writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Leven in 't verleden, zonder de weg naar 't heden te vinden…

door GoNo2




Wat een weer, mompel ik tegen mezelf. Het lijkt wel herfst. Zijn we te veel verwend geweest met al die mooie dagen? Typisch Belgisch weertje. De ene dag loop je in T-shirt met korte broek, de andere dag met trui en winterjas. Ik ben nat, kleddernat. Maar ik ga door de regen want een vriend, die ik al een tijd uit het oog verloren ben, heeft me vanmorgen gebeld. Met de vraag of ik langs wou komen. In al m'n goedheid heb ik ja gezegd. Geen rekeninghoudende met het rotweer buiten. Wie belt er nu ook om zeven uur in de ochtend? Dan ben ik juist aan m'n derde sigaret bezig en m'n eerste kopje troost. Maar kom, ik beloof hem om tegen halfnegen bij hem te zijn. Ik hoor aan z'n stem dat er iets scheelt. Danny, zo heet de man die me belde, heeft al zoveel ellende meegemaakt in z'n leven, dat ik het niet over m'n hart kan krijgen hem af te wijzen…

Z'n vrouw is, toen ze op vakantie waren in Spanje, omver gereden door een vrachtwagen. Dagenlang in coma gelegen in het AZ van Edegem. Niets aan te doen, ze is gestorven zonder nog bij bewustzijn te komen. Hem achterlatende met een dochter van twaalf jaar en veel verdriet. Hij is nooit meer op vakantie geweest. Z'n huis is een museum ter nagedachtenis aan z'n vrouw. Overal uitvergrote foto's met een kaarsje dat brandt. Ik kom er niet graag, het geeft me altijd de indruk dat ik binnen breek in z'n privésfeer. Maar ik ken hem al zo lang, 'k heb ook de betere tijden meegemaakt. Met muziek, bier en wijn in z'n grote tuin. Ze hield van bloemen. Veel bloemen, in alle kleuren en tinten. Een verzorgde tuin, waar je van het gras kon eten. Moest ik een koe zijn hé? Die tuin bestaat niet meer. Ligt er verwaarloosd bij. Het vijvertje is nu een stinkend gat dat vol rottende bladeren ligt. De muggen hebben hier hun speelplaats gevonden. De eens zo mooi aangelegde rozenperken zijn nu verwilderd, overwoekerd door het onkruid. De tijd is hier niet, zoals binnen, blijven stilstaan. Z'n dochter is op haar achttiende alleen gaan wonen. Kon het leven met haar vader niet meer aan. Mama is dood, zei ze, ze komt nooit meer terug. Ik ben jong en wil me niet levend begraven in een doods huis. Danny begreep het niet. Wat is er mis met het in ere houden van de nagedachtenis aan je moeder, vroeg hij haar. Er is niets mis mee, maar je overdrijft, was het antwoord van z'n dochter. Vanaf m'n twaalfde heb ik nooit vrienden mogen ontvangen in dit huis. Je wilde het niet, vond altijd wel één of andere reden. Naar m'n problemen wou je niet luisteren, dat ging wel over met eens goed te slapen. Denk je dat ik mama niet gemist heb? Ik mis haar nog elke dag. Ik praat tegen haar foto op m'n kamer. Zij luistert wel. Maar jij zit in je zetel, met een fles jenever, naar een foto van haar te staren. Werken doe je niet meer, je bent al jaren op de ziekenkas. Wie zorgt er hier dat er eten op tafel komt? Je wilde me kneden naar het evenbeeld van mama. Ik ben mama niet, ik ben je dochter. Ik wil verdomme leven, leven, hoor je me? Danny, haar vader, kijkt voor zich uit met nietszeggende ogen. Ik houd me afzijdig, ben in een conflictsituatie terecht gekomen waar ik geen vat op heb. Moet ik blijven of is het beter die twee het onder elkaar te laten uitvechten?

Patricia is vastbesloten om zich deze keer niet te laten doen. Ze is achttien geworden, meerderjarig dus. De opgekropte woede van zes lange jaren moet eruit. Ik heb medelijden met haar, maar ook met hem. Vader en dochter, de ene opgesloten in z'n wereldje van vroeger, de andere die snakt naar de vrijheid. Wat zit ik hier in godsnaam te doen, vraag ik me af…

Intussen zijn we vier jaar verder. Patricia heeft het huis verlaten, komt nog maar af en toe bij haar vader. Een vader, die er alleen nog maar is op papier. Ik kom er regelmatig, maar we praten weinig. De keren dat we praten, gaat het over z'n overleden vrouw, Carina. Ik weet niet eens of ik haar naam wel goed schrijf. Hij gebruikt me om z'n boodschappen te doen. Jenever van de Aldi. Wat toespijs en van die zachte melkbroodjes, die ik thuis gebruik om de ramen mee te kuisen. Ze absorberen water als een spons. Ik stel hem voor om samen de tuin in ere te herstellen. Doe het voor je vrouw, zeg ik hem, in de hoop hem over de streep te trekken. Hij kijkt me aan, schudt nee met z'n hoofd. Doe met die tuin wat je wilt, het interesseert me niet, nu niet en nooit meer. Dat was haar stokpaardje, 'k heb me daar nooit mee gemoeid, zegt hij. Zelfs het gras deed ze zelf af. Zo'n vrouw vindt je nergens meer…

Ik sta op de veranda, overzie de wildernis. Valt er hier nog wel iets van te maken? Misschien als ik eraan begin, gaan z'n ogen open? Man, begin toch eindelijk eens opnieuw te leven, denk ik dan. Je kunt niet blijven treuren tot jezelf dood valt hé? 't Heeft geen zin en nog minder nut. Neem terug contact op met de familie, ze zullen je helpen. Ze vragen niets liever. Daar dienen ze ook voor. Je dochter is in verwachting, heeft die toekomstige baby geen recht op een normale bompa? Ik ben zelf een stuk of zeven keer bompa, t kan ook meer zijn, ik ben de tel al lang kwijt. Maar ik voel me in m'n nopjes als ik m'n kleinkinderen bezig zie. Ik zeg het tegen hem. Waarschijnlijk zal hij de volgende keer niet meer opendoen als ik aanbel. Zo gaat hij om met goedbedoelde kritiek. Zo heeft hij ook z'n familie buitengesloten. Is het zelfmedelijden? Ik weet het niet. Misschien wel…

Een week later stond ik inderdaad voor een gesloten deur. De week nadien ook. Aan de buren heb ik gevraagd of ze hem nog gezien hadden. Jawel hoor.
' s Morgens in de tuin staat hij soms een sigaret te roken. Hij loopt gebogen als een oude vent van tachtig jaar. Schuifelt door het onkruid en praat tegen een onzichtbare iemand. We hebben gevraagd aan de wijkagent of de sociale dienst er niets kan aan doen. Nee, hij is geen gevaar voor zichzelf noch voor de omgeving, was z'n antwoord. Vroeg of laat loopt het verkeerd af met Danny, zeggen de buren. Ik denk het ook…

Maanden zijn voorbij gegaan. Ik ben er weggebleven. Als men ergens niet meer welkom is, moet men niet aandringen. Tot vanmorgen om zeven uur m'n gsm afging…

Om kwart voor negen was ik bij hem. Er hangt een groot bord van Century 21 aan z'n gevel. Te koop. Ik bel, hij doet open. Ik wijs naar het bord. Kom binnen zegt hij. In de gang staan er dozen opgestapeld. Bananendozen van Chiquita. Ga je verhuizen, vraag ik hem. Nee, zegt hij. Ik kan niet volgen. We gaan naar de veranda. Wat krijgen we nou? De tuin is volledig opgeruimd. Geen wildernis meer. Zelfs de weinige rozen die er nog staan, bloeien. Mag ik een toertje doen, vraag ik. De vijver is proper, krijgt lucht ingeblazen door een luchtpomp. Ik ruik zelfs verf. Het tuinhuisje heeft een nieuwe laag verf gekregen. Heb jij dat allemaal gedaan, vraag ik hem. Nee, de buren hebben geholpen. Anders krijg ik m'n huis niet kwijt aan de straatstenen, zegt hij. We zitten op de veranda. Ik met een koffie, hij met een thee. Ik zie een volle fles jenever staan op de keukentafel. In de vuilnisbak op de veranda liggen er nog twee lege. Drinken doet hij nog, maar veel minder zo te zien. Z'n handen beven nog lichtjes als hij z'n thee naar z'n mond brengt. Het spijt me dat ik je niet meer binnengelaten heb, zegt hij plots. Maar ik was het beu om altijd dezelfde kritiek te horen. Je leek wel m'n dochter. Ik begrijp het, zeg ik. Ons Patricia wil het huis niet, dus verkoop ik het. Van de opbrengst krijgt ze een deel. Da's het minste dat ik kan doen hé? Ik ben niet zo'n goede vader geweest, zegt hij. Dat mag je niet zeggen, je hebt je best gedaan in de mate van het mogelijke, zeg ik om hem wat moed te geven. Nee, jongen, ik was een slechte vader die z'n eigen kind verwaarloosd heeft. Patricia had gelijk, dit huis was en is dood. Een grote crypte. Als het huis verkocht is en dat zal niet lang meer duren, trek ik de wijde wereld in. Met m'n auto en een tentje. Ik ga heel Europa doorkruisen. Ik huur een kamertje om in orde te blijven met de ziekenkas. Veel heb ik niet nodig om te leven of moet ik zeggen overleven? Dat meen je niet, zeg ik. Ik zal een kaartje sturen als ik aangekomen ben, zegt hij, terwijl hij me doordringend aankijkt. Ik zie iets in z'n ogen. Ogen die afscheid genomen hebben van 't leven. Hij maakt me blaasjes wijs, denk ik. 't Zijn dezelfde ogen van een goede vriend die afscheid van me nam en 's nachts een overdosis drugs in combinatie met pillen genomen heeft. Terwijl ik dit schrijf, bel ik hem op. Geen antwoord. Ik maak me ongerust. Ik bel naar Patricia. Die neemt gelukkig wel op. Ik vertel haar mijn vermoedens. Ik hoor haar schrikken aan de telefoon. Ik ga er onmiddellijk naar toe, zegt ze…ik laat wel iets weten…

Ik wacht geduldig tot ze me belt…

©GoNo

 

feedback van andere lezers

  • andremoortgat
    Doorleefd, pakkend !
    En wat een inlevende Noël'''
    Wat een empathie.
    GoNo2: Dank u wel!
  • ivo
    knap en vooral realistisch klaar om verfilmd te worden - te veel mensen cultiveren hun verdriet als een reden om verlamd te mogen blijven zitten, uit respect voor wie er niet meer is.

    wie dit doorziet neemt de draad terug op en begint terug te breien want iets anders kan je met die draad toch niet doen, tenzij ge er een grote lus intrekt en over een tak van een boom hangt, maar daar heeft niemand iets aan, zeker niet degene die de troep ervan moet opkuisen.
    GoNo2: Dank u wel!
  • dorus
    sterk!
    GoNo2: Dank u wel!
  • joplin
    Rouwen, zwaar, maar toch, doorgaan, als je van één ding zeker kunt zijn, de dood komt, daar moet je geen moeite voor doen, dus gauw nog wat genieten.
    GoNo2: Dank u wel!
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 8

Uitstekend: 4 stem(men), 100%
Goed: 0 stem(men), 0%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 4 stem(men)
Er zijn 10 bezoekers online, waarvan 0 leden: .