writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

ONDER SATRAPEN (16)

door koyaanisqatsi

HOOFDSTUK 16 (Waarin Bugsy kennismaakt met Hadrianus Wollbeker, plaatselijk diensthoofd van Makerij Peeppersack)

Bugsy trok de voordeur van de club open en kwam oog in oog te staan met een corpulente man, in een eenvoudig wit hemd en een al even eenvoudige, zwarte broek, die op het punt stond hetzelfde te doen.
'U moet Bugsy Waldorf zijn,' veronderstelde de man met een bezorgd gezicht.
'Dat klopt,' antwoordde Bugsy, 'en u bent?'
'Hadrianus Wollbeker, plaatselijk diensthoofd van Makerij Peeppersack. Ik dacht: laat ik meneer Waldorf algauw tegen gaan zodat ik hem naar de Makerij kan vergezellen. Het is immers nog vroeg op de ochtend en in Pokkendorp kan je dan, op straat, van alles verwachten….'
Bugsy keek even om zich heen: er viel geen levende ziel in de verste omtrek te bespeuren; had hij niet beter geweten, dan hij zich in een spookstad gewaand.
'Erg bedreigend lijkt het me hier niet,' merkte hij op terwijl de haastig de straat overstekende Hadrianus Wollbeker achterna liep.
'Schijn bedriegt, schijn bedriegt, ' zuchtte deze. 'Precies omdat het hier zo'n dooie boel is en er nooit wat gebeurt kan het niet anders dan dat er vroeg of laat wel iets moet gaan gebeuren. En ik zou niet op mijn geweten willen hebben dat dan precies u daarvan het slachtoffer zou worden.'
Ik heb gisteren ook in mijn eentje overleefd, dacht Bugsy, die niet van plan was verder op de woorden van het diensthoofd in te gaan.
Wollbeker duwde de groene poort met een ferme duw open en liet hem voorgaan.
'Welkom.'
Van zodra Bugsy een voet had binnengezet werd hij opnieuw de zurige wasserijlucht van de dag voordien gewaar.
''t Is boven te doen,' zei Wollbeker terwijl hij naar de deur bovenaan de steile trap wees. 'Het is te zeggen: we moeten eerst naar boven, om daarna, via de kantoren, opnieuw naar de begane grond te gaan.'
Toen Bugsy boven kwam aarzelde hij om de deur te openen maar Wollbeker gebaarde dat hij ongestoord kon binnen gaan.
'Er is toch niemand. Eén keer per week, op een willekeurige dag, komt mijn assistente langs, maar dat is hoe dan ook pas in de namiddag; voor de rest zit ik alleen.'
De kantoren, zoals Wollbeker ze had genoemd, bleken een eufemisme. Het waren weinig meer dan twee rommelige kamers, van mekaar gescheiden door een wand van karton en glas, met een paar, grotendeels lege stapelrekken, stoelen en een ronde, krakkemikkige tafel.
Wollbeker leidde Bugsy naar de tweede kamer waar in de achtermuur een klapdeur zat die uitgaf op een draaitrap naar beneden. Terug op de begane grond stuitten ze op een glazen deur gevolgd door een smalle gang.
'Langs hier,' gebood Wollbeker, alsof er enige alternatieve route was.
Aan het uiteinde van de gang bevond zich opnieuw een deur -van hout ditmaal- van waarachter een dof gestommel klonk.
'Laat u niet afschrikken door de omvang van de machine,' zei Wollbeker op een waarschuwend toontje, waarna hij de deur openduwde.
Ze kwamen terecht in een enorme hal waarin zich een gigantische machine bevond die hier en daar langs loden pijpen en uitlaatkleppen stoom uitblies en langs verschillende kanten werd aangedreven door tandwielen, stangen en riemen.
'Dat is ze dus,' zuchtte Wollbeker, waarna hij met de rug van zijn hand het zweet van zijn voorhoofd veegde. 'Vraag me niet wat ze doet, ik zou het niet weten. Wij stoppen er gegevens in en die worden verwerkt. Meer kan ik er niet over vertellen, behalve dan dat ze dringend aan een onderhoudsbeurt toe is. Maar ja, anders zou u hier natuurlijk ook niet zijn.'
Bugsy overschouwde het geheel aandachtig en besloot om alvast een keer om de machine heen te lopen.
'Het is een oud model,' zei hij tegen Wollbeker, die hem, aan zijn gezicht te zien, met tegenzin volgde.
'Dat verbaast me niks,' gromde het diensthoofd. 'Niets in dit godvergeten gat is de moeite waard. Er bevindt zich hier zelfs geen bordeel die naam waardig. Een woestijn is het: heel dat verrekte Pokkendorp, niks meer, niks minder.'
Bugsy hield zijn pas en hurkte neer.
'Scheelt er wat?'
'Een klein mankement: waarschijnlijk een lek.'
'Tja, een lek, het verbaast me niks… Wat kan je anders verwachten met ouwe rommel?'
'Mmm, het is niet echt ouwe rommel,' mompelde Bugsy. 'Oud, dat wel, maar zeker geen rommel.'
'Als u het zegt,' zuchtte Wollbeker terwijl hij zijn handen in zijn zakken stak. Vervolgens liep hij verder, bromde: 'Ik zie u boven wel, als u klaar bent,' en maakte zich uit de voeten.

 

feedback van andere lezers

  • ivo
    zeer bevreemdend hoe je van geen informatie plots iets heel bijzonder maakt - het beschrijven van de weg, chaotisch en toch nog logisch, waarbij ik voel hoe je met je hand je pen hebt moeten dwingen om dingen te schrijven die je zag, je hebt iets voor ogen gehad dat bestond, alleen wat aangepast aan je verhaal zo te zien, knap hoe je het grootste deel van je tekst een wandeling tussen bizarre dingen beschrijft .. knap hoor ..
    koyaanisqatsi: we blijven proberen... ;-) (thnks)
  • doolhoofd
    Moest denken aan http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/c/c5/Bob_the_builder.jpg
    koyaanisqatsi: :-)
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 4

Uitstekend: 2 stem(men), 100%
Goed: 0 stem(men), 0%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 2 stem(men)
Er zijn 4 bezoekers online, waarvan 0 leden: .