writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Titel Gezocht 41

door Koyaanisqatsi

Het beeld van een tweepersoonsbed, met slechts n hoofdkussen dat in het midden van het hoofdeind lag en helemaal doordrenkt was met bloed, beet zich via mijn ogen een weg naar mijn hersens. De houten achterwand van het bed, zwartgelakt en goudomrand, en een deel van de muur er boven, zaten onder de spatten van hetzelfde rood dat alle aandacht als een magneet naar zich toetrok en de rest van de kamer volkomen irrelevant maakte.
Ik slikte, moest kort na mekaar twee braakneigingen onderdrukken en kon niets anders bedenken dan dat nog niet zo lang geleden een weerloos iemand hier de kop was ingeslagen. Met een bijl, een zwaar voorwerp, een werktuig of wat dan ook, het maakte in feite weinig uit, want hier was hoe dan ook sprake geweest van een monsterlijke daad die slechts het werk kon zijn van een zieke geest of iemand die om n of andere reden volkomen buiten zinnen was geraakt. Het drong niet tot me door dat er geen spoor was van hersens of stukken schedel maar dat was misschien mijn geluk, want was dat wel geval geweest dan had ik onvermijdelijk mijn hele maaginhoud uitgekotst.
Aan de geur van de misdaad viel evenwel niet te ontsnappen. Het was een combinatie van angstzweet, bloed en dood, een griezelig mengsel dat tot in het diepste haartje van mijn neusgaten binnendrong. Was de dode vrouw in kamer vijftien het slachtoffer van deze gruwelmoord? Gezien haar ongeschonden staat was dat quasi onmogelijk en toch kon ik de gedachte niet loslaten dat zij op deze verschrikkelijke manier aan haar eind was gekomen.
Waar ik de moed vandaan had gehaald wist ik niet, maar plots stond ik aan de rand van het bed, als een nieuwsgierige reporter die met knikkende knien op het punt stond zijn eerste misdaadverslag op te stellen. Ik moest onbewust, als gehypnotiseerd, naar het bed zijn toegezogen. Een andere verklaring voor dit dwaze gedrag kon ik niet bedenken.
'Overal afblijven, ramptoerist!'
De stem die in mijn nek sprong klonk zwaar en vet, als van een boertige beenhouwer. Met nog wat feller knikkende knien maakte ik rechtsomkeer en zag hoe een even korte als dikke man in een ouderwets kostuum en een bolhoed op zijn brede hoofd, als een ontspannen pingun de kamer kwam binnen gewaggeld.
'Da's een zootje, niet? Dat schoonmaken zal nog een heus karwei worden.'
Bij ieder woord dat over zijn tong rolde deinsde de man zijn walrussnor, even zwart als grijs, op en neer.
'Ik Ik ben hier slechts heel toevallig binnen gesukkeld,' ging ik meteen in het defensief.
'Waarschijnlijk wel. Al kan je natuurlijk net zo goed een op sensatie beluste idioot zijn.'
De man was nog een paar passen van me verwijderd toen hij in zijn vest ging, halt hield en een penning naar me uitstak.
'Wetsdokter Watson de Tweede, en dat is geen grap.'
'Waarop zou dat een grap zijn?' vroeg ik verbaasd.
Daarop slaagde Wetsdokter Watson de Tweede een zucht en stak hij zijn penning weer weg.
'Vergeet wat ik gezegd heb. En probeer te vergeten wat je hier zag. Niet dat ik het je verbiedt om het aan de grote klok te gaan hangen - als je dat niet kan laten, moet je het vooral doen - maar het zou beter zijn voor je gemoedsrust. Als gewone burger met zo'n onsmakelijk tafereel geconfronteerd worden is nu eenmaal een traumatische ervaring. Veel mensen blijven daar de rest van hun leven mee gekweld worden.'
Ik had willen zeggen dat het allemaal best meeviel, maar dan zou ik gelogen hebben. Want ik kon me niet herinneren ooit sterker verlangt te hebben naar de magische kracht om de klok een paar minuten terug te draaien.
'Ik veronderstel dat u weet wat hier gebeurd is?' vroeg ik.
'Geen flauw idee. Het enige dat ik met zekerheid kan zeggen is, dat het verre van fraai moet geweest zijn. Maar in een keet als deze kan je dan ook van alles verwachten. '
In de deuropening verscheen een tweede man. Hij zag er uit als een schooier die net zijn roes had uitgeslapen in de goot. Zijn kleren, lompen eigenlijk, zaten onder het vuil en vetvlekken, in zijn ongekamde haren zaten enkele donsveertjes - leefde hij soms in een vogelnest? -, zijn stoppelbaard was onregelmatig en zijn ogen, uitgezakt en waterig, staarden verdwaasd in het ijle.
'Heb jij soms een vuurtje?' vroeg hij, duidelijk aan mij gericht.
Wetsdokter Watson draaide zich om en antwoordde: 'Dan ben je eindelijk daar en het enige dat je kan bedenken is een onschuldige passant lastig te vallen om een vuurtje.'
De schooier kwam de kamer binnen gesloft en sleepte de deur van ongewassen kleren mee zich mee.
'Mag ik je voorstellen,' zuchtte Wetsdokter Watson, 'Jozef Mannicks, de beste speurneus van de lokale recherche. En dat zegt meer over de kwaliteit van de lokale recherche dan over de heer Mannicks zelf, geloof me.'
Jozef Mannicks deed alsof hij niks had gehoord, stapte op me toe, stak een benige, met dikke aders bezaaide hand uit en herhaalde: 'Heb jij soms een vuurtje?'
'Ik vrees dat ik niet rook,' antwoordde ik, terwijl ik met enige weerzin de hand schudde.
'Dat pleit u niet vrij van de mogelijkheid in het bezit te zijn van een aansteker of lucifers.'
'Al jaren zeg ik hem dat roken voor niets goeds is; integendeel,' sakkerde Wetsdokter Watson tegen de hele kamer, 'maar het enige dat het ooit heeft uitgehaald is dat hij me "een wetsdoktertje van niks" heeft genoemd. De arrogante kwast ook.'
'Ik moet meneer Mannicks hoe dan ook teleurstellen,' zei ik. 'Aangezien ik geen roker ben, zie ik geen enkele reden om een onnodige ballast als lucifers of een aansteker op zak te hebben.'
'U zou nochtans kunnen doorgaan voor een pyromaan,' liet Jozef Mannicks zich, met enige dreiging in zijn stem, ontvallen.
'En waar heb ik die verdachtmaking aan te danken?' gromde ik beledigd.
'In zijn ogen is iedereen potentieel schuldig aan eender welke denkbare misdaad,' antwoordde Wetsdokter Watson in de rechercheur zijn plaats. 'Hij acht een pasgeboren baby zelfs in staat een bankoverval te plegen.'
'Wel, ik kan meneer Mannicks op het hart drukken dat mijn strafblad maagdelijk wit is; tenzij u die ene keer toen ik, amper twintig jaar oud, bekeurd werd wegens het oversteken van de straat terwijl het rood was, als een crimineel feit wenst te beschouwen.'
'Dat was hoe dan ook een overtreding van de wet,' zei Jozef Mannicks.
Omdat zijn stem ditmaal eerder gelaten klonk antwoordde ik lachend: 'Dat maakt me dan net geen heilige.'
'Hmm, dat zou ook moeilijk kunnen nietwaar, meneer Stoelen? Want bij mijn weten laten heiligen zich niet in met heerschappen als Gangster Bob en Shigeharu Tanaka'

 

feedback van andere lezers

  • Greta
    Oh arme Stoelen. Diep in de nesten.
    Koyaanisqatsi: Maar dat is al zo sinds hij die sudoku kwijt is...
  • doolhoofd
    Detective Pikachu kan er een punt aan zuigen.
    Koyaanisqatsi: gelukkig maar... ;-)
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 6

Uitstekend: 3 stem(men), 100%
Goed: 0 stem(men), 0%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 3 stem(men)
Er zijn 11 bezoekers online, waarvan 1 lid: Greta.