writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Het Bestaan in al zijn Eenvoud (19)

door koyaanisqatsi

De Minister van Huisvesting woonde in een afgedankte leeuwenkooi die in vervlogen tijden had toebehoord aan een ondertussen opgedoekt circus. Drie van de vier wielen waren kromgetrokken en scheefgezakt, alsof ze letterlijk onder het gewicht van de kooi gebukt gingen. Het vierde wiel ontbrak en was, om de kooi min of meer waterpas te houden, vervangen door slordig gestapelde tegels.
De man zat gehurkt als een aap met zijn handen uit een diep bord te eten. Hij morste constant iets wat op een dikke, kleverige pap leek, waardoor zijn kleren helemaal onder de vale vlekken zaten en zijn kin de indruk wekte zich achter een witte sik te verschuilen.
Abel Bocoum bleef hem van op een afstand gadeslaan. Een voorgevoel vertelde hem dat hij zijn bezoek niet in dank zou afnemen en de kans dus ook klein was dat hij zijn naam zou prijsgeven.
Bocoum hoopte iemand te zien die hem misschien kon helpen, maar de kooi stond midden op een rond plein dat omgeven was met leegstaande kantoren en pakhuizen. Het was de eerste keer in zijn leven dat hij zich naar deze buurt van de stad had begeven. Niet omdat het er gevaarlijk was, maar omdat er nauwelijks tekenen van leven waren. Honderd jaar geleden gonsde het er nochtans van de bedrijvigheid. Toen had iedere noemenswaardige onderneming er op zijn minst één filiaal. De buurt was toen het kloppende hart van de stad en zou dat blijven, tot de tijden zodanig veranderd waren dat een algehele leegloop onvermijdelijk was. De bedrijven waren in sneltempo verhuisd naar het nieuwe industriegebied aan de rand van de stad of de haven verderop, waar moderne infrastructuur beantwoordde aan de noden van de tijd. De weinige zaken die tot het bittere eind achterbleven zaten in slechte papieren en waren in feite al eerder ten dode opgeschreven.
'Kom je die vent bezoeken?'
Abel Bocoum schrok. Achter hem was vanuit het niets een opvallend kleine man opgedoken, gekleed in een oranje overall. De man trok een vies gezicht, alsof zijn neusgaten geplaagd werden door een geur van rottend vlees, was behoorlijk kalend en hield zijn handen diep in zijn broekzakken gestoken.
'Ja en nee,' antwoordde Bocoum nadat hij van de verrassing bekomen was.
De man wees met zijn kin naar de kooi en bromde: 'Ik denk te weten wat je bedoelt. Om die kerel eer te betonen kom je beslist niet. Dat zou te veel eer zijn voor die etter. En om iets van hem gedaan te krijgen waarschijnlijk ook niet, want dan zou je de eerste mens zijn die daar in slaagt. Die geschifte schoft is de overtreffende trap van egoïsme in levende lijve, en voor de rest één brok harteloosheid. Ziet u het eten, dat hij als een beest naar binnen werkt? Dat wordt hem gebracht door zijn echtgenote, die zich bij verschillende rijke gezinnen te pletter zwoegt als poetsvrouw en kinderoppas. Driemaal daags haast die arme vrouw zich naar de kooi van meneer de Minister, om hem te bevoorraden. Een woord van dank of een compliment kan er nooit af. Integendeel, meneer klaagt constant dat het eten te warm, te koud, te flauw of te sterk gekruid is. Hij heeft zich teruggetrokken in de leeuwenkooi omdat hij zich zelf net zo sterk als de koning der dieren beschouwd. Onverzettelijk, noemt hij zichzelf. Zijn vrouw woont met haar zieke ouders en een gehandicapte, jongere zus in een vervallen huis dat eigendom is van een huisjesmelker. Met haar zuurverdiende centen komt ze net toe om het hoofd boven water te houden. God mag weten hoe ze zich uit de slag zal trekken als ze morgen één van haar baantjes verliest of het fout begint te lopen met één van haar onfortuinlijke familieleden. En ondertussen vreet die vent daar haar de oren van de kop.'
'U bent blijkbaar goed op de hoogte,' merkte Bocoum op.
De man knikte, keek heel even naar de tippen van zijn schoenen en zei vervolgens, met een diepe zucht: 'Da's geen kunst, vermits ik de minnaar van zijn vrouw ben.'
Abel Bocoum trok zijn wenkbrauwen op maar zweeg, eenvoudigweg omdat hij niets wist te zeggen.
'Aan uw reactie te zien kan u daar maar weinig begrip voor opbrengen,' vervolgde de man, op een toon die eerder geamuseerd dan geërgerd klonk, 'maar daar kan ik onmogelijk zwaar aan tillen aangezien meneer de Minister al jaren zijn echtelijke plichten vierkant aan zijn laars lapt. Hij verlaat zijn kooi enkel en alleen om de grote jan uit te hangen als Minister van Huisvesting. Voor de rest zet hij er geen voet buiten. Kan je het een vrouw dan kwalijk nemen dat ze na verloop van tijd troost zoekt in de armen van een ander?'
'Het lag zeker niet in mijn bedoeling u te veroordelen,' zei Bocoum. 'Dat ligt niet in mijn aard.'
De man gaf een dankbaar hoofdknikje.
'Maar zeg me nu eens, mijn vriend, vanwaar dan precies je aanwezigheid alhier?'
Abel Bocoum wees op zijn beurt met zijn kin naar de kooi en antwoordde: 'Ik moet zijn naam te weten komen.'
'Da's heel eenvoudig,' pikte de man meteen aan. 'Nestor Combin is zijn naam, al had hij voor mijn part net zo goed Loop-naar-de-Duivel mogen heten.'
'Nestor Combin,' herhaalde Abel Bocoum mompelend, om de naam in zijn geheugen te griffen.
Hij bedankte de man, wierp nog gauw een blik op de Minister van Huisvesting, die ondertussen schaamteloos zijn bord zat af te likken, en maakte zich uit de voeten.

 

feedback van andere lezers

  • joplin
    bullebakken overal
    tegenwoordig in mooi kostuum
    ben nieuwsgierig
    xx
    koyaanisqatsi: Zaten ze maar allemaal in een kooi!
    xx
  • Wee
    Het wordt steeds fijner!
    Top schrijven weer!
    x
    koyaanisqatsi: Met eeuwige dank, Wee'tje. xx
Er zijn 6 bezoekers online, waarvan 0 leden: .