writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

ONDER SATRAPEN (36)

door koyaanisqatsi

HOOFDSTUK 36 (Waarin Bugsy opnieuw een wandeling maakt en een onverwacht weerzien te beurt valt)

De club was inderdaad volkomen verlaten. Net zoals op de ochtend toen Bugsy het zonder ontbijt moest stellen, heerste er een doodse stilte, alsof de zaak definitief gesloten was, en hing er een zuivere koelte die men eerder in de buitenlucht zou verwachten.
'Onbegrijpelijk,' mompelde Bugsy tegen zichzelf terwijl hij de leegte aanschouwde, 'ze verdwijnen hier te pas en te onpas, alsof het hen allemaal niets uitmaakt.'
Niet van plan uit verveling letterlijk de muren van zijn kamer op te lopen, besloot Bugsy zich opnieuw buiten te wagen. Ergens moest er toch een drankgelegenheid zijn, hield hij zich voor, zelfs in een desolaat oord als Pokkendorp.
Hij liep de hoofdstraat in, waarvan hij zich vaag nietszeggende details herinnerde die hij tijdens zijn aankomst had opgemerkt en opnieuw kreeg hij de indruk dat hier en daar gordijnen opzij schoven, die angstvallig terug werden dichtgetrokken van zodra hij ook maar de minste hoofdbeweging in hun richting maakte.
Ditmaal was er echter nergens een oude man te bespeuren die hem wenkte en dus hij liep ongestoord verder tot hij aan het eind van de straat kwam waar hij geconfronteerd werd met de baan die naar Vlerkenstand leidde. Daar viel zijn oog op een krakkemikkig houten huis rechts van de baan, dat in een lager gelegen stuk grasland lag en omgeven was met een schots en scheef in elkaar geflanste, lage houten omheining. Boven de deur van het huis hing een bord met het opschrift 'KAFFEE', wat gezien de aard van het gebouw Bugsy de wenkbrauwen deed fronsen. Bovendien vond hij het vreemd dat huis hem niet was opgevallen toen hij het dorp was binnengereden want door zijn afgezonderde ligging viel er niet naast te kijken.
Hoe dan ook, hij was blij een drankgelegenheid te hebben gevonden, al was het maar omdat hij erg naar een kop koffie verlangde en het café bewees dat er wel degelijk sprake was van enig sociaal leven in het dorp.
Onbewust trok hij zijn kleren wat strakker waarna hij met hernieuwde moed op het huis afstapte. Het poortje in de omheining zat los en moest om binnen te geraken eenvoudigweg werden opgepakt.
'Wat een knoeiboel,' zei Bugsy hoofdschuddend -wat van iemand met zijn technische vaardigheden een meer dan begrijpelijke opmerking was.
Even later duwde hij de deur van het zogenaamde 'KAFFEE' open om tot zijn verbijstering geconfronteerd te worden met Fritz Lang.
'Meneer Waldorf!' reageerde deze, bijna juichend. 'Wat een eer van u hier te zien!'
Hij kwam vanachter een toog, samengesteld uit enkele houten kratten waarop een lange plak was gelegd, en viel Bugsy in de armen.
Bugsy liet zich volkomen sprakeloos omhelzen en pijnigde zijn hersens om een verklaring voor het compleet onverwachte weerzien te vinden.
'Wel? Wat vindt u ervan?' vroeg Fritz Lang enthousiast, nadat hij Bugsy had losgelaten.
Bugsy keek gauw in het rond. Behalve de geïmproviseerde toog stonden er twee stoelen en een tafel in het vertrek en hing er aan één van de muren een grote spiegel die bijna de ganse ruimte weerspiegelde. Behalve Fritz Lang viel er niemand te bekennen en nergens, maar dan ook nergens was er spoor van enige drankvoorraad terug te vinden.
'Is dit een café?' vroeg Bugsy twijfelend.
Fritz Lang glimlachte, begon fel te knikken en zei: 'Niet slecht, hè? En met mijn eigen handen in mekaar geflanst, in amper een paar dagen tijd.'
'Hebt u koffie?' vroeg Bugsy, die zijn mening over de drankgelegenheid -of wat daar voor moest doorgaan- onuitgesproken wilde houden.
Fritz Lang trok zijn ogen wagenwijd open.
'Koffie?' herhaalde hij, 'tsjaaa, weet u, meneer Waldorf, ik kan u momenteel nog niets aanbieden. Mijn goederen zijn allemaal in bestelling. Mijn zaak is ook nog maar enkele dagen open, maar dat weet u natuurlijk. Beter als geen ander zelfs. Ik had natuurlijk al een voorraadje kunnen inslaan uit de drogisterij, maar de zaakvoerder, een echte uitzuiger als u het mij vraagt, legde me zodanig schandalige prijzen voor dat ik geen andere keus had dan hem te laten verstaan dat hij met zijn rommel naar de duivel kon lopen. Dit alles heeft mijn planning natuurlijk wel in de was gestuurd maar…'
'U bent dus niet teruggekeerd naar Vlerkenstad?' onderbrak Bugsy.
'Ik? Oh nee, helemaal niet. Wat heb ik daar nog te zoeken? Het enige waar ik naar kon terugkeren was mijn vrouw, een vulgair wijf dat al jaren niets anders meer doet dan me rond mijn kop zeiken om werk te vinden. Alsof ik voor mijn plezier een werkloze steenslijper ben!. Nu, ik heb hier ook niet naar een baan als steenslijper gezocht, zoals ik van plan was nadat ik u had afgezet. Want ik had algauw begrepen dat ze in een gat als Pokkendorp evenveel steenslijpers nodig hebben als op de maan. Maar toen zag ik bij het buitenrijden van het dorp een mooi stukje grasland waarop iemand een heleboel hout en een grote spiegel had gedumpt en besloot ik om de koe bij de horens te vatten en daar een café neer te zetten. De ligging is perfect, zo aan de rand van het dorp. Zowel inkomend als uitgaand verkeer kan niet naast het etablissement kijken. Succes verzekerd, denkt u ook niet?'
De man is onnozel geworden, dacht Bugsy, maar hij kreeg het niet over zijn hart om Fritz Lang op het waanzinnige karakter van zijn onderneming te wijzen. Misschien had de wanhoop de werkloze steenslijper zo ver gedreven dat hij verblind door zijn uitzichtloze situatie in luchtspiegelingen was gaan geloven.
'Weet u wat?' zei Bugsy, terwijl hij een kameraadschappelijke hand op Fritz Langs schouder legde, 'wanneer uw voorraad is gearriveerd en u daadwerkelijk als café-uitbater aan de slag kunt, én ik nog in Pokkendorp moest verblijven, zal ik graag uw eerste klant zijn.'
'Dat is afgesproken!' reageerde Fritz Lang glunderend. 'Ik weet waar u werkt en zal een bericht bezorgen van zodra de grote dag is aangebroken. Nu, dat kan nog wel even duren en dus hoop ik dat uw vertrek nog niet voor morgen is…'
'Nee, dat is het zeker niet,' zuchtte Bugsy, die zich geconfronteerd voelde met zijn ellendige situatie en om dit niet te laten blijken haastig opnieuw afscheid nam.

 

feedback van andere lezers

  • ivo
    schitterend, haast een sprookjeswereld die stilletjes open bloeit
    koyaanisqatsi: als steeds: hartelijk dank
  • doolhoofd
    "Zelfs God moet zich met knutselwerk behelpen."
    - Baudrillard
    koyaanisqatsi: Die moet ik beslist onthouden! ;-)
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 4

Uitstekend: 2 stem(men), 100%
Goed: 0 stem(men), 0%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 2 stem(men)
Er zijn 2 bezoekers online, waarvan 0 leden: .