writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Het Verval (56)

door koyaanisqatsi

Na alweer een dag te hebben doorgebracht in de volstrekte belachelijkheid, ben ik op weg naar huis. Chayenne komt rond zes uur langs, ik heb er een goed gevoel in. Ze klonk geruststellend normaal aan de telefoon waardoor ze me de indruk gaf dat haar week afwezigheid niets met mij te maken had. Wat ik wel verwacht, is dat ze een definitieve beslissing heeft genomen aangaande het al dan niet hervatten van haar studies. Tijdens onze laatste ontmoetingen bracht ze het onderwerp al te vaak ter sprake en liet ze bovendien duidelijk verstaan een terugkeer naar de universiteit boven haar baan te verkiezen.

Ik stap de lift in en krijg het gezelschap van een bejaarde vrouw die op de hoogste verdieping woont. Het is een vriendelijk mens dat er altijd monter en netjes gekleed bij loopt.
'Mooi weer vandaag, nietwaar, meneer?' zegt ze.
'Zeer zeker,' antwoord ik, hoewel het weer niet bijzonder mooi genoemd kan worden.
''t Was druk in de stad, heel veel volk. We hebben moeten zoeken naar een vrij terrasje.'
'U bent wat gaat drinken...'
'Ja, met mijn vriendin. Ook een weduwe. U kent dat wel...'
Ik glimlach -ik ken het niet en zal natuurlijk ook nooit ervaren wat het betekent weduwe te zijn.
De lift stopt. Ik wens de dame een goeie avond en stap uit. Tot mijn aangename verrassing staat Chayenne me in de trapzaal op te wachten. Ze draagt een lange, beige regenjas, die haar ondanks het mooie model eerder misstaat.
'Theo,' knikt ze.
Ik stap op haar toe, wil haar op de wang kussen maar tot mijn verbijstering trekt ze weg, waardoor mijn goed gevoel als sneeuw voor de zon wegsmelt.
Veel te nerveus zoek ik mijn sleutels. Het duurt even voor ik ze gevonden heb, en ik doe er opnieuw te lang over voor ik het slot van de deur open krijg.
'Kom binnen,' zeg ik, overbodig.
Chayenne gaat naar binnen. Ze maakt geen aanstalten haar regenjas los te maken en loopt meteen door naar de woonkamer. Ik zet mijn aktentas in de hal en ga haar achterna.
'Wil je wat drinken?'
'Nee, Theo, bedankt. Ik blijf maar heel even.'
'Oh...'
Omdat ik niet meteen blijf weet met mezelf loop ik door naar de keuken om een glas water te halen.
'Hoe was je afzondering?' vraag ik, terwijl ik mijn glas vul.
Ik krijg geen antwoord. Wanneer ik terug in de woonkamer kom, staat Chayenne nog steeds recht en zit haar regenjas nog altijd dichtgeknoopt. Haar ogen drukken een onrustwekkende neutraliteit uit, verraden een stemming die alle kanten op kan.
'Jij was toch gesteriliseerd, nietwaar, Theo?'
Een gulden triomfboog zou zich rond mijn hart moeten leggen maar ik word alleen een bijtende onrust gewaar. Ik zie mezelf Chayenne aangapen als een volstrekte idioot, zie mijn opengevallen, sprakeloze mond weerkaatsen in de glans van haar ogen, die met de seconde vijandiger worden, en zoek in al mijn onnozelheid tevergeefs naar het begin van een zwellende buik.
'Aangezien je de sterilisatie niet eens in twijfel trekt, mag ik er van uitgaan dat je gelogen hebt, nee?'
Het lijkt alsof een hand mijn hart naar mijn ingewanden trekt. Is het mogelijk dat ik totaal onvoorbereid ben op het welslagen van mijn plan, van mijn duivelse bedrog; dat ik onbewust nooit geloofd heb ik het succes van mijn opzet en het alleen maar heb beschouwd als een onnozele grap van een gepensioneerde circusclown?
Chayenne's blik wordt ondraaglijk, brandt dwars door mijn hoofd.
'Zeg iets, Theo!' verheft ze haar stem. 'Sta daar niet zomaar te staan, me aan te kijken alsof ik een curiositeit ben! Zeg iets!'
De logica volgend dat je alleen maar stommiteiten kan zeggen wanneer je tot een uitspraak wordt gedwongen, mompel ik: 'Misschien wilde ik nog een kind...'
Chayenne hoest een sarcastisch geluid op, het midden tussen een zucht en een kreun. Ze krijgt tranen in de ogen, wendt het hoofd naar het raam, staart wezenloos naar buiten, haalt haar schouders op en zegt: 'Jij wilde misschien nog een kind... En dat doe je dan op zo'n manier? Knap... Heel knap... Maar, Theo, dan vrees ik slechts nieuws voor je te hebben. Want ik heb het laten wegnemen. Dat grote, "misschien" heimelijke verlangen van je, is er niet meer, heeft een dramatisch kort bestaan gekend.'
Het lijkt alsof het bloed in mijn aders van het ene ogenblik op het andere gestold is; alsof mijn spieren veranderd zijn in houtvezels, mijn hart in een stilstaande klok, mijn hoofd in een ruwe ijsklomp.
Chayenne kijkt me opnieuw aan, haar schouders schokken, haar ogen worden rood en tranerig.
'Waarom, Theo, waarom? Ik vond je zo bijzonder omwille van je evenwicht, je eenvoud, je complete gebrek aan de veronderstelde voorwaarden die aan zogenaamde mannelijkheid verbonden zijn. Dat ik ooit, als onze relatie op de ingeslagen weg was blijven evolueren, een kind van je zou gewild hebben, was niet eens een dwaze onwaarschijnlijkheid. Maar hoe kon dit ik in hemelsnaam in mij laten groeien?! Deze monsterlijke leugen...'
Er valt een ondraaglijke stilte. Mijn onmacht om ze te doorbreken scheurt me dwars doormidden. Eerst zoek ik naar zinnen, dan naar één enkele uitspraak, uiteindelijk naar slechts één woord, maar mijn spraak laat het volkomen afweten.
Chayenne begint te huilen, niet fel, niet luid, en daarom des te hartverscheurender.
'En moet je eens wat weten, Theo? Vanochtend moest ik toch weer braken. Kotsen, alsof ik die afgedreven vrucht met een geforceerde ochtendmisselijkheid wilde terughalen. Maar dat was het niet. Nee, ik kotste jouw bedrog uit! En mijn bezoedeling! En, vooral, mijn onomkeerbare beslissing! Wat voor mens ben jij, godverdomme?! Dat jij...'
Chayenne's woorden worden onbegrijpelijk, geluidloos. Het enige dat ik nog hoor is haar gelijk! Haar kolossale gelijk! Haar allesverterende gelijk. Dikke tranen beginnen over haar wangen te rollen, haar mond praat, roept, verwenst, stelt door pijn en verwarring gevoede vragen, maar ik hoor alleen maar haar onhoorbare gelijk, dat langzaam maar zeker ondraaglijk wordt.
Mijn lichaam krimpt, ik word een minuscule dwerg, een schadelijk insect, een giftige bacterie. Ik kleef aan de grond, kan geen krimp meer geven, word overspoeld door een woordenvloed die rake klappen verkoopt; uppercuts zoals geen enkele bokser ze kan uitdelen.
Een niet te definiëren gevoel boort zich een weg door mijn lichaam en begint me op te vreten. Welk gevoel? Het gevoel dat een ontmaskerde pedofiel ervaart, dat de hele wereld onder zijn voeten doet wegzinken en de vlammen van de hel aan zijn voetzolen doet likken? Een gevoel van compleet, onomkeerbaar mentaal verval?
En Chayenne raast maar door, met te weinig woede en te veel verdriet om ook maar de miniemste vorm van verzet in mij aan te wakkeren. Haar gelijk pakt me bij de strot, knijpt mijn luchtpijp dicht en doet me duizelen. In paniek schieten mijn armen uit om keihard tegen haar schouders aan te beuken, als de schokdempers van een tegen een buffer aanknallende trein. Chayenne verandert in een onhandig fladderende vogel, een kuiken eigenlijk, dat nog niet in staat is om te vliegen en zijn vleugels hulpeloos in de verkeerde richtingen laat zwaaien. Ze verliest haar evenwicht, slaat achterover, over het lage salontafeltje achter haar, en smakt met een akelig krakend geluid in een onnatuurlijke houding neer.
In een oogwenk verandert haar egale blanke gelaatskleur in een ijskoud wit. De tranen, die even tevoren nog onderweg waren over haar wangen, hebben zich in het niets teruggetrokken terwijl zich een onzichtbare deken van wezenloze rust over haar uitspreidt. Haar ogen zijn net niet helemaal gesloten, alsof haar neergeslagen oogleden door een technisch defect zijn blijven haperen.
Mijn hart klopt weer, mijn bloedsomloop komt terug op gang. En hoe? Als een wild galmende noodklok beukt mijn hart tegen mijn borstkas terwijl mijn bloed in een razende stroomversnelling door mijn aders scheurt.
De tijd staat stil, heeft alle betekenis verloren. Ik hoor mijn eigen ademhaling alsof een ander, een vreemde, ze uitdagend in mijn oren blaast. Seconden, misschien wel minuten, gaan voorbij alvorens ik op Chayenne toe stap en voorover buig om te weten wat ik niet weten wil.







 

feedback van andere lezers

  • muis
    Oh? Was ze zwanger? Theo staat daar wel mooi voor lul. Een smerige aanpak vind ik zelf, en ik steun Chayenne volledig:)
    groetjes
    koyaanisqatsi: thnks
  • SabineLuypaert
    waaw, een pakkend deel, en IEEEEEEKSSSSS, leeft ze nog????????????? het stuk van haar gelijk dat beukt van aangrijpendheid, net als deze zin -> hoest een sarcastisch geluid
    koyaanisqatsi: ????? wie zal het zeggen...

    ??n ding is zeker: de tuinman is onschuldig!
  • aquaangel
    ach jee wat een pakkend deel ditte
    xx op naar het slot...
    koyaanisqatsi: Het Slot?? Van Kafka??
Er zijn 7 bezoekers online, waarvan 0 leden: .