writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

DE SUKKELAAR Hoofdstuk 2 Een Enigszins Lastig te Noemen Situatie

door koyaanisqatsi

EEN ENIGSZINS LASTIG TE NOEMEN SITUATIE

Ocwirk vertrouwde Lato voor geen cent en besloot de taart met z'n eigen wagen te gaan halen. Hij liep op een drafje naar huis, drie straten verderop, ruilde z'n wandelschoenen voor gympies, stapte in z'n auto en reed naar het naburige dorp. Halfweg schoot hem te binnen dat hij Lato niet had gevraagd welke bakker nu precies de groententaart met vruchten had klaarstaan. Voor zover hij wist waren in het dorp op z'n minst drie bakkers en dus was het niet ondenkbaar dat hij ze alle drie moest afgaan.
De eerste bakkerszaak bevond zich midden in het dorp, in de schaduw van een enorme eik die volgens kenners honderd vijftig en volgens fantasten tweeduizend jaar oud was. Toen Ocwirk z'n wagen voor de bakkerij wilde parkeren zag hij dat de zaak gesloten was.
'Deze is het dus al zeker niet,' mompelde hij tegen zichzelf maar toen hij opnieuw verder wilde rijden sprong er uit het niets een kleine, ietwat slonzige vrouw voor de auto. Ze gebaarde dat hij het raampje moest opendraaien maar toen Ocwirk hier gevolg aan gaf trok ze het portier open en vroeg, overdreven luid: 'U komt voor de taart?!'
Ocwirk kreeg niet eens de kans te antwoorden. De vrouw wees met een vinger naar een verderop liggende, licht bergopwaarts lopende straat en zei: 'Rij die straat maar helemaal uit, dan komt u er wel. Mijn man staat op u te wachten bij het kruispunt.'
Daarop smeet ze het portier met een luide knal dicht en liep ze haastig en in elkaar gekrompen weg, alsof plots opkomende buikkrampen haar op de vlucht joegen.
Ocwirk volgde haar instructies op. Na zo'n honderd meter hield de bebouwing in de straat op en begonnen hoge korenvelden langs weerskanten van de baan een goudgele muur te vormen. Ocwirk had deze straat nog nooit genomen en wist niet waar ze uitkwam. Het gebeurde zelden dat hij deze richting uit moest en al wat er in de omgeving aan interessants te beleven viel, had plaats in de stad die aan de andere kant van z'n eigen dorp lag. Zelfs het dorp met de oude eik was zo goed als onbekend terrein voor hem.
De weg begon slingerende bewegingen te maken, de korenvelden werden dunner en losten uiteindelijk op in weilanden, braakliggende gronden, kikkerpoelen en akkers. Hij begon te vrezen de vrouw verkeerd begrepen te hebben en wilde net rechtsomkeer maken toen hij in de verte een controlepost van de politie opmerkte.
Ik kan maar beter even verder rijden, dacht hij, anders wek ik ongetwijfeld argwaan op, en hij liet z'n wagen rustig in de richting van een door vier agenten bemande wegversperring uitbollen.
Eén van de agenten kwam langzaam op z'n auto toegestapt. Ocwirk draaide het raampje open en wenste de agent een goeiedag.
'Goeiedag ook,' repliceerde de agent. 'Meneer, dit zou in feite een politiecontrole moeten zijn maar eerlijk gezegd hebben wij d'r met z'n viertjes niet zoveel zin meer in. Iedere derde zaterdag van de maand verplicht de commissaris ons om hier post te vatten en routinecontroles uit te voeren maar tijdens de ruim vijftien jaar dat ik dit stompzinnige ritueel nu al herhaal ben ik nog nooit wat tegengekomen dat me tot enige actie dwingt. En mijn collega's, weliswaar alledrie jonger en minder lang in dienst dan ik, zullen u beslist hetzelfde verhaal doen. Dus, als u er vrede mee kunt nemen, rijd u dan gewoon rustig door; tenzij uzelf iets te melden hebt dat de moeite waard loont natuurlijk.'
Voor het eerst sinds Lato z'n dag had verzuurd, voelde Ocwirk zich geamuseerd. De arme agent, die zo te horen ooit wel andere carrièredromen had gekoesterd, wekte sympathie op en hoe kan hij die beter betuigen dan met een grapje.
'Oh agent,' probeerde hij zich zo ernstig mogelijk uit te drukken, 'dan vrees ik u niks interessants te kunnen melden. Tenzij u enige aanstoot zou nemen aan het lijk in m'n koffer.'
De agent keek Ocwirk vol onbegrip diep in de ogen, schudde een paar keer het hoofd, alsof hij z'n verstand moest wakker maken, en zei vervolgens doodernstig: 'In dat geval zou ik graag een kijkje in uw koffer willen nemen.'
Ocwirk werd een soort fierheid gewaar alsof hem zopas een prijs voor beste komediant te beurt was gevallen, stapte zonder aarzelen uit en liep de agent voor naar de kofferruimte van z'n auto. Nog amper in staat z'n lach te onderdrukken zei hij: 'Maar onthou wel agent, dat ik u heb gewaarschuwd: het is geen mooi zicht, zo'n in mekaar gestompt lijk in een autokoffer.'
'Meneer,' reageerde de agent onbewogen, 'wij zijn opgeleid om aan zo'n dingen mentaal het hoofd te kunnen bieden.'
Ocwirk gooide met een nonchalante armbeweging de autokoffer open en werd getroffen door een mokerslag. Want daar lag Gregorz Lato, z'n armen en benen in een onnatuurlijke houding gewrongen, met luguber wijdopengesperde ogen in het oneindige te staren. Het leed geen twijfel dat de man morsdood was.
De agent bleef op het randje van het ongeloofwaardige stoïcijns en zei tegen Ocwirk: 'Ziet u die dame, die daar onder die grote treurwilg, achter een tafel, een boek zit te lezen? Wel, dat is onze secretaresse. Daar gaat u nu in alle rust naar toe, om uw naam en andere persoonlijke gegevens op te geven, en dan komt u terug naar hier, zodat we deze zaak verder kunnen afhandelen.'
Even voorbij de politiepost zat inderdaad een dame onder een treurwilg, achter een tafel, een boek te lezen. Terwijl Ocwirk als een slaapwandelaar op haar af stapte, wenkte de agent z'n collega's, die blijkbaar nog niet in de gaten hadden gekregen wat er aan de hand was.
Zo te zien voelde de dame Ocwirk instinctief aankomen, want nog voor hij haar op hoorbare afstand was genaderd, keek ze op en legde ze haar boek op de tafel voor haar neer.
Ocwirk keek heel even om. De agenten stonden emotieloos naar de dode Lato te gapen, alsof hen zo iets als een zak sluikafval voor de voeten was gesmeten. De overweging het op een lopen te zetten borrelde op maar hij besefte meteen de dwaasheid van zo'n onderneming en bood zich gelaten bij de dame aan.
'Meneer?'
'Ik moet me komen aangeven.'
'Dat weet ik,' glimlachte de dame.
'Er is namelijk een lijk in m'n autokoffer gevonden.'
'Moet u eens wat weten?' vroeg de vrouw stilletjes.
Ocwirk begreep het niet en schudde het hoofd.
'Aan de achterkant van deze boom staat een ladder waarmee u tot in de kruin van de boom kan klauteren. Blijft u daar rustig zitten tot het donker wordt en kom dan naar beneden. Ondertussen laat ik mijn broer, die een takelbedrijf runt, uw auto ophalen en naar mij thuis brengen. Daar kan u hem dan komen ophalen en naar huis rijden.'
'Zomaar?' vroeg Ocwirk vol ongeloof.
'Hoe anders?' antwoordde de dame.
'En het lijk dan?'
'Laat dat ook maar aan mij over. M'n oom is een ervaren en bovendien gereputeerde begrafenisondernemer. Wees gerust: het stoffelijk overschot zal onderweg naar z'n laatste rustplaats niets tekort komen.'
'Maar...'
'Nou meneer, als ik u was zou ik hier nu ook geen uren meer blijven staan. Want dat is natuurlijk om moeilijkheden vragen. Doe nu maar wat ik heb voorgesteld en dan zien we mekaar straks wel weer.'
'Maar, waar woont u dan?'
'Ja, hallo... Nu ook weer niet overdrijven, meneer. Ik haal u uit deze toch wel enigszins lastig te noemen situatie maar kan toch moeilijk daarbovenop ook nog eens gaan vertellen waar ik woon. Dat zal u zelf moeten uitvissen, vrees ik. U zal ook wel weten dat de baantjes hier niet voor het oprapen liggen en ik zou toch nog wel enige tijd secretaresse willen blijven.'
De dame had gelijk. Ze maakte het Ocwirk beslist niet gemakkelijk, maar inderdaad, méér kon hij onmogelijk van haar verlangen. En per slot van rekening was het belangrijkste dat ze hem een uitweg aanbood uit een eerlijk gezegd toch wel tamelijk benarde situatie.
De dame en tegelijkertijd m'n auto terugvinden waren zorgen voor later, concludeerde hij, en overwegend om zelfs niet eens meer achter z'n auto aan te gaan -kwestie van zoveel mogelijk sporen uit te wissen-, klauterde hij maar gauw de boom in.

 

feedback van andere lezers

  • lilKim
    Ik ben benieuwd naar waar dit leidt...
    koyaanisqatsi: naar nog meer???
  • feniks
    Dit lijkt me een bijzonder vreemd, maar daarom juist een boeiend verhaal. Het is goed geschreven en allerminst melig. Normaal gezien waag ik me niet te veel aan de verhalen hier (ben dichter bij poëzie), maar hier heb ik geen spijt van.
    Knap geschreven !
    koyaanisqatsi: bedankt alweer
  • Vansion
    Ja! Verrassend! Heerlijk gekronkel. Go go go.

    (m'n auto : is dat een eerste persoon die verkeerdelijk blijven hangen is uit een vorige versie ? of een opzettelijk zijsprongetje?)

    Je titel is vermakelijk - de blik van het hoofdpersonage ook ...
    koyaanisqatsi: de auto van het hoofdpersonage bedoel je?
  • RolandBergeys
    Sluit me aan bij Vansion. Je hebt een onnavolgbare stijl ook.

    Als je zin hebt, lees mijn verhaal Manuel (en eventueel mijn aansluitende liedjestekst Manuel do Mascobar).
    koyaanisqatsi: I will..

    thnks
  • aquaangel
    kronkelkus
    koyaanisqatsi: een watte?? oh, ja, ik denk dat ik 'm heb...
  • Wee
    Haha, geweldig weird en lekker maf :)
    xxx
    koyaanisqatsi: De Sukkelaar is idd een nogal geschift verhaaltje. xxx
  • doolhoofd
    https://www.youtube.com/watch?v=aOSzKE5zbeY
    koyaanisqatsi: thnks for reading
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 14

Uitstekend: 1 stem(men), 100%
Goed: 0 stem(men), 0%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 1 stem(men)
Er zijn 2 bezoekers online, waarvan 0 leden: .