writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Het Verval (25)

door koyaanisqatsi

Mijn zoveelste stap in de duisternis kan niet anders dan bekroond worden met een onderdompeling in een bad van drank.
De veldslag in mijn hoofd is in heftigheid afgenomen en eindigt meer dan waarschijnlijk onbeslist in de vergetelheid op het ogenblik dat de waanzin een nieuwe aanval op mijn verstandelijke vermogens inzet.
Ik zit in een oud café aan de rand van het havengebied en probeer een uitweg uit mijn eenzaamheid te vinden door de andere gasten te observeren met de bedoeling één van hen voor een gesprek te selecteren. De twee mannen aan de toog die helemaal opgaan in hun dobbelspel zijn uitgesloten. De twee koppels die in de verste hoek zitten en meer dan genoeg aan elkaar hebben, eveneens. Rest nog een oude man die zo nu en dan een woord wisselt met de waard, en een man in maatpak die volgens mij een min of meer gestrande handelsreiziger is.
Ik heb er niet meteen een verklaring voor -hij heeft een doodnormaal uiterlijk- maar iets in mij vertelt me dat de man in maatpak een soort wapenbroeder is; een schepsel van dezelfde soort als ik, een man die geen spatje kleur meer kan ontwaren in de zielloze grijsheid van het dagelijks bestaan. Ik schat hem zo'n vijf jaar jonger dan ik, waardoor hij, in geval ik het bij het rechte eind heb tenminste, op het gebied van morele ontaarding een jammerlijke voorsprong op mij heeft.
De oude man verlaat het café. Hij wuift mij gedag alsof ik een oude, vage bekende ben. Dronken waggelend begeeft hij zich naar de deur, waar hij eerst een keer naast de kruk graait. Ik kijk naar de vermeende handelsreiziger die de grijsaard op een afkeurende blik trakteert. Zou ik me vergist hebben en is die vent in werkelijkheid een moraalridder voor wie dronkenschap een absolute doodzonde is? Zelf lust hij in alle geval bier, want voor zijn neus staat een donkere trappist. Een pater, misschien, lach ik mijn binnenste.
Ik besluit het er op te wagen, sta recht, loop op de man toe en vraag of ik hem mag vervoegen.
'Zeer zeker,' antwoord hij; zijn stem klinkt zacht en kordaat tegelijk en verraadt een lichte blijdschap.
Terwijl ik aan zijn tafel bijschuif kijkt hij me vrijpostig diep in de ogen. Een schok van spijt gaat dwars door me heen maar verdwijnt als een onschuldige speldeprik wanneer de man zich voorstelt.
'Ik ben Axel, en u bent?'
'Theo, Theo Saterman,' antwoord ik.
'Mag ik u iets aanbieden?'
'Een biertje graag.'
De man, Axel, wenkt de waard en bestelt een biertje en een trappist -dronkenschap is hem misschien niet gelegen, maar een tweede abdijbier lust hij in alle geval wel.
'Komt u hier vaak?' vraagt hij.
'De eerste keer,' antwoord ik. 'En u?'
'De eerste en waarschijnlijk de laatste; ik ben hier voor zaken.'
Een kinderlijke trots danst mijn hoofd binnen en giechelt: "Saterman, met zoveel observeringsvermogen en mensenkennis had je antropoloog moeten worden."
'Waar logeert u, als ik mag vragen?'
'Hotel Mercator, hier om de hoek...' antwoordt Axel.
Op zijn lippen verschijnt een glimlach die me niet bevalt. Het lijkt een beetje op een grijns van een gehaaide verkoper van rommel die zich ervan bewust is een zoveelste slachtoffer te pakken te hebben. Onbewust valt mijn oog op zijn handen die opvallend gaaf -waarschijnlijk gemanicuurd- zijn. Omdat hij een trouwring draagt, stuur ik, uit een soort instinctieve zelfverdediging, het gesprek richting huwelijksleven.
'Ik zie dat u gehuwd bent.'
'Inderdaad,' antwoordt hij, met een glimlach die iets onschuldiger overkomt. 'Maar dat speelt geen rol.'
'Geen rol?'
'Mijn vrouw weet er van, heeft er mee leren leven?'
Ik ben de draad kwijt, kijk Axel vragend aan en begin te vrezen dat mijn dronkenschap al veel verder gevorderd is dan van een paar reeds geconsumeerde biertjes mag verwacht worden.
Axels glimlach verandert alweer van gedaante, krijgt iets vrouwelijks, iets dat te zachtaardig is om bij zijn zelfzekere uitstraling te passen.
'We kunnen naar mijn kamer gaan, Theo, da's geen enkel probleem.'
De alcohol lijkt abnormaal snel naar mijn hoofd te stijgen. Mijn gezichtsvermogen vertroebelt, mijn gehoor verzwakt, mijn spraak laat het zelfs helemaal afweten. Ik gaap de man die voor me zit aan als een primaat die voor het eerst met een mens wordt geconfronteerd en daardoor logischerwijze verlamd geraakt.
'Of heb ik me vergist?'
Axels gezichtsuitdrukking slaat om. Zijn zelfzekere blik brokkelt af als een instortend gewelf en wordt verminkt door een verkrampte mix van paniek en angst, die ongetwijfeld door mijn wezenloze houding wordt gevoed met bijtende twijfels.
'Heren...'
De waard daalt als een reddende engel tussen ons neer. Hij schuift ons twee bierviltjes voor en zet onze tot aan de rand gevulde glazen er op neer.
'Laat het u smaken,' zegt hij, waarna hij met het typische, rustige airtje van een doorwinterd cafébaas van ons wegsloft.

 

feedback van andere lezers

  • Wee
    Ik voelde 'm al, van Axel ...
    x
    koyaanisqatsi: nou... ;-)
  • aquaangel
    Ik vind dat je zo mooi gedetailleerd schrijft..
    soep mét ballen dus ;)

    knap!
    koyaanisqatsi: euh... bal...letjes?

    xx
  • SabineLuypaert
    wreed kerieus hoe dit gaat aflopen zie, en het draait nu al en die twee tot de rand gevulde glaaskes zijn er nog niet bij jajaja
    koyaanisqatsi: hik...
  • muis
    Axel, door je beschrijving zag ik iemand in mijn gedachten staan die ik ken:)
    Ocharme Theo
    groetjes en knap
    koyaanisqatsi: thnks nogmaals
Er zijn 5 bezoekers online, waarvan 0 leden: .