writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Primaten…

door GoNo2




Ze kijken me aan, een blik van herkenning in hun bijna menselijke ogen. Een soort van extase maakt zich van hen meester. De omstanders in m'n buurt doen een stap achteruit. Kinderen kijken plots verschrikt naar hun ouders en grootouders. Niet begrijpend wat de reden is van al dat kabaal op het met stalen netten overdekte eilandje. Een oppasser komt aangelopen, zich afvragend wat die kinderen nu weer uitgespookt hebben. Hij kent z'n pappenheimers. 't Is niet de eerste keer dat ze colablikjes of andere rotzooi naar de dieren gooien…

Het oudste vrouwtje, tevens de leidster van het gezelschap, steekt een hand op. Een hand met gespreide vingers, alsof ze wou laten zien dat ze niets te verbergen heeft. Ik doe hetzelfde…
Bonobo's of dwergchimpansees leven in een wereld waar de vrouwen de lakens uitdelen. Het sterkste vrouwtje kiest een partner. Om de sterkste te zijn en zich niet te laten doen door de mannetjes, doet ze beroep op andere vrouwtjes. Ruzies worden meestal bijgelegd door aan seks te doen. Iedereen doet het met iedereen. Soms loopt het al eens uit de hand, maar die gevechten zijn meestal van korte duur. De emancipatie van de vrouw is daar geen dode letter. De vrouw heeft daar de broek aan. Bij wijze van spreken toch hé? Deze primaten staan het dichtst bij de mens. Ze zijn slim, leergierig en houden van een goede mop.
Ik heb ze leren kennen toen ik op bezoek was in Planckendaele. Toen zaten ze nog achter glas. Mistroostig te wezen. Eentje zat met haar neus tegen het glas gedrukt. Ze keek me aan met een blik die ik nooit vergeten ben. Haar ogen vertelden een verhaal. Ik las de heimwee in haar bruine ogen. De heimwee naar haar vaderland Congo. De rivierdelta waar ze ooit woonde en als kleine bonobo apenkwaad uitstak. Maar met al die burgeroorlogen en stammentwisten werd hun leefgebied kleiner en kleiner. In het begin vertrouwden ze de mensen, tot er een rijke blanke tegen grof geld een slachtpartij aanrichtte onder de bonobo's. Ze zijn 's nachts nog dieper in het oerwoud getrokken. Maar mensen willen nu eenmaal de heerschappij over alles wat leeft en beweegt in de natuur. Dus op een mistige dag werd ze gevangen genomen, samen met haar speelkameraadjes. Opgesloten in een houten kist met luchtgaten. Door die luchtgaten kon ze nog juist een stukje van de vrije natuur zien. Dat was ook het laatste dat ze zag en nog zou zien. Ze werden op transport gezet naar de Zoo van Antwerpen. Om een kweekprogramma op te zetten. 't Is voor hun eigen goed, zeiden de verantwoordelijken, anders zijn ze met uitsterven bedreigd. Het enige levensgevaar voor die primaten is de mens zelf, wij dragen onze ziektes over op hen als we hun leefgebied binnen dringen. Maar kweekprogramma's brengen geld in 't laatje. Een zoo met apen is altijd een attractie op zich. Wat zouden die apen denken over ons, vraag ik me altijd af. Wie bekijkt wie?

De leidster komt nu naar mij. We zijn gescheiden door water, zij kan niet verder dan de stroomdraad die rond het eiland gespannen is. Ik leg m'n hand op m'n hart als teken dat ik haar in m'n hart draag. Ze begrijpt me, althans dat maak ik mezelf wijs. De andere bonobo's zijn nu stil, kijken met nieuwsgierigheid naar mij en hun leidster. Enkele mannetjes beginnen luidruchtig op en neer te springen. Gooien met takken en half opgegeten appelen naar mij. Ik deins, in een reflex, achteruit. Ze zien me als een concurrent. Maar hun kunstjes duren niet lang. Met een gekrijs dat door merg en been gaat, roept de leidster hen tot de orde. De mannetjes klitten nu misnoegd samen op het van boomstammen gemaakte verhoog. Ze houden me in 't oog…

Ik steek m'n beide handen uit, haak de ene hand in de andere, buig voor haar als teken van onderwerping. De kinderen zijn nu ook stil geworden. Ze zijn getuigen van iets dat ze nog nooit gezien hebben. Een mens die een conversatie aangaat met een bonobo. De oppasser staat erbij met de mond vol tanden. Weliswaar met een vals gebit, maar kom, 't zijn ook tanden hé? Hoe doe je dat, hoor ik hem zachtjes fluisteren. Ik ken haar nog van toen ze als kleine bonobo in de Zoo van Antwerpen toekwam. Ik woonde toen nog in de Ploegstraat, vlak achter de zoo. Elke dag ging ik na m'n werk, eventjes langs bij haar. Dat was gemakkelijk, omdat ik toen nog 's nachts werkte als barman op het Conickpleintje. M'n nacht zat erop om 9:30 's morgens. Ik praatte met haar alsof ze een mens was. Wat ze in feite ook is. Beetje bij beetje leerden we elkaar begrijpen. Met gebarentaal. Gebarentaal die niet in de boekjes staat. Onze taal dus. Ze perste haar lippen tegen het dikke glas. Eerst begreep ik haar bedoeling niet. Maar toen ze smakkende geluiden erbij maakte, begon ik haar genegenheid voor mij te begrijpen. Ik kuste haar lippen op het vensterglas. De mensen rondom dachten dat ik gek was. 't Kon me geen barst schelen. Ze klopten tegen het glas om de bonobo's te doen schrikken. Ik kon me daar zo kwaad in maken. Paljassen, kun je niet lezen wat er op de bordjes staat, vroeg ik hen. Zij bleef zitten, verroerde zich niet. Liet af en toe een gegrom horen, toonde haar toen al vlijmscherpe tanden. Wat zou er gebeuren als men zo'n paljaske in die kooi zou zetten, dacht ik toen. Waarschijnlijk zou hij verscheurd worden…

De oppasser hoort m'n verhaal aan met toenemende aandacht. Een paar ouders hebben het verhaal ook gehoord. Kunnen apen spreken, vraagt er een ukkie aan mij. Natuurlijk kunnen die spreken, maar ze vertikken het om nog één woord tegen de mensen te zeggen. Ze gebruiken nog liever apengebarentaal dan woorden die kunnen kwetsen. Bompa, apen kunnen spreken, zegt de ukkie, ik wil met hen spreken. Dan zul je eerst zelf goed moeten leren praten hé, zegt de bompa. Vraag eens of ze honger heeft, zegt een oudere heer, die het nog altijd niet kan geloven. Ik breng m'n hand naar m'n mond, doe het teken van eten en wijs naar haar. Ze antwoordt met dezelfde gebaren., waarbij ze op haar borst klopt. Ongelooflijk, zegt de oudere heer, in het rondkijkende alsof er ergens een verborgen camera staat. Ik maak het gebaar dat ik afscheid moet nemen. Ze tuit haar mond, laat haar tanden zien in een grijns. Legt haar hand op haar hartstreek. Ik doe hetzelfde. In onze harten zijn we verbonden met elkaar, alleen de dood van één van ons beiden kan ons scheiden.

Ik ga verder. Kijk nog eenmaal om. Ze zit nu op haar verhoog, met aan haar zijde de mannelijke bonobo's, die zich als teken van onderwerping laten vlooien. Zij is de koningin, die de vrede bewaart in haar kleine koninkrijkje. Ik steek m'n hand op, zij ook en de mannelijke bonobo's doen hetzelfde. Ik ben niet langer een bedreiging voor hen. Ik ga je missen, zeg ik tegen mezelf, alvorens te verdwijnen door de grote poort waar de ooievaars gewoontegetrouw de wacht houden..

Ik maak me de bedenking dat die primaten helemaal hier niet thuis horen. Kunnen we geen eiland vinden, ver weg van het mensdom, waar ze in vrede kunnen leven, vraag ik me af. Alle apen of ze nu bonobo's, gorilla's, chimpansees of bavianen zijn, zijn intelligent en vindingrijk genoeg om te overleven. Maar misschien hebben we schrik dat ze ons voorbij gaan steken in de evolutie. Een beetje zoals op de Apenplaneet. Wat zou er gebeuren als de dieren, groot of klein, in opstand zouden komen? Om te beginnen met de insecten? Miljarden insecten die ons plots aanvallen? Een colonne mieren die tegen de gevels omhoog kruipen? Miljoenen wespen en bijen, die gezamenlijk een aanval op touw zetten? Giftige spinnen die niet langer bang zijn om verplettert te worden onder een schoen, die 's nachts hun gif in onze lichamen spuiten? Wat zouden we dan doen? Niets, helemaal niets, denk ik. We zijn tegenover de dierenwereld in de minderheid, zelfs al zijn we met zeven miljard mensen op deze planeet. Onze heerschappij zou rap naar de geschiedenisboekjes verwezen worden. Wie zegt dat het ooit eens zal gebeuren hé?

Noot van de schrijver:

Ik wil meneer Verf bedanken die mij op het idee voor dit verhaal bracht…

©GoNo

 

feedback van andere lezers

  • ivo
    schitterend Gono - eigenlijk ook wel een beetje aandoenlijk
    GoNo2: Dank u!
  • dorus
    mooi
    GoNo2: Dank u!
  • andremoortgat
    De madammen hebben het voor 't zeggen
    Op dees manier zou ik er mij neer gaan leggen
    GoNo2: Dank u!
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 6

Uitstekend: 3 stem(men), 100%
Goed: 0 stem(men), 0%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 3 stem(men)
Er zijn 7 bezoekers online, waarvan 0 leden: .