writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Het Verval (57) (SLOT)

door koyaanisqatsi

Alsof ik helemaal besmeurd ben met bloed pers ik mijn kleren in de wasmand om meteen daarna in de douche te stappen. Hoewel het water ononderbroken over me heen druipt voel ik niets, lijkt het er zelfs op dat ik kurkdroog blijf. Ik sla mijn ogen neer en zie mijn slappe lid dat met een lichte kromming naar beneden bungelt en de indruk wekt het hoofd te buigen, als een verslagene na een beslissende veldslag.
Pas wanneer ik de kraan dichtdraai en de badkamer met stilte gevuld wordt, besef ik dat het water wel degelijk zijn reinigingsritueel heeft uitgevoerd. Ik droog me af, trek mijn badjas aan, begeef me naar de salon, schenk een dubbele whisky in en ga in de keuken aan tafel zitten.
Tussen twee slokken in steek ik een sigaret op. Ik ben kalm noch nerveus, bevind me in een soort van tijdelijke, verlichte roes waarin het leven gereduceerd is tot een abstracte irrelevantie.
De zuurstof die mijn longen vult smaakt naar doelloosheid, de stank van de sigaret symboliseert een wraakroepende overbodigheid. Ik laat de whisky met enkele diepe slokken brandend in mijn maag verdwijnen, sta terug recht en begeef me naar de slaapkamer waar ik de badjas als een potsierlijke diva van mijn schouders laat glijden.
Ik trek de kleerkast open, haal het koffertje dat zich tussen mijn sweaters en truien bevindt tevoorschijn, loop naar het nachtkastje om de sleutel te halen en maak het koffertje open. Ik weet niet precies hoeveel geld er in zit maar het bedrag is in alle geval onverantwoord groot om in huis te houden. Zonder ze te tellen stop ik alle bankbiljetten in een bruine envelop, die ik vervolgens nonchalant op bed smijt.
Mijn keuze van kleren is gauw gemaakt: een wit T-shirt, een spijkerbroek, een beige, ribfluwelen kolbert, blauwe kousen.

Om niet het risico te lopen in gedachten verzonken ergens tegenaan te knallen, laat ik de auto
staan en neem ik de tram.
'Hou de rest maar,' zeg ik tegen de bestuurder, een jonge snaak met een meisjesachtig gezicht, terwijl ik een bankbiljet met de tienvoudige waarde van een rit in zijn handen duw.
Ik wacht niet op zijn verwondering, stap onverschillig tot aan de achterste stoelenrij en ga bij het raam zitten.
Buiten begint het leven als een vreemde, afstandelijke wereld voorbij te rollen; als in de dagen na het overlijden van mijn ouders. Toen stond de tijd voor mij stil terwijl alles om me heen bleef voortbewegen alsof hun verdwijning niets meer was dan een fait divers. Terwijl ik me koppig vastklampte aan de overtuiging dat de wereld nooit meer dezelfde zou zijn, toonde alles en iedereen, zonder zich de minste moeite te getroosten, het gelijk van het tegendeel door het leven zijn dagelijkse gang te laten gaan.

Ik voel me een kakkerlak, gevangen in een luciferdoosje op wieltjes en met kijkgaatjes. Mensen stappen in verschillende richtingen voorbij, soms denk ik iemand op te merken die een carnavalsmasker draagt. De gezichten van sommige voorbijgangers zijn grotesk, de gelaatstrekken van anderen grimmig, of somber als een eeuwig durende duisternis.
Terwijl de avondschemering haar intrede doet naderen we de eindhalte. De buurt wordt desolaat, de straten hebben de glamour van het stadscentrum achter zich gelaten. De kleur van de hemel, een mengeling van verschillende soorten blauw, heeft iets erotisch, maar eerder op een rustgevende dan op een opwindende manier.
De tram stopt aan de voorlaatste halte. Een oude, lichtjes krom gebogen vrouw stapt moeizaam naar de begane grond. Ik blijf alleen achter met een jonge Afrikaan en een vrouw van mijn leeftijd met een gezicht waaruit alle levensvreugde is weggesleten.
In de verte doemen de rode en paarse lichten van de hoerenbuurt op. Mijn hart begint sneller te slaan, alsof ik een nieuw continent tegemoet vaar dat ik zowel voor het eerst als het laatst zal zien. Ik tast even naar de binnenzak van mijn kolbert om te voelen of de envelop nog op haar plaats zit. De tram vertraagt, bolt uit en komt met een lichte schok tot stilstand. De Afrikaan en de vrouw staan al bij de middendeur, ongeduldig verlangend naar de frisse buitenlucht.

De eerste hoer laat verstaan wat ze van mijn voorstel denkt door de deur keihard achter me dicht te slaan. De tweede is wat inschikkelijker, twijfelt, maar houdt het uiteindelijk ook bij een weigering. Mijn derde poging is de goede. Het meisje is nog jong, heeft halflang zwart haar, een witte huid, lange, mooi gevormde benen en tamelijk grote borsten die uit het kleine bovenstuk van een zwarte bikini puilen. Ze kleedt zich zonder schroom vlak voor mijn neus uit en toont ostentatief haar in de vorm van een hartje getrimde, donkere schaamhaar.
Nog voor ik mijn schoenen heb uitgetrokken ligt ze al klaar op het bed, haar benen gespreid en lichtjes gebogen. Terwijl ik mijn kleren over een stoel hang brengt ze glijmiddel aan. Even later maak ik mezelf hard en dring in haar binnen. Van zodra ik op en neer begin te bewegen sluit het meisje haar ogen, vertrekt ze naar een andere wereld tot ik mijn ding heb gedaan.
In ruil voor al het geld in de envelop laat ze me toe zonder condoom en mag ik mijn zaad in haar achterlaten. Vermits ze geen vragen stelde, heb ik ook niets over mijn recente geschiedenis losgelaten. Mijn genezen syfilis, mijn relatie met een heroďneverslaafde, mijn inval in de baarmoeder van een nietsvermoedende onschuld, mijn schijnbaar onstuitbare vruchtbaarheid, blijven geheimen die ik verantwoord met de enorme geldsom die in ze ruil voor de risico's heeft aanvaard.
Ik laat me opzwepen door haar dansende borsten, werp zo nu en dan een blik op de plaats waar onze lichamen zich verenigen, voel hoe mijn extase vanuit mijn onderbuik komt aanrollen, versnel mijn bewegingen en krijg een kort, zo goed als gevoelloos orgasme; een zaadlozing zonder enige bezieling als het ware.
Aangespoord door het ontgoochelende gebrek aan prikkelingen trek ik me meteen terug, om een paar tellen later alweer in mijn broek te staan. Ik kan nauwelijks aanzien hoe het meisje mijn terugsijpelende sperma met een tissue opvangt maar slaag er net zo min in mijn blik af te wenden -de typische houding van iemand die getuige is van een ongeval met vreselijke gevolgen.
'Kom je nog terug?' vraagt het meisje, wanneer ik op de deur toe stap.
Haar vraag is net zo logisch als onbegrijpelijk, boort zich als een speer dwars door mijn romp en doet me naar adem happen.
'Nee,' antwoord ik, met veel moeite, 'dat zal niet kunnen, vrees ik...'

Onderweg naar de tram word ik gewaar hoe een restant van mijn orgasme doorheen mijn kleren trekt en zich een kleine donkere vlek op mijn spijkerbroek aftekent. Ik haal mijn portefeuille boven en pluk een laatste bankbiljet tevoorschijn, maar de tram die aan de eindhalte op zijn vaste vertrekuur staat te wachten, komt al in beweging en rolt dreunend van me weg, zodat er niets anders op zit dan op de volgende te wachten.
Wanneer ik bij het tramhokje aankom is het laatste glimpje zonlicht verdwenen, is de hemel gehuld in een éénvormig, donker, blauw. Ik zet me neer op de bank, die besmeurd is met graffiti, en staar dromerig naar de overkant van de straat, waar lege huizen staan te verkrotten. Net als ik weigeren ze in te storten, geloven ze niet in de verlossing van de zelfmoord en wachten ze uitdagend met hun gestaag toenemende lelijkheid tot iemand met hen komt afrekenen.

In mijn verbeelding zit het meisje zichzelf eindeloos boven een bidet schoon te spoelen. Wanhopig gaat ze met haar vingers in haar lichaam om zoveel mogelijk van mijn verderfelijke slijm terug te halen. Mijn geld heeft zijn waarde verloren, ze beklaagt zich haar keuze, en beseft dat ze een reeks slapeloze nachten zal moeten doorstaan alvorens een arts haar al dan niet kan geruststellen.
Ik ga er van uit dat ze aan de pil is, voor alle zekerheid zaaddodende gel heeft gebruikt en koester dan ook geen enkele hoop op een derde bewijs van de haaks op mijn nihilisme staande biologische scheppingskracht, die als een besmettelijke ziekte in mijn lichaam huist.

Ik draai het slot om, duw de deur open en word verwelkomd door een nieuwe soort stilte; een stilte die door niets te verdrijven valt. Terwijl deur achter me in het slot valt smeek ik om zo iets als een omgekeerde black-out, verzoek ik alle denkbare goden om het wissen van een gegeven dat ik me nog kan herinneren, om het ontkrachten van een feit dat zich in mijn hersens heeft vastgebeiteld als een in een rots uitgehouwen tafereel van een Griekse tragedie.
Ik kijk in de woonkamer en stel met ogen die weigeren te kijken vast wat ik al enkele uren weet. Chayenne ligt nog steeds, onbeweeglijk als een model op een abstract schilderij, op de grond. Haar houding is niet langer onnatuurlijk, maar luguber; definitief.
Ik ga naar de keuken, open de ijskast, schenk een glas sinaasappelsap in, proef even en giet de inhoud vervolgens weg in de gootsteen. Mijn oog valt op het pakje sigaretten op de ijskast. Ik pers het met alle macht in mekaar en smijt het in de pedaalemmer die met een metalige klap terug dichtslaat. Dan ga ik terug naar de woonkamer, schenk me een dubbele whisky in, zet me neer in de fauteuil, pak de telefoon en tik het nummer van de politie in.

EINDE

 

feedback van andere lezers

  • Wee
    Blauwe kóusen? Van die lange? Ik hoop dat je sókken bedoelt :)
    Een passend einde, top, Koyaan. Genoten van deze serie.
    x

    koyaanisqatsi: Sokken, kousen, nou ja, ik heb een hekel aan beide!
  • aquaangel
    a p p l a u s



    grande finale

    helemaal juist

    het heeft me gesmaakt xx
    koyaanisqatsi: DANK VOOR DE VOLHARDING

    XXX
  • SabineLuypaert
    GATVER had dit einde (zonde dat het gedaa is) helemaal niet verwacht :-d
    applaust heel graag mee (met tristesse, want mijnen honger voor het lezen van bizarre verhalen is bijlange nog niet gestild)
    koyaanisqatsi: dan zullen we maar een ander bedenken zeker?


    thnks
  • muis
    Ik heb met veel plezier dit verhaal gelezen. Als je me toestaat een diepgaande fb te geven:
    Gisteren heb ik een boek gelezen geschreven door een man over een man. Ouder worden en wat hun bezig houdt. En dan moest ik onvrmijdelijk terug denken aan dit verhaal.
    Achter het lugubere en de fictie schuilt wat een man bezig houdt. Echt bezig houdt. Zonder omweggetjes en zonder verwijten: zijn potentie.
    Niet minder interessant, want voor de vrouw is het soms moeilijk dit te achterhalen.
    Over dit verhaal: je kan heel goed schrijven. Ik hou van je vlotte stijl en je subliem woordgebruik. De spanningen zijn netjes verdeeld.
    Chapeau! en spijtig dat het gedaan is. Snif:(
    groetjes
    koyaanisqatsi: bedankt voor het lezen en de complimentjes...

    (buig)
  • Vansion
    schitterende verteller ben jij
    ongekunselde kunst - erg authentiek

    (waarom die blauwe kousen?)




    koyaanisqatsi: ze moesten zo plots een kleurtje hebben... (LOL)
Er zijn 5 bezoekers online, waarvan 0 leden: .