writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

De Penseeltrekken van Ensor Buscapé (14 - Zepinho)

door koyaanisqatsi

Ik kan me voorstellen dat menig lezer na voorgaand deel van mijn memoires zal spotten met mijn naïviteit. Maar zij mogen toch niet uit het oog verliezen dat ik toen nog een erg jonge knaap was; weliswaar een jonge knaap die zich al enige jaren de trotse eigenaar van schaamharen mocht noemen, maar voor de rest op sexueel vlak toch nog altijd niets meer dan een rukkertje met de, vanzelfsprekend beperkte, puberale fantasieën.

Toen ik de volgende ochtend mijn vader op de trap tegen het lijf liep, lag het op het puntje van mijn tong om te zeggen: 'Vader, je zou inderdaad eens een vlieg moeten zijn bij de Agrigento's.' Maar gelukkig hield ik de lippen op elkaar. Want ik mocht dan wel jong en onervaren zijn, ik was wijs genoeg om te beseffen dat het bestaan van mijn gave maar beter met niemand te delen viel. Mijn gave, mijn talent, moest gekoesterd worden als een geheim, zo kostbaar dat ik geen andere keus had dan het mee te nemen in mijn graf. Het stond immers als een paal boven water dat eender wie die er kennis van zou nemen alles in het werk zou stellen om mij onder druk te zetten om er misbruik van te maken. En als er één ding was waar ik instinctief, tot in het diepste van mijn botten van overtuigd was, was het wel dat misbruik maken van mijn gave me duur te staan zou komen.

Ondanks het totaal geschifte karakter van het theaterstuk dat ik stiekem had bijgewoond, was mijn verwarring en wanhoop nu compleet verdwenen. Met enige schaamte verontschuldigde mijn geweten zich tegenover de oude bedelares, die ik volkomen ten onrechte voor een raaskallend oud wijf had gehouden, en tegelijkertijd maakte ik met verse moed nieuwe plannen om Esmeralda te ontmoeten. Ik vroeg Tostao simpelweg of ik hem opnieuw naar school mocht vergezellen, een verzoek waar mijn broer, zoals verwacht kon worden, geen graten in zag.
Voor de tweede keer in evenveel dagen begaven we ons in zwijgende verstandhouding op weg. Niet zeker of mijn gave me niet opnieuw in de steek zou laten, werd ik vanzelfsprekend door enige zenuwachtigheid geplaagd, maar de overtuiging dat het in dat geval vroeg of laat toch een keer zou lukken, had zich nu zo stevig in me verankerd dat ik barstte van zelfvertrouwen.
Helaas, dat zelfvertrouwen zou voorlopig geen kans krijgen zich in succes om te zetten. Niet door enig falen van mijn nu o zo gekoesterde gave, maar door een noodlottige gebeurtenis die onze buurt met zowel complete verstomming sloeg als met diepe verslagenheid trof.
Tostao en ik hadden nog maar net de hoek omgeslagen toen we werden opgehouden door een rumoerige menigte die de hele straat blokkeerde. Boven de heen en weer wiegende hoofden zagen we hoe de rode en blauwe zwaailichten van een politiewagen in de vorm van een macaber, monotoon lichtspel een afschuwelijk drama aankondigden.
'Wat is er aan de hand?' vroeg Tostao, aan niemand en dus in feite aan iedereen.
'Zepinho!' antwoordde een man, die we herkenden als een overbuur van mijn vriend Zepinho.
'Wat is er met Zepinho!?' vroeg ik, terwijl mijn hele lijf begon te daveren.
'Hij heeft zijn moeder vermoord!' zei de man.
Op dat ogenblik leek het alsof al het bloed uit mijn lichaam naar mijn voeten zonk. Mogelijk deels gebruik makend van mijn gave, bevond ik me opeens in de voorste rij van de zich voor Zepinho's huis verdringende nieuwsgierigen. Zepinho kwam, geboeid en stevig bij de armen gehouden door twee agenten, het huis uit. Zijn witte lievelingshemd, dat ik herkende van onze zondagse uitstapjes, zat helemaal onder de bloedvlekken, aan zijn handen kleefden, dikke bijna zwarte klonters. Zijn ogen waren blauw omrand en gezwollen, hun pupillen stonden angstaanjagend wijd open.
Eén van de agenten maande de menigte brullend aan om doorgang te verlenen, hetgeen slechts schoorvoetend gebeurde. Een vrouw riep 'Moordenaar!' waarop Zepinho halt hield, alsof hij zich vertwijfeld maar zonder overtuiging wilde losrukken, en begon te schreeuwen: 'Ik ben ook maar een mens! Begrijpen jullie dat dan niet!? Ik ben ook maar een mens! Een kind nog! Zelfs! Begrijpen jullie dat dan niet?!'
Terwijl Zepinho de politiewagen werd ingeduwd, stortten de geschokte buurtbewoners zich, in een poging het onvatbare feit van een moedermoord een plaats in hun bestaan te geven, in een oordverdovende, verbale draaikolk. Tostao had zich ondertussen tot bij mij gewurmd, pakte me bij mijn trillende schouders en zei: 'Kom Ensor, we kunnen hier niks meer doen.'
Ik gaf hem gelijk met een nauwelijks merkbaar hoofdknikje en liet me, totaal van de kaart, als een schim mee naar school slepen.





 

feedback van andere lezers

  • Julien_Maleur
    Moedermoord is een erge zaak, idd moeilijk te begrijpen. Maar de jongste jaren hoort men veel vaker van moeders die hun kinderen vermoorden. Ook dit is onbegrijpelijk, alhoewel, soms is er een uitleg. Heel dikwijls hebben die feiten te maken met haat, met frustratie omwille van onmacht. Het leven is ons hoogste goed, maar soms blijkt een mensenleven zo weinig waard.
    groeten
    JM
    koyaanisqatsi: Feit waar weinig wordt bij stilgestaan: de overgrote meerderheid van de moorden wordt gepleegd door personen die dicht tot zeer dicht bij het slachtoffer "stonden". Een bewijs van de complexiteit van het leven en het fragiele evenwicht van de mens?
    thnks
  • sproet
    rauw geschreven, in een perfect passende stijl voor de inhoud.

    liefs, trees
    koyaanisqatsi: 't wordt straks nog een beetje rauwer, vrees ik

    xx
  • aquaangel
    heftig

    (je delen worden langer valt me op.. hihi.. zal meer tijd moeten nemen...)
    koyaanisqatsi: mijn delen??????!!!!!! excuseer.... LOL
  • Magdalena
    amaaaaaaai!!!!
    koyaanisqatsi: ja, 't kan pijn doen... het leven...
Er zijn 4 bezoekers online, waarvan 0 leden: .