writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Het Bestaan in al zijn Eenvoud (20)

door koyaanisqatsi

'Nestor Combin,' herhaalde de Regelaar met een uitdrukkingsloos gezicht.
Abel Bocoum knikte terwijl zijn handen zweterig werden. Had de man in de oranje overall niet gezegd dat de Minister zichzelf als onverzettelijk beschouwde en getuigde van harteloosheid? De ganse weg naar de Regelaar had Bocoum niet bij deze woorden stilgestaan, maar nu had hij opeens een bang voorgevoel dat de Regelaar de handdoek in de ring zou gooien.
'Nestor Combin,' herhaalde de Regelaar opnieuw. Hij duwde zich met beide handen af tegen de rand van zijn bureau, waardoor hij automatisch naar achter ging leunen. 'Een grijze muis, onder de Ministers van Huisvesting welteverstaan.'
Abel Bocoum trok onbegrijpend zijn wenkbrauwen op en zei: 'Hij staat nochtans bekend als onverzettelijk en harteloos…'
De Regelaar onderdrukte een geamuseerd lachje.
'Abel Bocoum, iedereen heeft zijn prijs, maar geloof me, die van Nestor Combin ligt niet bepaald hoog.'
'Bedoelt u dan dat…'
'Dat bedoel ik, ja: je kan de zaak aan mij overlaten. Wees gerust: binnen twee weken staat jouw kartonnen doos er nog en zal je je hypothetische deportatie nog slechts herinneren als een kortstondige, bange droom.'
Heel even voelde Abel Bocoum zichzelf behoorlijk lichter worden, maar dan werden zijn gedachten weer verzwaard. Want de oplossing voor een groot probleem mocht dan wel in het verschiet liggen, een ander diende zich al aan. Beleefdheid dwong hem de Regelaar nu zijn prijs te vragen, maar de angst om een bedrag te horen dat zijn vermogens ver te boven ging was te groot en dus begon hij, in plaats van een zucht van opluchting te slaken, nerveus heen en weer te schuiven.
'Zeg me, eens Abel Bocoum,' zei de Regelaar, 'probeer je nog steeds aan de kost te komen als lofzanger -dichter?'
Bocoum knikte en haastte zich om te vertellen hoe de zaken zich in een korte tijd ten goede hadden gekeerd, alsof hij daarmee de verzekering had uitgesproken zich de tussenkomst van de Regelaar probleemloos te kunnen veroorloven.
De Regelaar hoorde zijn woorden echter aan, met zijn typische, uitdrukkingsloze gezicht en reageerde met hem te waarschuwen toch maar niet te veel illusies te koesteren.
'Ik wil je zeker niet ontmoedigen,' zei hij op een vaderlijke toon, 'maar vergeet niet, het is met lofzangers en -dichters zoals met zo veel andere beroepen en titels: je bent verre van de enige. De concurrentie is groot en moordend, daar kan je niet onderuit. Want dat is nu eenmaal de wereld waarin we leven: een schijnbeschaving met als allesbepalend fundament een verscholen, cynische, niets ontziende meedogenloosheid.'
De woorden van de Regelaar stemden Abel Bocoum allerminst gelukkig maar hij kon niet anders dan ze voor waar aannemen. Een man als de Regelaar wist immers waarover hij sprak, wist hoe de wereld in mekaar stak. Dat moest wel, anders zou hij het nooit tot regelaar hebben gebracht.
'Ik weet ook wel dat ik met beide voeten op de grond moet blijven,' loog Bocoum, die desondanks van zijn carričresprong bleef dromen, 'maar langs de andere kant moet ik ook in mezelf blijven geloven, precies omdat ik mijn mannetje moet staan.'
'Daar heb je groot gelijk in,' beaamde de Regelaar. 'En ik ben er ook van overtuigd dat je overeind zal blijven.'
Dat laatste was een goed teken, dacht Bocoum, want bewees dat de Regelaar vertrouwen in hem had. Vol goede moed zette hij nu een grote borst op en vroeg op de man af hoeveel de oplossing van zijn probleem zou kosten.
De Regelaar blies kort door zijn neus en zei, een belerend vingertje opstekend: 'Kleine rechtzetting Abel Bocoum: ik zorg niet voor oplossingen, ik tref regelingen. En wat mijn prijs betreft: onze relatie gaat al lang terug in de tijd. We kennen mekaar al van toen ik nog een groentje in het vak was; toen ik met vallen opstaan het klappen van de zweep leerde. Het spreekt dan ook vanzelf dat ik van jou geen betaling kan verlangen zoals ik die van nieuwe, klanten zeg maar, verlang. Sterker, op dit ogenblik is de situatie van die aard dat ik zelfs van plan ben je helemaal niets te vragen, tenminste toch niets dat in geld of enige andere waardemeter kan worden uitgedrukt. Alleen…'
Abel Bocoum schoof naar het puntje van zijn stoel. Een regelaar die niet meer uit zijn woorden geraakte, het was bijna schokkend te noemen. Aarzelend boog hij zich voorover, hopend de Regelaar daarmee weer aan de praat te krijgen, maar de man slaakte slechts een vermoeide zucht en streek met een zware hand over zijn gezicht.
'Ik luister, geachte,' stamelde Bocoum onzeker.
'Dat weet ik, dat weet ik,' zuchtte de Regelaar. 'Maar wat ik als wederdienst wil vragen, valt mij niet gemakkelijk. Het betreft namelijk de dame die voor mij werkt.'
'U bedoelt: de jongedame in het okerkleurige gewaad, met de wijnrode capuchon?'
'Precies.'
Abel Bocoum had er volkomen het raden naar wat de Regelaar van hem kon verlangen dat verband hield met de jongedame, maar hij had er het volste vertrouwen in en lachte: 'Zo erg zal het wel niet zijn…'
'Wees daar maar niet zo zeker van,' reageerde de Regelaar meteen, 'integendeel. Zie maar beter dat je goed op je stoel zit, want aan die jonge dame hangt een heel verhaal vast…'

 

feedback van andere lezers

  • Wee
    Dat voorspelt niet veel goeds ...
    Arme Abel!
    xxx
    koyaanisqatsi: Tja, het leven moet men nemen zoals het komt, nietwaar...:-)
  • joplin
    Moet hij ze op de proef stellen??
    xx
    koyaanisqatsi: Euh... (zie hoofdstuk 21) ;-)
Er zijn 4 bezoekers online, waarvan 0 leden: .