writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Producten van de Westerse Beschaving Deel3 (11)

door koyaanisqatsi

DEEL 3
HET EINDE

CHAPITER 11
HET GRAF

Langzaam maar zeker kwam het grensdorp weer tot leven. Uit de wijde omgeving begonnen de dorpelingen terug te keren; eerst druppelsgewijs, nadien in grotere getale; eerst enkel de weinige weerbare mannen, nadien de vrouwen, kinderen en ouderen.
Zo goed als de helft van het dorp was tijdens de gevechten vernietigd. Wie zijn huis nog bewoonbaar aantrof begon op te ruimen en ontfermde zich over de herstelbare schade. Wie slechts een ruïne aantrof ging tussen het puin op zoek naar wat nog bruikbaar was.
Hier en daar kwamen de namen ter sprake van die dorpsbewoners die de nationaliteit van de vijand hadden. Zij zouden nooit meer terugkomen, zo veel was zeker; tenminste als hun leven hun lief was.
Eén van de gezinnen van wie de woning met de grond was gelijk gemaakt, liet er geen twijfel over bestaan dat de geschiedenis onomkeerbaar was. Nadat ze van hun inboedel hadden bijeengeschraapt wat nog heel was, namen ze zonder aarzelen de zo goed als intacte woning in van hun vroegere buren, die ze nu als aartsvijanden beschouwden. De tijd dat hun kinderen samen speelden in de tuin was louter een vage herinnering uit een zo ver verleden dat het uit het oog was verloren. Dat de vrouwen ooit mekaars volle borsten hadden gekeurd en mekaar ervan verzekerd hadden dat hun mannen blij mochten zijn met zo'n prachtstukken, was nog slechts een scène uit een theaterstuk, opgevoerd in een vorige eeuw. De machopraatjes over andere vrouwen waarmee hun echtgenoten zich zo vaak stiekem hadden verkneukeld, waren net zo weggerot als de herfstbladeren in de straten en tuinen, die zich als humus hadden vermengd met steengruis, stukjes verwrongen metaal, glasscherven en houtsplinters.
De lang gekoesterde en bewaarheid gebleven hoop dat het dorp wegens zijn onbeduidende karakter gespaard zou blijven van de vijandelijkheden was enkele dagen voordien letterlijk de grond in geboord door een reeks granaatinslagen. Als bij wonder had iedereen zich ongedeerd uit de voeten kunnen maken nog voor de infanteristen van beide legers mekaar in en rond het dorp te lijf waren gegaan. De strijd zou enkele uren duren en onbeslist blijven, waarna de strijdende partijen zich weer hadden terugtrokken achter hun relatief veilig geachte demarcatielijnen.
Een paar achtergebleven deserteurs hadden zich nog enige tijd verscholen gehouden en waren tijdens de nacht in alle windrichtingen uitgezwermd.
Mitje, het negenjarige dochtertje van het gezin Biddersak, liep verweesd door de straten. Haar moeder en oude oom waren samen met de buren bezig de voordeur te herstellen en hadden haar weggestuurd omdat ze in de weg liep en vervelende vragen stelde. Ze begreep niet waarom de grote mensen hadden besloten terug te keren naar de plek waar ze nog maar een paar dagen voordien in paniek, schreeuwend en brullend, hun kinderen als lappenpoppen met zich meesleurend, waren van weggevlucht, en waarom ze dingen die stuk waren gegaan begonnen te herstellen terwijl ze hun mond vol hadden van een eeuwigdurende oorlog, wat toch betekende dat alles op ieder ogenblik opnieuw kon worden stukgemaakt.
Op de plaats waar de beenhouwerij had gestaan zag ze Obie en zijn moeder zitten. Obie's vader was de dorpsslager maar sinds hij onder de wapens was geroepen had zijn moeder de beenhouwerij zo goed en zo kwaadschiks mogelijk alleen open gehouden. Nu zat ze verslagen, haar ogen rood en gezwollen, op de brokstukken van wat ooit de toonbank was geweest, te huilen terwijl Obie troostend een arm om haar heen had geslagen.
Mitje liep op hen toe maar wist niet wat te zeggen. Dat haar moeder was teruggekeerd, tot daar toe -hun huis stond er nog-, maar dat Obie's moeder was teruggekomen ging haar verstand te boven.
Obie liet zijn moeder los, stapte op Mitje toe en zei: 'We hebben niets meer. We wachten tot opa ons komt ophalen. En dan gaan we tot de oorlog voorbij is en papa terug komt van het front bij opa en oma wonen.'
Mitje knikte, beet op haar onderlip en vroeg: 'Zullen we dan nog een laatste keer naar ons kamp gaan?'
Obie keek even naar zijn moeder, die een glimlach richting Mitje forceerde, en knikte.
'Kom,' zei hij, en hij pakte Mitje bij de hand.
'Blijven jullie?' vroeg hij terwijl ze naar de rand van het dorp liepen.
'Ik denk het wel. Mama, Oom Petrus en nog een paar mensen herstellen de voordeur. Dus ik denk dat we blijven. Ons huis staat er nog.'
Obie zweeg. Het rampzalige heden en het nakende afscheid weefde een deken van somberheid rond zijn kleine, kwetsbare gestalte.
'Mitje! Obie! Gaan jullie naar het kamp!?'
Riki, de oudste jongen uit hun vaste kringetje, kwam uit het huis van zijn grootouders gelopen.
'Ik hoorde dat je papa zijn zaak helemaal kapot is,' zei hij tegen Obie.
Obie knikte.
'Ons huis staat er nog,' zei Mitje, 'maar de voordeur is wel stuk, en er ligt veel glas op de grond.'
Riki wees naar het huis van zijn grootouders. Het stond nog overeind maar in het schuine dak was een groot gat geslagen.
'Oma en opa hebben nog geluk,' zei hij, 'bij ons is het hele dak er af.'
De drie kinderen bleven een tijdje zwijgend staan, alsof ze zich voor heel even elk in hun eigen wereld hadden teruggetrokken. Tot Riki zijn vraag herhaalde.
'Gaan jullie naar het kamp?'
'Een laatste keer,' zei Obie. 'We blijven niet. Mama en ik gaan bij oma en opa wonen, tot de oorlog voorbij is en papa de zaak weer kan opstarten.'
'Als het kamp maar niet vernietigd is,' zei Riki.
Door Riki's woorden overvallen door ongerustheid zette de drie kinderen het op een lopen. Het kamp was een in elkaar geflanste wirwar van kruipholen en schuilplaatsen dat zich in een beboste strook net buiten de zuidrand van het dorp bevond. Zowat alle dorpskinderen hadden er aan meegewerkt. De oudsten en sterksten hadden vanop een braakliggend terrein enkele lege olievaten en balken aangevoerd; de hele groep had takken verzameld en de handigsten hadden alles aan elkaar gesmeed tot een bewonderenswaardig bouwwerk.
Op de weg die de beboste strook scheidde van het dorp stond een uitgebrand legervoertuig. Was er geen kamp geweest dan had het ongetwijfeld de aandacht van de kinderen getrokken. Maar nu liepen het ze wrak voorbij alsof het al jaren deel uitmaakte van de omgeving.
Riki duwde de dichte struiken opzij die het kamp aan het zicht onttrokken.
'Gelukkig…' slaakte hij een diepe zucht, 'alles staat er nog.'
Hij wilde verder lopen maar Obie hield hem bij de hand en riep: 'Wacht!'
Even voorbij wat ze als de hoofdingang van het kamp beschouwden lag een hoop opgehoogde aarde waarin aan het verste eind een houten plankje stak.
'Wat is dat? Een graf?' fluisterde Mitje.
Riki knikte en maakte een puffend geluidje. Op het houten plankje had iemand onhandig geschreven: 'HIER LIGT CESAR BODUOGNAT OORLOGSHELD.









 

feedback van andere lezers

  • doolhoofd
    Alsof ik er zelf bij was, zo leest het haast.
    koyaanisqatsi: ;-)
  • ivo
    hoe dwaasheid plots realiteit kan zijn, verkeerde droom hoop ik dan maar
    koyaanisqatsi: zo iets, idd ;-)
  • greta
    Ik kon me niet bedwingen om het laatste deel te lezen.
    Nu nog even terug naar de voorlaatste 2.
    Complimenten voor deze serie. Ik wou dat ik zo kon schrijven.
    koyaanisqatsi: xxx
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 8

Uitstekend: 4 stem(men), 100%
Goed: 0 stem(men), 0%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 4 stem(men)
Er zijn 6 bezoekers online, waarvan 0 leden: .