writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Koyaanisqatsi's Hallucinogene Rondreis (13 Het Bezoek)

door koyaanisqatsi

13. HET BEZOEK
Het was een zwoele avond, op alle mogelijke vlakken. Fabien Barthez droeg niets anders dan een mouwloos onderhemdje en een kaki shirt, nog maar net gekocht in de discountzaak om de hoek waar je voor een figuurlijke appel en een ei kleren kon aanschaffen. Hij had de glazen van zijn recent aangeschafte verrekijker schoon gemaakt en was klaar om zich met een biertje op het balkon te installeren. De duisternis zou nog wel even op zich laten wachten maar hij wilde genieten van de opdagende schemering die het spektakel van de avond als een plichtbewuste heraut aankondigde.
De moestuintjes lagen er al verlaten bij maar de vleermuizen lieten zich nog niet zien. Alleen een enkele zwaluw scheerde al eens langs het flatgebouw om telkens weer met het maken van een grote curve aan de voorkant de verdwijnen. Vanuit de verte klonk kwam het geloei van een sirene naderbij; waarschijnlijk afkomstig van een ambulance die naar het nabijgelegen ziekenhuis onderweg was. Barthez herinnerde zich dat hij een tijdje geleden een paar huizenblokken van zijn appartement vandaan werd aangesproken door een stokoude man met een kaneelkleurig, uitgedroogd gezicht en een fez op zijn hoofd. De man vroeg naar 'al mustashfa' en Barthez had er het raden naar wat hij bedoelde; tot hij een verfrommeld briefje in zijn hand kreeg geduwd waarop 'Sad Benjelloun kamer 124' stond te lezen. Toen had hij met een reeks handgebaren de weg naar het ziekenhuis gewezen, waarop de man Barthez' rechterhand tussen beide handen had genomen om hem op een ontroerende wijze zijn grenzeloze dankbaarheid te betuigen.
Hij was benieuwd hoe de wellustige kabouters met het zwoele weer zouden omgaan. Zelf werd hij loom van de benauwde lucht. De mythe beweerde dat warm weer ook de lust opwarmde maar zo had hij het nooit ervaren, ook niet toen hij nog jonger was en bijvoorbeeld met zijn vrouw naar het zuiden trok om van een welverdiende vakantie te genieten.
Geplaagd door de warme liet Barthez zich met een kreunend geluidje in zijn klapstoeltje zakken. De zwaluw schoot weer voorbij, in de voor zijn soort typische, gestroomlijnde houding. Plots ging de bel. Aan de beltoon te horen stond er niemand beneden maar wel aan zijn deur op de vierde verdieping. Met tegenzin kwam Barthez weer overeind om zich sakkerend naar de voordeur te begeven. Hij keek door het spionnetje en ontwaarde de licht gekrulde lokken van Violetta die met haar rug naar de deur gekeerd stond.
'Ook dat nog,' gromde hij, beseffend dat het geen zin had om niet thuis te geven aangezien hij zijn auto voor de deur had geparkeerd.
Hij draaide het slot op en trok de deur tergend langzaam open, alsof hij hoopte dat zijn bezoek daardoor voldoende tijd zou hebben om in het niets op te lossen.
'Pa Fabien, mag ik binnenkomen?' vroeg Violetta.
'Kan ik je tegenhouden?' antwoordde Barthez tegen zichzelf terwijl hij zwijgend naar zijn woonkamer liep.
Violetta volgde hem in zijn kielzog, moeizaam stappend op de hoge hakken die ze onder een strak, fluorescerend groen zomerkleedje droeg.
'Het is Boris,' zei Violetta.
'Natuurlijk,' zuchtte Barthez terwijl in zijn armstoel ging zitten.
Violetta vlijde zich neer op de fauteuil schuin tegenover hem, sloeg haar linkerbeen over haar rechter en zei: 'Hij is vertrokken.'
Barthez fronste zijn ogen.
'Toch niet omdat we hem probeerden jaloers te maken, wat trouwens ook weinig meer was dan een belachelijke onderneming, dat idee van jou'
'Pa Fabien, geloof me als ik u zeg dat ik stomverbaasd was dat hij zich niet liet vangen. Hij wordt al ongemakkelijk als iemand me nog maar op een vluchtige blik trakteert. Dat hij niet achter ons aan gekomen is Maar daarover moeten we het niet meer hebben. Hij is weg. Foetsie! En wel degelijk naar Isfahan.'
'Hoe weet je dat zo zeker?'
'Omdat het tapijt ook foetsie is. Hij is dus wel degelijk weggevlogen.'
'Flauwekul! Hij kan dat vod net zo goed opgerold hebben en onder zijn arm meegenomen.'
'Het raam stond wagenwijd open.'
'Dat kan het kleinste kind openzetten.'
Violetta graaide in haar handtas, begon te snikken en haastte zich om een zakdoek onder haar neus te duwen.
'U gelooft me niet, maar ik ben er zeker van dat hij is weggevlogen. Hij zat nog op het tapijt toen ik naar het toilet ging en toen ik even later terug kwam -ik moest slechts pissen- stond het raam open en was hij weg.'
'Dus jij gelooft in vliegende tapijten, sukkel!' snauwde Barthez. 'Hoe onnozel kan je zijn? Wat ga je me nog vertellen, dat kaboutertje bestaan?!'
'Zeker weten,' reageerde Violetta, die in een vingerknip van een grienende kneus in de koelbloedigheid zelve was veranderd, 'aangezien er eentje op de borstwering van je balkon zit!'

 

feedback van andere lezers

Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 3

Uitstekend: 1 stem(men), 50%
Goed: 1 stem(men), 50%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 2 stem(men)
Er zijn 6 bezoekers online, waarvan 0 leden: .