writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Minimalisme deel 59

door koyaanisqatsi

'Hoe zou jij reageren, Harry, als morgen de één of andere idioot uit de andere wereld je zou komen vertellen dat het leven mooi is?'
Podgorny trok voor een laatste keer stevig aan zijn zo goed als opgerookte sigaret, waarna hij ze platdrukte in de vieze asbak die in het midden van het krakkemikkige tafeltje stond en vastplakte aan een kleverige laag gemorste drank.
Harry Fitzpatrick trok zijn rossige, borstelige wenkbrauwen op, nam een paar stevige slokken van zijn biertje, likte over zijn natte lippen en antwoordde: 'Ik zou hem in ieder geval geen gelijk geven…'
Podgorny trok een grimas die ontgoocheling moest uitbeelden, schudde het hoofd en keek naar de hoeren die aan de toog stonden aan te pappen met enkele zakenmannen.
'En jij?' vroeg Harry, die Podgorny's ontevredenheid over zijn antwoord begrepen had.
'Op zijn minst op zijn smoel slaan,' antwoordde Podgorny zonder aarzelen.
Maar hij wist dat hij loog, om de eenvoudige reden dat hij zich al lang niet meer kon voorstellen dat iemand hem in het gezicht zou slingeren dat het leven mooi was. Hij wendde zijn blik van de hoeren af en wenkte de dienster, een kleine figuur die een vieze schort voor haar uitgezakte buik droeg en met de gelatenheid van een vrouw die zich ten volle bewust was van haar volkomen gebrek aan aantrekkelijkheid, doorheen de rokerige bar slofte.
'Nog één?' vroeg hij, met zijn kin naar Harry's bijna leeg bierglas wijzend.
Harry knikte en wierp op zijn beurt een blik naar de hoeren, die zich steeds aanstelleriger begonnen te gedragen.
'De andere wereld…' grinnikte Harry, 'dat heb je eenvoudig maar mooi onder woorden gebracht, Pod.'
Podgorny bestelde twee biertjes en sigaretten, en maakte een schuine hoofdbeweging om Fitzpatricks compliment te relativeren. Omdat de blik van zijn compaan op de hoeren gericht bleef, voelde hij zich niet verplicht verbaal te reageren en dwaalde hij voor de zoveelste keer af naar de verwarring scheppende gedachte dat hij zich vreselijk schuldig voelde tegenover Benjelloun, die hij onbedoeld in zijn ongeluk had gestort, terwijl zijn bewuste lidmaatschap van het huurlingenleger van Simoës en alles wat daar aan wandaden bij kwam kijken geen seconde aan zijn geweten knaagde -Nicole, Mama voor hem, kwam niet eens meer in het stuk voor.
'Heb jij al eens overwogen om er mee te kappen?' vroeg Harry, terwijl zijn ogen Podgorny terug opzochten.
Podgorny haalde de schouders op: 'Niet echt, nee. Jij?'
Harry Fitzpatrick knikte en dronk zijn glas leeg.
'Maar jij zit er dan ook al veel langer in dan ik.'
'Probleem is, Pod, ik ken niks anders. Ik vecht al zo lang ik me kan herinneren. Als kleuter tegen mijn oudere broers, op school tegen de andere leerlingen, en zo nu en dan zelfs tegen de leerkrachten; nadien op straat en in de kroegen, dan in het leger en uiteindelijk temidden deze bavianenbende. Jezus man, ik heb in mijn leven al meer gevochten dan geneukt.'
Fitzpatrick moest lachen om zijn eigen woorden maar Podgorny nam ze kurkdroog op, als een bekentenis die van zijn gesprekspartner een beklagenswaardige figuur maakte die een beter lot verdiende.
De dienster zette twee glazen op tafel en zei dat er geen sigaretten meer te krijgen waren. Podgorny haalde enkele in elkaar gefrommelde bankbiljetten uit zijn borstzak en snauwde: 'Stuur dan iemand de straat op om ze op de zwarte markt te kopen.'
De vrouw nam het geld met een uitdrukkingsloos gezicht in ontvangst en verdween naast de bar achter een gordijn van goedkope kralen dat een flauw verlicht vertrek van de gelagzaal scheidde.
Er verschenen twee mannen in de kroeg die door zowel Podgorny en Fitzpatrick werden herkend als oorlogscorrespondenten. Geen van beide wist voor wie de twee werkten, maar waar ze wel van op de hoogte waren was het feit dat het twee waaghalzen waren; van het soort journalisten dat vroeg of laat het leven zou laten omdat het jagen naar het heetste nieuws hen nauwer aan het hart dan hun leven -een zeldzaam ras, dat veel meer voor gek dan idealist werd versleten.
De twee mannen installeerden zich aan de toog en bestelden allebei een whisky. De hoeren, die begrepen hadden dat de interesse van de zakenmannen voor hun lijf niet verder reikte dan de bar, schoven een paar stoelen op en probeerden zonder enige terughoudendheid een gesprek met hen aan te knopen. Eén van de mannen antwoordde, voor zo ver Podgorny en Fitzpatrick konden horen, beleefd maar liet ook meteen verstaan niet aan een geldverslindend avontuurtje toe te zijn.
Podgorny had het al anders geweten.

 

feedback van andere lezers

  • sproet
    je hebt het verhaal wel stevig onder controle, taalgebruik past bij de inhoud en de vorm.

    liefs, sproet
    koyaanisqatsi: thnks
  • doolhoofd
    Van de ene rauwe wereld, recht de andere in.
    koyaanisqatsi: yep
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 6

Uitstekend: 1 stem(men), 100%
Goed: 0 stem(men), 0%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 1 stem(men)
Er zijn 3 bezoekers online, waarvan 0 leden: .