writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

*www.rdx.be* - 008. Marcel

door Vansion


"Hoelang zat je daar al?" vraag ik hem, terwijl ik hem binnenlaat in mijn kleine, voorverwarmde stal, "Je had me kunnen bellen."
" Ik heb gebeld naar 'Connie', om half zes of zo. Maar de vogels waren al gaan vliegen."
"De bende is inderdaad vroeg vertrokken. Aagje had weer eens een fitnessuurtje georganiseerd." We wisselen een blik en lachen. Woorden zijn overbodig. Dat dit soort uitstapjes niet aan mij besteed zijn, weet Marcel wel.
"Ik had mijn telefoon geblokkeerd, Marcel. Er bestaat nog wel zoiets als een gsm hé!"
Marcel steekt zijn armen in de lucht. Hij grijnst. Ach, ik weet het wel. Mobiliteit zit hem in het hart en in de benen, niet in de broekzak. Dat hij naar kantoor heeft gebeld is al merkwaardig. Marcel kondigt zijn komst nooit aan. Hij komt en verdwijnt als een dief in de nacht. Een dief op wie ik erg gesteld ben, eigenlijk.
Toch ga ik onmiddellijk de verwarming in de badkamer opzetten, nog voor ik ons een glas whisky uitschenk. Van voornemens ben ik moeilijk af te brengen. Al zal die vertaling tot morgen moeten wachten. Zelfs een weinig alcohol schaadt de scherpzinnigheid die ik nodig heb om te lezen.
"Heb jij naar 'Connie' gebeld? Is er iets, Marcel? Had je mij nodig?" Het klinkt bezorgder dan ik ben. Marcel is de rustigheid zelf, zoals hij daar zit, in de enige zetel die ik rijk ben, zijn lange benen uitgestrekt.
"Niet naar jou, Tanne. Ik had Isabelle opgebeld. Voor dat 'in memoriam' voor Roger Maris."
Marcel werkt af en toe als freelance illustrator voor 'Connie'. Ik was het die hem daar ooit binnenloodste. Isabelle was indertijd onmiddellijk overtuigd van de directe kracht van zijn tekenwerk: een steeds ongewone combinatie van picturale elementen en intuïtief aandoende abstracte vormen. Ik wacht op meer uitleg. Ik ben er niet van op de hoogte dat Isabelle Marcel gecontacteerd heeft voor dat 'in memoriam' ter ere van onze ex-hoofdredacteur en medestichter. Het enige wat ik weet is dat ze hopeloos op zoek was naar een geschikte foto. Roger was een man met een uitstraling die zich niet op fotopapier laat strikken.
Marcel zwijgt, hijst zich traag uit de zetel en tovert een lederen rol vanonder zijn trui vandaan. Ik vang een glimp op van de zware zwartleren gordel waaraan het etui bevestigd was. Het is de riem die hij altijd draagt in zijn atelier, vol haakjes, pinnen, hulzen en ingenieuze bevestigingssysteempjes voor de werktuigen die hij nodig heeft als hij aan de gang gaat met de schat aan materialen die hij hamstert. In zijn werkdomein draagt Marcel het verlengde van zijn handen rond zijn lendenen.
"Mijn kuisheidsgordel…" fluistert hij samenzweerderig, terwijl alle groeven in zijn gelaat samenspannen rond het geheim dat diep in zijn buik steekt en ongenadig schade gekapt heeft in zijn leven. Een geheim dat hij enkel met mij heeft gedeeld … jaren geleden… toen we rondzwierven in de goorste cafés van Leuven als twee roekeloze studenten op zoek naar de bodem die onder onze voeten leek weg te zakken.
"Hé, meisje," zegt hij plots, terwijl hij mijn druipende jas van de kapstok neemt en zorgzaam over een stoel hangt die hij voor de verwarming plaatst, "ga jij nu eens eerst je gezichtje en je haren wat drogen en kom dan eens rustig bij mij zitten, hé. Ik zie wel dat je dringend aan een lekker warm bad toe bent. Wees gerust, ik blijf niet te lang. We storten ons nog wel op een andere keer in de onderwereld…"
Zoals altijd gehoorzaam ik hem bijna blindelings. Het balorige en eigenzinnige meisje in mij wordt steevast ontwapend door deze grote, mij zo vertrouwde, vreemde man die de tijd gewoon gebruikt zoals het hem uitkomt en alle gejaagdheid met zijn kalme aanwezigheid ter plekke vermorzelt. Met een verse handdoek over mijn schouders geslagen ga ik, leunend tegen zijn velours broek vol vlekken, op mijn knieën zitten tussen de zetel en het salontafeltje waarop hij zijn tekening openrolt.
Op een op bruin inpakpakpapier gelijkende ondergrond zie ik tegen een zwarte verflaag bezaaid met witte vlekken en strepen de vage contouren van een man. Zijn gezicht is met enkele halen van een pen neergezet. Ontegensprekelijk de trekken van Roger. Een staaltje van meesterlijke portretschetskunst. In het achterhoofd dat uitvergroot is, ontdek ik de suggestie van een vrouwenlijf: twee halve cirkeltjes met een puntje erin, stereotiepe borstjes - niet meer dan een pictogram- en een prachtige vloeiende lijn: een taille waarvoor elke verstandige vrouw een groot deel van haar IQ zou willen inleveren. Dat alles loopt uit in een wazige, mysterieus aandoende driehoekige vorm die zich situeert in de hals van Roger, vol overvloedig gepenseelde blauwtinten die mij aan de zee doen denken. Daarvandaan vertrekken lijnen die zich vermengen met de lijnen van de mannenromp, er als het ware in opgaan.
Een man die de vrouw met zich meedraagt, denk ik. Ze groeit in zijn hoofd en wortelt zich diep in zijn binnenkant. Of moet ik het andersom bekijken en ontspringt ze aan zijn buik, opstijgend tot onder zijn hersenpan? Een man die houdt van vrouwen en niet genoeg van ze krijgt. Zo was Roger. Zonder hem had 'Connie' nooit bestaan. Isabelle heeft hem opgevolgd en mij aangetrokken, een poos nadat hij zijn geluk ging beproeven bij de openbare omroep. Waarom heeft ze niet naar een man gezocht?
Slechts één detail in de tekening is hyperrealistisch uitgewekt, scherp, fijn -het lijkt wel een foto-: een paar All Star-sportschoenen … die iedereen die Roger heeft gekend vast en zeker glimlachen doen. Aan die schoenen was hij verknocht. Hij droeg ze overal en altijd.. De anekdote dat ze met zijn voeten vergroeid waren deed de ronde.
Ik concentreer mij op de uitdrukking van het gezicht. Het straalt iets uit dat ik wil vatten in een woord. Iets in dat gezicht doet me denken aan God. Er gaat iets van uit … Welgevallen? Genade? Eerder generositeit. Ja, generositeit, dat is het woord dat ik zocht.
"Kende jij Roger?" vraag ik zonder mijn blik van de tekening af te wenden.
"Nee," hoor ik Marcel zachtjes antwoorden, 'neen, ik heb me geïnspireerd op een paar foto's, een stuk of wat redactioneeltjes van zijn hand en twee cursiefjes uit de reeks "Just like a woman".

 

feedback van andere lezers

  • dannycant
    mooi, ik voel mij verwant met Marcel....:-)

    groeten van danny
    Vansion: ... pas maar op he ... straks ga ik voor dit personage nog inspiratie zoeken in jouw bloemlezing ... grapje ... er komt wel nog iets over plagiaat ...later ...
  • maridava
    Mooi verhaal, zeer goed geschreven. Alleen begrijp ik niet goed wat die regenjas en dat bad ermee te maken hebben.

    Maridava
    Vansion: Wou met het ophangen van de jas de zorgzaamheid van Marcel laten zien. Is precies niet gelukt. Zal eens denken wat ik daarmee doe.
    Het personage is eigenzinnig, heeft haar kop op een bad gezet na die wandeling in de sneeuw en kan moeilijk van haar voornemen afgebracht worden. Beetje typisch. Ze is single. Heb je de bijlagen nu gezien, curieuzeneus? groetjes.
  • sinneskyn
    Weer graag gelezen An, loop beetje achter..doe mijn best jouw tempo bij te houden.:)In regel 3 viel ik wat over: de vogels waren gaan vliegen..zijn gevlogen?...groetjes hil
    Vansion: :)
  • drebddronefish
    Het bevalt mij steeds meer, groetjes
    Vansion: oeioei
  • mobar
    Zonder meer een intrigrerend figuur die Marcel,
    heeft ie ook eigenlijk wel een eigen hoofdstuk verdiend...

    groetjes Mobar
    Vansion: Hij komt nog terug...
  • harmandi
    De trage opbouw van je verhaal bevalt me goed. Langzaam maar zeker leren we de -ik-figuur en haar omgeving kennen. Schrijven in de ik-vorm heeft als beperking dat je alleen vanuit (in dit geval) haar ogen kunt kijken. Maar met voldoende boeiende introspectie lukt het je de aandacht van de lezer te vangen en vast te houden. Als dit je door heel het verhaal lukt, dan mag je dit verhaal met recht een roman noemen!
    Vansion: Ben die ik-vorm niet echt gewend. Is inderdaad een zware dobber. Soms doorbreek ik de stroom met een brief waarin ik wat auctorieels kwijt kan ... en één enkele keer, aan het begin van het tweede hoofdstuk laat ik het hoofdpersonage even vooruitspringen en achteruit kijken. Maar dat beperk ik tot het strikte minimum. Dat is echt heel moeilijk...
  • feniks
    Blijf nog steeds wat last hebben van de verwijzingen naar elementen die later nog verklaard moeten worden, maar het feit dat ik dit stuk aan een héél traag tempo lees zal daar wel voor iets tussen zitten, veronderstel ik.

    Over je stijl en je zin voor detail ga ik niet te veel meer uitwijden. Als ik er niets over zeg, wil dat zeggen dat ik fan blijf :)
    liefs,
    R.
    Vansion: controlefreakje?
    wees gerust ... wat het verhaal betreft, wordt alles ingelost ...zoniet mag je kletsen uitdelen ... wat de problematiek betreft ... vrijwel niets ...
  • geertje
    "Het is de riem die hij altijd draagt in zijn atelier, vol haakjes, pinnen, hulzen en ingenieuze bevestigingssysteempjes voor de werktuigen die hij nodig heeft als hij aan de gang gaat met de schat aan materialen die hij hamstert".

    deze zin heb ik letterlijk moeten "verhapstukken" om hem te kunnen verteren...
    de zorgzaamheid waarmee Marcel omgaat met de dingen, dat herken ik, ik noem het ook wel "omzichtigheid" (doe ik zelf ook, omzichtig zijn)

    de semioticus in mij heeft er verder niets dan (wit)lof voor.
    enkele vorige stukken had ik indertijd wél gelezen, ik pik de draad weer op. enkele stukken had ik gemist blijkbaar.(lees echter zo al veel, dat weet je hé)
    groetje
    Vansion: dank voor wit lof van an dijvie
    marcel is stiekem mijn lievelingspersonage
  • Das
    Alé Cloetje! Een beetje meer fut hé. Ga je me nog lang laten wachten om m'n met nieuw gif ingesmeerde pijlen voor je voeten te laten ploffen? Nieuw leesvoer en dan wel nu! Is het sukkeltruttendag misschien vandaag? Aléééééé hup! Spetteren die handel! Miljaarde! En 1 en 2 en 3 en 4. Hup, hup, gogogogo Cloetje. Uit je sloffen!
    ....en oh ja, Marcel is ok.
    Vansion: ok dan - komt er nu aan - wil de lezers niet overdonkerewolken hé
  • mariagarquez
    Hetzelfde als bij de vorige feedback. Het stukje tussen hé meisje en de handoek die op je schouders ligt bvb is misschien niet nodig of kan korter (in één lijntje) en haalt het leesritme wat onderuit. Het is althans mijn indruk als lezer.
    Vansion: Over dat leesritme ga ik niet meer twijfelen. Ik wil de lezer niet meesleuren naar het laatste punt. Ik wil hem verleiden tot ruimte. Wie niet traag, denkend, voelend, meebelevend,...kan of wil lezen, vindt zijn gading wel bij het gros van de contemporaine literatuur en moet mijn dingen maar overslaan.

    Wat niet wegneemt dat ik de passage die je aanhaalt, moet herbekijken. Alles hangt ervan af in hoeverre Marcel, Tanne en hun omgang op andere plekken nog wordt uitgediept. Dat zal alleszins zelden of nooit anders beschreven worden dan door middel van woorden en handelingen. Aan auctorieel tekenen doe ik niet. Ik moet het van die enkele gebaren hebben.

    Ik hoop dat je begrijpt dat ik momenteel wel correcties aanbreng, maar aanpassingen uitstel tot de tweede versie?
  • koen
    Dag Vansion,

    Je schrijft in de O.T.T. en in de ik-vorm (schrijver en hoofdpersonage in één en dezelfde persoon); bovendien geef je toelichtingen in je tekst (een aartsmoeilijke opdracht). Deze toelichtingen moeten zich afspelen in de gedachten van het hoofdpersonage, zonder dat we de indruk krijgen dat hij tegen zichzelf nieuwe dingen aan het vertellen is.


    V:
    "Hoelang zat je daar al?" vraag ik hem, terwijl ik hem* binnenlaat in mijn kleine, voorverwarmde stal, "Je had me kunnen bellen."
    " Ik heb gebeld naar 'Connie', om half zes** of zo. Maar de vogels waren al gaan vliegen."
    "De bende is inderdaad vroeg vertrokken. Aagje had weer eens een fitnessuurtje georganiseerd." ***We wisselen een blik en lachen. Woorden zijn overbodig. Dat dit soort uitstapjes niet aan mij besteed zijn, weet Marcel wel.
    "Ik had mijn telefoon geblokkeerd, Marcel. Er bestaat nog wel zoiets als een gsm**** hé!"

    * ‘hem’ galmt na
    ** halfzes (Groene Boekje)
    *** enter
    **** komma

    V:
    Marcel steekt zijn armen in de lucht. Hij grijnst. Ach, ik weet het wel. Mobiliteit zit hem in het hart en in de benen, niet in de broekzak. Dat hij naar kantoor heeft gebeld is al merkwaardig. Marcel kondigt zijn komst nooit aan. Hij komt en verdwijnt* als een dief in de nacht. Een dief op wie ik erg gesteld ben, eigenlijk¨**
    Toch*** ga ik onmiddellijk de verwarming in de badkamer opzetten, nog voor ik ons een glas whisky uitschenk. Van voornemens ben ik moeilijk af te brengen. Al**** zal die vertaling tot morgen moeten wachten. Zelfs een weinig alcohol schaadt de scherpzinnigheid die ik nodig heb om te lezen.

    *komt en gaat (gelijkvormigheid!)
    ** overbodig
    *** waarom ‘toch’?
    **** waarom ‘al’?



    K (herschreven):

    Hieronder staat een herschreven stukjes tekst. Ik wil zeker niet zeggen dat het precies zo moet. Ik herschrijf aan de hand van de opmerkingen die ik geef (sterretjes). Uiteraard kan je daar vele kanten mee uit.


    "Hoelang zat je daar al?", vraag ik, terwijl ik hem binnenlaat in mijn kleine, voorverwarmde stal. "Je had me kunnen bellen."
    "Ik heb gebeld naar 'Connie', om halfzes. Maar de vogels waren al gaan vliegen."
    "De bende is inderdaad vroeg vertrokken. Aagje had weer eens een fitnessuurtje georganiseerd."
    We wisselen een blik en lachen. Woorden zijn overbodig. Marcel weet dat dit soort uitstapjes niet aan mij besteed zijn.
    "Ik had mijn telefoon geblokkeerd, Marcel. Er bestaat zoiets als een gsm, hé!"
    Hij steekt zijn armen in de lucht en grijnst. Het verwondert me niet; mobiliteit zit hem in hart en benen, niet in de broekzak. Ik vind het wel merkwaardig dat hij naar kantoor heeft gebeld, hij zegt anders nooit wanneer we hem mogen verwachten. Hij komt en gaat als een dief in de nacht; een dief op wie ik erg gesteld ben.
    Ik zet de verwarming aan in de badkamer en schenk ons een glas whisky uit. Van voornemens ben ik moeilijk af te brengen, toch zal die vertaling tot morgen moeten wachten, want zelfs een weinig alcohol schaadt mijn scherpzinnigheid die ik nodig heb om te lezen.
    "Is er iets, Marcel? Heb jij naar 'Connie' gebeld?”, vraag ik. “Had je mij nodig?" Het klinkt bezorgder dan ik ben. Marcel zit rustig in mijn enige zetel, zijn lange benen uitgestrekt.
    "Niet naar jou, Tanne. Ik belde Isabelle. Voor dat 'in memoriam' voor Roger Maris."
    Ik knik. Mijn gedachten gaan naar ‘Connie’ voor wie Marcel af en toe als freelance illustrator werkt. Ik was het die hem daar ooit binnenloodste. Ik denk ook aan Isabelle die onmiddellijk overtuigd was van de directe kracht van zijn tekenwerk: een ongewone combinatie van picturale elementen en intuïtief aandoende abstracte vormen.
    De tik van Marcel zijn whiskyglas op zijn bijzettafeltje stopt mijn dagdromen. Ik wacht op meer uitleg. Ik wist niet dat Isabelle Marcel gecontacteerd heeft voor dat 'in memoriam' ter ere van onze ex-hoofdredacteur en medestichter. Het enige wat ik weet is dat ze hopeloos op zoek was naar een geschikte foto. Roger komt me voor de geest, een man met een uitstraling die zich niet op fotopapier laat strikken.
    Marcel hijst zich traag uit de zetel en tovert een lederen rol vanonder zijn trui vandaan. Ik vang een glimp op van de zware zwartleren gordel waaraan het etui bevestigd was. Ik herken hem als de riem die hij altijd draagt in zijn atelier, vol haakjes, pinnen, hulzen en ingenieuze bevestigingssysteempjes voor de werktuigen die hij nodig heeft als hij aan de gang gaat met de schat aan materialen die hij hamstert.


    (tot daar)

    Over het verhaal kan ik niet veel zeggen, daar het maar een eerste deel is.


    Gebruik wat je gebruiken kunt, het overige spoel je maar door met een slok whisky.


    Groet

    Vansion: "eigenlijk, toch en al" ... al die toegevende voegwoorden suggereren (zonder veel uitleg) de weerstand van het personage. De gedachten leven in haar hoofd hé. Waar niet steeds de logica regeert... hyperpersoneel verteld... ik weet het ... gans anders dan jouw manier van schrijven

    Met je andere opmerkingen ga ik akkoord. Ik voer zelden correcties uit hier. Ik moet de boel toch herschrijven. Later. Maar ik spaar je opmerkingen plus die van anderen. Merci dus.

    Leuk ... je herschrijfhuiswerkje. Bedankt. Alleen klinkt het niet zoals ik het wil. Misschien let je er niet op. Maar het gros van mijn tekst valt ritmisch (en soms zelfs klankmatig) op zijn pootjes. Dat maakt voor mij een deel van de schrijfpret uit. Obsessief? Welja...
  • kronos
    "...groeven in zijn gelaat samenspannen..." die zin stoort me, er hapert daar iets denk ik

    in je feedback lees ik dat je publiek niet het gros van contemporaine literatuur hoeft te zijn, jammer, alleen voor een klein kransje dan ?

    'Waarom heeft ze niet naar een man gezocht?' Die vraag zal nog aan belang winnen in het verhaal. Ben ik van overtuigd !
    Vansion: Je hebt gelijk. Dat samenspannen heeft een dubbelzinnige betekenis en da's verwarrend. Is genoteerd! Merci.

    Ha ... die vraag! Je zult wel zien!

    Neen, ik schrijf niet voor een kransje. Ik schrijf uit solidariteit met de gewone, brave vrouwen (en sympatisanten) die elke dag de nonsens in de media moeten slikken over hun soort. Voor wie ik schrijf, weet ik niet; voor God die niet bestaat? Ik mik niet op 'publiek'. Ik volg een drang. Meer niet.

    Er is mij hier ooit verweten dat ik elitair zou zijn. Dat doet de inkt stokken in mijn pen. En ik heb al zoveel moeite om mijn werkjes vrij te geven. Alleen is zwijgen ook laf, snap je?

    Ondertussen heb ik de proef op de som genomen en ook een humaniorastudentje en een laaggeschoolde vriend kunnen dit boekje zonder moeite lezen. Niks elitairs dus. Heb daar trouwens de pest aan!

    Ik pak alleen aandacht en tijd van de lezer. Dat besef ik wel. Voor tussen de soep en de patatten is het niet zo geschikt, misschien. Het is ook helemaal niet vrijblijvend verwoord, allerminst een onschuldig spelletje. Er zit verontwaardiging, protest, kritiek in verwerkt en véél vragen die ook eens mogen gesteld worden, als het over 'emancipatie' gaat. Meer vragen dan antwoorden, trouwens.

    Ik meen dat er voldoende humor en luchtigheid doorgeschept is. Maar als ik moet mijn kont draaien en beginnen schrijven louter voor andermans amusement, doe ik niet meer mee. Niet dat daar iets mis mee is, hé. Alleen doen anderen dat beter dan ik. Ik bol niet op aandacht of succes. Snap je? Ik bol op engagement. Ik durf dat haast niet zeggen. Het klinkt zo grotesk. Maar het is nu eenmaal zo.

    Dat neemt niet weg dat ik veel pret beleef aan de feedback die ik krijg. Ik kan er hoe langer hoe meer van genieten. Prachtcadeau! Blij dat ik die stap heb gezet...Maar zonder één lezer zou ik ook schrijven. Schreeuwen!
Er zijn 3 bezoekers online, waarvan 0 leden: .