writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Maneki Neko

door Ghislaine

Hoofdstuk 50

Een mok hete koffie, zijn voeten op de bureautafel en de bureaustoel helemaal naar achter gekanteld. Zo lag Marc met een turf van een boek te lezen. Alles wat aan zijn ogen passeerde, paste niet in het profiel van het door hen gezochte target. Het onderzoek van het Maneki Neko dossier begon stilaan vast te lopen. Een beangstigende vaststelling. Na een honderdtal bladzijden sloot Marc het boek. Een necrofiel werd het moorden bespaard. Het roven hoefde niet, zoals deed. Hetgeen Marc zocht werd niet beschreven. Hoewel de professor hem in geringe mate had uitgelachen met het idee, dat een vorm van extreme persoonlijkheidsstoornis bestond. Bovendien kon professor Mertens bogen op dertig jaar ervaring in de psychiatrie. Hij had hem bij het verlaten van diens kantoor deze boek in handen geduwd. Als het daar niet in beschreven stond, bestond het gewoonweg niet, volgens Professor Mertens, de auteur van het boek. Daardoor begon Marc aan zichzelf te twijfelen. Johannes Bosmans had onlangs nog geopperd van een tweeling. Voor zover zijn kennis over tweelingen gold, wist hij dat één kind dominant was. Zelfs al woonden ze kilometers van elkaar dan deden ze onbewust hetzelfde of droegen dezelfde kleding. Als ze in elkaar buurt bleven, kon het dominant karakter dan aanzetten tot moord? Ja, bij psychopaten, maar was dat hetzelfde voor iemand met een extreme vorm van persoonlijkheidsstoornis? Of was hier sprake van twee targets? Dat laatste sloot hij gelijk uit. Dan had de zwakste schakel al veel eerder fouten gemaakt. Onuitwisbare fouten die hem tegen de lamp had laten lopen. Marc opende het boek weer en las verder. Materie die onbruikbaar was, leek eindeloos saai. Zo oeverloos eentonig dat hij zich de pleuris schrok van Johannes.
"Loden lettertjes," vroeg Johannes met een grijs van oor tot oor op zijn gezicht.
" Ze sloegen met knock - out," pareerde hij de kwinkslag. Hij had verdorie liggen pitten. Dat schoot ook niks op. Om dat stuk saaie materie over te doen, had weinig zin.
"Seg rustverstoorder, wat brengt je hier,"
"Dat je een half uur geleden aan Tuinwijk vier werd verwacht."
Marc was gelijk goed wakker. Het boek 'Donkere gedachten' schoof met een zwier zijn bureaulade in, griste hij zijn wagensleutels van de tafel en stond in geen tijd aan de deur. Achter zich hoorde hij de code voor een ongeval met vluchtmisdrijf uit Johannes zender. Een paar seconde later kreeg hij ook de locatie mee. De 'Boomgaerd' die wijk lag de andere richting uit, waardoor hij genoodzaakt werd, zelf te rijden. Hij stapte de witte Volvo XC 60 in en vertrok. Bij het verlaten van de parking passeerde een Dodge Ram Crew Sport. Het type wagen waar Gitta voor viel. Groot, zwart en sterk.
"Een muilezel," dacht hij en voegde na een vrachtwagen in. Twintig minuten later parkeerde hij de wagen achter de groene Bora. Het dienstvoertuig van Mateo. Een teken dat ook Alex in de buurt was.
"Je komt toch nog opdagen? Of moest men de Volvo nog produceren," beet Alex hem toe toen hij net uitstapte.
"Meneer vertrekt zonder een woord uitleg. Laat staan dat we achteraf gebrieft worden."
Alex was duidelijk uit zijn hum.
"Ja. Oké. Andere bazen andere wetten," antwoordde hij en liep gelijk naar Mathieu Peeters toe.
Naast Kurt stond de oorzaak van Alex rothumeur. Morgane! Zelf liet hij merken niet van haar aanwezigheid gediend te zijn, maar bij een reconstructie was zijn mening van weinig belang. Hij volgde haar op de voet. Wat Morgane zich herinnerde, maakte hem niet veel wijzer. Zijn buikgevoel vertelde hem dat er iets niet klopte aan haar verklaring. Ze had haar belager niet gezien in het huis. Ook was haar geen andere wagen opgevallen op de inrit van Tuinwijk zes.
"Geen portier horen dichtklappen," vroeg hij, waarop gelijk een negatief antwoord terugkwam. Wat na haar pandoering volgde, kon ze zich in vage fragmenten herinneren.
"Een rode dubbele deur, een wieg en Mateo," verklaarde ze ongevraagd.
Marc ging terug naar buiten. Hij liep om het huis en zocht naar de aanwezigheid van een kelder. Langs de zuidkant was hij naar buiten gekomen. Aan de Noord- Oostkant zag hij beschadigingen aan de rollaag die gelijk met de overwoekerde grond lief, en bij de Noord - Westerzijde ontdekte hij een gamel aangebouwd tuinhuis. Een wildernis met manhoge netels en verdorde Berenklauw, deed de locatie geen eer aan. Dit was geen tuin maar een jungle. Aan de Zuid - Westerzijde was de gevel begroeid met Clematis en verwilderde klimroos. Ook hier vond hij geen aanwezigheid van een kelder. Het sloot niet uit dat er nadien geen kelder kon bijgebouwd zijn. Tussen het hekwerk van de buren liep een smal stuk diep uitgesleten aarde, net breder dan een fietsband. Een behoorlijke toer om hier in volle zomer door te rijden, als de netels in bloei stonden. Hij banjerde zich een weg door het onkruid en volgde het fietsspoor. Heet eindigde aan een stapel opeen getaste boomstronken. Hij zocht naar een weg om aan de achterzijde van de stapel brandhout te komen en struikelde daarbij over een onzichtbaar stuk beton waarbij hij zijn handen netelden. Niet krabben was de boodschap hoewel het flink jeukte. Net toen het spoor vanuit de jungle weer opdook, liep hij zich vast tegen hemelse geuren met super lange doornen.


Hoofdstuk 51

De logge combi hield niet van een slakkengangetje. Johannes zag de meter van de thermostaat omhoog gaan wat hem zorgen baarde. Zijn dienstwagen was versleten. Zo simpel was het. Het ongeval waarvoor zijn assistentie vereist was, zorgde voor flink wat verkeershinder. Links kon hij onmogelijk rijden zonder zelf ongelukken te veroorzaken en rechts stonden om de vijf meter dikken bomen en straatverlichting. Deze smalle weg was niet berekend op tweerichtingsverkeer, maar door wegwerkzaamheden benut als omleidingsweg. Meestal kwamen daar vodden van, maar zo snugger waren de ingenieurs niet, dacht de stevige interventie- inspecteur. Ondanks het gevaar besloot hij in te halen. Na drie pogingen hield hij het voor bekeken. Veel te gevaarlijk ondanks dat hij prioritair reed. Het maakte geen enkel verschil. Het tegenliggend verkeer kon ook niet ruimen. Dikke bomen, lantaarnpalen en afrasteringen gingen ook niet aan de kant. Het tegemoetkomend verkeer bleek opgelost in het niets. Jo trapte het gaspedaal ten de bomen en stak gelijk een rits van tien wagens voorbij. Dat was boffen. Aan het wrak viel zijn wagen stil nog voor hij hem aan kant wist te zetten. Witte rook vanonder de motorkap was geen hoopgevend signaal. En een extra wrak maakte de verkeershinder er niet beter op. De rode tent van de brandweer gaf aan dat hem straks een moeilijke taak wachtte. Boodschapper van de dood. Als hij uitstapte en het wrak passeerde zag hij dat er twee tenten stonden.
"Tweede doden in de witte wagen en drie in de S.U.V. Dat moet een geweldige klap gegeven hebben, gezien er schade is aan drie huizen," meldde de brandweercommandant.
"Thanks," weerklonk het van Johannes, die via de transmissiekamer om een verkeersdeskundige en de procureur des konings. Hij ging terug naar zijn interventiewagen om een andere zender te nemen. De accu van die op zijn schouder was bijna op haar einde. Daarbij passeerde hij het witte wrak en keek erin. Opgetrokken handrem. Een teken dat deze bestuurder er alles aan gedaan had, zijn voorligger te mijden. Helaas vruchteloos. De achterkan was zo gehavend dat een merk achterhalen zonder boorddocumenten vrijwel onmogelijk was. Diens voorligger lag op z'n dak. Verwonderlijk voor een robuuste Opel Vivarium. Johannes vormde zich een beeld van een mogelijk scenario. Doch in zijn fantasie lukte het niet zonder derde partij. Aan zijn interventiewagen stonden twee oudere mensen.
"We hebben het zien gebeuren meneer de polies," zei de dame wat beverig.
"Die zwarte wagen reed veel te snel. Dat is hier geen straat om te vliegen," vond de man met witte baard.
"Soms zit het geluk in twee mensen," dacht Johannes en keek misnoegd naar de motorkap waaruit nog een fluitketel signaal kwam. Zijn vierkant huisdier stond te stomen. Als al het andere nog werkte, deerde het hem niet zo erg. Hij haalde een paar kegels uit en de ronde signalisatielampen uit de kofferbak. Plaatste alles zo dat iedereen op een veilige manier kon voorbij rijden. Daarna ging hij terug naar het seniorenkoppel en deed de mensen plaats nemen op de achterbank. Eerst nam hij de personalia van deze getuigen door en tijdens dit werk, had hij al meer dan de helft van de omstandigheden van dit ongeval gehoord. Alleen konden de senioren niet op de merknaam van de gevluchte auto komen. Ze wisten hem enkel te vertellen dat het een grote zwarte wagen was die vooraan een ijzeren gebogen baar had. Hij noemde enkele merken op hen op weg te helpen maar de mensen herkende er niet één van. Omdat hij toch niet veel wijzer geworden was, besloot hij het gesprek met een formeel dank u en het bericht dat ze deze verklaring bij hun thuis bezorgd werd. Nadat de mensen uit het zicht verdwenen waren, begreep hij hoe dit ongeval had kunnen gebeuren. De grote onbekende wagen was in volle snelheid op de witte wagen geknald, waardoor deze met de motor onder zijn voorligger schoof en deze op zijn dak flipte. Naar alle waarschijnlijkheid hadden de passagiers noch de bestuurders hun gordels om, waardoor er in de wagen doden te betreuren viel. Johannes borg de getuigenis in een mapje op en hing dit aan de klipboard, sloot de Combi af en hielp het verkeer regelen.

Hoofdstuk 52

Behoorlijk gehavend had Marc de achterkant van het verwilderde klimrozengordijn weten te bereiken. In de schaduw van de houtstapel lagen tientallen koffers, huisvuilzakken en een paar skeletten van vermoedelijk honden. De ondergrond was zompig en moeilijk begaanbaar. Het fietsspoor was zichzelf bijster. Na een tijdje merkte hij dat de ondergrond vaster werd, hoewel de bovenlaag vochtig was, maar niet meer zompig. Hij bleef de vastere weg volgen, keek even om en zag dat hij minstens honderd meter van de houtstapel verwijderd was. Een tel later knalde hij tegen een vale rode deur. Verbaasd zette hij een pas achterwaarts en de deur verdween in de grond. Voorzichtig stapte hij weer een pas naar voren, de deur kwam weer te voorschijn. Er hing een net aan gevuld met aarde en ander organisch materiaal zodat deze toegang bijzonder goed gecamoufleerd was. Een voet meer naar links of rechts en het mechanisme werkte niet. Te ver van het huis verwijderd en alleen. Zijn zender lag in de wagen. Niet slim, maar wie had gedacht dat uitgerekend hij op deze manier Morgane's verklaring ging staven. Op het eerste zicht was er niets voorradig om het mechanisme te markeren zodat hij en de anderen het later konden terugvinden. Van de aarde een hoopje maken, leek hem een idee, maar bleef het liggen? Hij markeerde voor de zekerheid het hoopje met zijn schoenen, deed een pas achteruit en de deur schoof weer in de grond. De terugtocht op kousenvoeten werd een minder prettige ervaring. Kletsnatte modderige voeten die hem een paar keer onderuit haalde. Het zompige voelde aan als slijm. Toen hij weer bij het huis kwam, was iedereen weg.
"Shit,' vloekte hij, terwijl de wandeling naar de wagen al evenmin vlekkeloos verliep. Op een stap in jonge frisgroene netels had hij niet gerekend. Aan de Volvo ontdeed hij zich van zijn zwaar toegetakeld hemd, nam zijn zender en een harde klap hielp hem van de wereld.
…….Johannes was blij als twee takelwagens ter plaatse kwamen, gevolgd door een tweede interventieploeg.
"Eindelijk met vier. Het ging vast een stuk vlotter verlopen dan met twee," dacht Johannes, en zag dat één van de takelwagens nergens bij kon, omdat zijn dienstwagen in de weg stond. Richard Lijnen, een nieuwkomer bij de interventiedienst sprak hem hierover aan.
"Daar komt geen muziek meer uit," zei hij en riep naar collega Verjans Eline om de combi op één of andere manier daar weg te halen. Een zwaar motor geluid trok Johannes aandacht weer bij het verkeer. Zes wagens stonden op zijn bevel stil, terwijl Vanaveren Rudi het kon overnemen en de lange rij aan diens kant deed doorrijden. Na een paar minuten was het zijn beurt weer. Na een lijnbus hield hij het verkeer weer staande. Het zware geluid kreeg een uiterlijk. Voor zijn voeten stopte een zwarte Dodge Ram Crew Sport. Het viel Johannes op dat de bullbar wat schade had, hoewel de robuuste wagen nog fonkelnieuw oogde. Misschien had de bestuurder een paal geraakt of een dom ongeval gehad. Meer zocht hij er niet achter. Ook de bestuurder paste naar zijn smaak niet echt bij deze wagen. Witte lange baard, houthakkershemd en een star blik gericht op de rode tent. Johannes keek weg van de opvallende wagen,en volgde de lijn waarna de bestuurder had gekeken. Daardoor mistte hij bijna het signaal van Rudi. Het roadmonster mocht beschikken en alles wat er achter kwam. Hij zag een felle blauwe glinstering in de zon onder het wit wrak en liep op het grappig licht af. Hij liet het verkeer voor wat het was en kroop onder het wrak. Een huivering kroop over zijn ruggengraat. Het beeldje dat aangaf dat dit ongeval een moord was. Het koste hem moeite zijn zakdoek uit zijn broekzak te vissen om het beeld van besmetting te vrijwaren. Achteruit vanonder het wrak kruipen, bleek een huzarenstukje. Zijn lange benen hadden een stuk rijweg nodig waardoor wagens rakelings langsheen zijn grote voeten raasden. Het duurde enkele minuten voordat hij weer op zijn stevige stappers stond. Hij had de indruk dat er teveel tijd verloren gegaan was. De takelwagens mochten tot nader order weer beschikken alsook de lijkwagens Hij gaf collega's Verjans en Vanaveren de opdracht om het verkeer totaal om te leiden vanaf de kruising met de Appelgaerdweg tot aan het begin van de woonwijk Boomgaerd.. Niets of niemand werd toegestaan binnen een perimeter van vijftig meter rond de wrakken en de rode tenten. Hij ging naar de combi en verwittigde Alex en hoorde gelijk de melding van een ongeval. Net op het moment dat Alex vroeg of Marc bij hem was, ving hij het adres op.
"Waar heb je hem voor het laatst gezien," vroeg Johannes terwijl hij zich in de wagen heiste.
"Tuinwijk zes."
"Er is daar een ongeval gebeurd. Misschien vangt Marc de eerste nood op tot er een ploeg beschikbaar is," meldde Alex.
"Kan je assistentie gaan bieden?"
"Nope, mijn kar zingt niet meer. Het enige wat nog werkt is de zender," antwoordde Johannes en keek de Dogde Ram na die normaal niet meer uit die richting meer mocht komen.
"Jij passeert nog één keer en dan ga je de bon op," bromde de zware bariton waarna hij de zender weer in de houder klikt.

 

feedback van andere lezers

  • GoNo2
    Zoals steeds hé?
    Ghislaine: Bedankt voor het lezen lieve vriend
  • danvoieanne
    Met een vriendelijke groet,
    graag komen lezen...
    Ghislaine: Bedankt voor het lezen.
  • pieter
    Beste Ghislaine,
    Ik ga beginnen met jouw verhaal te lezen. Op dit moment kan ik er nog weinig zinnigs over zeggen, want ik val er midden in. Dit is namelijk aflevering 50. Ik heb, zoals ze zeggen, "er schuin doorgelezen". Dus nog niet met volle aandacht. Maar dat gaat wel gebeuren. Ik heb opgemerkt dat je er een tijdje 'uitgeweest' bent. Welkom terug.
    Vriendelijke groet,
    Pieter.
    Ghislaine: Dank u voor het lezen. Ik ben nog niet helemaal de oude maar dat komt wel.
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 4

Uitstekend: 1 stem(men), 33%
Goed: 2 stem(men), 67%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 3 stem(men)
Er zijn 5 bezoekers online, waarvan 0 leden: .