writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Producten van de Westerse Beschaving Deel3 (8)

door koyaanisqatsi

HET EINDE

CHAPITER 8
DE TERUGKEER VAN MAURICE PAS

Alles was hetzelfde en toch zag het er allemaal anders uit. De straten, de verkeersdrukte, de mensen, het kwam Maurice Pas allemaal zowel bekend als vreemd voor. Zo nu en dan wierp een voorbijganger hem een steelse blik toe, natuurlijk gericht op de plek waar ooit zijn rechter onderarm had gezeten en zich nu een witte, dikke stomp van verband bevond. Het viel nog af te wachten hoe ze deze zoveelste verminkte soldaat zouden oplappen. Als hij de dokters mocht geloven zou hij dankzij de rijkdom van het Fonds voor Oorlogsslachtoffers op de meest geavanceerde prothese mogen rekenen.
'Een onderarm die nauwelijks van een echte valt te onderscheiden,' had n van de behandelende artsen hem met een geruststellende knipoog laten verstaan, maar hij zou het pas geloven als het ding aan zijn lichaam zat.
Het handvol soldaten dat zijn pad kruiste negeerde hem ofwel angstvallig of knikte hem respectvol toe. Het was nooit zeker hoe iemand op een verminkte reageerde maar over het algemeen konden de mensen hun ongemak maar moeilijk verhullen. Misschien was het daarom dat Maurice, sinds hij uit het lazaret was ontslagen, telkens weer de aandrang voelde om er terug naar toe te gaan zodat hij niet constant geconfronteerd moest blijven met al die gne om hem heen en zich omgeven wist met gelijkgezinde lotgenoten.
Hij draaide de hoek om en besefte dat hij de plek had bereikt waar hij de laatste glimp van zijn geliefde Sidonie had opgevangen. Met betraande ogen had ze hem vanuit de deuropening gedag gewuifd en het kwellende idee dat ze binnen, eens hij uit zicht was verdwenen, in huilen zou uitbarsten had hem pas losgelaten toen hij met de drukte aan het station werd geconfronteerd.
Met iedere pas die hij nu zijn woonst naderde begon zijn hart feller te kloppen. Hij voelde een angst opkomen bijna zo erg als die aan het front, wanneer de granaten en kogels hem om de oren floten. Hoe zou zijn geliefde reageren? Hij had niet de moed gehad haar te schrijven -wat trouwens iemand anders voor hem had moeten doen, aangezien zijn linkerhand onvoldoende geoefend was om een leesbaar handschrift neer te zetten- en zijn lafheid verdoezeld met het standpunt dat hij haar niet nodeloos ongerust moest maken; alsof de mogelijkheid bestond dat zijn arm naar verloop van tijd weer zou gaan aangroeien.
Hij hoopte nog gauw een bekende tegen het lijf te lopen die hem er met een gepaste reactie van zou overtuigen dat hij zich niet al te veel zorgen hoefde te maken; dat Sidonie hem in de armen zou vallen, behandelen als een held en liefhebben als voorheen. Maar tot zijn wanhoop nam met de laatste stappen alleen maar de vervreemding toe. Hij vroeg zich af waar alle oude bekenden naar toe waren. Het kon toch niet dat ze allemaal waren verzwolgen door de geschiedenis van de oorlog?
Een paar meter voor de woning hield hij halt. Trillend op zijn benen liet hij zijn kitzak van zijn linkerschouder glijden. Er stond een verhuiswagen voor de deur die hem plots de flauwe hoop inlepelde dat die onbetrouwbare cipier van boven bezig was zijn biezen te pakken. Maar toen zag hij dat twee mannen in overall bezig waren de wagen uit te laden, wat al op de komst van nieuwe bewoners wees.
De voordeur stond open, hetgeen Maurice als een meevaller beschouwde. Het betekende dat hij niet moest aanbellen en Sidonie niet beneden maar in de vertrouwde omgeving van hun appartement met de schok zou geconfronteerd worden. Hij knikte de verhuizers gedag, die met enige argwaan terug knikten, zoog zijn longen vol en ging naar binnen.
De weg naar boven leek eindeloos maar vreemd genoeg begon zijn kitzak met iedere trede lichter aan te voelen. Toen hij eindelijk boven stond keek hij recht in een lege woning van waaruit een doodse stilte hem uitlachte.
De gedachte dat hij zich van woning had vergist deed hem kortstondig panikeren. Maar toen herkende hij de groene plankenvloer van de vestibule en de schuine kras die in de openstaande voordeur stond.
'Maurice!?'
Maurice hoorde de stem waarvan hij even voordien nog had gehoopt ze nooit meer te horen, draaide zich om en keek naar boven. Daar stond Gunnar Kerstenbrod, in zijn uniform, klaar om naar het werk te gaan. De cipier zag lijkbleek en Maurice dacht meteen dat hij tijdens zijn afwezigheid aan een ernstige, mogelijk ongeneeslijke ziekte was gaan lijden.
'Buurman,' slikte hij moeizaam.
In schokjes kwam Kerstenbrod de trap af, met in zijn rechterhand een broodtrommel terwijl zijn linker onzeker over de leuning gleed.
'Verdomme, wat is jou overkomen, kerel?' vroeg hij hees terwijl hij met zijn kin naar de witte stomp wees.
'Een granaat,' antwoordde Maurice, alsof het de normaalste zaak van de wereld was.

 

feedback van andere lezers

  • ivo
    niet enkel humor ook het wreede ... pfff hoe knap
    koyaanisqatsi: het kan verkeren... :-(
  • doolhoofd
    Wederom uitstekend verteld; afgemeten, realistisch en met oog voor detail.
    koyaanisqatsi: (buigt)
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 6

Uitstekend: 3 stem(men), 100%
Goed: 0 stem(men), 0%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 3 stem(men)
Er zijn 5 bezoekers online, waarvan 1 lid: Koyaanisqatsi.