writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

39- 't Lijkt wel of het gisteren was…

door GoNo2




Papa legt uit dat we in panne staan. Prosper luistert aandachtig naar papa. Ja, zegt hij, da's dus inderdaad een probleem. Hij wrijft over z'n stoppelbaard, alsof het antwoord tussen z'n stoppels te vinden is. Mag ik even bellen, vraagt papa. Bellen? Ga je een tournee geven? Prosper is schijnbaar de leukste thuis. Telefoneren, zegt papa.
Ik ga naar buiten, dat hij z'n plan trekt. Ik doe m'n schoenen aan. Verdomd, ze zijn doorweekt. Wie zet er ook z'n schoenen buiten in de regen hé? Da's nu het verschil tussen schoenen en klompen. De tweede kunnen er tegen…

De hond zit in z'n kot. Mistroostig te staren naar de regen. Hij is even nat als m'n schoenen. Ik steek een sigaret op, loop naar z'n kot. Zou hij z'n lesje geleerd hebben? Hij kijkt me aan, met z'n kop op z'n poten. Ik krijg medelijden met dat beest. Feitelijk deed hij alleen maar z'n werk, denk ik. Papa komt buiten met Prosper. Ze gaan de auto halen met de tractor. Hij vraagt of ik meega. Ja, waarom niet, lijkt me leuk hoog op een tractor. Ik hoor hem vloeken. Heeft geconstateerd dat z'n schoenen zinkende schuiten geworden zijn. De boer gaat naar de schuur, rijdt de tractor buiten. Spring er maar op, zegt hij. We zitten als sardienen in de stuurcabine. Waar we een uur over deden, doet de boer in een kwartier. De Wartburg staat er nog. Maar is met z'n kant in de gracht gezakt. We trekken hem er wel uit, zegt de boer. Hij maakt de ketting vast aan de Wartburg. Opzij, roept hij. De tractor is een machtig beest, met een ferme snok trekt hij aan de wagen. Knal, de bumper eraf. Papa begint stilaan tranen in z'n ogen te krijgen. Of is het de regen?
Prosper vraagt aan papa of die auto gemaakt is van maiskoeken. Ik zal de ketting vastmaken aan z'n voorwiel. De tractor doet z'n tweede poging. Het lukt, de wagen staat bijna terug op de baan. Tot we iets horen kraken en scheuren. Het wiel hangt op half zeven. Rijp voor de schroothoop, denk ik. Papa draait zich om, z'n communistische wagen is om het leven gekomen in het decadente kapitalistische Westen. Ik heb moeite om m'n lach te bedwingen. 't Is ook geen zicht hé?

Waar woont ge, vraagt Prosper. In Torhout, zegt papa. Ik zal m'n zoon je laten brengen, je hoeft alleen de benzine te betalen. En de wagen, vraagt papa. Geef me sleutels, hij kan zo lang op 't erf staan. Ik zal er André laten naar kijken, die kent iets van oude wagens. Misschien kan hij hem wel repareren. Nee, denk ik, rijdt er met de tractor over, dan zijn we verlost van dat kreng. We zijn veilig thuis geraakt. Papa loopt nog altijd te mokken. Ik vertel in geuren en kleuren wat we meegemaakt hebben, ze geloven me niet….

Het weekend is voorbij. Maar 't kan me niks schelen. Het lijkt wel of papa mij de schuld geeft dat z'n auto het begeven heeft. Ja zeg, koop eens een goeie wagen hé? Of misschien heb ik te veel gelachen, dat kan ook.

Het weerzien met m'n kamergenoten doet deugd. We zijn te vroeg, hebben dus nog tijd genoeg. Kom, we gaan naar 't cafeetje. De deur staat open, er klinkt muziek tot op straat. 't Is een donker café. We gaan binnen, banen ons een weg door de zatlappen en verloren gelopen vrouwen, die op zoek zijn naar een vent. We geraken tot aan de toog. Bestellen een glas schuimend bier. Heb je een studentenkaart, vraagt de waardin. Ja, die hebben we. Dan krijg je afslag. Zeg het voort hé? Ja, zullen we doen. Jan zegt dat hij die madam aan de toog wat gaat opvrijen. Jongen, die kan je moeder zijn, zeg ik. Wat maakt dat uit, m'n moeder is al jaren dood. Misschien adopteert ze me wel. Ik wens hem veel geluk, hij zal het nodig hebben. Maar toch ben ik nieuwsgierig, dus ik volg hem. Ga naast hem staan, wil het gesprek op de voet volgen. Met z'n charmantste glimlach vraagt hij aan de dame wat ze wil drinken. Ze kijkt hem aan, kleedt hem uit met haar ogen. Haalt haar schouders op. Een sherry, roept ze naar de waardin. Op de rekening van deze Casanova. Ik schat haar rond de veertig, maar met een vrouw weet je nooit. Dat zou ik later ook ervaren…

Ik laat hen alleen, de tortelduifjes. Ik ga naar buiten, 't is me hier een klein beetje te druk. Sven komt mij gezelschap houden. Heb je het gezien, vraagt hij. Wat moet ik gezien hebben, vraag ik. Jan is met z'n nieuw lief naar de wc getrokken. Ja, ze zal hem moeten vasthouden zeker, zeg ik hem. Z'n kleintje is nog in een groeifase hé?

Jan komt naar buiten gelopen. Maken dat we weg zijn, zegt hij. De school is juist om de hoek, dus ver moeten we niet lopen. Wat heb je nu weer uitgestoken, vraag ik hem. Niets, totaal niets. Ik was dat wijf een tong aan 't draaien. Ze zat al aan m'n broek te frunniken, dus ik dacht laat ik hetzelfde doen met haar. Beetje over de billen strelen en zo van die dingen. Ze wilde m'n broek open krijgen , maar dat ding werkte niet mee. Dus, ik denk, laten we eens voelen wat ze in huis heeft. Ze zal wel nat staan…
We luisteren met open mond. De erecties doen hun werk. En toen?
Wel, ik voel en wat voel ik plots? Een briefje van duizend frank, vraag ik hem, hem kennende zal hij het wel in z'n zakken gestoken hebben. Nee, ik voel iets hard. Zo iets dat wij ook gebruiken om te gaan pissen. Dat wijf was verdomme een vent…

Ja, zeg ik, je kunt de natuur niet tegenhouden hé? Wil je een klap tegen je smoel, vraagt Jan, denk je dat ik voor de venten ben misschien. Toen hadden homo's het ook al niet gemakkelijk hé? Vanaf toen heette hij Jan Pietje-pak. Maar we zeiden het als hij het niet kon horen.

En op zekere dag was Jan verdwenen, zomaar. Van de ene op de andere dag. Z'n kleren en wat van hem was, werden opgehaald door twee heren van de Jeugdbrigade. Op m'n vraag wat er gebeurd was, kreeg ik het antwoord dat ik me moest bemoeien met m'n eigen zaken. De anderen waren er ook al niet. Ik dacht dat ik de leider was van die bende idioten, maar nee, Jan was de leider. Ze hadden verdomme met hun vieren die halve vrouw in elkaar geklopt. Daar moet ge nu slim voor zijn hé? En dan nog in 't bijzijn van getuigen. In Jan z'n kastje vonden ze ook nog portefeuilles en autosleutels. Een vogel voor de kat dus. Ik ben kwaad op Jan, zelfs nu nog na al die jaren. Misschien was hij de enige vriend die ik ooit gehad heb. We hebben uren gepraat over onze toekomst. Over een restaurantje te beginnen in Frankrijk, als we afgestudeerd waren. We geloofden onze eigen leugens, maar 't klonk goed. Ik vraag me nog altijd af wat Jan met die autosleutels ging doen? Was hij van plan een auto te stelen of deed hij het voor de fun? Ik zit verweesd op m'n bed. Straks zullen ze me wel komen halen als mededader zeker? Het zij zo, ze kunnen ons opsluiten in Ruiselede. Ik wil hier weg, ver weg. Alles vergeten, wakker worden en zien dat ik thuis in Gent in m'n bed lig. Met een broers en zusters die zeggen dat ik gedroomd heb…

©GoNo

 

feedback van andere lezers

  • ivo
    verbazend en inderdaad in een mens schuilen vele mensen, het is maar met welke mens je te maken krijgt en o wee dat je geconfronteerd wordt met die andere mensen in diezelfde persoon, je kan best schrikken :)
    GoNo2: Dank u!
  • dorus
    knap

    GoNo2: Dank u!
  • andremoortgat
    Sterk
    GoNo2: Dank u!
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 6

Uitstekend: 3 stem(men), 100%
Goed: 0 stem(men), 0%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 3 stem(men)
Er zijn 7 bezoekers online, waarvan 0 leden: .