatarm, kon zich niet eens een bescheiden huwelijksfeest veroorloven en had allang zijn geloofwaardigheid als standvastig echtgenoot verloren.
'Ken ik de gelukkige?' vroeg hij met begrijpelijke nieuwsgierigheid.
De Grootmogol leek even na te denken, wendde zich af van het fornuis en antwoordde: 'Mogelijk. Het is de eierenverkoopster die haar vaste stek op de hoek van het Plein der Verzuchtingen heeft.'
Abel Bocoums mond viel open van ongeloof. De eierenverkoopster was een ongemeen bekoorlijke schoonheid. Iedereen die haar kende was het erover eens dat ze ooit haar arme bestaan zou kunnen inruilen voor een luxueus leven onder de hoede van een welstellende man met goeie smaak, al was dat laatste geen vereiste vermits goede smaak een onnodige conditie was om voor de aantrekkelijkheid van het meisje te vallen.
'Een… Een goeie keus,' stamelde Bocoum, die een steek van jaloezie door zijn borst voelde snijden.
'Voor de tijd dat het 'em zal doen,' reageerde de Grootmogol profetisch.
'Haar schoonheid indachtig, zal de tand des tijds heel wat moeite hebben om haar in te halen,' zei Bocoum, niet vleiend bedoeld maar in een poging om de Grootmogol tot wat wijsheid te bewegen.
De Grootmogol haalde de schouders op. Hij haalde twee kopjes uit een kleine kast te verschijn, liet in elke ervan een lepeltje vallen en liet er volgens een theebuiltje in zakken.
'Dat dacht ik van mijn vorige vrouwen ook,' mompelde hij, zijn pijp in zijn mondhoek dansend, 'maar ik maak me geen illusies meer. Niemand ontsnapt aan lichamelijk verval. En wij mogen ons gelukkig prijzen, Abel Bocoum, mannen te zijn. Want mannen worden nog niet voor helft zo wreedaardig afgerekend op hun leeftijd dan vrouwen.'
'Zijn wij daar dan niet voor een groot deel verantwoordelijk voor?'
De Grootmogol schudde het hoofd.
'Nee. Zo heeft het leven het beslist. Wij zijn maar speelballen, evengoed als de vrouwen. Het lijkt er misschien vaak op dat wij bevoorrecht zijn, maar dat is slechts schijn. Niet zelden zijn wij het zielige kamp van de bestaande sexen, alleen beseffen we het meestal niet.'
Abel Bocoums gedachten dwaalden af naar de eierenverkoopster. Haar lange, gitzwarte haren zaten altijd netjes opgestoken met een eenvoudige, houten haarspeld. Ze droeg steevast sobere kleren, meestal lange gewaden, van wit of pastelkleurig linnen, die haar jonge boezem zedig bedekten. Haar huid had een lichte glans van brons en haar donkere ogen waren amandelvormig en versierd met lange wimpers en ragfijne wenkbrauwen. Ze droeg nooit opmaak of juwelen, zelfs geen goedkope oorringen. Haar soberheid zette zich voort in haar ingetogen houding, die getuigde van oprechte bescheidenheid. Misschien was deze laatste eigenschap haar wel fataal; balanceerde ze op de rand van een minderwaardigheidscomplex, waardoor zich tevreden stelde met een huwelijk met een oude man waarvan geweten was dat hij zijn echtgenote bij het verschijnen van haar eerste gelaatsrimpel bij het vuilnis zette.
'Hoe dan ook,' zuchtte de Grootmogol opnieuw terwijl de waterketel van het vuur nam en de kopje vulde. 'Ook ditmaal ben ik niet van plan een feest te geven. De financiën laten het niet toe en per slot van rekening zijn zo'n gelegenheden er toch alleen omdat de vrienden en familieleden van het echtpaar zich zouden kunnen volstoppen met drank en voedsel.'
De ervaring van de afgelopen uren indachtig, kon Abel Bocoum de Grootmogol alleen maar overschot van gelijk geven.

 

feedback van andere lezers

  • Wee
    Hoe krijgt de Grootmogol het voor elkaar? Hij stoot al af op 'papier' alleen al :)
    (Alinea vijf: 'die een steek van jaloezie door zijn borst voelde snijden.' Dat hoeft toch niet tussen 'haakjes'?)
    Graag gelezen weer!
    x
    koyaanisqatsi: Hoe krijgt hij het voor mekaar? Dat heb ik me al van veel mensen (mannen) afgevraagd... ;-) Misschien... (zie reactie Joplin)
  • joplin
    Het diepe timbre van zijn stem
    pure verleiding
    x


    koyaanisqatsi: Zou dat het zijn? ;-)
Er zijn 8 bezoekers online, waarvan 1 lid: Koyaanisqatsi.