writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

WACHT MAAR, TOT GOD ONS HOORT (7)

door koyaanisqatsi

7. EEN NIEUWE GIDS - EEN NIEUWE TENTOPSTELLER

De volgende ochtend werd Mwamba Kazadi door militairen van zijn bed gelicht en naar de Minister van Binnenlandse Zaken gebracht. Opgepakt worden door mannen in uniform voorspelde nooit veel goeds, maar de soldaten waren te beleefd om de gids echt te verontrusten. Eťn van hen, een korporaal, begon zelfs een gezapig praatje over het voetbal met hem te maken.
De minister was al vroeg uit de veren; er werden Japanse bezoekers verwacht die nog voor lunchtijd opnieuw het land uit wilden. (Ze waren als de dood om in Afrika te moeten eten.) Hij was bezig zijn onzorgvuldig geknipte haren te kammen en knabbelde op een tandenstoker. Zijn zware lijf barste bijna uit het witte hemd, dat klunzig tussen zijn broeksriem zat gefrommeld, maar toch maakte hij een redelijk vitale indruk.
'Meneer Kazadi, ik zal meteen met de deur in huis vallen,' begon hij; zijn stem was zwaar en warm, en klonk daardoor oprecht ernstig en menselijk. 'Ik ben de eerste om het ondankbare karakter van uw opdracht te erkennen. Maar blanken die zwart worden, en blanken die door Afrikaanse vrouwen van hun taak worden weggelokt, zijn dingen die voor de Verenigde Naties niet door de beugel kunnen. Hoe zit het trouwens met een nieuwe vervanger? De uitgever van het Magazine ter Bevordering van de Verspreiding van de Cosmopolitische Gedachte hangt dagelijks aan de telefoon en wil weten of er nog ooit schot in de zaak zal komen. "Idealisme kan niet eeuwig wachten," klaagt de man steeds weer. "Daarvoor is het te vergankelijk," beweert hij, en hij zou wel eens gelijk kunnen hebben!'
Maar Mwamba Kazadi kon niet veel kwijt. Het zoeken naar een nieuwe vervanger dreigde een hopeloze zaak te worden. Iedereen wist wat er met de eerste twee tentopstellers was gebeurd en bedankte voor de eer het volgende slachtoffer te zijn. Mwamba Kazadi moest trouwens oppassen: sommige blanken namen zijn toenaderingen niet in dank af. Hij was al een paar keer op een scheldpartij vergast en een al te potige Amerikaan had hem zelfs een vuist onder de neus gestoken. Blanken waren er niet scheutig op zomaar te worden aangesproken, zeker niet door Afrikanen, die "toch maar kwamen schooien of sjacheren".
'Waarschijnlijk is het slechts een kwestie van centen,' zuchtte de minister, 'maar daar wringt precies het schoentje. Die lui van de Cosmopolitische Gedachte willen bekendheid verwerven, maar zijn niet bereid er een prijs voor te betalen. Als het aan mij lag werd het zaakje gewoon afgeblazen. Maar Buitenlandse Zaken en Cultuur houden het been stijf. De organisatie van de wielerwedstrijd loopt ook al niet van een leien dakje. Als we niet oppassen slaan we twee keer een modderfiguur. Ik ben dus wel verplicht iets te ondernemen en op dit ogenblik kan ik weinig meer doen dan u ontslaan en een nieuwe gids aanduiden.'
Hoewel Mwamba Kazadi begrip had voor de beslissing van de minister kwam ze hard aan. Ander werk vinden was voor een gids niet meteen een probleem, maar het was een grote eer voor hem geweest bij het prestigieuze project van de Cosmopolitische Gedachte te worden betrokken. Zijn ontslag betekende dat hij zich weer moest ontfermen over toeristen, die meer geÔnteresseerd waren in het beschermen van hun portemonnee, hun fototoestel en hun oppervlakkigheid dan in het land en zijn mensen; of met humeurige buitenlandse zakenlui die het haatten hun comfortabele bureaustoel voor een paar dagen te moeten inruilen voor een verblijf in agrarisch, zeg maar onderontwikkeld, gebied.
'Om aan te tonen hoe hoog ik u aansla, meneer Kazadi,' zei de minister, 'heb ik mijn oudste zoon, Lisasi, als uw vervanger aangesteld. Zeg nu zelf: alleen vervangen worden door de zoon van de president zou een nog hoger eerbetoon betekenen, nietwaar?'
Mwamba Kazadi knikte. Wat kon hij anders? De minister beschuldigen van nepotisme en zijn statuut van 'Door De Staat Erkende Gids' op het spel zetten? Nee, daarvoor bedankte hij; net als voor de kans die de minister hem had gegeven -per slot van rekening had hij ondanks alles heel wat geleerd de afgelopen dagen. Hij had, bijvoorbeeld, nooit gedacht dat blanken zoals Emil Klainenduvel de beklagenswaardige sociale status van de doorsnee Afrikaan konden "bereiken", maar het leerrijkst was wel de ontdekking van de angst van de leden van IMF en de Wereldbank geweest. En dan vooral, niet onbelangrijk, de reden daarvoor.
De minister schudde Mwamba Kazadi een stevige hand en vroeg: 'U vindt de weg naar buiten?'
'Jawel, Excellentie,' antwoordde Mwamba Kazadi, 'en wens uw zoon alvast veel succes.'
'Hij zal het nodig hebben,' zuchtte de minister. 'Om eerlijk te zijn, en ik hoop dat dit tussen ons blijft: ik vrees er een beetje voor.'
Maar de minister onderschatte zijn zoon. Mwamba Kazadi was nog maar net buiten toen Lisasi zich aandiende in het gezelschap van een blonde vrouw. De vrouw was gekleed als een man -zag er ook zo'n beetje uit- en werd door Lisasi voorgesteld als de nieuwe tentopsteller.
'Papa,' zei hij, 'maak kennis met Emma Penning. Brits onderdaan, gescheiden, verliefd op Afrika.'
'Verliefd op mijn zoon, ja,' dacht de minister, maar hij was te blij met de schitterende start van Lisasi om zich daar echt druk over te maken.
Emma Penning gaf de minister een zweterige hand. Haar huid was licht roze, verbrand door in de tropenzon te lopen - ze had niet aan het strand of aan het zwembad liggen bruinen; dat kon de minister zien aan de randen van haar kledingstukken, waar een melkwitte huid begon.
'Emma spreekt zeven talen, waaronder een mondje Woloff, Swahili, Baluba en Zulu,' zei Lisasi fier.
'Mooi, mooi,' glimlachte de minister tevreden. Om een tent op te zetten was geen talenkennis vereist, maar men wist maar nooit.

Ondertussen zat Oganesian in de sloppenwijk nog steeds op zijn stoel. Hij zat helemaal onder het stof dat ook zijn reukvermogen had aangetast. Zelfs de stank van de zware industrie, die de sloppenwijk in een wurggreep hield, had het tegen de muffe stofgeur moeten afleggen.
Oganesian's geest was danig dooreengeschud. Hij besefte niet in enkele minuten zijn hele leven de vernieling te hebben ingejaagd. Osas was allang weer weg. Nog voor de avond was gevallen, had een gepantserde limousine haar opgehaald. Bij het uitrijden van de sloppenwijk had de wagen een klein meisje gekwetst. Boze jongetjes die in dit leven niets te verliezen hadden, hadden het rijtuig met stenen bekogeld; het stalen koetswerk had de aanval ongeschonden doorstaan.
De mensen van de sloppenwijk hadden Oganesian niets meer te eten aangeboden om de eenvoudige reden dat ze niets meer aan te bieden hadden. Een jongetje had voorzichtig een bekertje regenwater naar hem toegeschoven, maar Oganesian had het vocht in de hete lucht laten verdampen tot er een kalkachtig kringetje op de bodem van het bekertje was overgebleven.
Het typische rumoer van een sloppenwijk was tijdens de nacht nooit helemaal weggestorven. Oganesian had nauwelijks een oog dichtgedaan. Stemmen brulden, schreeuwden, huilden en riepen namen, honden blaften, werden verjaagd en jankten; vierentwintig uur aan een stuk. Iemand had geroepen dat een hyena de wijk was binnengedrongen, op zoek naar lijken. Een kwade stem had teruggeroepen dat de aankondiger maar beter van de palmwijn kon blijven.
Midden in de nacht had een meisje, verkleed als priesteres, Oganesian opgezocht. Ze had rood poeder -verpulverde rode aarde- in zijn gezicht geblazen. In haar linkerhand droeg ze een kalebas die bij de minste beweging een klokkend geluid maakte. Toch was hij niet met vloeistof gevuld. Uit een minuscuul gaatje ontsnapten, onzichtbaar aan het blote oog, okerkleurige, van de harmattan afkomstige zandkorrels. De ogen van het meisje gaven licht, haar warme adem rook naar druipend kaarsvet. Ze had Oganesian gevraagd welke taal hij sprak en vervolgens alle bestaande Afrikaanse talen opgesomd. Oganesian had bekend geen enkele machtig te zijn.
'Wat doe je hier dan?' had het meisje, niet op een verwijtende maar op een bezorgde toon gevraagd.
Oganesian moest het antwoord schuldig blijven. Hij was een kind van een generatie die jarenlang op de dool was geweest. Voor hetzelfde geld zat hij in Amerika, Canada, Europa of AustraliŽ.
Om de aandacht van het meisje niet kwijt te spelen, had hij gezegd: 'Maar ik kan je wel het probleem Nagorno-Karabach uit de doeken doen; als geen ander.'
Maar het meisje was in een wervelwind verdwenen. De lucht die haar afwezigheid had ingevuld, was tastbaar en koud geweest; Oganesian had ze gebruikt om zijn gezicht te verfrissen. Nadien was hij heel even in slaap gevallen.

 

feedback van andere lezers

  • aquaangel
    het lijkt wel alsof je in Afrika geweest bent
    dat is toch zo?

    zo neem je ons mee op je reis.

    xx
    koyaanisqatsi: dure vliegtuigtickets hoor...
    de inspiratie komt van Afrika, het continent en zijn mensen, en de romans van Ben Okri
  • ivo
    zeer mooi en vooral meeslepend. Niet te Europees vroeg je me vorige keer. Tja ik ben ook Europeaan, dus moeilijk voor mij, maar de herkenningstekens zijn voor mij begrijpbaar en ik weet niet of een Afrikaan (Afrika is ook heel groot en divers) dezelfde herkenningstekens zo maar meeneemt. De Afrikanen die ik ken die denken wel anders als ik en kunnen aan onze humor en denken vaak niet aan uit.
    koyaanisqatsi: Het perspectief is vanzelfsprekend anders, en Afrikanen zijn inderdaad divers (logisch).
    thnks
  • RolandBergeys
    Heel leuke, knappe beschrijvingen, boeiende peronages, dito relaas. ik ga seffens (na het eten) naar het vervolg.
    koyaanisqatsi: smakelijk
  • Vansion
    gepakt door die wervelwind aan het eind - betoverend
    koyaanisqatsi: thnks
Er zijn 5 bezoekers online, waarvan 0 leden: .