writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

ONDERTUSSEN, ERGENS ANDERS (Hoofdstuk 42 De Profiteur)

door koyaanisqatsi

ONDERTUSSEN, ERGENS ANDERS
Hoofdstuk 42
De Profiteur

'Zei u daarstraks niet dat u gehuwd bent, mevrouw Martha?'
Egon Misprijzen bleef maar vragen afvuren, de ene al wat idioter dan de andere, enkel en alleen om z'n gedachten toch maar van die waanzinnig oogstrelende, bij iedere stap zachtjes op en neer dansende borsten weg te houden.
Martha loodste hem al minstens een kwartier door een wirwar van straatjes waar het zonder uitzondering dringen was, maar een etablissement luisterend naar naam De Blaasopie was nog niet in zicht. De Stad der Blootlopers was overbevolkt, daarover bestond geen twijfel, maar ogenschijnlijk leek niemand zich daar ook maar een klein beetje aan te ergeren, hetgeen vanuit antropologisch standpunt toch een beetje vreemd was -althans, zo dacht Misprijzen er over.
'Ik ben inderdaad gehuwd,' antwoordde Martha, 'met Ewald Spinveer, ex politiecommissaris, nu pottenbakker van beroep.'
'Van politiefunctionaris tot pottenbakker, een vreemde overstap, zou ik zeggen.'
Martha toverde een soort trotse grijns op haar gezicht.
'Enige tijd geleden verzeilde ik door een samenloop van omstandigheden topless op een politiebureau. De commissaris van dienst was Ewald Spinveer. Hij werd meteen verliefd op me en in plaats van me als arrestante te registreren en achter de tralies te draaien, zette hij het samen met mij op een lopen. Onderweg, op de vlucht naar nergens, verklaarde hij mij z'n liefde door middel van een woordenschat die getuigde van een zodanige passie dat zelfs een vrouw met een hart van steen er voor zou bezwijken. Ik aardelde dan ook geen seconde om z'n huwelijksaanzoek te aanvaarden.
Dankzij een gemeentebeambte waarvoor mijn toekomstige echtgenoot ooit een paar corrupte akkefietjes in de doofpot had gestopt, waren we nog binnen de vierentwintig uur offciëel man en vrouw én onderweg op huwelijksreis. Met de bus trokken we bergen over en dalen in, bezochten we valleien en schiereilanden, staken we kanalen en rivieren over, om uiteindelijk in de Stad der Blootlopers terecht te komen. En hier hadden we het al meteen zo naar onze zin dat we besloten te blijven. Het naaktlopen bezorgde ons een zodanig ontspannen en vrij gevoel dat we wel gek moesten zijn om uit eigen beweging terug naar de gevangenis van kleren te keren. Ik vond meteen werk in de stadsvestiaire en Ewald ging in de leer bij één van de talrijke pottenbakkers. Want u zal zelf al wel gemerkt hebben dat de moderniteit in deze stad het niet zelden moet afleggen tegen de ambachtelijkheid uit de goeie ouwe tijd.'
Egon Misprijzen knikte, al zag hij behalve het naturistische en autoloze karakter van de stad niet veel verschil met de buitenwereld. Hij wilde gauw een volgende vraag stellen maar een plots, tumultueus opstootje even verderop in de straat verloste hem van deze noodzaak. Martha pakte z'n hand vast en trok hem tot bij de samendrummende menigte alsof ze in de overtuiging leefde dat er één of andere openbaring plaats had.
'Bel de politie!'
'Sla hem in mekaar!'
'Hou 'em goed vast, voor hij het op een lopen zet!'
'Wat is er aan de hand?' vroeg Martha aan een omstaander terwijl ze tevergeefs over de hoofden probeerde te kijken.
'Een profiteur!' antwoordde de man.
'Ai'! blies Martha tussen haar tanden.
'Wat?' vroeg Misprijzen op zijn beurt.
'Ze hebben een profiteur gepakt.'
'Een...?'
'Een profiteur,' herhaalde Martha. 'Een gekleed iemand die stiekem de stad probeert binnen te komen om z'n ogen de kost te geven.'
'Wat een idee,' grinnikte Misprijzen.
'Oh, daar zou u van versteld staan,' zei Martha. 'Je houdt het niet voor mogelijk; de truukjes die sommigen aanwenden om zich ongezien onder ons te begeven.'
'Daar kan ik me niks bij voorstellen,' mompelde Misprijzen, 'maar in alle geval, u kan niet ontkennen dat deze zogenaamde profiteur al een serieus eindje in de stad is binnengedrongen.'
'Hij kwam langs de riolen,' verduidelijkte de omstaander knorrig, alsof hij de opmerking van Misprijzen als onterechte kritiek aan het adres van de stad beschouwde.
'Opzij, politie, politie!'
De naakte massa ging langzaam uiteen. Twee gespierde kerels met een politiebadge op het voorhoofd gekleefd, stapten met vooruitgestoken borstkas naar het epicentrum van de gebeurtenis. Vier burgerblootlopers duwden een gekleed manspersoon voor zich uit en riepen in koor: 'Hier is de profiteur, officieren!'
'Elvis!' schreeuwde Martha.
'Martha! 'schreewde Elvis terug. Hij zag er niet uit: z'n steek zat onder de vetvlekken en stond scheefgezakt over z'n in vette slierten neerhangende haren, z'n gezicht was half verborgen achter een warrige, rossige baard; droge korsten deden z'n lippen bijna barsten, z'n ogen waren rood doorlopen en opgezwollen van vermoeidheid.
'U kent deze man?' vroeg één van de politiemannen.
'Het is mijn broer,' knikte Martha, met de handen op de wangen geslagen.
'Uw broer?'
Martha knikte opnieuw en zei: 'Dit moet een vergissing zijn. Mijn broer is helemaal geen profiteur. Hij is een kunstenaar. Hij ziet meer naakten dan wat anders...'
'Tja,' repliceerde de politieman, 'maar de feiten spreken wel niet in zijn voordeel.'
'Ik kan alles uitleggen,' haastte Elvis zich.
'Probeert u alvast' zuchtte de agent.
'Ik ben verdwaald geraakt in de riolen. Vraag me niet hoe lang ik daar beneden heb rondgezworven, maar het moet op z'n minst een week geweest zijn. Ik vond maar geen uitgang, ben daar een freak tegengekomen die zichzelf "De Aardman" noemde en me verder geen flikker verder hielp, en heb me overeind gehouden met het vreten van ratten en muizen en het drinken van condenswater...'
'Ja, goed ziet hij d'r in alle geval niet uit,' merkte de tweede politieman op.
'Waar ben ik hier eigenlijk?' vroeg Elvis. 'En waarom zijn jullie allemaal bloot? En waarom word ik eigenlijk vastgehouden?'
'Je bent in de Stad der Blootlopers, broertje,' zei Martha. 'Het is hier ten strengste verboden gekleed rond te lopen.'
'Ja,' zuchtte Elvis schouderophalend, 'als ik dat had geweten, had ik wel eerst m'n kleren uitgetrokken...'
'Je uitleg lijkt me wel te deugen,' zei de eerste politieagent, 'en als je zus op het politiebureau ten gunste van jou wil getuigen, zal het wel gauw in orde komen.'
'Dat doe ik beslist,' zei Martha vastberaden.
'Komt u dan maar mee,' zei de tweede politieagent.
'Hélahola,' kwam Egon Misprijzen tussen, 'de dame heeft wel beloofd mij de weg naar De Blaasopie te wijzen...'
'Dat kan toch wel even wachten,' zei Martha.
'Niet echt,' pruttelde Misprijzen tegen, 'ik heb al genoeg tijd verprutst met m'n zoektocht. Bovendien krijg ik het hier hoe langer hoe benauwder. Al die blote vrouwenlijven...'
De omstaanders proestten het uit. Weer zo'n sukkelaar die de testosteronknop in z'n hoofd niet kon omdraaien. Weer zo'n zielepoot wiens gedachten gedomineerd werden door gefrustreerde lustgevoelens. "Opgevers" werden ze genoemd; luitjes die niet konden aarden in dit paradijs van lichamelijke en andere onthechtingen, en vroeg of laat met de staart tussen de benen terugkeerden naar de "Maatschappij van de Schaamlap", zoals de buitenwereld smalend werd genoemd.
'Jaja, jullie doen maar,' reageerde Misprijzen bitsig. 'Het kan me niet schelen, ik wil hier weg! Niet straks, niet morgen, niet volgende week, maar zo gauw mogelijk!'
'Hoor eens, meneer,' zei Martha terwijl ze vlak voor Misprijzen ging staan, 'mijn broer heeft wel een ietsiepietsie voorrang op uw gehaaste persoontje. En als dat u niet bevalt, dan zoekt u het zelf maar uit!'
'Kijk! De viezerik krijgt een openbare erectie!' gilde een vrouw die naast Misprijzen stond.
Een collectieve zucht van ontzetting steeg op. Misprijzen werd vuurrood, begon in paniek wild op z'n jongeheer te meppen en sneerde: 'Ja, wat wil je? Dat mens komt hier vlak voor m'n neus met haar tovertieten staan pronken! Je zou van minder...!'
Maar het kon niet baten. De agenten lieten Elvis los en graaiden Misprijzen bij de armen.
'Kom, eruit jij, en wel meteen,' zei één van hen.
'Ja, maar, nee, hohoho, dat gaat niet,' stribbelde Misprijzen tegen, 'ik moet eerst iemand vinden, of ik ben er geweest...'
'Ons probleem niet,' zei de agent, 'u hebt de Code van Fatsoen geschonden, en dat betekent: eruit!'
'Dat kunnen jullie me niet aandoen!' schreeuwde Misprijzen, die tegelijkertijd wild om zich heen begon te schoppen.
'En gewelddadig is hij ook al,' siste de vrouw die zijn erectie als eerste had opgemerkt.
Maar Misprijzens verzet was van korte duur. Een ebbenhouten naakte schoonheid kwam vanuit het niets van tussen de menigte gesprongen, duwde een compleet verbouwereerde Elvis opzij en sloeg de bibliothecaris annex componist annex vrouwenhandelaar met één welgemikte slag van een eikenhouten tafelpoot naar dromenland.
(wordt, nog heel even, vervolgd)




 

feedback van andere lezers

  • doolhoofd
    Alweer luidop gelachen.

    HET EINDE IS NABIJ...
    koyaanisqatsi: ;-)
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 4

Uitstekend: 1 stem(men), 100%
Goed: 0 stem(men), 0%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 1 stem(men)
Er zijn 5 bezoekers online, waarvan 0 leden: .