writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Het Bestaan in al zijn Eenvoud (32)

door koyaanisqatsi

Nora was een gezette vrouw op leeftijd. Ze droeg een versleten kleed met een oubollig bloemetjesmotief en haar donkere haren zaten in een dikke knot, pal op de kruin van haar hoofd verwerkt. Aan haar voeten zaten rode, plastiek slippers en haar teennagels waren roze gelakt, het enige teken van luxe, voor zover dit hiervoor door kon gaan.
Ze woonde in wat zonder meer de kleinste paalwoning van het dorp moest zijn, die tot Abel Bocoums grote opluchting gevrijwaard bleef van de zo door hem gevreesde stank, waardoor zijn gedwongen verblijf toch iets draaglijker leek te gaan worden.
'Mijn vorige gast was een corrupte ambtenaar,' was het eerste wat Nora zei, nadat Karbalan hem bij haar had achtergelaten, 'die belangrijke zaakjes voor ons moest regelen. Ik heb niets tegen corrupte mensen, want op een bepaalde categorie gekken en heiligen na, zijn alle mensen corrupt. Maar waar ik me, nu, wel aan erger, is aan zijn leugenachtige karakter. Want de man, een weduwnaar van mijn leeftijd, beweerde niet in staat te zijn tot het verwekken van leven terwijl hij er wel in geslaagd is mij hier mee op te zadelen…'
'Met?' vroeg Bocoum aarzelend, waarop Nora een diepe zucht slaakte, met één hand haar kleed strak aantrok en vervolgens de andere op de hierdoor zichtbaar geworden, gezwollen ronding van haar buik legde.
'Deze conditie zal mij in mijn gastvrijheid beperken, maar niettemin zal ik er alles aan doen wat ik kan om uw verblijf hier zo aangenaam mogelijk te maken…'
Bocoum kon het niet helpen: hij kreeg onnoemelijk veel medelijden met deze arme vrouw, die op haar hoge leeftijd ongewenst was zwanger geraakt en haar kind, behalve de angst erg vroeg ouderloos te worden, zo goed als niets te bieden had.
'Ik zal u niet tot last zijn,' stamelde hij, terwijl zijn ogen op zoek gingen naar een plek waar hij de nacht kon doorbrengen. 'En voor u het weet ben ik weer vertrokken.'
'Dat maakt weinig uit voor mij, mijn beste. Ik besta om van dienst te zijn. Zo is het al van kindsbeen af, in mijn leven, en ik zou niet anders willen. Mijn grootste angst is een bestaan van volkomen nutteloosheid te leiden. Mijn verstand kan er trouwens niet bij dat er mensen zijn die daar anders over denken. Maar dat zal dan wel aan mijn verstand liggen.'
Nora's woorden waren Bocoums ene oor in en het andere weer uitgegaan. Plompverloren stond hij zich, in het midden van de al te krappe woonruimte, af te vragen waar hij zich in hemelsnaam kon uitstrekken zonder in de weg te liggen.
'Hebt u al gegeten?' vroeg Nora, terwijl ze om een onbekende reden haar handen aan haar kleed begon af te vegen.
Bocoum schudde het hoofd.
'Ik heb nog wat stamppot over, als u wilt…'
'Dat is prima,' antwoordde Bocoum, zich afvragend waar de vrouw haar keuken dan wel mocht zijn.
Dat werd meteen duidelijk toen ze een verborgen deur opentrok waarachter zich nog vertrekken bevonden. Haar paalwoning was pal tegen een rotsachtig gedeelte van de kraterwand gebouwd en blijkbaar had iemand daarachter extra ruimte uitgehouwen.
'Het werk van wijlen mijn man,' zei Nora, alsof ze Bocoums gedachten kon lezen. 'Twee volle jaren is hij er mee bezig geweest. Maar het was het waard. Voordien waren wij het regelmatige voorwerp van spot, met onze bescheiden woning, maar toen mijn man de in de rotsen uitgehouwen kamers kant en klaar aan de verzamelde dorpelingen toonde, kon je een speld horen vallen. Karbalan, één van de grootste spotvogels -terwijl hij als dorpshoofd het omgekeerde voorbeeld had moeten geven-, besloot toen van de ene dag op de andere dat onze woning als gastenverblijf zou dienen. Natuurlijk deed hij dat niet op die manier. Oh, nee, hij kleedde zijn bevel in als een voorstel dat mijn man tot eer moest strekken, zodat deze geen andere keus had dan te aanvaarden. Maar, zoals ik al zei: ik ben er om te dienen en dus stelde ik mijn ontstelde man gerust. Niet dat het veel hielp, want hij bezweek luttele weken na het beëindigen van zijn titanenwerk, aan een hartaanval…'

 

feedback van andere lezers

  • joplin
    wat een fantasie
    knap hoor
    xx
    koyaanisqatsi: Ja, daar heb ik wel meer last van (van fantasie dus)
Er zijn 5 bezoekers online, waarvan 0 leden: .