writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Verhaal geschreven door een Aap - Boek 2 (16)

door koyaanisqatsi

De man de Corbeau had genoemd als zijn mogelijke plaatsvervanger was een zekere Pierre Duchatinier. Hoewel zijn naam zo Frans klonk als maar kon, was hij van geboorte een Hollander. Toch had hij nauwelijks enige voeling met zijn geboorteland aangezien zijn ouders naar Parijs waren verhuisd toen hij nog maar vier was en hij sindsdien geen voet meer ten noorden van de Frans-Belgische grens had gezet. Na een jarenlange zwerftocht doorheen Frankrijk, twaalf stielen, dertien ongelukken en een hele resem louche karweitjes, waaronder tamelijk wat met Corbeau, was Duchatinier in het jaar des Heren 1830 opnieuw in Parijs beland waar hij besloten had het wat kalmer aan te doen. Hij ging werken in een klein abattoir, leerde Marie-Jeanne Gandois, een tien jaar jongere naaister kennen, werd halsoverkop verliefd, huwde en begon zowaar te verlangen naar het stichten van een gezin. De choleraepidemie die Parijs in het jaar des Heren 1832 teisterde maakte echter een brutaal einde aan zijn huwelijk en sloeg zijn wens voor nazaten aan diggelen.
Corbeau had Duchatinier omschreven als zijn alter ego: opgroeiend voor galg en rad, levend van kleine misdaad en op latere leeftijd tot inkeer gekomen -hij was er zeker van dat Duchatinier een betrekking als toezichter op het landgoed zou zien zitten.
Een adres had Daniels vertrouweling helaas niet. Het enige dat hij met zekerheid kon vertellen was dat Duchatinier zich regelmatig ophield in een slijterij genaamd De Curassier.
'Ik zoek Pierre Duchatinier,' viel Daniel met de deur in huis, terwijl hij met zijn ellenbogen op de toog ging leunen.
'Ik ben weinig spraakzaam tegenover klanten die niets bestellen,' antwoordde de waard. Loïcs krullenbol was nog even dik en vet als jaren geleden, maar zijn bakkebaarden waren dunner en helemaal grijs geworden.
Daniel blies geïrriteerd door zijn neus. Hij had geen zin langer dan nodig in deze kroeg vol ongeregeld te blijven en bestelde met tegenzin een glas rode wijn.
'En wie is op zoek naar Pierre Duchatinier, als ik vragen mag?' vroeg Loïc terwijl hij een glas volschonk.
'Een vriend van een vriend,' antwoordde Daniel. Geen haar op zijn hoofd dacht eraan om in dit halve rovershol zijn stand te verraden.
'En hoe heet die vriend die zijn vriend de naam van zijn vriend heeft gegeven?' vroeg Loïc terwijl hij het glas naar Daniel toe schoof.
'Die naam zal u niets zeggen,' antwoordde Daniel in alle eerlijkheid, 'want hij heeft hier nog nooit een voet gezet en had de laatste jaren slechts via karige briefwisseling contact met Duchatinier.'
Loïc grijnsde; het oprechte antwoord stelde hem tevreden.
'Ik vertrouw u, al maakt het niet veel uit,' zei hij. 'Duchatinier heeft een paar maanden geleden dienst genomen in het Vreemdelingenlegioen. Gezien zijn leeftijd -hij moet op zijn minst vooraan in de veertig zijn- op het eerste gezicht een waanzinnige keuze, maar vermits hij zich na het onverwachte overlijden van zijn vrouw, twee jaar geleden, toch maar langzaam maar zeker zat dood te drinken, niet eens zo'n slecht idee.'
'Het Vreemdelingenlegioen?'
Loïc trok een scheve snuit en vroeg: 'Dat ken je toch wel? De uitvinding van Louis Philippe…'
Daniel had enige tijd geleden inderdaad iets opgevangen van de oprichting van een legereenheid die gevormd werd door niet-Fransen, maar vermits zowel de nationale als internationale politiek hem koud liet, had hij er zo goed als geen aandacht aan besteed.
'Hebt u er enig idee van waar hij zich nu bevindt?' vroeg hij, een verdere uiteenzetting over het Vreemdelingenlegioen ontwijkend.
Maar Loïc kon slechts de schouders ophalen en antwoordde: 'Wie zal het zeggen? In Algerije?'
'Waarom denkt u: Algerije?'
'Omdat het daar serieus hommeles is,' antwoordde de waard zonder overtuiging. 'Ik zeg zo maar wat…'
'Dan ben ik voor niets naar Parijs gekomen,' gromde Daniel.
Loïc moest geamuseerd grinniken en zei: 'Dan bent u wel de eerste man die ik tegenkom die voor niets naar Parijs is gekomen.'
Maar Daniel kon er niet om lachen. Hij nipte van zijn glas, betaalde, bromde: 'Er moet altijd iemand de eerste zijn,' en verliet verbolgen het café.

 

feedback van andere lezers

  • Wee
    Top!
    x
    koyaanisqatsi: bedankt
  • greta
    Niet voor niets is het Vreemdelingenlegioen voor vreemdgangers die willen onderduiken.
    Parijs rond 1850, hoe mooi moet dat daar geweest zijn.
    Ja..nog steeds een pakkend serie.
    koyaanisqatsi: 1833!!! Niet fraai. Heel veel turbulentie. Constant oproer, onderdrukking, doden bij rellen etc. Geef mij maar Parijs anno 2013. x
  • doolhoofd
    Uitmuntend geschreven; maar ik hou meer van experimentele futuristisch-filosofische theorie dan van verhalen. Cyberpunk kan ik qua verhaal nog het best verdragen, omdat er vaak een filosofische booschap in zit.
    koyaanisqatsi: Zeer begrijpelijk, al loopt door een redelijk verhaal meestal ook wat filosofie. Maar gelukkig verschillen de smaken... ;-)
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 6

Uitstekend: 2 stem(men), 50%
Goed: 2 stem(men), 50%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 4 stem(men)
Er zijn 10 bezoekers online, waarvan 0 leden: .