writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Het Bestaan in al zijn Eenvoud (17)

door koyaanisqatsi

'Abel Bocoum, da's lang geleden.'
'U kent me nog,' lachte Bocoum geforceerd. Hij veinsde aangenaam verrast te zijn maar in wezen vond hij het bijna beangstigend dat de Regelaar hem na al die jaren nog herkende.
'Iemand met mijn beroep kan zich maar beter zo veel mogelijk gezichten en de bijhorende namen inprenten,' zei de Regelaar terwijl hij Bocoum uitnodigde te gaan zitten. 'Maar daarvoor bent u natuurlijk niet gekomen: om herkend te worden, bedoel ik.'
Over herkennen gesproken… Bocoum zelf herkende de Regelaar nauwelijks. Wat was hij veranderd. Bij hun eerste ontmoeting was het een nog spichtige jongeman, duidelijk een gladde jongen, modieus gekleed en gekapt, van het verleiderstype. Nu keek hij naar een kalende grijsaard, weliswaar niet dik, maar wel met het opgeblazen gezicht van iemand die veel meer medicatie tot zich neemt dan goed voor hem is, met een rond brilletje op zijn neus en met een licht gekromde rug. Hij zag er veel meer uit dan een oude notaris die zich nog alleen bezighield met het afhandelen van lopende zaken, dan als een regelaar van zaken die al dan niet daglicht konden verdragen. Zijn kantoor wekte, met zijn propvolle boekenkasten en stapels dossiers, precies diezelfde indruk.
'Vertel eens, Abel Bocoum, met wat kan ik je van dienst zijn?'
Alsof hij zich van het aanhoren van schokkend nieuws moest herpakken, haalde Bocoum diep adem.
'Ik woon in een kartonnen doos, aan de andere kant van de stad, langs de oever van de rivier, daar waar deze zo recht loopt dat menige vreemdeling hem per vergissing voor een kanaal houdt. Gisteren kreeg ik het bezoek van een man die zich uitgaf voor een Minister van Huisvesting, wat ik normaal gezien nooit zou geloofd hebben maar vermits hij vergezeld was door de burgemeester van de sloppen -zowat de enige man met aanzien in de wijde omtrek- en een gelegenheidsagent, kon ik niet anders dan zijn titel voor waar aannemen. Beleefd maar streng vroeg de man of hij mijn woonst mocht betreden; een verzoek waarmee ik, hoewel met tegenzin, meteen toestemde, al was het maar om me geen onnodige moeilijkheden op de hals te halen. Tevreden met zoveel spontane bereidwilligheid stapte de man daarop mijn kartonnen doos binnen om een goed kwartier later opnieuw naar buiten te komen en met zijn bezem, die al die tijd onder zijn lange jas verborgen had gezeten, enkele bezwerende bewegingen te maken. Ik vroeg de burgemeester zo stil mogelijk wat dit mocht betekenen, maar deze had er ook geen flauw idee van. Toen de man zijn bezem weer had opgeborgen, schraapte hij zijn keel, zette een hoge borst op en zei: "Die doos van u, meneer, heeft duidelijk zijn beste tijd gehad. U zal zich een nieuwe moeten aanschaffen. Ik geef u twee weken de tijd om hier werk van te maken, zoniet zal ik mij verplicht zien uw doos te laten platwalsen en u te laten deporteren naar een afspanning waar zich alleen maar schorremorrie ophoudt. En tussen ons gezegd en gezwegen: u ziet mij er niet iemand uit die zich daar op zijn gemak zou voelen. Daarvoor lijkt u me al te erudiet."
Plompverloren begon ik naar de burgemeester te staren, maar die knikte alleen maar terwijl hij plechtstatig de omslagen van zijn tot op de draad versleten colbert omklemde.
"De Minister heeft gelijk," beaamde hij, "een beschaafd man als u zou daar maar moeilijk kunnen aarden. Niet dat het onmogelijk zou zijn -voorbeelden zat die het tegendeel kunnen bewijzen-, maar een gezondheidswandeling zou het beslist niet worden."
Zonder dat ik het besefte had de Minister ondertussen mijn hand gepakt en terwijl hij deze zowel welgemeend als ingetogen begon te schudden zei hij op een sussend toontje: "Ik ben er zo goed als zeker van dat u het wel zal redden, per slot van rekening is twee weken, in dit geval althans, zo goed als een eeuwigheid." Daarna liet hij de gelegenheidsagent en de burgemeester met een hoofdgebaar verstaan dat het tijd was om op te krassen.'
De Regelaar beet even nadenkend op zijn onderlip, knikte een paar keer en vroeg: 'Heb je enig idee welke Minister van Huisvesting het was?'
Bocoum begreep de vraag niet en trok een, hulpeloosheid uitbeeldend, scheef gezicht.
De Regelaar zuchtte.
'Deze stad, Abel Bocoum, telt meer Ministers van Huisvesting dan een huis bakstenen. Het is dus van cruciaal belang de identiteit van de man in kwestie te achterhalen. Zonder dat gegeven kan ik weinig beginnen. Je moet namelijk weten dat er net zoveel soorten van die gasten rondlopen dan er types mensen zijn. Sommigen van hen zijn corrupt, anderen onkreukbaar, je hebt er halfzachte tussen en bikkelharde, kerels met humor en deerniswekkende droogstoppels. Er zitten mannen van de actie bij en mannen die het alleen maar bij dreigementen houden. Blaaskaken en mensen uit één stuk. Vergeet niet, ze hebben zich allemaal zelf benoemd, en dus is zo goed als alles mogelijk.'
Bocoum knikte begrijpend, al wist hij verder niet meteen wat te doen.
'Eerlijk gezegd,' slikte hij, 'heb ik er geen flauw idee van hoe ik dat te weten kan komen.'
'Da's toch eenvoudig,' reageerde de Regelaar bijna lachend, 'je hoeft je licht maar op te steken bij de burgemeester van de sloppen.'
Bocoum voelde zich krimpen van schaamte. Wat was hij toch een uilskuiken vergeleken bij deze welbespraakte, vindingrijke man.
'Dat ik daar niet zelf aan gedacht heb,' zuchtte hij, op een toontje vol zelfverwijt.
Maar de Regelaar stak vergoelijkend zijn hand op en zei: 'Daarom hebben mensen als ik zo hun nut, Abel Bocoum. Dus lig daar maar niet van wakker.'

 

feedback van andere lezers

  • Wee
    Klasse!
    x
    koyaanisqatsi: ACH... :-) xxx
  • greta
    De bureaucratische systemen zijn overal.
    Een heerlijke serie weer, heer K.
    koyaanisqatsi: Wat zouden we zijn zonder bureaucratie? ;-)
  • joplin
    Straks zitten we in het slot bij Kafka
    xx
    koyaanisqatsi: Dat niveau ga ik niet halen, vrees ik. xx
Er zijn 4 bezoekers online, waarvan 0 leden: .