writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

"DE BLOKKEN"

door koyaanisqatsi

"DE BLOKKEN"

Het is bloedheet. Ik hang uit het raam, in m'n harige blote bast, met slechts een klamme kaki short rond m'n middel, slippers aan m'n voeten, een half opgerookte sigaret in m'n linker mondhoek en aanschouw het park dat als een groene oase tussen de gebouwen van glas en beton aan m'n voeten ligt.
Het uitzicht vanop de vierde verdieping is ideaal. Ik zit hoog genoeg om niet al te erg op te vallen, en laag genoeg om m'n ogen zonder enig optisch hulpmiddel de kost te kunnen geven.
Het park is jonger dan "De Blokken", zoals de verzameling sociale woonflats door de buurtbewoners wordt genoemd. Het is er pas gekomen na enkele nachten van tamelijk zware rellen tijdens dewelke de lokale jeugd zich opwierp als een eersteklas guerillastrijdmacht. Een meedogenloze aanpak door politie en gerecht was het enige dat de jongeren deed capituleren. De burgemeester kraaide victorie maar moest zich ergens in z'n burgerlijke binnenste toch ook vreselijk schuldig hebben gevoeld aangezien hij op de eerstvolgende gemeenteraad de aanleg van een park, en een speelplein even verderop, als topprioriteit op de agenda plaatste.
Een paar weken later al werden de handen uit de mouwen gestoken. De grote asfvalten binnenplaats, gereserveerd voor auto's, huisvuilcontainers en verder niks, werd omgeploegd tot een park met zitbanken, bomen, grasperken, struiken, bloembakken, een klimrek, een zandbak en een heus fonteintje met een standbeeld van enkele Cupido's.
Tijdens een korte inhuldigingsplechtigheid, afgesloten met het uitdelen van een (te kleine!!) voorraad gratis frisdrank, liet de Schepen van Openbare Werken verstaan dat de gemeente met het park "het duidelijke signaal" wilde geven dat de bewoners van "De Blokken" wel degelijk meetelden. Waarvoor ze meetelden liet hij in het midden, waarschijnlijk omdat hij het zelf ook niet echt wist.
Maar genoeg gezeverd. Het park is er, de zon strooit verzengende stralen over de aardkloot uit, en ik geniet met volle teugen van het onbewust door menig inboorling ingekleurd tafereel daar beneden.

Om te beginnen is er mijn bovenbuurman: Tlokinski, de eeuwige loser. Achterkleinzoon van Oostpruisische inwijkelingen, arbeider bij een grote autofabrikant en al vijftien jaar wachtend op z'n net zo lang beloofde promotie. Nog een paar jaar en de vent kan met pensioen zonder ooit één sport van de fabrieksladder te hebben bestegen. Hij spuit al ruim drie decennia lang koetswerken in de meest uiteenlopende kleuren en kent slechts één vakantiebestemming: de Costa del Sol. Het enige variabele in zijn bestaan is de materie waaruit het koetswerk van auto's wordt gemaakt. Daarin hebben zich sinds het begin van zijn "carrière" al een paar serieuze omwentelingen voorgedaan. Hijzelf kent alle termen van buiten, maar voor mij blijft het gamma gemakshalve beperkt tot blik, plastic en polyester.

Tlokinski zit op een bank de krant te lezen. Hij heeft de late shift, dus hij kan nog gerust de hele reutemeteut op z'n gemak doornemen. De slappe, bleke huid die z'n benig skelet omgeeft, steekt wit af in de felle zon die hem niet lijkt te deren. Op z'n al serieus kalende voorhoofd prijkt een rode pukkel die zelfs vanop de vierde verdieping niet aan het blote oog ontsnapt. Hij draagt een veelvuldig gewassen, katoenen basketshirt, blauw met witte zomen, en een in feite te korte witte Adidasshort met drie rode strepen aan de zijkanten. Z'n grote voeten steken in goedkope sportschoenen van een lomp model, waardoor de omvang van z'n stappers extra wordt geaccentueerd. Z'n vrouw is al uit werken. Het is een opgezwollen mens van ongeveer dezelfde leeftijd als hij, verstoken van lachspieren en riekend naar waspoeder. Ze is inpakster in een conservenfabriek, kleedt zich ongeïnteresseerd, komt nauwelijks buiten en laat zo nu en dan, wanneer Tlokinski in de nachtploeg zit, een afgeborstelde, van ergens anders afkomstige vent binnen.
Vanop mijlen afstand kan je vaststellen dat het koppel mekaar al een eeuwigheid niks meer te vertellen heeft en dat de angst voor het verstoren van hun routineus bestaan zowat hun enige argument is om niet te scheiden. Hun kinderen, een bizarre zoon en een manwijfachtige dochter, zijn al sinds een paar jaar het huis uit. De zoon werkt als keukenhulp op een booreiland, de dochter is gehuwd met een postbode en werk in een naaiatelier.
Zoals Tlokinski er nu bijzit, staat hij in feite symbool voor z'n bestaan: eenzaam en stilzwijgend de tijd passerend; veel meer is het niet.

Wat een contrast met Sillicoon Betty, die even verderop samen met een mij onbekende vrouw een andere bank heeft ingepalmd. Haar opgespoten, bruingebakken borsten puilen als twee reusachtige meloenen uit haar fluorescerend groen topje met diepe decolleté. Haar volle kont zit in een witte jeansshort geprangd. Ze heeft haar linkerbeen over haar rechter geslagen waardoor haar billen verraden dat ze worden geplaagd door een lichte vorm van cellulitis. Als naar gewoonte tatert ze er op los en is haar gezelschap veroordeeld tot luisteren.
Sillocoon Betty heeft altijd wel iets heets van de naald te vertellen. Maar ze komt dan ook overal waar voor de praatzieke vrouw nieuws te rapen valt. Ze winkelt constant, frequenteert verschillende kap- en schoonheidssalons, is voorzitster van één of andere vrouwengilde, volgt de sportieve evolutie van haar voetballende zoon op de voet, bezoekt samen met haar licht alcoholistische echtgenoot diverse café's en is lid van een Elvisfanclub.
God mag weten waarom ze haar borsten als een afkalvend zandstrand heeft laten opspuiten. Haar oorspronkelijke rondingen mochten er beslist zijn, zowel qua vorm als omvang. En zo oud is ze nu ook weer niet dat het zaakje al ernstig zou beginnen doorhangen.
Aan haar gebaren te zien heeft ze het over haar haren die sinds korte tijd iets donkerder geblondeerd zijn dan voordien. De kleur staat haar goed; beter in alle geval dan het onsmakelijke vlaskleurtje waar ze vorige zomer mee rondliep. Ik noem haar Sillicoon Betty maar haar echte naam is Maart Van Veldhuyzen. Maartje voor de vrienden, kennissen en buren...

M'n blik glijdt weg en houdt halt bij het fonteintje met het standbeeld van de Cupido's. Een afgrijselijke creatie -zogezegd modern- van drie lelijk geboetseerde, gevleugelde blote snaken waar zelfs een blinde pedofiel z'n neus voor zou ophalen. Nu, misschien was dat wel een beetje de bedoeling van het "kunstwerk": kinderlokkers van het park weghouden; al is dat op z'n minst één keer in alle geval niet gelukt. Een half jaar geleden hebben ze immers zo'n smeerlap bij de lurven gevat. Hij had twee voetballende jongetjes met voetbalprentjes tot bij het struikgewas gelokt en wilde net tot ontoelaatbare handelingen overgaan toen Rachid en Hind na wat geflikflooi uit het struikgewas tevoorschijn kwamen. Rachid begon meteen op de vent in te slaan terwijl Hind voldoende verbaal kabaal maakte om in een mum van tijd zowat de hele buurt te mobiliseren. Volgens welingelichte bronnen werden de vent z'n ballen letterlijk tot moes getrapt. De kranten spraken schande, hadden het over een onmenselijke lynchpartij en een absoluut niet goed te praten anarchistenmentaliteit, en eisten uit naam van het fatsoen en politieke correctheid een adekwaat onderzoek en gepaste straffen voor de daders. De overheid, die nieuwe rellen kon missen als kiespijn, dacht er wijselijk anders over en beperkte zich tot het verspreiden van pamfletten waarin tot iets minder fanatieke burgerzin werd aangemaand.
'De volgende keer schoppen we ook z'n kop tot spijs!' luidde het in graffiti op de muren gezette antwoord.

M'n oog valt op één van de Pakistaanse vrouwen die in het huizenblok aan de overkant woont. Ze steekt in een strak om haar welgevormde lichaam gebonden, scharlaken sari en draagt een veelkleurige boodschappentas. Waarschijnlijk gaat ze winkelen in de oriëntaalse supermarkt om de hoek. Daar ben ik haar al een keertje tegen het lijf gelopen toen ik een voorraadje kruiden en pikante sauzen aan het inslaan was. Het is een mooie, nog tamelijk jonge vrouw met prachtige amandelvormige, pikzwarte ogen. Ze beweegt statig en lijkt mannen volkomen te negeren. Jammer, want verdomme wat zou ik eens graag met haar lekkere bruine peren spelen.

Ik kan m'n aandacht maar beter verleggen voor frustratie de kop opsteekt. Bij het klimrek spelen twee meisjes van een jaar of acht. Ze wonen hier ook, maar ik weet niet precies waar. Ze zijn vergezeld door een vrouw met een kaalgeschoren hoofd, naar ik vermoed de moeder van één van de twee kinderen. Tlokinski, m'n buurman dus, spreekt er altijd schande over.
'Een vrouw met een kaalkop, dat slaat nergens op,' gromt hij, telkens als de vrouw toevallig zijn pad kruist. 'Da's net zo aanstootgevend als een vent in vrouwenkleren.'
Ik kan hem niet zo maar gelijk geven, al genieten kale vrouwen nu niet direct mijn voorkeur.

Op de rand van een bloembak even voorbij het klimrek zitten een jongen en een meisje te keuvelen. Het zijn nog bakvissen maar de vertrouwelijke manier waarop ze met elkaar omgaan laat verstaan dat ze al goed weten waar Abraham de mosterd vandaan haalde. Nu, dat is ook niks nieuws in deze buurt. De alom heersende normen en het straatleven maken de jeugd extreem vroegrijp. Sex begint hier zo goed als vanzelfsprekend te worden van zodra het eerste puberale schaamhaar wortel schiet.
Natuurlijk zijn daar al ongelukjes van gekomen; zoals drie maanden geleden met Joséphine en Hassan. Joséphine, de veertienjarige dochter van Congolese vluchtelingen, stond net op het punt om de officieuze prijs van "Het Zedigste Meisje van De Blokken" in ontvangst te nemen toen een lichtjes zwellende buik daar anders over besliste. Bleek dat ze al enige tijd "ernstig" omging met Hassan, de beste voetballer uit de wijk, die blijkbaar voor één keer in het verkeerde doel had gemikt. Joséphine kreeg van haar moeder het pak slaag van haar leven, Hassan moest het op een lopen zetten voor haar buiten zijn zinnen getreden vader. Slechts na uren van slopende onderhandelingen slaagden een buurtwerker en een paar buren van de betrokkenen er in de gemoederen te bedaren.
Wat er verder precies gaat gebeuren is niet duidelijk. Het enige onomkeerbare feit is dat Joséphine ondertussen moeizaam, met een serieuze buik en al overdreven gezwollen borsten, in afwachting van een nakende bevalling de al verscheidene weken heersende hittegolf doorstrompeld.

In de zandbak zit Rikje, het zoontje van Freddy de Bokser en z'n derde vrouw, Rita de Boksbal, te spelen. Freddy de Bokser, in werkelijkheid Frederik Vinkenoog, is een brave, hardwerkende ex-bokser, die in oncontroleerbare vlagen van woede zijn vrouw in mekaar timmert. Dit psychisch blijkbaar ongeneeslijk ongemak heeft Freddy al twee huwelijken en al z'n met boksen vergaarde centen gekost terwijl alles erop wijst dat die fameuze rekening alleen maar verder zal oplopen. Rita -echte familienaam: Waagmans-, is weliswaar een sterke vrouw met een opmerkelijk incasseringsvermogen, maar alles en iedereen heeft zo zijn grenzen en het ziet er naar uit dat Rita de hare stilaan bereikt heeft. Na de laatste rammeling is ze naar een advocaat gestapt en hoewel er officiëel nog geen sprake is van een nakende echtscheiding zie je die ontknoping al van ver aankomen.

Rikje schept met z'n piepkleine handjes een speelgoedtractor vol met zand. Rita slaat hem dromerig gade vanop de rand van de zandbak, misschien denkend aan Freddy, die zich ergens op een bouwwerf als metser in het zweet staat te werken, maar net goed overpeinzend hoe het in de toekomst met haar en Rikje verder moet.
Wie zal het zeggen? Voor mijn part mogen ze meteen bij mij intrekken. Rita is een aantrekkelijke vrouw, goed voorzien, stevig lijf, beetje zuiders looks, kastanjebruine ogen, melancholische blik, kortom helemaal m'n type. En Rikje is een monter baasje, dus dat zou ook wel loslopen.

De bel gaat. Ik trek nog eens gauw aan m'n sigaret, werp een laatste blik op Rita en Rikje, en ga opendoen. Onderweg naar de deur kijk ik op de digitale klok op de schoorsteenmantel. Drie uur en één minuut: precies op tijd, zoals gewoonlijk.
'Nang, sawedee khrab,' zeg ik.
'Sawadee khaa,' antwoord Nang, en ze komt binnen.
Ze gooit met een waaiende hoofdbeweging haar sluike haren uit haar ronde, ietwat ruwe gezicht. Haar gedrongen figuur barst uit een crèmekleurig mouwloos hemdje en een afgebleekte jeansshort. Zoals gewoonlijk draagt ze plastieken slippers met een bloemetjesmotief.
Ze loopt meteen door naar de slaapkamer terwijl ik m'n sigaret ga doven in de asbak op de salontafel.
Nang is m'n buurvrouw. Ze komt uit Thailand en is gescheiden. De vent die haar huwde beschouwde een vrouw uit de Derde Wereld als een goedkope meid en een gratis hoer en was stomverbaasd dat Nang na twee jaar van schandelijke uitbuiting eieren voor haar geld koos. Ze werkt nu als poetsvrouw in een ziekenhuis en probeert haar straatarme familie te helpen door wat bij te verdienen met zichzelf aan een paar vaste klanten te verkopen. Eén van die klanten ben ik dus.
Ik trap m'n slippers uit, stap uit m'n short en onderbroek en begeef me naar slaapkamer. Nang ligt al naakt op bed, haar korte mollige benen gespreid, haar zware, slappe borsten naar buiten uitdeinend, haar blik wezenloos op mij gericht. Ik glimlach ongemakkelijk en vlei me naast haar neer. M'n zure zweetlucht vermengd zich met haar bijna neutrale lichaamsgeur. Heel even overweeg ik om eerst te gaan douchen, maar m'n tijd is kostbaar en dus zie daar van af. Maar dan denk ik aan wijlen Smerige Hippoliet, mijn oom langs moeders kant, die onder het credo 'een goede bok moet stinken' opzettelijk weigerde zich te wassen wanneer de geslachtsdaad in zicht kwam.
'Nang, ik ben zo terug,' zeg ik terwijl ik terug van het bed wip.
'Niet te lang,' zegt ze, met een zware Thaise tongval.
Ik loop door, draai me in de deuropening nog een keer naar haar om, stel voor de zoveelste keer vast dat er in feite niets aantrekkelijks aan de arme vrouw is en haast me met een bitter schuldgevoel naar de badkamer.

EINDE





 

feedback van andere lezers

  • aquaangel
    sawedee khrab of khaa

    ja ik was in Thailand waar ze elkaar zo groeten..
    :)


    Tlokinski.........laat me slissen haha door zijn naam, ik kijk nog steeds eens uit naar een kort verhaal van uw kant, zou dat eens lukken?
    ZIe het als een uitdaging, ik daag u uit..

    +++++++++++++++++++++
    +++ ++.-"``"-. + + +
    +++++ /_____; ..+ + +
    +++++{______}.. + + +
    ++++++( o o )..... + +
    ------ooO-(_)-Ooo------
    ------EEN-GEZOND---------------
    -----------2007----------------
    *******-Toegewenst***********
    * * * En hele fijne kerstdagen* * *

    koyaanisqatsi: thnks
  • stormvonk
    Goed hoor, het droeve druipt van het behang, chicagoblokken?
    koyaanisqatsi: bijna juist...

    thnks
  • gono
    Hoeft geen commentaar hé?
    koyaanisqatsi: schrijver neemt petje af bij wijze van groet...
  • ivo
    het leven is niet altijd wat de boekjes vertellen
    koyaanisqatsi: thnks
  • Theo_Roosen
    Beter dan uitstekend.
    koyaanisqatsi: oei...

    (thnks)
  • RolandBergeys
    En nog waanzinnig veel beter dan Thro met zijn bijzonder understatement bedoelt :)))
    koyaanisqatsi: euh...
  • Wee
    Sad ...
    Maar boeiend geschreven in prachtige details, súper!
    xxx
    koyaanisqatsi: xxx
Er zijn 4 bezoekers online, waarvan 0 leden: .