writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Minmalisme deel 53

door koyaanisqatsi

'Je gaat het niet geloven, meneer Walcott, maar ik was jullie glad vergeten…'
Meneer Walcott gaf geen krimp, pakte een stoel, wierp een blik op Podgorny's ingepakte armen alsof hij vleeswaren keurde, ging zitten en zei: 'Nee, Podgorny, dat ga ik inderdaad niet geloven.'
'Toch is het zo: ik heb geen seconde aan jullie gedacht sinds ik hier lig. Eigenlijk heb ik zelfs geen seconde meer aan jullie gedacht sinds jullie mij, bij het verlaten van het kantoor, een prettige vakantie wensten.'
'Je houdt er wel rare opvattingen op na wat het nemen van vakantie betreft,' zei meneer Walcott.
Podgorny trok zijn wenkbrauwen op. Hij was niet van plan zich te laten vangen aan een waardeloze discussie over zijn duik uit het raam. Per slot van rekening wist hij zelf ook dat er geen enkel excuus was voor de door hem aangerichte schade, en dus had hij er ook geen behoefte aan om meneer Walcott nog wat zout in de wonde te laten strooien.
'Hoe bent u er eigenlijk achter gekomen?' vroeg Podgorny, die zich probeerde te amuseren door een speels toontje in zijn vraag te leggen. 'Per slot van rekening verdwijn ik altijd van de aardbol als ik met vakantie ga.'
'De politie is langs geweest. In de loop van vorige week al.'
'De politie?'
'Ja, Podgorny, de politie. Als je brokken maakt, krijg je met de politie te maken. Of had je soms gedacht dat je iemand ongestraft kreupel kon maken?'
Nu kreeg Podgorny wel een optater van jewelste. Want het klonk alweer ongelofelijk, maar hij had er inderdaad nog niet bij stilgestaan dat hij zou opdraaien voor Benjellouns ongeluk. Hij kreeg het warm en koud tegelijk, begon te zweten, keek meneer Walcott met nog meer afkeer aan dan gewoonlijk al het geval was, en had hem het liefst, als een hoogst onwelkome onheilsbode, de nek willen omwringen.
'Je gaat me toch niet vertellen dat je je daar niet van bewust was?' vroeg meneer Walcott, die Podgorny's plotse vertwijfeling bijna als zure wijn kon proeven.
'Er gaat zoveel door mijn hoofd, te veel om op te noemen,' antwoordde Podgorny ontwijkend.
Meneer Walcott grijnsde triomfantelijk. Zijn leedvermaak was onbeschrijfelijk. Podgorny, "'s lands beste vertegenwoordiger", de arrogantie in persoon, geobsedeerd door het jongleren met zijn verkoopscijfers, het daaraan verbonden, om de haverklap terugkerende claimen van meer commissie, en het tot gek wordens toe dreigen met overstappen naar de concurrentie, lag in paniek als een espenblad te trillen in zijn bed. Het was maar de vraag wie straks nog met hem in zee wilde gaan: een zogenaamd topvertegenwoordiger die zich van kant wou maken… Het was niet meteen een teken van zelfvertrouwen, zowat de eerste en absolute vereiste om het in het wrede, haast masochistische vak van vertegenwoordiger te maken.
'In ieder geval, Podgorny,' zuchtte meneer Walcott met gespeelde tegenzin, 'je zal wel begrijpen dat wij je, gezien je statuut van zelfstandige, onmogelijk op eender welke wijze kunnen bijstaan. Natuurlijk, je hebt een fantastische staat van dienst, maar nogmaals, als zelfstandige… Tja, dat zijn natuurlijk de risico's...'
Podgorny slikte, probeerde zo goed en zo kwaad mogelijk zijn rillingen onder controle te houden, perste zijn lippen opeen, maakte een sissend geluidje en zei: 'Dat begrijp ik maar al te goed, meneer Walcott. Maar maakt u zich maar geen zorgen: ik red me wel. Tenslotte, zoals ik al zei: waren jullie tot op heden zelfs niet eens in mijn gedachten opgekomen.'
'Ik ben blij dat je er zo over denkt,' reageerde meneer Walcott, terecht van het omgekeerde overtuigd. 'In ieder geval, geef gerust een seintje wanneer je weer de oude bent.'
'Dat spreekt vanzelf, dat spreekt vanzelf.'
'Dan laat ik je maar,' zei meneer Walcott, terwijl hij een dubbelzinnig knipoogje gaf.
Podgorny knikte, kon zijn tranen van zowel radeloosheid als opgekropte woede maar net inhouden, en wachtte tot meneer Walcott de deur uit was om snikkend tegen zichzelf "Vuile smerige rotschoft," te mompelen.
(Einde deel 53)

 

feedback van andere lezers

  • sproet
    een spannende verhouding tussen de menselijke interacties, tusen het verbale en het non-verbale. liefs, sproet
    koyaanisqatsi: thnksxx
  • aquaangel
    is je titel ineens aangepast van mini naar minmalisme ;) xx
    koyaanisqatsi: drukfou...t...
  • doolhoofd
    Het leven is hard en dan ga je dood.
    koyaanisqatsi: al een geluk dat het niet omgekeerd is
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 8

Uitstekend: 1 stem(men), 100%
Goed: 0 stem(men), 0%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 1 stem(men)
Er zijn 3 bezoekers online, waarvan 0 leden: .