writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

WACHT MAAR, TOT GOD ONS HOORT (3)

door koyaanisqatsi

3. (METAMORFOSE - DE GEVOLGEN VAN HET UITSTEL VAN HET OPSTELLEN VAN DE TENT - DE WIELERWEDSTRIJD) - HET RIJK VAN LEOPOLD

Onze terugkeer naar het Ministerie van Cultuur was een maat voor niets. Toen we opnieuw bij de barak arriveerden bleek iemand een berichtje aan de deur te hebben gehangen waarop te lezen stond: 'Wegens besparingen: vandaag geen Ministerie van Cultuur. Morgen: Ministerie van Volksgezondheid. Eerstvolgende openingsdag Ministerie van Cultuur (onder voorbehoud): overmorgen.'
Ik was er het hart van in. Hoe moest het nu verder? Ik kon toch moeilijk twee dagen, en misschien wel langer, gaan zitten niksen. Mwamba Kazadi zag en begreep mijn wanhoop en ontfermde zich over mijn beproefde ziel. Hij nam me mee naar zijn geboortedorp even buiten de stad en stelde me voor aan familieleden en vrienden. De mensen waren allemaal blij me te zien, alsof ik een uit Babylon teruggekeerde zoon was, en bezorgden me een aangename tijd. Ze lieten me allerlei lokale gerechtjes en brouwsels proeven en vroegen me uit over het leven in Europa, het continent van hun dromen. We keerden pas tegen valavond terug naar de stad, waar we dineerden in een restaurant dat bestond uit een rieten afdak op vier palen, zes tafels en een onduidelijk aantal stoelen. Het was me een raadsel waar er werd gekookt en afgewassen, maar het eten was beslist eetbaar en het geschonken bier voldoende koel om smakelijk fris door de keel te glijden.
Nadien trokken we naar een café annex nachtclub, waar een net zo populair als berucht jazzmuzikant een hallucinant optreden ten beste gaf. Hij kon rekenen op een handvol uitstekende begeleiders en enkele danseressen die de ogen van het talrijk opgekomen publiek geen minuut rust gunden. Hij zong in zes verschillende talen, rookte tussendoor een volledig pakje sigaretten op en gaf geregeld scherpe commentaar op de laatste regeringsbeslissingen.
Ik dronk te veel en liet me verleiden tot het roken van het heilige gras. Gelukkig waren Mwamba Kazadi en Mamadou sterk genoeg om me te ondersteunen. Bezorgd, maar toch ook met de nodige relativering van mijn toestand, droegen ze me naar de landrover en vervolgens naar mijn hotelkamer. Daar zou de volgende ochtend alles veranderen om de heel eenvoudige reden dat ik een Afrikaan was geworden.
Als één van de ontelbaren in de stad en het land kon ik me niet langer inlaten met de problematiek van het opzetten van een tent. Van een terugkeer naar Europa kon al helemaal geen sprake meer zijn en dus zat er niets anders op dan mijn bezigheden te beperken tot het verder vertellen van dit verhaal, waarin ik noodgedwongen geen enkele rol meer kon vertolken.
Ging mijn metamorfose, zoals kon worden verwacht, zo goed als aan iedereen voorbij, het bekendmaken van het uitstel van het opstellen van de tent veroorzaakte daarentegen heel wat beroering. Het verhaal deed de ronde dat zwangere vrouwen te vroeg bevielen, medicijnmannen ziek werden -en bleven!-, taxichauffeurs hun clienten achteruit rijdend naar hun bestemming brachten, sommige ambtenaren de corruptie vaarwel zegden en de Democratische Partij het uitschrijven van vervroegde verkiezingen overwoog.
Mwamba Kazadi ging op zoek naar een vervanger voor Emil Klainenduvel en vond hem in de persoon van Stefan Oganesian, een Armeniër die al jaren een vooral door buitenlandse zakenlui en politici gefrequenteerd restaurant uitbaatte en bekend stond als de man die het Armeens-Azerbeidzjaanse dispuut aangaande Nagorno-Karabach als geen ander kon verduidelijken. Hij was onvoorwaardelijk enthousiast en stroopte letterlijk de mouwen op om de klus te klaren die mij door een onverklaarbare speling van het lot was ontnomen. Helaas werd hij niet alleen gedwarsboomd door de gesprongen waterleiding. Een plots geplande wielerwedstrijd kreeg van het Ministerie voor Cultuur absolute voorrang op alle andere manifestaties en dreef het opstellen van de tent naar het achterplan. Het schriftelijke protest, door Oganesian in het Engels, het Frans, het Portugees, het Esperanto en het Armeens opgesteld, werd wel degelijk in beraad genomen maar ontbeerde het nodige financiële tegengewicht om een kans te maken.
Mevrouw Mpele, de minister, had alle begrip voor Oganesians zorgvuldig gewikt en gewogen woorden maar stond machteloos tegenover de chantage van de Europese teeveestations die de wielerwedstrijd als dè kip met het gouden ei voorstelden -en aangezien de staatskas van de Derde Afrikaanse Republiek elke financiële opkikker kon gebruiken...
Op haar eigen, luchtige manier keek de bevolking naar de wielerwedstrijd uit. Het was eens wat anders dan de viering van de eerste, tweede en derde onafhankelijkheidsdag en de herdenkingen van de voorouders. Boba Lobilo, de verantwoordelijke van een volkswijk die zwartgallig "Het Rijk van Leopold" werd genoemd, riep zelfs op om geld in te zamelen voor een monument ter ere van de renners.
'We kunnen deze atleten toch niet zonder meer door onze straten laten rijden, alsof hun inspanningen ons steenkoud laten,' argumenteerde hij.
Maar de tegenstand was fel en sloeg nagels met koppen.
'Luister,' verwoordde iemand het ongenoegen. 'Die wielerwedstrijd zal best leuk zijn, maar kost ons zo al geld. Vergeet niet dat de bedrijvigheid op zowel de dag zelf, als de dagen die voorafgaan en volgen, op een laag pitje zal komen te staan. Trouwens, de meesten onder ons kunnen hun centen wel voor wat anders gebruiken.'
'Ik wil geen geruzie,' reageerde Boba Lobilo, 'maar moeten wij ons weer eens van onze slechtste kant laten zien?! De mensen in de rest van de wereld hebben al geen hoge pet van ons op!'
'Daar is de geschiedenis, en dan meerbepaald HUN kijk op die geschiedenis, verantwoordelijk voor! Wij niet!' riep een militante van het Afrikaans Patriottisch Front. Ze was nog maar pas in de buurt komen wonen en weigerde haar naam, die ze een slavinnennaam noemde, bekend te maken. De omstaanders keken geschrokken naar haar om en zuchtten bewonderend voor de perfect gladgestreken zwarte baret op haar hoofd en de glimmende Kalashnikov die ze met beide handen voor haar tamelijk grote borsten geklemd hield -niemand had in de gaten dat het een speelgoedmodel was.
Bonavonture Mapupo, een lokale kunstenaar, stelde een compromis voor: 'Als ik nu eens gratis een bescheiden kunstwerk in mekaar knutsel? Zou dat geen goed idee zijn?'
'Mmm,' mijmerde de wijkverantwoordelijke. Zijn idee van de geldinzameling leek z'n populariteit beslist geen goed te doen en dus was ieder voorstel waardoor hij gezichtsverlies kon vermijden welkom.
'Zal het enige bewustwording symboliseren?' wilde de militante weten.
Bonavonture Mapupo dacht even na en antwoordde: 'Als de kunst tot enige bewustwording kan leiden, zal zij in ieder geval haar doel niet voorbij zijn geschoten. Misschien is het wel één van haar hoofddoelen.'
Iemand die niemand kende kwam naar voor gestapt, stelde zich voor als kunstcriticus en zei tegen de kunstenaar: 'Meneer, bewustwording IS het doel van kunst! Ik zou zelfs meer zeggen: Kunst IS bewustwording!'
Ernest, de wijkanarchist, riep: 'Kunst heeft lak aan definities!'
'Pfff... ' snoof de kunstcriticus. 'Praat van mensen die willen maar niet kunnen.'
'Blaaskaak!' riep Ernest. Hij stapte op de militante af, stelde zich voor als anarchist en wilde z'n arm om haar middel slaan maar de militante duwde hem weg en snauwde: 'Als er iets is waar ons land geen behoefte aan heeft, is het wel aan individuen van jouw slag!'
Boba Lobilo vreesde dat de discussie in een politiek vaarwater zou terechtkomen en greep in. De politie luisterde altijd en overal mee en ondanks de gestage opmars van het democratische gedachtengoed bleef politiek een riskant spelletje.
'Het lijkt me een uitstekend idee, Bonavonture Mapupo,' zei hij. 'Zo zal de rest van de wereld in één klap drie dingen wijzer worden. Ten eerste: dat wij arm zijn; ten tweede: dat we atleten respecteren; en ten derde: dat wij een volk zijn dat wel degelijk ernstige problemen het hoofd kan bieden. Want voor de armen is het beslist niet eenvoudig om op een gepaste manier respect te betuigen.'
Bonavonture Mapupo glimlachte.
'Meneer Lobilo,' zei hij, 'dat wij arm zijn is allang door iedereen geweten. Alleen... ik denk niet dat het de rest van de wereld veel kan schelen. En onze manier van respect betuigen zal er hoogstwaarschijnlijk worden afgedaan als "typisch Afrikaanse plantrekkerij". Maar maakt u zich geen zorgen: vanavond zuip ik me nog wel te pletter en zal ik me vermaken in het gezelschap van de hoeren van de Heimwee naar de Koloniale Tijdwijk, gewoon omdat ik het al enkele dagen zo gepland heb, maar vanaf morgen kan u op mij rekenen en zal ik een nooit geziene discipline aan de dag leggen; tot het kunstwerk klaar is.'
De omstaanders, ondertussen aangegroeid tot zowat alle inwoners van het Rijk van Leopold en enkele toevallige passanten, begonnen geestdriftig te applaudiseren.
'Iedereen moet zijn steentje bijdragen!' riep een vrouwenstem boven de klappende handen uit.
'Ik zal koken voor de kunstenaar!' zei een andere vrouw.
'We moeten een spandoek over de weg spannen, om de renners te verwelkomen!' schreeuwde een man.
'Ja!' riep een ander. 'We moeten er een heus feest van maken!'
'Met een fanfare!'
'En wilde dieren! Daar zijn de blanken verzot op.'
'Maar waar gaan we die nog vinden?'
'Tja, dat zal een serieus probleem worden. Importeren kost fortuinen.'
'En wie gaat die beesten te vreten geven?'
'Om nog te zwijgen van wie voor ze zal zorgen. En waar?'
'Nee, dan kunnen we onze aandacht beter toespitsen op een tribune!'
'Een tribune?!'
'Waarom niet? Als we ons van onze beste kant willen laten zien, kunnen we toch moeilijk als schooiers langs de weg gaan staan!'
'En wie zal die tribune betalen?'
'Die kunnen we toch zelf bouwen!'
'Jij hebt daar misschien de tijd voor, maar ik niet! En ik zal beslist niet de enige zijn!'
'Als we eens begonnen met de muren van de school van een nieuw laagje verf te voorzien...'
'Geen sprake van! Als er geld aan de school wordt besteed, zal het voor de aanschaf van didactisch materiaal zijn!'
'Maar dat heeft toch geen uitstraling!'
'We kunnen het op de dag van de wedstrijd uitstallen!'
'Mmmm...'
En zo ging het maar door, tot laat in de avond. De kaarsen en houtskoolvuurtjes, die het ongemak van de dagelijkse elektriciteitspanne moesten opvangen, waren bijna uitgeput toen de laatste deelnemers aan de ellenlange discussie eindelijk naar bed gingen. Sommige vrouwen hadden urenlang in de deuropening van hun huis staan wachten omdat hun mannen verbeten hun gelijk wilden halen. Maar er was niets beslist. Zelfs het voorstel van Bonavonture Mapupo was niet algemeen aanvaard geworden, vooral omdat de kunstenaar zelf was beginnen twijfelen:
Was het wel ethisch verantwoord gratis een kustwerk af te leveren? Zou hij daarmee het kunstenaarschap, én dus ook de kunst, geen geweld aandoen? Iemand had giftig opgemerkt dat hij hoe dan ook geen cent verdiende met zijn werk, maar daarop had hij geantwoord dat het om een heilig principe ging. Welk principe dan wel? Daar kon de kunstenaar dan weer niet op antwoorden, waardoor hij nog harder was gaan twijfelen.
Boba Lobilo had allang spijt van zijn voorstel. Terwijl de rest van de wijk insliep, slenterde hij piekerend langs de donkere straten tot hij de grote maraboe tegen het lijf liep -de grote maraboe, waarvoor iedereen zoveel ontzag had dat hij nergens voor werd geraadpleegd.
'Ik heb me wat op de hals gehaald,' schuddebolde Boba Lobilo.
'Je denkt de doos van Pandora te hebben geopend, is het niet?' zei de maraboe; zijn nuchtere toon van spreken deed Boba Lobilo van ongemak huiveren.
De maraboe wilde z'n weg vervolgen, maar de wijkverantwoordelijke vroeg hem of hij niet een eindje met hem wilde meelopen. Het besef alleen te zijn woog zwaar. De maraboe maakte zonder commentaar rechtsomkeer. Hij krabde aan z'n rechter dijbeen, dat om onduidelijke redenen al de ganse avond jeukte, maar dat hield hij stil omdat iedereen aanhoudende jeuk gelijkstelde met een venerische ziekte.
'In dit land enige verantwoordelijkheid opnemen is gekkenwerk,' zuchtte Boba Lobilo. 'Als je het behendig aanpakt kan je er wel enig voordeel uithalen, maar voor je het weet word je van vanalles en nog wat beschuldigd. En je mag er niet aan denken dat er een staatsgreep zou plaatsvinden. Dan maken ze je af, zelfs al je weet bij god niet wat je verkeerd hebt gedaan; zelfs al wilde je in alle eerlijkheid alleen maar je steentje bijdragen tot het verbeteren van de maatschappij.'
'We moeten leren groeien,' zei de maraboe. 'Je kan niet lopen voor je kan stappen.'
De wijkverantwoordelijke werd alweer getroffen door spijt. Waarom was hij in godsnaam een gesprek met de maraboe aangegaan? De man sprak in raadsels -wat bedoelde hij eigenlijk met die doos?-, in zijn gezelschap kon je je alleen maar dom voelen.
Hij hoopte dat de maraboe uit eigen beweging verder op zijn probleem zou ingaan, maar de man zweeg. Ze wandelden verder, vergezeld door een stilte die slechts af toe verstoord werd door een stem die contact zocht met een andere stem of het geritsel van struikgewas. Naarmate de nacht vorderde werd het zand onder hun voeten koeler. De stank veroorzaakt door het ontbreken van riolen maakte een aangename wandeling evenwel onmogelijk.
'Ruik toch eens, maraboe,' zuchtte Boba Lobilo. 'Het lijkt wel of iedereen voor het slapen gaan op straat pist. In Europa en Amerika heeft iedereen een toilet. Het is gewoon onbeschaafd, zoals de meesten van ons hun gevoeg moeten doen!'
'Wat is er beschaafd aan om, zoals in de rijke wereld, telkens wanneer je naar het toilet bent geweest enkele liters kostbaar drinkwater door de riolen te jagen?' repliceerde de maraboe onbewogen.
'Tja,' lachte Boba Lobilo, wiens humeur plots omsloeg, 'zo had ik het nog nooit bekeken. En stel je maar eens voor, dat iedere trotse bezitter van een toilet op hetzelfde ogenblik zou doorspoelen. Als dat geen knal moet veroorzaken... Of indien iedereen tegelijkertijd naar zo'n secreet moet... Daar komen ongetwijfeld rellen van...'
Boba Lobilo moest zodanig geamuseerd om zichzelf giechelen dat hij buikkrampen kreeg en een wind liet ontsnappen, maar in plaats van zich te verontschuldigen bulderde hij het uit. 'Of dat iedereen ter wereld op hetzelfde ogenblik een scheet laat!'
De maraboe hield het voor bekeken. Het kwam hem goed uit dat hij net het huis van Rokhaya, zijn jongste vrouw, passeerde. Nu moest hij zijn gezelschap de ware reden van zijn afscheid niet meedelen; hij wilde Boba Lobilo liever niet kwetsen. Als hij zich als een onbeschofte schooljongen wilde gedragen, was dat zijn probleem, ook al was het voor een wijkverantwoordelijke ongepast.
'Neem me niet kwalijk,' zei hij, 'mijn echtgenote verwacht me.'
'Ach, maraboe,' zei Boba Lobilo, 'u hoeft zich helemaal niet te verontschuldigen. Als ik een vrouw als mevrouw Rokhaya had, kwam ik zelfs mijn huis niet uit. Dan konden ze een andere wijkverantwoordelijke zoeken. Zeker weten.'
Voor het eerst sinds lang verscheen op de lippen van de maraboe iets wat op een glimlach leek. Hij wachtte tot Boba Lobilo in het donker was verdwenen om zich ongemeen krachtig op het dijbeen te krabben en stapte het huis van zijn jongste vrouw binnen.
'Als Rokhaya maar geen ziekte gaat vermoeden,' dacht hij nog...

 

feedback van andere lezers

  • Theo_Roosen
    Geweldig goed. Misschien ietsje te lang. Maar toch heerlijk om lezen. Verveel me geen minuut.
    koyaanisqatsi: thnks
  • ivo
    idd geweldig geschreven, je moet je aandacht niet focussen, maar je moet wel de tijd hebben om te lezen.
    koyaanisqatsi: thnks
  • RolandBergeys
    En ik volg beide heren in hun commentaren. Dit stuk had eventueel in twee delen gekund.
    koyaanisqatsi: zal de beenhouwer sturen om het in twee te kappen...

    thnks
  • ERWEE
    En dankzij de beenhouwer werd het tweede deel van dit stuk deel vier.
    Denkt ERWEE.

    koyaanisqatsi: euh...
  • Vansion
    "dus zat er niets anders op dan mijn bezigheden te beperken tot het verder vertellen van dit verhaal, waarin ik noodgedwongen geen enkele rol meer kon vertolken"

    il lees jou echt héél graag

    koyaanisqatsi: ik ga geld vragen!! (haha)
    thnks V, altijd leuk om te horen...
Er zijn 3 bezoekers online, waarvan 0 leden: .