writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

De Penseeltrekken van Ensor Buscapé (27 - De Ineenstorting van de Wereld)

door koyaanisqatsi

Na iets minder dan een uur hield ik mijn calvarie voor bekeken. Niet omdat ik op dat ogenblik al onmenselijk veel kilometers had gelopen -ik was om de haverklap, als een auto die de laatste druppel brandstof uit zijn benzinetank perste, stilgevallen- maar omdat de zich stilaan aankondigende zonsondergang de meeste bezoekers aanzette het park te verlaten.
Ik legde me er bij neer dat mijn inspanningen een maat voor niets waren geweest maar verliet het park niet zonder me voor te houden me de dag nadien aan een nieuwe foltersessie te onderwerpen en deze weloverwogen roofbouw op mijn ongeoefende, lamlendige lichaam voort te zetten tot hij het gewenste resultaat zou opleveren.
Vanzelfsprekend volgde ik dezelfde weg uit het park als Esmeralda. Alleen liep ik haar onderaan de oplopende straat niet tegen het lijf, zoals zij mij de vorige dag had ontmoet. Leeg, doodmoe, hongerig als beer en met een uitgedroogde keel, strompelde ik de straat in waar ze woonde. Ik keek heel even naar het huis, beeldde me in dat Esmeralda weer in bad zat en wachtte om haar goddelijke naaktheid aan me te tonen en werd letterlijk naar de woning toe gezogen.
'Het zij zo,' zei ik plechtig tegen mezelf en blind vertrouwend op mijn gave, 'als een mysterieuze kracht mij een nieuwe confrontatie met het goddelijke opdringt, wie ben ik dan om me hiertegen te verzetten?'
Mijn hoogmoed zou gevolgd worden door een vreselijke val. Een vingerknip later stond ik Esmeralda's kamer, tegen de deur geplakt als een huisgekko, en kreeg een tafereel voorgeschoteld dat de benen zo goed als letterlijk vanonder mijn lijf sloeg.
Op bed lag Esmeralda, passioneel tongzoenend met Tostao, die haar omhelsde zoals een echte man zijn bruid tijdens het voorspel van de huwelijksnacht in de armen dient te klemmen.
Mijn hart brak niet, het loste op in een zee van innerlijke tranen, als een bruistablet in een glas water. Ondraaglijke machteloosheid en vernedering mengden zich tot een brouwsel van verzengende schaamte. Ik wilde brullen maar had niet eens de kracht om te zuchten en wachtte, tevergeefs natuurlijk, om verplaatst te worden naar een andere dimensie, een andere wereld, waar zou blijken dat ik het slachtoffer was van een nachtmerrie.
Tostao liet een hand in Esmeralda's blouse glijden. Op het ogenblik dat hij haar borsten aanraakte, gaf ze een diepe kreun en bracht ze haar linkerhand naar zijn kruis.
Ik kon het niet langer aanzien maar bleef kijken, verstijfd, verkrampt, versteend. In al mijn onnozelheid probeerde ik mezelf wijs te maken dat hun verstrengeling, hun relatie, hun liefde, maar tijdelijk was; dat het slechts een kwestie van tijd was voor Esmeralda zou ontdekken dat niet mijn broer, maar ik de ware voor haar was. De intimiteit waar ze zich nu aan overgaf, was slechts oefening, een voorbereiding op de grote stap naar de fysieke eenmaking, die voorbehouden was aan mij.
Esmeralda's vingers gleden in Tostao's spijkerbroek, Tostao geraakte zodanig opgewonden dat ik vreesde dat hij haar met zijn tong zou verstikken en haar kwetsbare, jonge borsten zou platdrukken. Maar Esmeralda verweerde zich niet het minst, integendeel: ze begon, hijgend en kreunend als een koortsige, te kronkelen en met haar voeten te stampen en joeg Tostao nog wat meer op stang door haar hand wild tekeer te laten gaan.
Ik smeekte om genade, om deze verschrikking te doen ophouden, mijn broer door middel van een blikseminslag naar andere oorden te torpederen en Esmeralda, als de onschuld die ze was, te laten verdiepen in een boek, precies zoals de eerste keer toen mijn gave toesloeg. Maar de duivel was me slecht gezind en spoorde die twee, die Judas van een broer en die tot hoer vervallen maagd, nog wat meer aan om hun lusten op mekaar te botvieren.
Tostao's harde roede kwam, omklemd door Esmeralda's feeënvingers, tevoorschijn. Tegelijkertijd duwde hij haar blouse omhoog en trok hij haar beha naar beneden, waarna haar borsten, de voorwerpen bij uitstek van mijn grenzeloze aanbidding, als twee vruchten van wellust naar buiten sprongen. De tortelduiven begonnen mekaar zo innig te tongzoenen dat ze beurtelings, als zwemmers aan het wateroppervlak, naar adem moesten happen.
En ik? Ik werd onder zware verdoving gecastreerd, murw geslagen door een onzichtbare hand en uitgelachen door de hele wereld, die voor mijn ogen, met apocalyptische proporties in elkaar stortte.

 

feedback van andere lezers

  • miepe
    graag gelezen as joezoewel
    koyaanisqatsi: thnks again as joezoewél
  • sproet
    de andere kant van de medaille,euh,ik bedoel de gave!

    tereug een gaaf stukje!

    liefs, trees
    koyaanisqatsi: xx
  • Mephistopheles
    Met een glimlach gelezen. Alweer.
    grts.
    koyaanisqatsi: thnks
  • Vansion
    oooooooh zei ze en schaterde verdrietig
    je doet het weer!
    koyaanisqatsi: :-)
  • aquaangel
    GENADE!!
    koyaanisqatsi: on your knees... :-)

    xx
  • Magdalena
    De eerste 3 paragraafjes: knippen in de woorden en korter maken voor mij: het ritme is daar te traag.

    Maar vanaf dan zit de schwung en de vaart en weer compleet in!

    Ocharme, afgrijselijk, dodelijk!
    XXX
    koyaanisqatsi: het is een dieselhoofdstuk... komt traag op gang... xx
  • Wee
    Jézus, arme jongen.
    Maar schítterend verhaald!
    xxx
    koyaanisqatsi: Het kan idd verkeren...
Er zijn 3 bezoekers online, waarvan 0 leden: .