writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Het Bestaan in al zijn Eenvoud (47)

door koyaanisqatsi

Nadat Abel Bocoum zijn koffie had opgedronken en betaald verliet hij de slijterij zonder de vrouw te groeten. Als klant verwachtte hij wel niet als een koning behandeld te worden maar beschouwd worden als nauwelijks meer dan een zuchtje lucht ging hem te ver.
Geen wonder, dacht hij, dat niemand er een voet binnen zet. Je voelt er net zo welkom als een binnenvallend leger.
Hij besloot zijn kroegbezoek vroegtijdig af te sluiten en de rest van de nacht te gaan wandelen in de velden. Daar kwam hij nog het meest tot rust, in de stilte van de slapende wereld terwijl zijn pad zo nu en dan gekruist werd door een nachtdier, net zo eenzaam als hij.
De hemel was helder, zodat hij voldoende kon zien, en hij koos er voor om de weg in te slaan die langs de Rietrivier liep, een kleine vertakking van de grote stroom, die doodliep in een poel van modder tegen het restant van een oude stadsmuur. De vertakking had zijn naam te danken aan zijn beide, met overdadig riet begroeide oevers, die daardoor zompig en verraderlijk waren. Achter de brede strook riet langs de westelijke oever bevond zich echter een verhard, parallel lopend pad dat van de stad tot een paar honderd meter voor de oever van de hoofdrivier liep, om dan plots een lange, scherpe draai naar links te nemen om in de vorm van een lus terug naar de stadsrand te keren.
Bocoum hield van dit pad, vooral wanneer er een zachte bries stond en het waaiende riet hem als een enorme waaier koele lucht toewuifde. Hij hield ook van het geruis van het riet, dat geen stoorzender was voor de rustgevende stilte van de omliggende velden, maar er eerder bij hoorde, als de achterkant van een medaille.
Zijn rust werd ditmaal echter abrupt verstoord. Nog maar pas het pad ingeslagen hield iemand hem met een scherp sissend geluid staande. Hij draaide zich om en zag een kleine man haastig met schokkende schouders op hem af komen.
'Bedankt, dat u halt houdt, meneer,' hijgde de man. 'Dat kan ik alleen maar waarderen.'
Bocoum keek de man met gefronste wenkbrauwen aan. Hoewel hij overduidelijk een duur maatpak droeg wekte hij een armoedige indruk. Zijn nek was erg kort en zijn schouders scheef, zijn haren waren plat tegen zijn hoofd gekamd en werden op hun plaats gehouden door een dikke laag stinkende brilcrème.
'Wat wilt u van me?' vroeg Bocoum, enigszins op zijn hoede.
'Oh, niets. Helemaal niets. Of toch niet veel. Het is te zeggen…'
Er waren plots enkele vuurvliegjes komen opzetten die de man blijkbaar zodanig stoorden dat hij ze met paniekerig zwaaiende armen probeerde weg te jagen.
'Laat ze toch,' zuchtte Bocoum.
'Ach, ja, waarom niet,' zuchtte de man op zijn beurt.
'U wilt dus niets van me?' vroeg Bocoum, die zich zou gauw mogelijk van de man wilde verlossen.
'Ja en nee. Hoe zal ik het zeggen?'
'Ja, dat kan ik niet voor u beslissen,' gromde Bocoum.
De man streek nadenkend met een duim en wijsvinger langs zijn kin, zuchtte opnieuw en zei: 'Ik zag u de slijterij verlaten en wilde graag weten wat u ervan vond?'
'Hield u mij in de gaten?'
'Nee, nee. Het is te zeggen. Ik hield u niet in de gaten, maar wel de slijterij. U moet namelijk weten dat het mijn zaak is.'
Bocoum schudde het hoofd, alsof hij zich uit een droom moest wekken.
'Dan zou ik, als ik u was, maar beginnen met een andere dienster aan te nemen.'
'Dienster?' zei de man, een pruillip trekkend. 'Ik heb helemaal geen dienster in dienst.'
'Wie is de vrouw achter de toog dan?'
'Mijn vrouw,' antwoordde de man zonder aarzelen.
'Uw vrouw?'
De man knikte en vroeg: 'Wat is daar zo speciaals aan? Er zijn zoveel mannen die een vrouw hebben. De meeste zelfs…'
'Dat u een vrouw hebt zal inderdaad wel niets speciaals zijn, maar dat ze haar eigen zaak ogenschijnlijk bewust naar de bliksem helpt, lijkt me toch niet zo vanzelfsprekend; of vergis ik me?'
'Ach…' De man haalde zijn schouders op en liet ze vervolgens verslagen zakken 'Ik had het moeten weten. Zij wou een schoonheidssalon beginnen maar dat zag ik niet zitten. Ik zei haar: "Luister, vrouw, in deze stad heb je alleen maar mooie en lelijke mensen. De mooie hebben geen schoonheidssalon nodig en voor de lelijke baat het niet. Een slijterij is een veel beter idee, geloof me." Ach… Het is nu wel duidelijk dat ze het helemaal niet met me eens was. En dit is haar manier om revanche te nemen…'
'Waarom gaat u zelf niet achter de toog staan?' stelde Bocoum voor.
'Ik? Ik ben mensenschuw. Ik zou het alleen maar erger maken. U bent de eerste klant die ik aanklamp, en dat terwijl ik de slijterij al dagenlang in het oog houd.'
'Maar, zoals u zegt, hebt u mij wel aangesproken, dus zo erg zal het wel niet zijn.'
'U stelde mij op mijn gemak. Ik zag meteen dat ik met een uiterst vreedzaam, om niet te zeggen zachtaardig, persoon te maken had. Neem het maar van mij aan: heel wat klanten die u voorgingen zijn woedend buiten gestapt. Sommige hebben -dat maakte ik op uit hun gebaren- eerst nog wat verwensingen naar mijn vrouw haar hoofd geslingerd, anderen brulden het gewoon uit of stoven stampvoetend weg.'
'Hoe dan ook,' zei Bocoum, 'u weet nu waar het schoentje wringt.'
'Inderdaad,' zuchtte de man, 'en eerlijk gezegd zie ik niet meteen een oplossing. Want het spreekt vanzelf dat ik mijn vrouw niet kan ontslaan. Want dat zou meteen het einde van mijn huwelijk betekenen. En ook al draait ze me een loer door de zaak om zeep te helpen, ik hou van haar… '
De man begon Abel Bocoum vragend aan te kijken. Het was duidelijk dat hij raad van hem verwachtte maar het niet kon of durfde vragen. Bocoum begreep de vragende blik maar al te goed maar wist niets te bedenken, niet meteen en ook niet later. De man zat met een dilemma opgezadeld en de enige die daar wat aan kon doen was hij zelf.
'Het spijt me,' zei Bocoum dan ook, 'maar ik kan u niet verder helpen. U zal zelf de knoop moeten doorhakken.'
'Dat dacht ik al,' reageerde man, zo snel dat het er alle schijn van had dat hij geen andere reactie had verwacht. Hij stak zijn hand uit om die van Bocoum te schudden, bedankte voor de deskundige rapportering -wat Bocoum behoorlijk overdreven vond-, maakte rechtsomkeer, stak zijn handen in zijn zakken en verdween, een lustig deuntje fluitend, in de nacht.

 

feedback van andere lezers

  • joplin
    raar houden van als me er niet mee kan praten
    is zoiets als van een schoon gedekte tafel houden
    waar nooit een heerlijk maal opgediend wordt
    blijf je op je honger zitten
    xx
    koyaanisqatsi: mensen bestaan in alle soorten, blijkbaar...
    xx
  • Wee
    Wat een heerlijk onverwacht bizar stuk, knap geschreven!
    Genoten dus, als immer! :))
    x
    koyaanisqatsi: Hartelijk dank, als immer. ;-) xx
  • greta
    Weer een rare snuiter ten tonele. Je eigen vrouw laten beoordelen door de cliëntele .. nouja!
    Schrijf soepeltjes door K.
    koyaanisqatsi: De wereld loopt vol rare snuiters. En ik kan het weten want ik ben er één van. :-p
Er zijn 2 bezoekers online, waarvan 0 leden: .