writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

WACHT MAAR, TOT GOD ONS HOORT (10)

door koyaanisqatsi

10. VERWARRING

Emma Penning kwam, vermomd als antropoloog, verklaren dat ik opnieuw een blanke was en weer als tentopsteller aan de slag kon. Ik herkende haar uit het verhaal dat ik bezig was te vertellen en weigerde haar te geloven. Ze werd razend en het kwam tot een gevecht. Mekaar schoppend en slaand rolden we over de grond mijn hotelkamer uit, tot in de lift. Een piccolo die zich dankzij omkoperij het hotel had binnengewerkt, stuurde de lift zonder naar onze mening te vragen naar de kelderverdieping. Daar gingen de deuren open en werden we door twee patrouillerende gendarmes uit elkaar getrokken en de straat opgejaagd. Ik had een bloedneus, Emma Penning een blauw oog, we waren allebei schuldig en werden door een woedende menigte met rottend fruit bekogeld. Beurtelings achter elkaar dekking zoekend, sloegen we op de vlucht. Hand in hand als een verliefd koppel renden we straat in straat uit, tot we werden tegengehouden door een magere man met een sikje en een brilletje. Hij stopte ons allebeide een verfomfaaid pamflet in de hand en werd vervolgens door driekleurige kogels doorzeefd. We stapten met zoveel mogelijk respect over zijn lijk, waar langs alle kanten bloed begon uit te sijpelen, en sprongen als acrobaten over enkele balen rottende koffie die als wegversperring hadden gediend bij een spontane volksopstand enkele jaren eerder. Een oude man hield een afgehakte vinger in zijn hand en wees ons er de weg mee naar een winkel waar meisjes delen van hun lichaam verkochten aan exporteurs van vrouwenvlees. Het geld dat de meisjes kregen was waardeloos, de prijzen die de exporteurs op de verschillende lichaamsdelen aanbrachten exorbitant. Vele meisjes huilden en schreeuwden van de pijn. Een reporter van één of ander prestigieus teeveestation vroeg één van hen waarom ze zonet als een gepluimde kip haar borsten en billen had verkocht.
'Omdat ik geen keus had,' snikte het meisje, 'en omdat me een toekomstig fortuin is beloofd.'
Een vetgemeste vent, zijn gezicht verscholen achter een carnavalsmasker met de kop van een biggetje, hield de loop van een revolver tegen haar nek gedrukt.
Hoe langer je naar de meisjes keek hoe lelijker ze werden. Zelfs meisjes die bij de eerste oogopslag bloedmooi waren, zagen er na verloop van tijd afschuwelijk uit.
Een vrouw met een van rijkdom opgezwollen gezicht tikte me op de schouder. Ze droeg een oogverblindend goudkleurig kleed dat de onaangenaam metalige geur van stapels muntstukken had en hield een jong meisje bij haar nekvel voor zich uit.
'Als u niets wenst te kopen, moet u de zaak verlaten,' zei ze met een stem die piepte als een muis.
Emma Penning tikte me op de schouder, drukte een briefje in mijn hand en liep de winkel uit.
'Het heeft geen zin jou tot actie te bewegen, ik kan maar beter naar Oganesian op zoek gaan,' had ze haastig gekrabbeld.
Ik wilde terugkeren naar het hotel om me te verontschuldigen maar een landrover sneed me met gierende banden de pas af. Het was Mamadou.
'Stap in!' riep hij. 'We hebben geen tijd te verliezen.'
Ik aarzelde, maar een onzichtbare hand duwde me zo brutaal in de rug dat ik in de wagen tuimelde.
'Waar gaan we heen?' vroeg ik, maar Mamadou gaf geen antwoord.
We reden de stad uit en stopten bij een enorme stortplaats waar graatmagere, halfnaakte mensen tussen de smerigst denkbare troep op zoek waren naar iets eetbaars. Eén van hen kwam op ons toegelopen. Tot mijn stomme verbazing zag ik dat het een blanke man was. Hij spuugde brokjes van zijn wegrottende tanden uit, en zei: 'Ik ben, of beter, wàs Stefan Oganesian. Wat uw tent betreft, zoek het zelf maar uit. Trouwens, die Cosmopolitische Gedachte, wat is dat voor flauwekul? Denkt u nu echt dat hier in Afrika iemand zich ene moer interesseert in zo iets als een Cosmopolitische Gedachte? Afrika heeft andere zorgen aan zijn hoofd dan utopieën achternahollen, weet u.'
Beledigd wendde ik me tot Mamadou: 'Je hebt de verkeerde naar hier gebracht. Emma Penning was op zoek naar Oganesian, ik niet.'
'U kwam toch de tent opstellen?' mompelde Mamadou.
'Ja-aa,' zuchtte ik, 'maar dat was vroeger.'
Mamadou, ten zeerste geërgerd, gaf onverwacht plankgas. Ik sloeg achterover, kwam op mijn achterhoofd tegen de achterbank terecht en verloor het bewustzijn. Toen ik weer wakker werd zat ik op een stoel naast een leeg zwembad. Een meisje in een gewaad van vergeten kleuren kwam op me toegestapt, boog voorover en fluisterde me in het oor: 'U was hier toch al. Weet u dat niet meer? Toen het nog gezellig was. Het verbaast me dat u bent teruggekomen. Werkelijk...'
Regen begon de aarde te geselen als een hysterische sadist. Vlijmscherpe waterdruppels sneden in mijn huid. Ik kon nergens schuilen en zette het op een lopen. Het was onmogelijk de ogen open te houden; zo goed als mogelijk beschermde ik mijn gezicht met mijn armen. Ik struikelde over een omgewaaide stoel en viel in een diepe plas die tot aan mijn middel reikte. Een enormde donderslag katapulteerde me de lucht in. Met een doffe plof kwam ik als een zak meel opnieuw op de begane grond terecht. Een jujupriester hielp me overeind en zei: 'De hemel huilt als een ontroostbare rouwende.' Hij wilde me een halssnoer met tanden van wilde dieren in de handen stoppen, maar ik sloeg op de vlucht voor de vuurrode pupillen die als giftige toortsen in zijn ogen brandden. Ik botste tegen een bedelaar aan die me eerst om geld vroeg en vervolgens begon te verwensen voor mijn onachtzaamheid. Licht en duisternis knipten aan en uit, alsof een vervelend kind met een lichtschakelaar speelde. Dankzij een lange donderflits zag ik tussen een verloren stukje oerwoud een houten barak staan. Ik wilde erheen vluchten maar grenstroepen sprongen me voor de voeten.
'Hebt u een schriftelijke toelating om de equator te overschrijden?' vroeg één van de soldaten.
De regen belemmerde me het zicht. Ik schudde het hoofd en hoorde tussen het geluid van de striemende regen in een andere stem zeggen: 'Dan kunnen we u niet doorlaten. In feite zouden we u zelfs moeten arresteren, want u hebt de equator al anderhalve meter overschreden. Maar het is een hondenweer, en we willen best aannemen dat u daardoor min of meer verloren gelopen bent. We laten u dus gaan, maar zouden het wel waarderen indien u ons een drankje zou betalen.'
Ik ging in mijn broekzak op zoek naar geld maar vond slechts het pamflet dat de gebrilde man met het sikje me had toegestopt.
'Wat is dat?' vroeg één van de soldaten terwijl hij het pamflet uit mijn hand rukte.
Ik haalde mijn schouders op; mijn gewrichten deden pijn, alsof de regen ze roestig had gemaakt.
'Een Lumumbist?!' gromde de soldaat.
'Wat?!' riep één van de anderen, terwijl hij zich over het pamflet boog.
De soldaten verzamelden zich als bijen om een korf rond het pamflet en begonnen te overleggen. Na verloop van tijd richtte één van hen zijn geweer op me.
'Blijven staan waar je staat!'
Het overleg sleepte aan, de soldaten geraakten het niet me mekaar eens en begonnen te discussiëren. Het duurde niet lang of er werd getrokken en geduwd en uiteindelijk viel er een geweerschot. Wat volgde was hels geroep en getier. Het groepje mannen spatte letterlijk uiteen; in het wilde weg schietend stoven uniformen naar alle richtingen weg. Eén soldaat bleef roerloos in de modder liggen. Ik zette het op een lopen in de richting van waar ik gekomen was. Een verpletterend schuldgevoel maakte mijn benen zo zwaar dat ik nauwelijks vooruit geraakte. Onrechtstreeks was ik de aanleiding tot bloedvergieten geweest. Het hield op met regenen en bliksemen, maar de hemel bleef grijs. Ik trapte op de scherven van een bierflesje; gelukkig was mijn schoenzool sterk genoeg om de penetratiekracht van de glasscherven te weerstaan. Het gekreun van boomstammen klonk als het gereutel van stervende oude mannen. Ik geraakte verstrikt in struikgewas, werd in de hals gebeten door een dik, zwart insect, hoorde boze apen schreeuwen en werd een stekende pijn in mijn borst gewaar.
Had een mens dan niet de minste greep op zijn lot?
De avond viel, het werd ondraaglijk vochtig. De lucht woog als lood en smaakte naar schimmel. Ik geraakte volkomen uitgeput en strompelde voort als een ontsnapte, door zweepslagen kapotgemaakte slaaf. Ik hoorde stemmen langs weerskanten van de weg fluisteren: 'Daar! Dat was de eerste tentopsteller! Hij ziet er niet uit! En de anderen is het niet beter vergaan!' maar telkens wanneer ik omkeek was er niemand te zien. Toen hoorde ik in de verte muziek: koperen blazers, drums en gitaren. Ik ging op het geluid af, moest me een weg doorheen hopen puin en steengruis banen en kwam uit bij een donkere steeg waar zich kortgerokte meisjes rond een gettoblaster en enkele brandende kaarsen hadden verzameld.
Een tamelijk klein meisje kreeg me meteen in de gaten en kwam op me af.
'Hey, mister,' zei ze -haar ogen waren de verpersoonlijking van de ondeugd-, 'heb jij geen zin in mijn gaatje? Natuurlijk toch.'
Mijn gedachten waren half verdoofd, ik begreep niet wat ze bedoelde en wauwelde: 'Hotel Lafayette...'
'Ho maar, mister,' schrok het meisje, 'daar mogen alleen de meiden van de heren met de centen binnen. Mij krijg je daar niet naar toe. Ik zou er toch maar opgepakt worden. En in de gevangenis doen ze met een meisje wat ze willen. Niet dat ik niks gewend ben, maar toch...'
Ze zei nog iets maar ik verstond het niet en liep haar voorbij, hetgeen me een resem scheldwoorden en spotternijen opleverde. Als een slaapwandelaar stapte ik het zwarte gat van de steeg in. Een waarzegster lokte me haar huis binnen en voorspelde me na een lange lijdensweg enige voorspoed.
'Denk evenwel niet dat je leven van dan af over een pad vol rozen zal gaan,' waarschuwde ze me, 'want ongeluk ligt altijd op de loer.'
Ik was verdwaald zoals nog nooit iemand verdwaald was geweest. Mijn lichaam kreunde, mijn hoofd barstte van de hoofdpijn. Ik hoorde mijn baas herhaalde malen roepen: 'Emil Klainenduvel, Afrika is niks voor jou. Kom maar beter terug naar huis.' Maar was ik Emil Klainenduvel nog wel? Het spiegelbeeld dat gereflecteerd werd door een plas regenwater confronteerde me met het gezicht van een mij totaal onbekende man. Een man met weliswaar dezelfde gelaatstrekken als ik, maar toch... een volstrekt onbekende man.
Tussen een opgerolde krant vond ik een masker van houtsnijwerk. Opgelucht de onbekende man niet meer te zullen tegenkomen, drukte ik het tegen mijn aangezicht. Het hout had de geur van een mysterieus parfum. (Een vrouw met dat parfum zou onweerstaanbaar zijn geweest.)
De steeg trok zich samen tot een nauwe doorgang van kraampjes waar niets dan goedkoop eten en waardeloze rommel werd verkocht. Hoe sterker ik ernaar verlangde de steeg te kunnen verlaten, hoe dieper ik erin verdwaald geraakte; tot stropers me per vergissing voor een aap hielden, in hun netten strikten, naar een landrover sleepten en me, doof voor mijn protest, naar de haven reden met de bedoeling me meteen op een boot richting Europa te smokkelen. Toen ze me uit hun netten haalden en hun vergissing inzagen, werden ze razend en begonnen ze me met hun vuisten en inderhaast bijeengezochte stokken te slaan. Gelukkig kwam de kapitein van het schip tussenbeide. Hij joeg het tuig onder het schreeuwen van dreigementen weg en ontfermde zich over hetgeen er van me overbleef: een geradbraakt verteller van een verhaal dat niet eens het zijne was.

 

feedback van andere lezers

  • ivo
    titel plots anders ? ik kon al niet meer volgen, hoe de titel je hersenen bepalen ..

    mooi hoor en best leesbaar ....

    en bizar verhaal ...
    koyaanisqatsi: IS RECHTGEZET

    EN BEDANKT ALWEER
  • RolandBergeys
    tikfoutje: ene moer - een moer.

    Als jij mijn monoloog hallucinant noemt, wat is dit dan?... Onwaarschijnlijk boeiend, alle waarden door elkaar halend, beelden van de hel schetsend, en toch, toch humor erin verweven, je moet het kunnen. Knap!
    koyaanisqatsi: thnks... heb wel de verkeerde titel gebruikt!!
  • drebddronefish
    Schitterend stukje Koyaa
    koyaanisqatsi: thnks
Er zijn 5 bezoekers online, waarvan 0 leden: .