writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

De Penseeltrekken van Ensor Buscapé (34 - Het Poffertjeskraam)

door koyaanisqatsi

Nog diezelfde avond begaf ik me terug naar de nauwe steeg waar ik de vrouw had gezien. Op de plek waar ik over haar benen was gestruikeld, stond nu een man met een poffertjeskraam; verderop viel er, op een in een omgekantelde vuilnisbak snuffelende kat na, niets te bespeuren.
'Meneer, hebt u hier soms een bedelende oude vrouw gezien?' vroeg ik.
'Zie jij hier soms een oude bedelende vrouw?' reageerde de man van het poffertjeskraam, me diep in de ogen kijkend. Ik schudde het hoofd. 'Wel dan…'
'Ik bedoel,' zuchtte ik, 'hebt u hier al eens een oude, bedelende vrouw gezien? Hier, op de plek waar u met uw poffertjeskraam staat…'
De man schepte een poffertje van de bakplaat en stak het zonder aarzelen naar me toe. Ik keek hem even aan, waarna hij knikte en ik het poffertje voorzichtig tussen duim en wijsvinger pakte.
'Ik heb hier nog nooit een oude bedelende vrouw gezien,' zei hij.
'Maar u staat hier natuurlijk niet elke dag…' merkte ik, smakkend op het poffertje, op.
'Toch wel,' zei de man. 'En op mijn vrije dag neemt mijn zoon van me over…'
Ik slikte het tot een kleverige pap vermalen poffertje door en zei: 'Maar dat kan niet. Ik heb hier een paar dagen geleden een oude, bedelende vrouw zien zitten. Zeker weten!'
'Misschien vergis je je van steeg,' zei de man. 'Hoe was het poffertje?'
Ik stak een duim op, wat bij de man een glimlach en de vrijgevigheid voor een tweede gratis poffertje losmaakte.
'Nee, meneer,' zei ik, terwijl ik het tweede poffertje aannam, 'ik vergis me echt niet. Het was in deze steeg. Ik weet het nog heel goed…'
'Wanneer?' vroeg de man.
'Nog maar enkele dagen geleden.'
'Onmogelijk,' zei de man, 'het moet op zijn minst drie jaar geleden zijn dat mijn zoon en ik hier een dag hebben overgeslagen. Dit is onze vaste stek; al jaren.'
'Deze steeg?' vroeg ik ongelovig, 'hier komt toch geen hond langs…'
'Dat dacht je maar,' reageerde de man doodernstig. Hij stak een arm uit in de richting van het verlengde van de steeg en zei: 'Daar, helemaal aan het einde, waar het duister begint, bevindt zich een discrete club, eigendom van een geheim genootschap. Het is daar een komen en gaan, iedere avond, dag in dag uit, van mensen die het zich kunnen veroorloven met volle teugen van het leven te genieten. Geen sukkelaars, zoals jij en ik, die iedere dag opnieuw moeten knokken om rond te komen, maar mensen voor wie geld nog nauwelijks een rol speelt, simpelweg omdat ze er zoveel van hebben dat ze het tijdens hun eigen leven onmogelijk allemaal op een zinnige manier kunnen spenderen. Nu, jongen, en knoop dat goed in je oren, zo'n soort mensen kan zich goeie smaak veroorloven; goeie smaak in alles wat je maar kan bedenken. En dus ook wat poffertjes te betreft.'
Ik staarde naar de donkere massa aan het einde van de steeg: een onheilspellend zwart gat waar een bijgelovige van zou durven aannemen dat het einde van de wereld zich er bevond.
'Bedoelt u…' stamelde ik, 'dat uw poffertjes…'
'Inderdaad,' onderbrak de man, 'razend populair zijn ze, bij die mensen althans. En zeg nu zelf, jongen, u hebt er net zelf twee geproefd: zijn ze niet lekker?'
'Ze zijn excellent,' antwoordde ik oprecht en weer met een duim in de lucht.
De man glimlachte opnieuw en stak me nogmaals een poffertje toe. Pas toen viel het me op dat hij voor de uitbater van een poffertjeskraam opvallend keurig gekleed was. Hij droeg een zwart rokkostuum, een crèmekleurig hemd, een wijnrode stropdas van zijde en schitterende, zwartgelakte schoenen.
'Ik veronderstel,' zei ik, terwijl ik het derde poffertje aanpakte, 'dat u daarom zo netjes uitgedost bent. Omdat uw cliënteel grotendeels uit voorname mensen bestaat.'
'Niet vooral,' antwoordde de man fier, 'compleet. De mensen uit de wijk hier laten me links liggen, weten zelfs amper van mijn bestaan af. Precies zoals jij, jongen. Maar da's ook niet erg hoor, want ik kom rond met mijn verdiensten. En eerlijk gezegd, tussen ons gezegd en gezwegen, hou ik het liever zo. Want ik denk niet dat de mensen van het geheime genootschap het op prijs zouden stellen hier te moeten aanschuiven voor, tussen of achter het janhagel dat in deze wijk de dienst uitmaakt.'
'Ik zou het niet weten,' hield ik me van de onnozele -kon het mij wat schelen dat ik tot het janhagel behoorde-, 'ik kom van ergens anders.'
'Dat zag ik meteen,' knikte de man, 'jij bent een jongen uit een fatsoenlijke buurt, is het niet? Geen rijke buurt, maar een fatsoenlijke: één waar de mensen nog goeie manieren hebben en hun plaats in de samenleving kennen. Nietwaar?'
'Absoluut,' beaamde ik, vooral in de hoop op een vierde poffertje.
'Maar zeg me dan eens, jongen, waarom ben jij dan in deze buurt op zoek naar een oude, bedelende vrouw?'
'Liefdadigheid,' schoot me als eerste de beste leugen te binnen. 'Een paar dagen geleden passeerde ik hier met mijn padvindersgroep en zag ik die arme vrouw zitten. En omdat ik haar niet meer uit mijn hoofd kon zetten -ze deed me denken aan mijn nog niet zo lang geleden gestorven grootmoeder- wilde ik haar terug opzoeken en uitnodigen bij ons thuis, voor een stevige maaltijd.'
De man van het poffertjeskraam knikte, slikte, knikte opnieuw, trok een puntzak van een stapeltje dat aan een haakje aan de zijkant van zijn kraam hing en begon hem met poffertjes te vullen.
'Het doet me deugt te horen dat er nog zo'n jonge mensen zijn,' zei hij, net niet snikkend. 'Want deze dagen hoor je helaas meestal andere verhalen. Zoals laatst nog, van die jonge schoft die zijn eigen moeder op beestachtige wijze heeft afgemaakt. Ik durf gerust toe te geven, zelfs aan een jonge knaap als jij, dat op de ogenblikken dat zo'n zaken mij ter ore komen, ik de wanhoop nabij ben. Dat mijn geloof in de toekomst van het land, van de wereld, van de mensheid, ja, zelfs van het hele universum, nog slechts onder de koepel van algemene verdoemenis valt onder te brengen. Maar dan komt er, toevallig, een jonge snaak als jij voorbij, een jongen met het hart van een ridder en krijg ik weer hoop voor de toekomst. Hier, mijn jongen, da's voor jou! Op kosten van het huis. Ik kan je helaas niet helpen met het vinden van dat onfortuinlijke vrouwtje -ik blijf er trouwens bij dat je je vergist moet hebben; misschien was je te zeer van de kook door haar droevige lot?- maar ik hoop met gans mijn hart dat je haar alsnog mag vinden. Laat het je smaken.'
Sprakeloos pakte ik de met poffertjes gevulde puntzak aan. Geen haar op mijn hoofd dacht eraan mijn leugen te bekennen, ook al was ik diep onder de indruk van de gevoelige inborst van de man. Ik dankte hem, zowel voor zijn woorden als zijn smaakvolle geschenk, beloofde dat ik mijn zoektocht naar het arme oudje zou verder zetten en begaf me, onder het verorberen van de lekkerste poffertjes die ik ooit naar binnen had gewerkt, terug naar huis.

 

feedback van andere lezers

  • DeKoeneRidder
    Ik krijg er honger van...Niet meer doen ;0)
    Is het niet DE poffertjeskraam?
    Wederom genoten....

    Gr. DKR
    koyaanisqatsi: De of het... je mag kiezen. (maar wel MET poffertjes!)
  • lonely1
    heel graag gelezen, al heb ik nu ook zin in poffertjes natuurlijk :)))

    liefs, hilde
    koyaanisqatsi: thanks (en laat het u smaken)
  • Mephistopheles
    Ik ben niet zo'n poffertjesfanaat. Je verhaal daarentegen bevalt me zoals altijd.
    grts.
    koyaanisqatsi: maar deze poffertjes zijn dus uitzonderlijk lekker... :-)
  • sproet
    knap hoe je een heel verhaal opbouwt rond een simpele vraag:'heb je een bedelende vrouw gezien?'

    ik steek dus ook mijn duim omhoog!

    liefs, trees
    koyaanisqatsi: jij wil gewoon een (punt)zak gratis poffertjes, ja... :-)

    xx
  • Magdalena
    O de kleine leugenaar!
    koyaanisqatsi: Dat dacht ik ook! :-)
  • aquaangel
    poffertjes in een puntzak, dat heb ik nog nooit gezien, zijn het Belgische poffertjes?? toch niet met mayo?

    ahha
    koyaanisqatsi: puntzakken geldt voor kleine bestellingen; normaal worden ze in 20voet containers aangeboden... :-)
  • Wee
    Van lekkers verliest een kind altijd, kan hem geen ongelijk geven.
    Ik denk dat hij in de juiste steeg is ... (Een spooksteeg oid?)
    Móói stukje, Koyaanisqatsi.
    x
    koyaanisqatsi: xxx
Er zijn 11 bezoekers online, waarvan 0 leden: .