writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Het Verval (17)

door koyaanisqatsi

Mreck ziet er uit zoals steeds: gladgeschoren gelaat en schedel, gitzwart pak, marineblauwe stropdas van thaise zijde, wit hemd. Er gaat een zuiverheid van hem uit die ruikt naar het fascistische verlangen naar een steriele, onbezoedelde wereld waarin de levenskansen van ook maar de minste imperfectie onbestaande zijn.
'Saterman...'
Hij spreekt mijn naam uit met de onbereikbare afstandelijkheid van een onkreukbaar ambtenaar en beveelt me met een kort handgebaar om tegenover hem plaats te nemen.
'Bedankt, Devries,' zegt hij vervolgens.
Devries kan zijn opluchting om te mogen vertrekken nauwelijks verbergen. Hij fladdert bijna letterlijk de vergaderzaal uit en sluit de dubbele deur met een omzichtigheid die men alleen maar van een begrafenisondernemer zou verwachten. Mreck haakt zijn handen in mekaar en kijkt me aan met koude ogen. Het woord Walidan nestelt zich al op voorhand in mijn achterhoofd.
'Meneer Saterman... U kent me, een beetje althans. En dus weet u dat ik een man van weinig woorden ben. Ik val dus maar meteen met de deur in huis: hebt u problemen?'
Het kost me geen moeite om ontkennend te antwoorden; ik bevind me immers in een fase waarin problemen niet aan de orde zijn -om problemen te hebben moet men namelijk leven. Maar Mreck is niet overtuigd. Hij zucht tamelijk diep en haalt uit de binnenzak van zijn vest een envelop te voorschijn.
'De vertegenwoordigster van Anzac, doet dat een belletje rinkelen?' vraagt hij terwijl hij de envelop voor zich op tafel legt.
Ik word wakker en lig weer naast de vrouw. Achter haar beweegt de kale man, die plots met een vieze grijns over haar schouder naar mij kijkt. Hij begint wansmakelijke, lebberende geluiden te maken, omklemt met twee groteske handen de vrouw haar borsten en stoot in haar naar binnen.
'De vertegenwoordigster van Anzac?' herhaal ik, half wegdromend.
Mreck knikt, tikt met een wijsvinger op de envelop, haalt er een brief uit die hij naar me toe schuift en zegt: 'Lees maar...'
Na de eerste alinea beginnen de letters te dansen; eerst zacht heen en weer walsend, dan om hun as tollend, vervolgens salto's en glissades makend. Nooit eerder in mijn leven hebben woorden zo'n wurgende impact op me gehad. Ik hap naar adem, krijg amper lucht tot in mijn longen gezogen en lees verder met het bevattingsvermogen van een analfabeet. Ik kijk even op, stuit op de stugge blik van Mreck en lees de brief opnieuw, en nog eens, en nog eens.
Dan geef ik het op. De inhoud van de brief is onuitwisbaar, staat als een in een rots gebeitelde wettekst van een onaanvechtbare geldigheid. Ik schuif de brief terug naar Mreck en zeg: 'Wat in de brief staat, heeft wel degelijk plaats gehad, meneer Mreck. Ik heb de nacht met de dame in kwestie, in het gezelschap van een mij onbekende man, doorgebracht. Alleen kan ik me niet herinneren dat ik het voorval ter sprake heb gebracht tijdens haar bezoek. Ik vond het wel vreemd dat ze me niet scheen te herkennen, maar ook al twijfelde ik niet aan haar identiteit, ik heb met geen woord over de bewuste nacht gerept. En ik ben zeker niet, zoals zij beweert, blijven aandringen tot zij haar tranen niet langer meer kon bedwingen.'
Mreck stopt de brief terug in de envelop en vraagt: 'Was u dronken?'
'Wanneer?' antwoord ik, ge´rriteerd als een betrapte dronkelap, 'toen ik bij haar was, of toen ze me bezocht op kantoor?'
'Kiest u zelf maar.'
'Op kantoor in ieder geval niet, en daar gaat het in deze brief toch om, nee?'
Het is zo klaar als een klontje dat mijn bitse toon Mreck niet bevalt. EÚn pennetrek van hem, de absolute topman van de multinational die ik al meer dan twintig jaar mijn broodheer moet noemen, en ik sta op straat. Maar daarvoor heeft Mreck te veel persoonlijkheid, te veel trots, te veel discipline. Hij is als een maffiabaas, die ook geen opdracht tot bloedvergieten geeft zolang er alternatieven voorhanden zijn. En dat hij geen wettelijke poot om op te staan heeft om mij d'r uit te gooien is irrelevant, want zijn ervaring is vindingrijk genoeg om dat wel gedaan te krijgen.
Nee, hij reageert zoals ik vrees, door zich te hullen in een stilzwijgen dat alle kanten uit kan, steekt de envelop terug in zijn vest en gebaart dat ik kan beschikken; waarmee hij me met een onverdraaglijk logische vanzelfsprekendheid in het ongewisse laat.

 

feedback van andere lezers

  • aquaangel
    3 regels, maar ik las deze wel door.....*HINT*

    xx
    koyaanisqatsi: xxx
  • SabineLuypaert
    een worgende impaxct van woorden en een koude blik brrrr, ik voelde al rillingen bij die gedachten zenne,
    benieuwd naar de redding van je ongewissigheid (hoewel???);)
    koyaanisqatsi: redding??

    there is no salvation on this earth... sprak hij (al heb ik geen flauw idee wie hij is...)
  • thijl
    IJzersterk
    koyaanisqatsi: waarvoor alweer dank
  • muis
    Oei, zij speelt het smerig!
    koyaanisqatsi: that's life (sometimes)
  • fenk
    Ik hoop dat de lezer nog niet moet weten wat er juist in de brief staat, anders ben ik weer niet slim genoeg.
    Als je dit ooit in een boekje bundelt, en de prijs is redelijk, dan koop ik het.
    koyaanisqatsi: waarschijnlijk direct bij de Slegte te koop...

    thnks
Er zijn 3 bezoekers online, waarvan 0 leden: .