writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Een Heuse Poppenkast (3)

door koyaanisqatsi

EEN HEUSE POPPENKAST (3)

'Mijn reactie leek het vrouwmens nog te verrassen ook. Ze maakte een pruttelend keelgeluid, trok haar masker af en liet zich een languitgerekte, zuchtende: "Eueuh..." ontvallen, waarna ik me voor de tweede maal in nauwelijks een paar seconden een heuse bult schrok, want de spookachtige zweepslager bleek niemand minder dan de doodbraaf ogende Zuster Marcellina.
"Krijg nou wat..." stamelde ik -een "godverdomme" kon ik gelukkig nog net inslikken, al vraag ik me op dit ogenblik wel af waarom dat nodig was, aangezien het er in dat klooster alles behalve zedig aan toeging.
"Ja, meneer," herpakte Zuster Marcellina zich, "u zal het hiermee moeten doen. Alle andere zusters zijn ofwel lesbo's ofwel fundamentalistische kwezels. Dus daar moet u geen heil van verwachten."
"Ik heb toch alleen maar onderdak had gevraagd!" repliceerde ik beledigd.
"Ja, natuurlijk," lachte Zuster Marcellina smalend, "natuurlijk. D'r is hier nog nooit een vent komen aankloppen die recht voor de raap voor zijn wensen uitkwam..."
"Kan best zijn," gromde ik, "maar ik heb geen zin om me door u bont en blauw te laten slaan..."
"Oh, maar zo ver hoeft het niet te komen. U mag gerust de lat wat lager leggen. Kaarsvet bijvoorbee..."
"Ik wil niks van die geschifte toestanden weten!" onderbrak ik. "Ik ben misschien wel een beetje gestoord -wie is dat niet?- maar hier bedank ik voor!"
"In dat geval kan u maar beter meteen weer uw boeltje pakken," zuchtte Zuster Marcellina ontgoocheld.
Het deed haar blijkbaar niks een onschuldige sterveling in het holst van de nacht de straat op te jagen, maar ik moet eerlijk bekennen dat die rake mep op mijn nietsvermoedende reet me hoe dan ook alle zin had ontnomen om in die kerker te blijven slapen.
Ik pakte dan ook meteen mijn boeltje en stapte op. Onderweg naar de uitgang liet Zuster Marcellina zich nog ontvallen dat ik binnen een maand altijd terug kon komen.
"Dan is Zuster Benedicta terug uit Congo," zei ze, "en die heeft ongetwijfeld een paar donkere novices bij die met een smoesje -als zou u een goede pater of belangrijke bisschop met menselijke noden zijn- wel bereid zullen zijn om u "normale diensten" aan te bieden.
Anyhow, daar stond ik dan, in het pikdonker, op de keien, aan de stinkende slotgracht van een klooster, in de barre kou. D'r zat niks anders op dan maar in mijn auto te gaan pitten. Maar toen ik bij de garage arriveerde bleek die vlijtige garagist mijn wagen in zijn werkplaats te hebben gedeponeerd. Even overwoog ik hem uit zijn bed te bellen maar ik wilde me niet nog meer gezeik op de hals halen en zag daar dan maar van af. Vloekend, sakkerend, maar vooral klappertandend ben ik dan maar richting "centrum" gelopen, in de hoop daar een kroeg te vinden die nog open was. Maar ja, zoals verwacht kon worden in zo'n boerengat was dat natuurlijk noppes. En dan... Dan kreeg ik me daar tot overmaat van ramp plots hevige, bijna ondraaglijke buikkrampen. En sorry hoor, ik kon het ook niet helpen, maar ik had geen zin om in mijn broek te kakken, en dus ben ik daar in een donker hoekje in goot gaan zitten om mijn gevoeg te doen.
Het gevoel van verlichting dat me eraan herinnerde dat niet alles in het leven kommer en kwel hoefde te zijn was van korte duur. Want terwijl ik daar zowat zat leeg te lopen ging er even verderop in de straat een raam op de eerste verdieping open, stak een vent in pyjama zijn kop naar buiten en brulde: "Hé, jij daar, smerige scataloog! Rot op, of ik jaag een pak hagel in je kont!"
Nu, die kerel had kunnen dreigen met eender wat; ik bleef zitten waar ik zat, niet uit kinderachtige koppigheid maar uit bittere noodzaak.
En dan opeens, jawel hoor: VLAM! Sloeg daar net naast mij een loden hagelbui op de straatstenen in.
"Godverse mafkees!" schreewde ik, "zie jij dan niet dat ik met de schijterij zit!?"
Een tweede lading hagel was zijn antwoord. Ik kon nog net op tijd wegspringen, of ik had hier niet met een broek vol stront maar met een broek vol bloed gezeten...'
De burger zweeg, zo opeens. De veldwachter had geluisterd; niet aandachtig, niet met interesse, maar droogweg plichtsbewust, en werd nu pas gewaar dat er inderdaad zo iets als een strontgeurtje in zijn kantoor begon rond te zweven. Hij trok demonstratief zijn wenkbrauwen op en wachtte op het einde van het verhaal, maar de burger keek hem onbegrijpend aan en zei: 'Wel?'
'Wel wat?'
'Wel wat??? Heb ik soms niet genoeg bezwarend materiaal aangebracht?'
De veldwachter trok zijn wenkbrauwen nog wat hoger, dacht even na en vroeg: 'Mag ik uw naam?'
De burger zijn gezicht begon te stralen van opluchting.
"Eindelijk," dacht hij, "eindelijk gaat er een beetje recht geschieden."
'Klaassen, Jan Klaassen,' zei hij, met enige fierheid.
De veldwachter knikte, knipperde een paar maal met zijn ogen en zei: 'Wel, meneer Jan Klaassen, u hebt me het lef wel. U komt hier binnen met pakweg acht ringen doorheen uw oorschelpen gepriemd, een neusbel in uw kokkerd, een stuk ijzer in uw onderlip, een roze geverfde hanekam op uw kop, armen vol tatoeages waarvan de betekenis me totaal ontgaat, draagt een T-shirt met de opdruk "Fuck The System" en een broek zodanig aan flarden dat u net zo goed in G-string had kunnen aantreden. En wat komt u, meneer Jan Klaassen, in deze hoedanigheid doen? Klagen over een arme dwerg, zo complexeerd door zowel zijn gestalte als zijn geslachtsdeel, dat hij een wanhoopspoging onderneemt om aan de allesverterende eenzaamheid van het gedwongen vrijgezelschap te ontsnappen; mekkeren op een kassierster en een garagist die begrijpelijkerwijs niet kunnen weergeven op uw "groot" geld; afgeven op plichtsbewuste burgers die -weliswaar bij wijze van misverstand- een wanbetaler op zijn verantwoordelijkheden wijzen en kankeren op de stielkennis van een toegewijd automechanieker. Een vrome vrouw, die haar leven aan God en Christus heeft gewijd en niettemin een leegloper als u van dienst wil zijn, kent in uw ogen geen genade, en op de garagist heb u het wel echt gemunt: die arme stakker kan toch werkelijk niks goed doen. Zet compleet belangeloos uw wagen -een vehikel blijkbaar niet in orde om over de openbare weg te scheuren!-, in zijn werkplaats en moet het alweer ontgelden! En een man die terecht een onbeschoft varken dat zo maar voor iemands deur komt schijten verjaagt, daarvan maakt u al zo goed als meteen een moordenaar. En nochtans: u was gewaarschuwd! Godallemachtig vent, het mag een mirakel heten dat je niet naar een mensenrechtenorganisatie stapt om je beklag te doen over de kwaliteit van het kraantjeswater dat ik je heb aangeboden!'
Jan Klaassen keek de veldwachter als een geslagen hond aan. Zijn ogen werden waterachtig, zijn gepiercte onderlip begon te trillen.
"Zo meteen begint ie te janken," dacht de veldwachter, en hij had zo goed als gelijk.
'Zou ik dan misschien even Katrijn, mijn lief, mogen opbellen,' snikte Jan Klaassen 'zodat ze propere kleren kan brengen?'
De veldwachter pakte moedeloos naar zijn voorhoofd, kreunde en zei: 'Meneer Jan Klaassen, hier is de telefoon! Bel die Katrijn van je op, vraag haar om schone kleren naar de garage te brengen, maakt rechtsomkeer, stap naar buiten en laat je miserabele verschijning hier nooit meer zien! Is dat klaar en duidelijk?'
Jan Klaassen knikte, bedankte voor de aangereikte telefoon, tikte nerveus het nummer van zijn Katrijn in, wachtte tot er werd afgenomen en mompelde zonder enige verduidelijking dat ze hem als de bliksem propere kleren moest brengen. Vervolgens legde hij de hoorn op met een voorzichtigheid alsof het ding van peperkoek was, zei onverstaanbaar goeiedag en liep naar buiten.
De veldwachter stapte terug naar zijn bureau, ging zitten, sloeg zijn krant opnieuw open bij de sportbladzijden en mompelde: 'En dat ze me nu maar beter voor de rest van de dag met rust laten...'

(GORDIJNTJES DICHT)





 

feedback van andere lezers

  • Wee
    Poppetjes gezien, kastje dicht :)
    Great!
    x
    koyaanisqatsi: :-) Is wel afgewezen door de uitgever(s).
  • RolandBergeys
    -een langgerekte (niet languitgerekte) zucht.

    Ja, geweldig, en je moet heus (als je hem niet zou kennen) Tom Sharpe 'ns lezen (vooral Wilt), zoals ik in een vorige fb zei.


    koyaanisqatsi: waar zit die knaap?

    thnks
  • gono
    "Ik heb toch alleen maar onderdak had gevraagd? Klopt iets niet hé?
    koyaanisqatsi: dat vraagteken?
    (knipoog)
  • aquaangel
    Godverse mafkees!" schreewde ik
    Godverse mafkees!" schreeUwde ik


    jaja lengte is uw bekend, ;) ik heb me er weer aangezet

    (gordijntjes open) xx

    koyaanisqatsi: voor de rest nog alles onder controle hoop ik...

    greets
  • doolhoofd
    Humor en wreedheid gaan hand in hand. In die zin is humor zegen en vloek tegelijkertijd.

    Zonder wreedheid geen feest.
    - Nietzsche
    koyaanisqatsi: Zonder humor, geen leven. -Koyaanisqatsi :-)
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 10

Uitstekend: 1 stem(men), 100%
Goed: 0 stem(men), 0%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 1 stem(men)
Er zijn 2 bezoekers online, waarvan 0 leden: .