writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Het Bestaan in al zijn Eenvoud (11)

door koyaanisqatsi

Pas toen Abel Bocoum opnieuw voor de ingang van zijn kartonnen doos stond, herinnerde hij zich het onaangename bezoek van de dag voordien. De Minister van Huisvesting had er geen twijfel over laten bestaan: binnen de twee weken moest de doos vervangen zijn, zoniet waren de consequenties dramatisch.
Wat een strengheid, dacht Bocoum met enige verbolgenheid. Akkoord, zijn doos had haar beste tijd gehad, was hier en daar aangetast door schimmel en vertoonde een paar kleine scheuren, maar wat dan nog? Een doos zoals deze was moeilijk te vinden. Ze had interne flappen, die hem in staat hadden gesteld zijn woonst op te delen in twee kamers, een luxe waarvan veel van zijn kennissen slechts konden dromen. En dan zweeg hij nog over de omvang. Buitenmaatse kartonnen dozen waren op zich al een zeldzaamheid, intacte buitenmaatse kartonnen een regelrechte rariteit! En er was geen alternatief! Hij beschikte slechts over een vergunning voor het bezitten van een kartonnen woonst, dus met golfplaat of houtvezel moest hij niet komen aandraven.
Wanhoop overviel hem, als een sluwe struikrover die het gepaste moment had afgewacht om toe te slaan. Zijn optimistische gedachten, die zijn leven de afgelopen uren hadden opgefleurd, werden als stofpluisjes weggeblazen en maakten plaats voor een weemoed die hem herinnerde aan zijn armzalige bestaan. Een bestaan dat hij leidde vanaf zijn geboorte. Een vondeling, dat was hij, gevonden tussen een stapel koolbladeren door een landloperskoppel met een zwaar drankprobleem. Hij was nog geen vijf toen hij de bierstank, die zowel de onder de zweren zittende man als de van de luizen vergeven vrouw verspreidde, kotsbeu was en hij besloot om op zijn eentje de wijde wereld in te trekken. Onderdak werd hem algauw geboden, door een oud vrouwtje dat niet bij haar verstand was en hem voor een aap hield. Ze voerde hem met noten en bananen, zette hem te pas en te onpas op een boomstronk, die ze speciaal voor hem vanuit haar verwaarloosde moestuin tot in haar woonkamer had gesleept, en dacht hem te vermaken door constant apengeluiden tegen hem te maken. Na anderhalve week hield hij het er dan ook voor bekeken. De eenzijdige voeding had hem ziek gemaakt, het dierlijke gewauwel bijna gek.
Hij sliep een tijdje onder bruggen, in leegstaande huizen en dozen, scharrelde dagelijks net voldoende eten bijeen en laafde zijn dorst aan de talloze fonteinen, zowat de enige symbolen van praalzucht waarover de voor de rest door grauwheid getekende industriestad beschikte.
Wat later werd hij opgevangen door een bakker, een norse vent die behalve brood bakken en verkopen zijn dagen vulde met het invullen van kruiswoordraadsels. Veel meer dan een huisslaafje was hij niet, maar hij had een dak boven zijn hoofd, kreeg regelmatig eten en drinken en, dat was de bakker zijn zaak wel verplicht, op tijd en stond schone kleren.
Tot zijn tiende zou dit zijn lot zijn. Toen blies de bakker totaal onverwacht, slapend als een roos, zijn laatste adem uit en was Abel Bocoum van de ene op de andere dag opnieuw dakloos. Ondertussen had hij zichzelf, door de bakker stiekem in het oog te houden tijdens het invullen van zijn letterpuzzels, leren lezen en schrijven; een fenomenale verdienste alles welbeschouwd, die spoedig haar vruchten afwierp. Hij geraakte aan een baantje als krantenjongen, kreeg toestemming om op de zolderverdieping van de drukkerij van de krant te slapen en zou daar waarschijnlijk nog lang zijn gebleven als een militaire staatsgreep geen abrupt einde had gemaakt aan het verspreiden van alle oppositiekranten, waarvan zijn werkgever de voornaamste was.
Hij zou nog jaren van het ene luizenbaantje naar het andere sukkelen en ontelbare tijdelijke woonplaatsen betrekken, tot hij op een dag door stom toeval ontdekte over een deftige stem te beschikken. Dat gebeurde toen hij een bruidsstoet zag passeren en de bruid hem zo oogverblindend leek dat hij spontaan haar schoonheid begon te bezingen. De feestvierders hielden verbaasd halt, luisterden met gezichten glunderend van vermaak naar zijn loflied en bedankten hem na afloop met een flinke fooi. Bocoum besloot meteen om voortaan in zijn behoeften te voorzien door voor bruidstoeten te zingen, en hoewel het hem geen fortuinen opleverde -verre van zelfs- kon hij er van leven.
Niet lang na de ontdekking van zijn zangstem stuitte hij in een verlaten steeg op een kartonnen doos; een buitenmaatse kartonnen doos, intact en met interne flappen. Lang moest hij de doos niet bestuderen om erachter te komen dat er wat mee aan te vangen viel. Hij zeulde hij haar, niet zonder moeite, tot aan de oever van de rivier, haastte zich naar de burgemeester om een vergunning te halen en vestigde zich voor het eerst in zijn leven op een vaste plek. Met het ongeschikt als woonst verklaren door een ellendeling die zich Minister van Huisvesting noemde, dreigde hier nu een eind aan te komen.

 

feedback van andere lezers

  • Wee
    Prachtig in wonderlijkheid.
    x
    koyaanisqatsi: (bloos)
    xxx
  • joplin
    een rijk zangminnend liefje voor Abel!
    xx
    koyaanisqatsi: Was het maar zo... :-( xxx
  • GoNo2
    Genoten!
    koyaanisqatsi: thnks again
Er zijn 5 bezoekers online, waarvan 0 leden: .