writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Het Bestaan in al zijn Eenvoud (71)

door koyaanisqatsi

'Nestor Combin? Nooit van gehoord,' loog Abel Bocoum. Hij vervloekte zijn beslissing om een wandeling te maken in de stad en nog meer vervloekte hij het lot dat hem in de armen had gedreven van deze ellendige Minister van Huisvesting. Maar niet nadat er eerst een schok van verontwaardiging door hem heen was gegaan, want de man was amper herkenbaar; afgetakeld als iemand die in ijltempo onderweg was naar zijn graf.
'En toch meen ik u van ergens te kennen,' gaf Nestor Combin niet op.
'We zijn hier in een miljoenstad,' zei Bocoum, 'waar we alle dagen tientallen mensen tegenkomen. Ik kan net zo goed op een bekende van u lijken, wie zal het zeggen?'
Maar tot grote ergernis van Bocoum liet Nestor Combin zich niet afschepen.
'Nee, nee, volgens mij heb ik u beroepshalve ontmoet.'
'Beroepshalve,' lachte Bocoum nerveus. 'Neem me niet kwalijk, maar u ziet er niet uit als iemand die een beroep uitoefent.'
Nestor Combin leek even uit zijn lood geslagen. Hij keek schichtig om zich heen, pakte Bocoum opnieuw bij de arm en trok hem het portaal in van een leegstaand winkelpand waar achter het vensterglas aangeplakte, vergeelde foto's van gecoiffeerde vrouwen aan een vroeger kapsalon herinnerden.
'Ik ben een ondergedoken Minister van Huisvesting,' fluisterde Nestor Combin. 'U weet het misschien niet, maar de overheid is een smerige oorlog tegen ons begonnen.'
'Is daar dan enige reden voor?' vroeg Bocoum, in een poging Nestor Combin in het nauw te drijven.
'Wat kan ik daar op zeggen?' antwoordde deze schouderophalend. 'Er valt altijd wel een stok te vinden om mee te slaan.'
Maar nu was Bocoum niet van plan zich gewonnen te geven.
'Als u onschuldig bent, hoeft u toch niets te vrezen.'
Nestor Combin trok een verongelijkte grimas, schraapte zijn keel, haalde diep adem en zei: 'Ik stond bekend als onkreukbaar. Maar als een hond ben ik naar het gerecht gesleurd. Daar heb ik een pak rammel gekregen wegens bewezen corruptie.' Hij opende zijn mond, toonde zijn kapotte tanden, wees ernaar alsof het niet duidelijk was wat hem was overkomen en vervolgde: 'Dat ik er was ingeluisd speelde geen rol. Barbertje moest hangen en ik heb het geweten. Tijdens een onbewaakt ogenblik ben ik uit de kamer waar ik werd ondervraagd kunnen ontsnappen en sindsdien zwerf ik rond, als de eerste de beste schooier. Overdag hou ik me gedeisd, na zonsondergang kom ik als een rat uit de riool tevoorschijn. Ik leef van wat de vuilnisbakken me opleveren en van hetgeen brave zielen me toestoppen maar dit leven kan ik onmogelijk lang volhouden. Als u het mij vraagt is het slechts een kwestie van dagen voor ik mijn verstand verlies.'
'Het spijt me ten zeerste,' zei Bocoum, en dat was niet gelogen. Natuurlijk had hij bij de Regelaar geijverd om van de Minister van Huisvesting verlost te geraken, maar als hij had geweten welk onheil hij daarmee over de man had uitgeroepen…
'U kan er ook niks aan doen,' zei Nestor Combin, en om de situatie nog wat zwartgalliger te maken legde hij een kameraadschappelijk hand op Bocoums schouder. 'U bent tenslotte net als ik klein grut. En klein grut moet altijd het gelag betalen, of het nu grote geschiedkundige gebeurtenissen betreft, of akkefietjes.'
'Ik wou dat ik kon helpen,' zuchtte Bocoum, die ineenkromp van de schuldgevoelens, 'maar ik heb momenteel geen cent op zak.'
'Als voortvluchtige kan ik niets van u wensen,' reageerde Nestor Combin gelaten, 'de overheid is niet mals voor diegenen die sukkelaars als ik helpen. In feite is de overheid voor niemand mals. Toch zeker niet onze overheid… Maar zeg me nu toch eens: van waar ken ik toch?'
'Ik heb geen idee,' hield Bocoum met een diepe zucht vol. Hij mocht dat wel medelijden hebben met de man, hij was niet zo gek om ook maar enig verband met hem toe te geven.
Nestor Combin liet zich langs de muur op de grond zakken en zei: 'Ach, misschien is het al zo ver: hallucineer ik en begin ik spoken te zien. Zeg nu zelf, meneer, het is toch onmogelijk voor een Minister van Huisvesting om zo diep te vallen. En ik ben nochtans gehard. Ik woonde in een leeuwenkooi en onthield me van iedere echtgelijke plicht, alleen maar om bestand te zijn tegen de verlokkingen waaraan ik in de hoedanigheid van mijn functie met de regelmaat van een klok werd blootgesteld.'
Bocoum wist niet meer wat te zeggen. Hij bleef het hoopje menselijke ellende dat aan zijn voeten zat hulpeloos aanstaren tot Nestor Combin begon te snikken en hem met wuivende gebaren verzocht om weg te gaan.

 

feedback van andere lezers

  • Wee
    Hij vraagt Abel vast om onderdak ...
    O wee! :))
    x
    koyaanisqatsi: Euh... xx
  • Danvoieanne
    KNAP!
    koyaanisqatsi: Dank voor de volharding. ;-)
  • joplin
    wie een put graaft voor...
    xx
    koyaanisqatsi: de gemeente? xx
Er zijn 7 bezoekers online, waarvan 1 lid: Greta.