writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

SHERIFF TOM (Of: Een Verhaal uit de Hedendaagse Far West)

door koyaanisqatsi

SHERIFF TOM (Of: Een Verhaal uit de Hedendaagse Far West)

De sheriff parkeerde zijn wagen netjes naast het café, schonk nog gauw een kopje koffie uit z'n thermos en dronk het met een redelijke dosis zenkalmte leeg alvorens uit te stappen. Meteen sloeg een bloedhete woestijnwind hem in het gezicht; het leek alsof iemand hem een haardroger voorhield, zo ondraaglijk warm was het. Hij trok nog gauw z'n Stetson wat dieper over z'n schedel, controleerde uit gewoonte of z'n revolver goed zat en klopte aan.
'Kom maar binnen!' riep een stem, die klonk alsof ze uit een loden pijp kwam. 'De deur is open!'
De sheriff duwde voorzichtig tegen de deur; krakend en trillend, ja, zelfs dreigend uit haar hengsels te zakken, boog ze zich gewillig naar binnen. Buiten mocht het dan wel onverdraaglijk heet zijn, in het café was het al niet veel beter. Ondanks het hoge plafond was de lucht ongemeen vochtig en stonk het er naar een rottingsproces van een niet zo meteen te identificeren, bedorven vleesschotel.
Achter de toog stond een vent met z'n gezicht naar een spiegel gekeerd pukkels uit te knijpen. Uit de punten van z'n paardenstaart druipten dikke, gelige druppels die zich als gestolt kaarsvet op z'n geruiten hemd vastzetten. Aan een rond tafeltje zaten twee opvallend normaal ogende mannen te kaarten, in één van de hoeken zat een stokoud vrouwtje in een schommelstoel te snurken, bij de jukebox in een andere hoek stonden twee goedkoop opgedirkte vrouwen plaatjes te kiezen.
De pukkelknijper keerde zich om en knikte de sheriff gedag.
'Sheriff Tom Poddingpods, lokale arm der wet,' stelde de sheriff zich voor terwijl hij met z'n rechter wijs- en middenvinger tegen de rand van z'n Stetson tikte. 'U had gebeld?'
De pukkelknijper knikte opnieuw maar verduidelijkte niets.
'En?' vroeg de sheriff.
''t Is Omoe,' wees de pukkelknijper naar het oude vrouwtje in de schommelstoel.
'Wat is er met Omoe?' vroeg de sheriff.
'Ze heeft bonje met de indianen...'
'De indianen?' fronste de sheriff de wenkbrauwen. 'Het dichtstbijzijnde reservaat is honderd mijl van hier verwijderd.'
'Deze indianen waren op doorreis; in een oude Buick. 't Waren trouwens geen Hopi's maar Apachen. Althans, dat beweert Omoe, want ik heb geen bal verstand van autochtonen.'
'Bartender!' riep één van de vrouwen bij de jukebox, 'het plaatje blijft haperen.'
'Schop een keer tegen de kast!' antwoordde Bartender.
'Ben je beteuterd!' riep de vrouw. 'Ik ga m'n nieuwe schoentjes niet beschadigen aan dat ding! Dan dansen Poppetje en ik wel zonder muziek!'
'Jouw probleem, geit,' mompelde Bartender.
'Kan ik even naar het toilet?' vroeg de sheriff.
'Hebben we niet,' antwoordde Bartender.
De sheriff dacht hem verkeerd begrepen te hebben en herhaalde z'n woorden.
'Ik had je wel gehoord,' smakte Bartender. 'Maar zoals ik al zei: een toilet hebben we niet. Wij gebruiken de kwispedoor, daar, in de hoek, bij Omoe. Maar 't zal je wel vijftig cent kosten, want Omoe is niet alleen mijn grootmoeder maar ook m'n toiletdame.'
'Ik kan me toch wel ergens afzonderen?' vroeg de sheriff.
'Waarvoor is dat nodig? Wij zijn hier allemaal vrienden onder mekaar...'
Ondertussen waren de twee vrouwen in alle stilte begonnen met het dansen van een slow. De kaartende mannen geraakten hier zodanig door vertederd dat ze hun spel staakten en het voorbeeld van de dames volgden.
'Ik moet me hoe dan ook kunnen afzonderen,' zuchtte de sheriff. 'Ik kan onmogelijk m'n behoefte doen terwijl iemand me op de euh... vingers kijkt.'
'Je mag de kwispedoor altijd mee naar buiten nemen,' zei Bartender, 'maar echt veilig is dat niet. De indianen kunnen elk ogenblik aanvallen...'
'De indianen die...?'
'Bonje hadden met Omoe, inderdaad,' knikte Bartender.
Toen viel de sheriff z'n oog op een gietijzeren draaitrapje dat naar een in één van de bovenhoeken gemonteerde blokhut leidde.
'Kan ik me daar niet even terugtrekken,' vroeg hij aan Bartender.
'Als je wil,' antwoordde deze met een zucht, 'maar weet wel dat de kolos daar woont.'
'De kolos?'
'Een reusachtig wijf! Met borsten als pompoenen, voeten als vliegdekschepen, handen als grijpkranen, een kont van fenomenale omvang, een buik van wel tien speklagen en... ach... de rest wil je niet weten...'
'Vraag dan dat die dame even naar beneden komt,' stelde de sheriff voor.
'Jongen,' klakte Bartender, 'je ziet toch ook dat dat mens niet meer buiten kan. Ze krijgt nog amper haar kop door de deur.'
Maar het water stond de sheriff nu bijna letterlijk tot aan de lippen. Hij kon het echt niet langer meer ophouden en liep vloekend naar de kwispedoor om z'n op springen staande blaas te ledigen. Omoe, die zozegd snurkend lag te pitten, schoot meteen wakker en riep als een geprogrammeerde robot: 'Vijftig cent alstublieft! Vijftig cent alstublieft!'
'Jaja, zo meteen,' zei de sheriff, 'maar eerst...'
'Niks van!' riep Omoe terwijl ze de kwispedoor voor z'n neus weggraaide. 'Eerst betalen of je doet het maar in je broek.'
'Godver...'
Z'n kruis zo goed als hij kon dichtknijpend grabbelde de sheriff naar z'n portefeuille. Hij maakte zich echter zo nerveus dat hij z'n kleingeld op de grond liet vallen, wat voor de dansende vrouwen meteen het signaal was om als hongerige beesten naar de wegrollende muntstukken te springen.
'In de naam der wet!' brulde de sheriff.
De dansende mannen staken meteen de armen in de lucht maar de vrouwen hielden zich doof en gingen onder het slaken van idiote kreetjes door met het bijeenrapen van het gemorste geld.
'Ze zijn er!' riep Bartender. 'De roodhuiden! Ze zijn er!'
Hij haalde een roestige tweeloop vanonder de toog maar toen hij het ding wilden laden viel het in stukken uiteen.
'De onderontwikkelde smeerlappen!' riep Omoe, en ze spuugde een groene fluim op de grond.
De sheriff liet alles lopen en trok z'n revolver, de mannen vluchtten onder een tafel, de vrouwen gilden: 'Onze eer! Onze eer gaat naar de verdoemmenis!', lieten het geld opnieuw op de grond vallen en haastten zich het gietijzeren trapje op.
'Nee, niet doen!' riep Bartender, 'de kolos haat andere vrouwen en aarzelt niet ze fijn te knijpen als ze in haar buurt komen!'
Toen ging de voordeur open en waaide er een dikke rode stofwolk naar binnen. Omdat z'n vuurwapen het had laten afweten greep Bartender naar een kromzwaard dat ter versiering aan muur hing.
'Moge Allah de goddelozen straffen!' schreeuwde hij, en hij sprong vanachter de toog om zich, woest met het zwaard zwaaiend, op de binnenrollende stofwolk te stortten.
'Schiet! Schiet dan toch!' krijste Omoe tegen de sheriff. 'Zie je dan niet dat mijn kleinzoon tegen een overmacht staat!?'
'Ik zie alleen maar stof,' antwoordde de sheriff.
'Geef hier, kluns!'
Voor hij het goed en wel besefte was de sheriff z'n revolver kwijt. Omoe duwde hem opzij en riep half rochelend: 'Ik zal jou eens tonen hoe wij die vuilakken in de goeie ouwe tijd aanpakten!' waarna ze de revolver in één keer op de stofwolk leegschoot.
Er volgde een doffe plof en het geluid van kletterend metaal. De stofwolk verdunde en ging liggen en liet een zieltogende Bartender in een bloedplas achter.
'Stom oud wijf!' schreeuwde de sheriff, 'je hebt je kleinzoon aan flarden geknald! En d'r waren helemaal geen indianen, het was gewoon een stofwolk, door de woestijnwind naar binnen geblazen!'
Omoe blies stoïcijns de rook die uit de loop van de revolver opsteeg in de sheriff z'n gezicht en zei: 'In liefde en oorlog mag alles.'
De sheriff dacht er anders over en pakte de handboeien die aan z'n gordel hingen.
'Oud of niet,' vloekte hij binnensmonds, 'deze geschifte knar gaat de bak in.'
Een ijselijke gil deed hem evenwel opschrikken.
'Poppetje!' schreeuwde één van de vrouwen.
Poppetje, of hoe de andere dame ook mocht heten, had ogenschijnlijk de raad van Bartender in de wind geslagen en donderde als een lappenpop het gietijzeren trapje af. Het viel moeilijk in een oogwenk uit te maken wat haar precies was overkomen, maar één ding was zeker: haar armen, benen en hoofd zaten niet meer op dezelfde plaats.
'Jij vetgemest rotwijf!' schreeuwde de andere vrouw naar de blokhut.
'Kom me maar halen!' werd er teruggeroepen.
De vrouw stormde huilend en met schuim op de lippen de trap op.
'Nee!' riep de sheriff.
'Bemoei je er niet mee, zeikbroek!' beet de vrouw terug.
Het leek alsof de sheriff wakker schoot uit een natte droom. Hij wierp een blik naar beneden en zag wat hij ook begon te voelen: een volgepiste broek.
'Zou jij niet in een tehuis gaan zitten?' lachte Omoe venijnig.
Dat was er teveel aan voor sheriff Tom Poddingpods. Z'n machteloosheid werd ondraaglijk, zette zich om in frustratie en woede, hetgeen zich op zijn beurt vertaalde in een rake vuistslag, pal op de tandenloze mond van Omoe. Het oudje vloog met een droge kreun recht in haar schommelstoel en bleef met tot bloederig spijs herleide lippen uitgeteld liggen waar ze lag. De sheriff kreeg geen kans om zich z'n ontoelaatbare uitschuiver te beklagen. De twee mannen sprongen hem in de nek, scholden hem verrot voor lafaard en nog minder fraaie personages en begonnen hem te knijpen, te bijten, te slaan en te schoppen.
Een door de sheriff aandachtig gevolgde cursus zelfverdediging maakte van het gevecht echter een gelijke strijd. Er sneuvelden tanden, vingers geraakten ontwricht, een oor scheurde half af, een neus werd gebroken, een oog werd blauw, een ander dik als een speldenkussen, en de kemphanen hielden pas op toen de blokhut inclusief kolos en haar aanvalster met een oorverdovende klap op de begane grond plofte.
'Pas op,' riep één van de sheriff z'n belagers, 'de trap gaat het ook begeven.'
Z'n woorden waren nog niet koud of het gietijzeren trapje kantelde onder een door merg en been snijdend, schurend lawaai tegen de vlakte.
Poppetjes vriendin kroop onder het spugen van snot en speeksel vanonder de kolos die zelf geen vin verroerde. Ze stak een om hulp smekende hand naar de sheriff uit, maar die was haar beledigende opmerking niet vergeten en keek de andere kant op. Daar stond aan de toog, als uit het niets opgedaagd, een oude indiaan. Z'n hoofd nauwelijks bewegend liet hij een observerende blik langs de in een mum van tijd gecreëerde puinhoop gaan. Vervolgens sloot hij heel even de ogen en zei, terwijl z'n hoofd lichtjes op en neer knikte: 'Koyaanisqatsi...'
Geen van de blanken begreep wat hij bedoelde maar hij had wel overschot van gelijk.

THE END

 

feedback van andere lezers

  • aquaangel
    leuk verhaal weer Koyaan.. well done ;)

    enkele vraagtekens geplaatst bij:


    dosis zenkalmte (zen-kalmte, Zen kalmte??)

    van z'n paardenstaart druipten dikke, gelige druppels (drupten?)

    gestolt (gestold)

    geruiten (geruite)

    van omoe zou ik opoe maken....

    'je ziet toch ook dat dat mens niet meer buiten kan
    ('je ziet toch ook dat dat mens niet meer naar buiten kan)

    zozegd (?)

    weggraaide (weg graaide?)

    verdoemmenis (verdoemenis)

    goddelozen (goddeloze)

    volgepiste (vol gepiste )


    koyaanisqatsi: ja, ik weet het, ben een slordigaard...
  • Theo_Roosen
    Prachtig verhaal !
    koyaanisqatsi: thnks
  • RolandBergeys
    sluti me aan bij Aqua, plus die z'n en m'n hé, tja.

    Maar sluit me eveneens aan bij Thro!

    Lees en beluister m'n mail naar jou toe ook misschien.

    Grtz,

    Roland
    koyaanisqatsi: 't is m'n slechte gewoonte hé... ach, ieder zal wel zo z'n kronkel hebben, vrees ik...
  • gono
    Zoals gewoonlijk hé?
    koyaanisqatsi: thnks (zoals gewoonlijk)
  • Ghislaine
    Mooi verhaal. Decorfouten gaven anderen al aan.
    koyaanisqatsi: ja, en m'n decorontwerper is al met vakantie...
  • stormvonk
    lol, goed hoor
    koyaanisqatsi: thnks
  • lilKim
    Het was weer fijn om met jou op stap te gaan.
    koyaanisqatsi: zo lang ik er zelf niet bij ben... (hihi)
    thnks
Er zijn 3 bezoekers online, waarvan 0 leden: .